Beaglespektakel

20140629-160728-58048583.jpg

We zijn met drie volwassenen en dito Beagles onderweg naar het jaarlijkse Beaglespektakel. Voor Darwin en mij is het de eerste keer, onze vrienden zijn er vaker geweest. De weersvoorspelling is niet best: code geel. Maar we nemen het risico. Op het terrein is het gezellig druk. Overal Beagles, waar je ook kijkt. We worden gelijk de Beaglerace ingetrokken: acht honden die om het hardst naar hun baas rennen. Darwin wordt tweede. Na een kop koffie en een gevulde koek begint het te regenen. Steeds harder. We schuilen bij een kraam. Zonder blikken of blozen haal ik Darwin z’n regenjas tevoorschijn. Het is een kopie van de mijne en we trekken dan ook volop bekijks als de zon even later weer doorbreekt. Onze vrienden zijn wel wat gewend en lopen lachend op veilige afstand achter ons aan. Verderop op het veld vinden we de fokker en de eigenaar van de dagopvang. Ook zij komen niet meer bij van het lachen. Ik vertel dat mijn moeder het jasje van Darwin heeft gemaakt. En dat ik daar maar wat trots op ben. Alle aanwezigen geven me schaterend gelijk. Ook de rest van het terrein wordt bezocht. Darwin holt dolenthousiast achter een namaakkonijn aan en ik koop een onverwoestbare knuffel voor hem. Waar we ook komen, worden er foto’s gemaakt. ‘Doen jullie nog mee met de wedstrijd “Leukste hond”?’, vraagt iemand. Maar we houden het voor gezien, het is mooi geweest. Weer in de auto valt Darwin op mijn schoot in slaap. Dromend van namaakkonijnen en paparazzi. Was het elke dag maar Beaglespektakel. En als hij nu niet met foto in de Beagle Bode komt, vreet hij z’n onverwoestbare knuffel op!

Advertenties

“Lucky” oranje tompoezen

20140628-201554-72954896.jpg

Net als elke zaterdag ben ik vroeg aanwezig in mijn favoriete supermarkt. De tafeltjes staan al uitnodigend buiten met een groot bord ernaast: “Daniel’s ‘lucky’ oranje tompoezen”. Ik schiet in de lach en verkneukel me bij voorbaat. Ik mag de medewerkers daar graag plagen. En deze tekst klopt natuurlijk niet. Dus ik wend me na binnenkomst gelijk tot de bakker. ‘Staat een fout op het bord buiten, he!’, zeg ik nadat we elkaar goedemorgen hebben gewenst. Hij kijkt me geschrokken aan. ‘Echt? Wat dan?’ ‘Er staat “lucky” tompoezen. Maar dat klopt natuurlijk niet!’ Op zijn vragende blik antwoord ik: ‘Nee, want afgelopen maandag hebben ze ook gewonnen. En toen waren jullie dicht! Daar hadden we dus geen oranje tompoezen voor nodig.’ Triomfantelijk kijk ik ‘m aan. En bij wijze van uitzondering heeft hij geen weerwoord. Dan bemoeit de bedrijfsleider zich ermee: ‘Wat is er aan de hand, waar gaat de commotie over?’ Ik herhaal mijn constatering en kijk hem vervolgens uitdagend aan. Hij schudt zijn hoofd en glimlacht. ‘Je ziet het helemaal verkeerd. We hadden maandag helemaal geen “lucky” tompoezen nodig om te winnen. We waren immers al door naar de kwartfinales!’ Hij draait zich om en loopt nog nalachend naar de afdeling vleeswaren. Mij totaal verbouwereerd achterlatend.

Meneer Joosse

foto

Hij was lang en had altijd van plezier zijn ogen half dichtgeknepen. Hij had een lage, ietwat hese stem. En hij probeerde ons wegwijs te maken in de mysteriën van wiskunde. Ik vond ‘m aardig. En ging huppelend naar de lessen (ik was een laatbloeier wat volwassen gedrag betreft). Toen we een vakkenkeuze moesten maken, heb ik ‘m wekenlang belaagd. Hij gaf me een negatief advies, terwijl ik het vak (en hem) zo leuk vond. Ik zie hem nog voor me, aan het einde van een les: “Dorine, geloof mij nou, je hebt niets met cijfers. En je zult het ook niet leren. Je kunt mijn advies negeren. Maar je zult zien dat ik gelijk krijg: dat je het voor dit vak niet gaat redden.” Bedremmeld droop ik af. En koos toen maar voor talen, handelswetenschappen en biologie. Ik slaagde met prima cijfers. Door de jaren heen heb ik regelmatig aan hem en ons laatste gesprek gedacht. Hij woont hier ergens in de buurt, dus soms zie ik hem door de wijk lopen. Hij zwaait altijd even, al weet ik niet of hij zich mijn naam nog herinnert. Als ik vandaag in de lunchpauze snel even naar de supermarkt loop, kom ik hem tegen. Ditmaal spreekt hij me aan: “Hoe is het? Ik ben sinds een paar jaar met pensioen. Wennen, joh!” We maken een praatje en ik herinner hem aan zijn advies indertijd. “En”, vraagt hij, “Heb ik gelijk gekregen?” Ik lach en vertel hem over mijn werk. En dat ik inderdaad nog steeds niet sterk met cijfers ben. Net als vroeger knijpt hij zijn ogen half dicht: “Wat leuk om te horen. Maar ik vind het nog veel fijner dat je zo enthousiast vertelt. Net als toen je bij mij in de klas zat!” We wensen elkaar nog een prettige dag toe. En terwijl ik terug naar huis loop denk ik bij mezelf: zo zie je maar weer, werkgevers veranderen maar persoonlijke eigenschappen niet.

Alweer een mooie dag

20140626-225131-82291293.jpg

Vandaag heb ik een paar afspraken in de buurt van Den Helder. Ik ken de route van de talloze keren dat we naar Texel reden. De zon schijnt, alweer een mooie dag. Op de radio spreken ze hun verbazing uit over het ontbreken van files. En inderdaad, de reis verloopt zeer voorspoedig. Het eerste adres is zo gevonden en de koffie staat al klaar als ik aankom. Het klikt gelijk en persoonlijke en zakelijke aspecten van de kennismaking wisselen elkaar in een prettige sfeer af. We gaan een conferentie organiseren in deze regio. Gaandeweg ontstaat een campagneplan. Hij reageert enthousiast op het idee om gelijktijdig met de presentaties een flyeractie in het plaatselijke winkelcentrum te organiseren. Met Skype leggen we verbinding tussen binnen en buiten. Ineens staat hij op: ‘We gaan het gewoon gelijk regelen!’ Zo zit ik even later naast hem in de auto op weg naar het winkelcentrum. Iedereen kent hem en spreekt hem aan. Hij stelt me voor aan de slager die me een stukje worst aanreikt. Nog voor ik het in mijn mond steek, hebben we een akkoord. Om het te vieren, lunchen we in een cafe waar jongeren met een licht verstandelijke beperking de scepter zwaaien. De tosti en warme chocomelk smaken goed. Dan nemen we afscheid: we gaan er iets moois van maken! Ook de andere afspraak verloopt voorspoedig. En op de terugweg eet ik samen met twee vriendinnen heerlijk en gezellig in een restaurant aan het water in de zon. De serveerster heeft het naar haar zin en vermaakt ons met grapjes en plagerijtjes. Wederom niet gehinderd door files rijd ik uiteindelijk terug naar huis. Nadat ik uitbundig ben begroet door Darwin, vraagt mijn man naar mijn dag. Tot mijn eigen verbazing vertel ik hem gelijk over dat stukje worst. Soms zijn het blijkbaar de details die het verschil maken. Maar hoe dan ook was het alweer een mooie dag.

Proefondervindelijk

20140625-223227-81147282.jpg

‘En toen zei mijn man tegen mijn dochter: “Als je wilt weten hoe een pissebed smaakt, moet je ‘m gewoon proeven. En hij voegde de daad bij het woord. Natuurlijk op de voet gevolgd door haar.’ Ze vertelt erover alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. En ze absoluut niet in de gaten heeft hoe geschokt ik kijk! Ik weet dat de dochter van mijn collega zeer geïnteresseerd is in de smaak van de natuur. Dat was ze als kind al. En haar moeder was zo gek niet of ze moest een keer een regenwormpje proberen. Dit werd voor het nageslacht vastgelegd en via Facebook wereldkundig gemaakt. Ik houd ook van puur. Maar er zijn grenzen! Niettemin: ieder z’n ding. Een paar dagen later zet ik haar thuis af na een gezamenlijk overleg in het midden van het land. Ik krijg een rondleiding door haar prachtig aangelegde tuin waar mijn moeder waanzinnig jaloers op zou zijn. Ze wijst op nieuwe aanplant, bijzondere hoekjes en leuke details. Dan plukt ze een bloem en zegt: ‘Ken je deze? Heeft echt een heerlijke smaak.’ En steekt een blad in haar mond, terwijl ze mij de rest achteloos aanreikt en haar weg vervolgt. Ik pluk blaadje voor blaadje van de knop af: de smaak is inderdaad bijzonder en neigt naar peterselie. Weer bij de deur aangekomen nemen we afscheid. ‘Tot morgen en een fijne avond.’ Pas als ik bij ons huis parkeer, bedenk ik dat we een soortgelijk gevoel voor humor hebben. En dat het me dus volstrekt niet zou moeten verbazen als die bloem helemaal niet eetbaar was! Dat ze morgen schaterend zegt: ‘Jij gelooft ook alles!’ Ach, liever een bloem dan een mestkever. Maar voor alle zekerheid drink ik de rest van de avond veel water om alle risico’s op bloemvergiftiging te vermijden.

Succes

20140622-223119-81079366.jpg

Het was een gevleugelde uitspraak bij mijn vorige werkgever: ‘Successen moet je vieren!’ Toch gebeurde het niet vaak dat we stil stonden bij een goed resultaat. De volgende klus was vaak al begonnen en je had toch ook zoiets van ‘doe maar gewoon je werk goed, daar word je voor betaald!’ In mijn huidige functie gaat alles allemaal nog veel sneller. Soms is het even slikken en weer doorgaan. Maar veel vaker gaan de duimen omhoog. En is er volop aandacht voor elkaars successen. Niettemin wordt het punt nadrukkelijk genoemd in het teamoverleg: ‘We doen het goed samen. Daar moeten we ons bewust van zijn en blijven. En dan weer vol gas erop!’ Dat speelt allemaal door mijn hoofd als mijn leidinggevende vraagt wat ik wil drinken tijdens een zakenlunch met twee van onze leden. ‘Witte wijn graag’, zeg ik dus na een heel korte aarzeling. Want het is midden op de dag en midden in de week. Maar ze hebben gelijk: soms doe je gewoon je werk. En soms sta je even stil bij wat je hebt bereikt. Omdat het kan. Omdat het moet. En omdat het je driedubbel motiveert om er weer met net zoveel enthousiasme en plezier tegenaan te gaan. Op naar de volgende prestatie!

24/7

20140621-114624-42384167.jpg

‘Kijk dan, zie haar stralen!’ Mijn collega en tevens mede-oprichter van WeHelpen wordt er zelf telkens weer blij van. Ik vind mijn functie zo leuk! Elke dag is anders en de balans tussen ervaring en uitdaging is prima. Er liggen barstensveel hartstikke leuke en ook broodnodige klussen. Ik weet gewoon van geen ophouden. Letterlijk. Want na twee maanden ben ik wel een beetje moe. En als er dan ook nog een stevige verkoudheid overheen komt, krijg ik ineens van alle kanten reacties. ‘Ik heb het tot nu toe allemaal aangezien, maar nu ga ik op mijn strepen staan!’, zegt Manlief onverbiddelijk. ‘Ik geef om je en wil graag dat je het over een jaar nog steeds leuk vindt’, schrijft een bezorgde oud-collega. En ook mijn leidinggevende grijpt in: ‘Je kunt niet alles, of je het nou wel of niet leuk vindt.’ Ik protesteer, uiteraard. Sommige deadlines zijn overduidelijk en keihard. Steeds meer mensen weten me te vinden. En er zijn nog zoveel mooie ideeën om uit te werken. Daarnaast heb ik nog steeds niet met iedereen kennis kunnen maken. En hebben sommige systemen nog geheimen voor me. Maar mijn woorden zijn tevergeefs. Er zit niets anders op: ik moet beterschap beloven. Oefenen in af en toe ‘nu even niet’ zeggen. Niet alles gelijk naar me toetrekken en hier en daar beter prioriteren. Maar een ding weiger ik resoluut op te geven of zelfs maar uit te stellen: ik ben en blijf enthousiast. Houd een short list Wilde Plannen bij. En ga nog steeds voor goud. Mijn leidinggevende hoort het allemaal aan en zegt dan sussend: ‘We zijn gewoon bezorgd om je. Laten we afspreken dat we over vier weken evalueren. Komt allemaal goed, zul je zien.’ Waarmee hij het laatste woord heeft. En ach, 18/6 is eigenlijk ook een prima uitgangspunt.