Help me herinneren

“Laat jij de honden even uit?” Manlief knikt. De buurvrouw is naar een afspraak en de buurhond, Luzz, is gezellig een paar uur bij ons. Ze adoreert Darwin en hij vindt het allemaal prima zolang ze zijn comfortzone respecteert. Als het drietal twintig minuten later weer binnen komt, zegt Manlief: “Help me herinneren dat we dus nooit een ruwharige teckel nemen! Ze had er halverwege genoeg van en ging gewoon in het gras liggen! Geen beweging in te krijgen en gehoorzamen, ho maar!” De dame in kwestie kijkt me met haar grote bruine ogen onschuldig aan. Ik maak als troost een kopje koffie met iets lekkers erbij voor ons en kruip dan met beide honden weer terug op de bank. Luzz legt een pootje op mijn arm: “Help me herinneren dat wij nooit een man in huis nemen”, fluistert ze me toe. “Hij begrijpt het niet dat als een vrouw ‘nee’ zegt, ze ook ‘nee’ bedoelt!” Waarmee ze geheel vrouw eigen het laatste woord heeft.

Uit en weer aan

“Hebben jullie het leuk gehad? Ja hè, aan de foto’s en verhalen op je blog te zien!” En “Beetje bijgekomen? Jullie waren er allebei zo aan toe!” Dat ‘bijgekomen’ uit zich vooral in ‘aangekomen’, zie ik vanochtend als ik op de weegschaal stap. Maar wat wil je ook als je op loopafstand van een zalige patisserie zit! Mede door het slechte digitale bereik hebben we ieder een stapel boeken gelezen. Uitgeslapen, lange wandelingen gemaakt, gepraat, en naar Aken gereden voor nog meer boeken. De DVD’s gekeken van Happy Feet en Happy Feet Two, met Darwin gespeeld en vooral heel veel genoten van de ‘uit-modus’. En nu zit het er weer op. Als er terugrijden naar huis, is er een appje van mijn schoonzusje: “Ik vier mijn verjaardag vanmiddag, gezellig als jullie komen en prima als je het laat gaan.” We komen natuurlijk en zowel mijn nichtje als neefje tonen hun blijdschap met een wurgknuffel. “Ik heb zelf alle boodschappen gedaan!”, zegt mijn moeder. “Maar als je nog gaat, dan staan er nog een paar dingen die ik ben vergeten in de app.” Het is een hele kleine moeite want ik ga inderdaad zelf nog. “Ik wilde het niet vragen: je bent net thuis. Maar als je vandaag op mijn hond kunt passen, zou dat superfijn zijn!” Geen probleem, gezellig ook voor Darwin. En als ik de vierde was in de machine stop (twee weken zonder is best een grote hoop wasgoed), zegt Manlief: “je staat weer ‘aan’.” Ik grinnik. En knik. De ‘uit-modus’ is heerlijk. Nu heb ik weer zin om aan de slag te gaan. Zeker in de wetenschap dat we over twaalf nachtje ‘uit’ mogen aan de andere kant van de oceaan!