Mooi

Mijn werk brengt me in contact met mooie mensen. Tonja, die nog zo actief en enthousiast tot mijn verdriet ineens ‘weg’ was. Christine, die altijd ergens een glimlach ziet, hoe dan ook, wanneer dan ook en waar dan ook. En Nico: hij liet mij vriendelijk (met knipoog) weten dat ik ‘normaal’ tegen hem kon praten. Hij is nagenoeg blind, niet doof. Dus extra articuleren was overbodig! Van die laatste zat een mailtje tussen de bijna 600 berichten van mijn vakantieperiode. Met het verzoek om hem te bellen. En dat doe ik met plezier. We kletsen even over de afgelopen reis, voordat hij overgaat op de reden van zijn signaal. Dat heeft hij overigens ook al aan een collega doorgegeven, omdat ik afwezig was, Alleen herinnert hij zich haar naam niet meer. ‘Een meisje van begin 20’, dat weet hij nog wel. Ik lach en complimenteer hem met zijn opmerkingsgave. Maar hij wuift het weg: door zijn visuele beperking let hij op andere dingen. Ik grinnik en zeg ondeugend: ‘Nico, we hebben elkaar nu een paar keer gesproken. Ik heb bij je thuis gefilmd. Hoe oud schat je mij eigenlijk?’ Om er gelijk achteraan te vermelden dat het uiteraard een geintje is. Hij laat zich echter niet kennen. ‘Je klinkt nog jong, maar je hebt levenswijsheid, dus je bent tussen de 35 en de 40 jaar’, zegt hij dan. Als we eindelijk de verbinding verbreken, heb ik nog steeds een brede glimlach op mijn gezicht. Wat heb ik toch een heerlijke baan. En wat ontmoet ik daardoor prachtige mensen! 

Plak

gum

Ineens staat hij stil en weigert nog een poot te verzetten. Ik ben wat gehaast en geef een ruk aan de riem. Het enige zichtbare effect is een behoorlijk kwaaie blik. Zuchtend kniel ik naast ‘m neer: ‘Wat is er dan, jochie?’ Hij tilt een pootje op. Niet voor de normale gang van zaken, maar om te laten zien dat het euvel daar te vinden is. Ik trek een gezicht: jakkiebah! Hij is in de kauwgom getrapt! Het is warm buiten, dus het goedje is tussen z’n kussentjes gaan zitten en trekt allerlei draden op de stoep. Met een zakdoekje probeer ik het grootste deel te verwijderen, maar we zijn allebei niet blij met het resultaat. En terwijl we het laatste stukje naar huis lopen, stuur ik een klaagmailtje naar Manlief: ‘Wie gooit die troep dan ook op de stoep!’ Als ik de deur open doe, antwoordt hij: ‘Heb gelijk even gegoogled. Met pindakaas kun je de laatste restjes weghalen.’ Ik schiet in de lach. Darwin is gek op pindakaas. Zou hij wel willen! Maar als ik zie dat het snoepgoed al deels op de deurmat zit, bedenk ik me. Gewapend met een pot pindakaas draag ik hem naar het dakterras. Hij houdt me nauwlettend in de gaten, terwijl ik zijn pootje behandel. En inderdaad: het werkt. Briljant! Als ik hem loslaat, doet hij aarzelend een paar stappen. Dan holt hij blij naar de woonkamer om te gaan spelen. Ik zucht weer. Grappig eigenlijk dat internet voor alles een oplossing heeft. Nu eens kijken wat ze zeggen over pindakaas uit de vloerbedekking verwijderen.

Dag 26: thuis

We zijn keurig op tijd wakker. De koffers worden nog een laatste keer gewogen en goedgekeurd: ondanks de vele souvenirs zitten we keurig onder het maximale gewicht. Dan lopen we naar beneden voor het ontbijt. We kletsen wat met de ober die ook in Nederland is geweest: een tussenlanding waarbij hij even Amsterdam is ingeweest. Onvergetelijk! Als de rekening is betaald, kijk ik Manlief veelbetekenend aan. Die lacht en knikt. Nog een laatste keer naar de zeeleeuwen. Nog een keer ‘dag’ zeggen.  Nog een keer genieten van deze prachtige stad. Ik laat mijn hart op precies dezelfde plek achter als vorige keer: we komen terug! De shuttle zet ons af bij het vliegveld. We krijgen een compliment van de grondstewardess voor de koffers. Dat ziet ze wel eens anders! De uren verstrijken. Samen met heel veel anderen stappen we in op vlucht KL0606. Grappig, het is vandaag de zesde van de zesde. Keurig op tijd stijgen we op. Na het eten en de film ‘Londen has fallen’ met Gerard Butler val ik in slaap: melatonine en vliegtuig-oordopjes zorgen ervoor dat ik bijna vijf uur rustig slaap. Er is nog net tijd voor een ontbijt. De piloot zet het vliegtuig zo zachtjes neer, dat we het voelen noch horen. Door de douane, naar de bagageband en gelijk door naar de trein. Moeder, onze vriend, Darwin en de andere hondjes wachten thuis met koffie en appeltaart. We missen San Francisco nu al. Maar het is nergens zo fijn als gewoon lekker thuis te zijn. En te dromen van een volgende reis. 

Dag 25: San Francisco


De conciërge adviseerde om rond 8 uur in de lobby te zijn. Dan pakken we niet naast de complimentary bikes. We zijn dus om tien voor acht de eersten. En een kwartier later staan er nog zes mensen te wachten. Even later rijden we op onze knalrode fietsen naar Boudin voor het ontbijt. Zoals gebruikelijk is de allerkleinste koffie nog veels te groot, maar de afruimer gooit ‘m met een knipoog zo in de vuilnisbak. Recyclen wordt beperkt tot blikjes, papier, glas en plastic in de ene bak. En de rest in de andere. We fietsen met de klok mee richting Golden Gate. De voeten zijn zichtbaar, de rest is door de mist aan het oog onttrokken. Een zwemmer in een wetsuit recht voor de kust heeft er stevig tempo in zonder een meter vooruit te komen. Alsof je op een lopende band zwemt. Zo krijgt de waarschuwing ‘sterke stroming’ een heel andere betekenis. En we blijven maar foto’s maken, meter na meter. De brug wordt steeds een stukje meer zichtbaar. Sommige stukken loop ik even: het zadel zit niet goed vast en schuift naar beneden. Omhoog fietsen kost veel kracht. Dan zitten we op de brug. Ditmaal aan de oceaankant. Een smalle baan voor heen- en weer fietsen. Voetgangers lopen aan de baai-zijde. Telkens hoor je ‘on your left’ als iemand inhaalt. Aan de overzijde kiezen we voor Sausolito: het hoger gelegen uitkijkpunt heeft onze voorkeur, maar is door de mist niet zichtbaar. Onderweg naar het water krijgt Manlief de kans om een gunst door te geven. Waar drie weken geleden iemand hem hielp met een van het wiel afgelopen ketting, staan er nu twee meisjes met hetzelfde probleem aan de kant. Hij heeft goed opgelet: twee minuten later kunnen ze verder. Nu is hij zelf degene met vieze handen, maar heb ik zakdoekjes en Purell bij me. We drinken een drankje en een vriendelijke meneer bij de fietsparking zet mijn zadel vast. Dan stappen we op de boot terug. Met een enorme vaart scheren we over het water, om alleen ter hoogte van Alcatraz (aan stuurboordzijde) rustiger te varen en wat foto’s te maken. Drie kwartier later zijn we in het hotel. De rest van de middag zitten we met een boek in het naastgelegen park, eten een ijsje bij Ghirardelli en maken een beginnetje met het inpakken van de koffer. Het laatste etentje van deze reis vindt met speciale verjaardagscomplimenten van mijn collega’s en hun partners plaats in mijn meest favoriete restaurant. Morgen vertrekken we naar huis met twee koffers en twee rugzakken barstensvol prachtige herinneringen. Oprecht en zeer nadrukkelijk een groot ‘dank je wel’ aan iedereen voor zijn of haar bijdrage aan deze reis en mijn vijftigste verjaardag. Het is absoluut ‘a Dream come true’ geworden!

NB: Kijk voor meer foto’s op https://bartslog.wordpress.com.

Dag 24: San Francisco

We slapen lang, omdat het kan. En Skypen met thuis. Ontbijten op ons (en hun) gemak bij Ihop. Lopen langs de zeeleeuwen, ‘want dan hebben we dat vast gehad’. En kopen een dagkaart voor de Cable Cars, omdat we boodschappen downtown te doen hebben. We staan in de rij met een vader en vijf jongens. Adviseren hen om toch zeker naar het Cable Car-museum te gaan, net als wij. En lenen (even) het vest van Manlief uit, omdat de jongste het zo koud heeft. We bezoeken de Apple-store en de boekwinkel City Lights. Hangen als echte locals aan de buitenzijde van de Powell-Hyde-line. Lopen voetje voor voetje omhoog naar California en Washington. We voelen ons thuis in deze stad. Het is wel een stuk drukker nu: ook de Amerikanen hebben weekeinde. En frisser: gisteren nog zagen we 104 Fahrenheit (40 graden) vermeld staan. Nu blijft de temperatuur steken bij 16 graden. Maar dat mag de pret niet drukken. Tegen de avond kun je over de hoofden lopen en is het aanschuiven in de rij voor de restaurants. We besluiten om naar Bubba Gump te gaan, al moeten we een uurtje wachten. Dat vullen we gewoon met shoppen en zeeleeuwen kijken. Lt. Dan’s drunken shrimps smaken des te lekkerder. En ik heb alle vragen van de Forrest Gump-trivia goed! De serveerster moet lachen om mijn enthousiaste reactie op de prijs: een sticker. Who cares? Having fun! In de zo overbekende mist lopen we terug naar het hotel. Baai en stad lijken verdwenen.  Morgen is het de laatste dag aan deze kant van de oceaan. Voorlopig dan. Want zelfs na 24 dagen zijn we nog steeds niet uitgekeken op dit land. 

Dag 23: San Francisco


Om middernacht in bed en om half zes er weer uit. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Mijn ogen zitten dicht en mijn hoofd slaapt nog. Maar we willen op tijd in San Francisco zijn en de files omzeilen. Dus we pakken alles weer in en checken uit. Dat valt nog niet mee want onze gegevens blijken gekoppeld aan een Duits adres. Als we eindelijk in de auto zitten, is het nog rustig op de weg. De mijlen schuiven onder de wielen door. Omdat we goed op schema zitten, besluiten we de navigatie in te zetten voor een filiaal van Walmart. We zoeken al weken naar boodschappen van Liesje en van Broer. De eerste aanwijzingen brengen ons in een keurige Amerikaanse woonwijk. Bij meneer en mevrouw Walmart! Gelukkig is het de tweede keer wel raak en vindt Manlief snel de weg in het immense complex. Jumbo XXL is er niets bij. We drinken een kop koffie bij Starbucks en rijden weer verder. Het wordt drukker, we naderen de stad. Voor het eerst zie ik de Golden Gate zonder voeten: mist over de baai. We leveren de auto in en zwaaien nog een laatste keer. Een taxi zet ons bij het hotel, waar ze ons herkennen van drie weken geleden. Nu nog relaxter en gebruind. We krijgen een complimentary upgrade naar een grotere kamer met uitzicht op de baai. Gaaf! Als we een beetje gesetteld zijn en de koffers hebben gewogen (hoeveel mag er nog bij?), wandelen we naar de pier. En genieten. Alweer. Nog steeds. Maandag zit het er echt op. Nog een paar dagen. Heerlijk!

Dag 22: Medford

We doen het licht aan in de ontbijtzaal en zijn niet eens de eersten. Om half 8 rijden we weg: een rit van bijna acht uur voor de boeg. Byebye Seattle, real nice meeting you! Onderweg maken we een feedbacklist voor het reisbureau. Allerlei informatie die handig, goed en leerzaam is om te delen. Leuk om alle hotels nog eens terug in herinnering te roepen. Op een parking staan twee oudere dames met drankjes en zelfgebakken koekjes. Zo aandoenlijk, je zou ze gewoon meenemen. We kiezen in plaats daarvan voor chocolate-chip cookies en koffie (na terugkomst allebei minstens drie weken op water en brood). Hoe dichter we bij het hotel komen, hoe warmer het wordt. Medford heeft een hittegolf met temperaturen boven 40 graden! Gelukkig hebben we kaartjes voor het theater, met airco. We gaan naar Twelfth Nights tijdens het Oregon Shakespeare Festival in Ashland, Oregon. Met complimenten van zwager en schoonzus. We genieten van alweer een bijzondere verjaardags-gebeurtenis tijdens deze vakantie. Voor de deur loopt een mevrouw met een Beagletje: Kayper. Ik kan het niet nalaten om die heel even heel stevig te knuffelen. Nog een paar dagen volhouden. De voorstelling is erg vermakelijk, goed gespeeld en animerend, al verstaan we lang niet alles. En het publiek is erg jong. We kijken onze ogen uit: zitten we niet per ongeluk bij Despicable Me? Dan buigt de man naast me (zo’n echte Amerikaan) zich naar me toe: ‘Als ze aanvallen, geef elkaar rugdekking en in groepsverband naar de dichtstbijzijnde uitgang!’ We lachen allebei. Het is bijna middernacht als we terug zijn in Medford. Van de hotelkamer zien we dus niet veel: letterlijk en figuurlijk. Morgen zijn we terug in San Francisco en nemen we afscheid van onze auto. Hij heeft ons heel veel veilige kilometers meegenomen. Top!