Missing

Ooit hebben mijn moeder en ik een vijfdaagse treinreis door Schotland gemaakt. Niet zomaar in de doorsnee coupe, maar met een heuse VIP-trein. Achteraf gezien moeten we volslagen niet toerekeningsvatbaar zijn geweest wat de kosten betreft. Maar we genieten nog steeds volop van de herinneringen. Tijdens die reis maakten we kennis met een grote Amerikaan die tussen twee zakelijke besprekingen door even niets te doen had. Een aardige man met een enorme levenswijsheid. We hielden contact en waar mogelijk troffen we elkaar als hij weer in de buurt was. Hij hoorde toevallig als een van de eersten dat ik zo verliefd was geworden op manlief. En op onze trouwdag was hij samen met zijn vrouw onze gast. De emails blijven soms maanden uit. En dan ineens flitsen de berichten over en weer alsof we een paar kilometer van elkaar af wonen. Zoals tijdens de storm Ike, die hun woonplaats keihard raakte. Toen Floppy ernstig ziek was. En zijn moeder tenauwernood uit haar brandende huis werd gered. Maar nu is het ineens zomaar stil. Het laatste contact is van april. Op mijn berichtje in mei heeft hij niet gereageerd. En ook de geboorte van Caitlynn is niet met gejubel door hen begroet. Vreemd. Ik heb al een email aan zijn zakelijke adres gestuurd. En een berichtje via Facebook verzonden. Maar het blijft stil. Ik vind het maar niks. Zou een man van 5 feet 6 op een pak melk passen?

Leeftijdgebonden

Ze lopen langs het hek en kijken terloops naar de werkzaamheden. Stoere mannen met oranje hesjes en gele helmen zijn hard aan het werk. Nog even, dan breekt de bouwvak aan en er moet nog veel gebeuren. Een man met bakkebaarden, stevige bovenarmen en een goed onderhouden bierbuik ziet hen lopen. Hij attendeert zijn collega’s op de twee blonde dames. Nog geen tel later is er een fluitconcert van jewelste te horen. Haar vriendin gooit een beetje nuffig haar neus omhoog en loopt stevig door. Maar zij kijkt even om, laat haar haar nadrukkelijk dansen en glimlacht over haar schouder. Het oorverdovende fluitconcert sterft langzaam weg als ze de hoek omslaan. ‘Waarom deed je dat nou?’, vraagt haar vriendin verbaast. ‘Ze fluiten naar iedereen!’ Ze glimlacht wijs en zoekt in haar handtas naar een pakje kauwgum. ‘Dat weet ik wel. Maar ik ben nu eind dertig. Zolang ze nog steeds naar mij fluiten, beschouw ik dat dus als een compliment!’

Zwaaien

‘Fijn weekeinde’, msn-de een collega vrijdag, ‘In gedachten zwaai ik naar je!’ Ik zwaai natuurlijk terug. Mijn oma zei altijd al: ‘Wie goed doet, goed ontmoet’. En hoe waar dat is, dat merk je als je naar iemand zwaait. Het werkt zelfs met weergoden. Ik heb uitbundig naar hen gezwaaid de afgelopen week in de hoop dat ze vandaag een mooie dag zouden geven. Als ik wakker word, zie ik dat het heeft geholpen. Om 10 uur haken we de Flopmobiel achter de fiets, met een tocht van 50 km op de planning. ‘Wat wonen we toch in een prachtig gebied’, denk ik als we langs weilanden en door bossen fietsen. Ik zwaai naar een boer, die tegen zijn pet tikt. Als we op het viaduct over een snelweg rijden, blijf ik in het midden staan om te zwaaien. Een auto met caravan knippert met zijn lichten. Rond lunchtijd stoppen we bij een eetcafeetje en genieten van een zalige lunch. We zwaaien als we weer vertrekken: ‘Nog een fijne zondag!’ Verder gaat het weer. Langs het spoor zwaai ik naar een trein, die prompt toetert. Manlief dacht altijd dat ze waarschuwden voor gevaar, maar het blijkt gewoon een groet naar een mooie zwaaiende vrouw! Ik begin de kilometers nu toch wel te voelen. En dit is eigenlijk pas de training voor de tocht naar schoonmama, die vlakbij Middelburg woont! Als we om 15 uur weer thuis zijn, voel ik mijn billen behoorlijk. En dan zijn we dus eigenlijk pas op de helft. Nog even wachten, schoonmama. We zijn aan het trainen. Maar het duurt ietsje langer dan gedacht! In de tussentijd zwaai ik vast naar je!

Zwaartekracht

Twee glazen, waarvan een gevuld met versgeperst sinasappelsap. Een doos met oude tijdschriften. De stofzuigerslang. De pan met rundervinken en jus (bijna). De fles toiletverfrisser. Mijn horloge. De bonuspas. Een zakje met ijsbergsla en tuinkruiden. De net schoongewassen handdoeken. Een pak melk. De schroevendraaier. De beugel van de Flopmobiel. Mijn trimschoenen. Mijn portemonnaie. Floppy’s blikje (dicht). Floppy’s medicijnen. Nog een keer Floppy’s blikje (inmiddels open). Floppy’s voerbak. Vandaag had ik een beetje last van de zwaartekracht.

Donderwolken

Als ik druipend de douchedeur open, pak ik naast het stapeltje handdoeken. Althans, mijn hand beweegt in de juiste richting. Maar vindt een lege plek. Verdorie. Bij het maken van de lunchpakketjes schiet ik uit en beleg de boterham met een laagje bloed. Au en verdorie! Ook Floppy kan vanochtend weinig goed doen en buigt zijn kopje onder mijn verwijtende opmerkingen. Terwijl ik besef dat hij niet op commando zijn behoefte kan doen en het soms gewoon wat langer duurt. Verdikkeme. Ik verheug me op mijn nieuwe blouse. Maar op het moment dat ik dan eindelijk de deur uit wil stappen, aan de late kant, zie ik dat een manchet niet langer krakend wit is. Verdorie. Ik zag het al aankomen. Was niet echt verrast. Maar blijkbaar hakt de bevestiging dat mijn functie in het najaar vervalt er harder in dan dat ik dacht.

Ik herinner mij

Mijn beste vriend woonde in een studentenhuis. En ik was daar regelmatig het vijfde wiel in positieve zin. Dus toen de vakantieplannen ter sprake kwamen, werd ik er zonder na te denken ook bij betrokken. Het werd een prachtige reis. Eerst naar Hongarije, waar we bijna twee weken een huisje hadden. Daarna werd alles in mijn Peugeotje 205 gepropt en trokken we via Venetië naar Monaco en door Midden-Frankrijk weer naar huis. We hadden twee tentjes bij ons: een voor de dames en een voor de heer. Op een nacht midden in de bergen schrokken we gelijktijdig wakker. Er liep iets om de tent. Gespannen lagen we te luisteren. Toen viel er een schaduw aan mijn kant. Het was duidelijk het profiel van een grizzleybeer! Dat die al decennia niet meer in Frankrijk voorkwam, interesseerde ons niets. We slaakten een ijselijke gil en de schaduw verdween schielijk. De volgende ochtend was er niets meer te zien. En daar moest ik aan denken toen ik haar ineens de trein in zag stappen. We keken elkaar gelijktijdig aan: ‘Dat is lang geleden, misschien wel 15 jaar!’ Ik stelde haar voor aan manlief: ‘Dit is dat meisje waarmee ik toen in een tentje lag met die grizzleybeer!’ Manlief lachte. Je zult na al die tijd worden voorgesteld met een verwijzing naar net dat ene zwakke moment.

Lachen in de regen

De zon schijnt als ik wakker word. Het is nog lekker vroeg en een fietstocht met de Flopmobiel lonkt. Als we aan het ontbijt zitten, betrekt de hemel en begint het te regenen. We twijfelen tot de koffie. Volgens de buienradar zou het tot half 2 droog moeten blijven. We wagen het erop. Na tien minuten mogen we de regenhoes uitproberen: de eerste druppels vallen alweer. Maar we zetten door: het zal wel een overwaaiend buitje zijn. Na drie kwartier zitten we exact op de grens met Belgie in de zon op een terras aan een welverdiend kopje koffie. Het tafeltje naast ons staat in Nederland. We steken de grens weer over en rijden terug. Onderweg wordt het steeds dreigender, maar de zon schijnt nog steeds als we tussen de weilanden met nieuwsgierige koeien doorfietsen: ‘Wat hebben jullie nou voor raar kalf in dat bakje zitten?’ Als we de stal thuis ruiken, barst de hemel open. Ik schater: ‘Kun je echt niet harder dan dit?’ Niet handig, want natuurlijk kan het harder. Nog veel harder zelfs! Dan staan we druipend in de gang. De Flopmobiel heeft zich fantastisch gedragen. Floppy’s haren zijn droog. We kunnen dus gemakkelijk een echt grote tocht aan. Eerst even wachten tot het weer droog is. En dan vooral dus niet de buienradar raadplegen!

Witte konijnen en groene Gruffalo’s

De hobby van het konijnen tellen tijdens onze treinreis naar het werk begint een hysterische vorm aan te nemen. We zijn het station nog niet uit of er wordt naarstig naar flapoortjes en snuffelende neusjes gespeurd. Soms heb ik geluk en zie ik er al eentje bij de huizen in de randgemeente wegspringen. Andere keren houden ze zich goed verscholen. Het maakt ook uit of je in een intercity rijdt of in een stoptrein. De een maakt aanzienlijk meer lawaai dan de ander. Een paar dagen geleden reden we langs een weiland met paarden. Ineens zag ik een groot wit konijn tussen de omheining zitten. Enthousiast wees ik manlief erop, maar door een paar grote struiken zag hij niets. Sindsdien hebben we discussie. Was het een wit konijn? Of gewoon een kleine pony? Ik zeg het een, hij het ander. En uiteraard heeft het konijn zich sinsdien niet meer vertoond, tot hilariteit van manlief. Of ik zeker weet dat het konijn geen zadel op zijn rug had, vraagt hij sniklachend. En zag ik net ook die groene Gruffalo achter een boom wegschieten? Soms voel ik me net Alice in Wonderland!

Ineens weet je het

Nog een paar minuten, dan loopt de trein het station binnen. Ik heb mijn plaatsje bij het raam verlaten en loop richting de uitgang. Bij de deur staat een conducteur. Ik lach naar hem, ik heb een geldig vervoersbewijs en het is een leuke man om te zien. Achter me schuifelt een oudere dame met een grote tas. Ze houdt zich vast aan de deurstijl. Als ze de conducteur in de gaten krijgt, lacht ook zij naar hem. ‘Meneer’, vraagt ze, ‘Als we zometeen aankomen, mag ik u dan om een gunst vragen. Ik ben wat moeilijk ter been en het trapje is zo hoog. Wilt u me helpen bij het uitstappen?’ De conducteur stelt haar gerust en vraagt of ze over de drempel gedragen wil worden of volstaat met een arm. Een paar minuutjes later helpt hij haar teder en zorgzaam de trein uit. Ineens weet je het. Zij wist het. En ik weet het voor de volgende keer!

Schoolreisje

Op de achterbank van onze auto ligt een grote lap stof. Een kleed om het vuil dat de honden graag met zich meenemen op de vangen. En zo de auto een beetje schoon te houden. Normaalgesproken vinden ze dat prima. Ze hebben wat loopruimte en als ik een keer onverwachts moet remmen, lopen ze geen gevaar door het interieur gelanceerd te worden. Als ik richting station rijd om manlief op te halen, hoor ik iets achter me. Bij het stoplicht moet ik wachten en kijk ik om. De achterbank is leeg, terwijl zojuist Floppy daar nog zat! Het blijkt dat hij langs het portier naast het kleed is gegleden. Hij zit op de grond achter de passagiersstoel. Ik schiet in de lach: het is nu net een schoolreisje! Allemaal onder de banken! Als manlief instapt, trapt hij er dan ook met twee voeten in. ‘Heb je Floppy niet bij je?’ Dan klinkt er geblaf uit de diepte en kijkt Floppy guitig tussen de stoelen door. Je zult toch ruim 120 jaar oud zijn en nog graag verstoppertje willen spelen.