It’s a small world

We zijn net geland in Barcelona als manlief ineens verbaasd opkijkt. ‘Dat was een oud-klasgenote van mij’, zegt hij verbaasd. ‘Die heb ik zeker dertig jaar niet gezien, als het niet langer is. Wat is ze oud geworden!’ We lachen er samen om. Als klasgenote in kwestie hem heeft herkend, heeft ze waarschijnlijk precies hetzelfde gedacht. Maar inmiddels is ze al in het gedrang verdwenen. Een paar dagen later staan we bij de bagageband op Schiphol. Ik zwaai naar de andere kant, waar het gebaar enthousiast wordt herhaald. Manlief kijkt me aan: ‘Ken je haar?’ Ik knik: ‘Een collega van me.’ We pakken de koffers en lopen naar de ‘nothing to declare’. Buiten wordt wederom blij verrast naar ons gezwaaid. Mijn tante staat op mijn neef te wachten, die over een paar minuten landt vanuit Japan. We kletsen even, dan nemen we afscheid. Het laatste stukje van de terugweg wacht op ons. Maar de wereld is duidelijk een heel stuk kleiner dan je op het eerste gezicht denkt!

Ramblas

Eigenlijk zouden we vandaag de highlights van Barcelona nog een keer met een hop on-hop off-bus bekijken. En dan bij Casa Mila even eruit. Maar er stond een gigantische wachtrij bij de instapplaats van de toeristenbus. Zo een waar menig artiest jaloers op zou zijn. Dus gingen we te voet. Lekker op het gemak in de zon, tegelijkertijd Barcelonese sfeer opsnuiven. De wachttijd bij Casa Mila was schappelijk, een klein half uurtje. We genoten vooral op het dak van de vele schoorstenen en het fantastische weer. Toen liepen we via de Sagrade Famillia naar het Hospital San Pau om daar in de schaduw van de bomen onze lunch te gebruiken. Met de metro togen we naar het aquarium, waar we onder levende haaien doorliepen (als dat maar goed gaat vannacht in mijn dromen). We sloten de dag af met een sangria en bier bij onze inmiddels vertrouwde ober, die ook ons herkende (is dat een goed of een slecht teken?) En werden vermaakt door een clown die de Ramblas-gangers na deed. Barcelona. Morgen vliegen we om half 4 weer terug naar Nederland. Maar je hebt je woord gehouden en ons wederom zoals altijd een paar meer dan heerlijke dagen gegeven. We zullen je missen. Adios! Besame mucho!

Funicular

Mijn moeder wil graag naar de Montjuic. En dan met de kabelbaan omhoog. Van alle keren dat ik in Barcelona was (een keer of vijf) ben ook ik daar nog niet eerder geweest. Laat staan manlief of schoonmama. Dus we bepalen de route vanaf het hotel. Lekker wandelen via de Ramblas door de wijk erachter. Als we volgens de kaart op het punt van bestemming, de funicular, zijn aangekomen, zien we allerlei moois. Maar geen kabelbaan. Ik vraag het in mijn beste Spaans aan de bestuurder van een vuilniswagen. Hij heeft echter geen idee: “Niet hier in de buurt volgens mij”. Een serveerster verwijst me wat aarzelend naar de metro. Maar dat bedoelen we niet. We willen met de kabelbaan omhoog! Dan zien we een bordje naast de metro met een dikke pijl omlaag: funicular Montjuic. Enigszins argwanend dalen we de trappen af. Ook een medewerkster van de metro beaamt het: “funicular is that way!” Als we in de aangewezen richting lopen, zien we een treintje, dat ondergronds aan een kabel de berg op wordt getrokken. Funny hoor, zo’n funicular! Gelukkig was er halverwege de berg wel een overstapmogelijkheid op een echte kabelbaan!

Een zonovergoten dag

We staan op een zeer schappelijke tijd op. Ik kan hier verwijzen naar de leeftijd van de moeders, maar dat zou niet eerlijk zijn. Ook wij hebben het klokje rond geslapen in dit geweldige hotel Banys Orientals (bedankt, Jolanda!!). We maken een planning voor de eerste dag. Het is weekeinde, dus druk. We verschuiven een paar bezienswaardigheden vooruit en besluiten naar Parc Guell en de Sagrada Famillia te gaan. De zon schijnt aan een door een paar schapenwolkjes bezette hemel. Al gauw puffen we het uit in onze ‘winter t-shirts’. De eerste de beste souvenirwinkel moet eraan geloven. Het daar aangeschafte zomer t-shirt met korte mouwtjes bevalt stukken beter bij een graad of 23. In Parc Guell genieten we van mijn schoonmoeders indrukken: zo prachtig allemaal. En de door mij zo geliefde papagaaien vliegen weer vrolijk kwetterend van boom tot boom. Voor de Sagrada Famillia staat een lange rij wachtenden, maar wij hoeven er niet in. We hebben teveel gelopen om nog 344 traptredes aan te kunnen en volstaan met een rondje om de kerk. Dan slenteren we naar de Ramblas, waar het op zaterdagavond een drukte van belang is. Manlief spot vier zakkenrollers, maar we zijn erop bedacht. Ditmaal valt er voor hen aan ons geen eer te behalen. Na een wijnglas Sangria (waar minstens een halve fles in past) strijken we neer op Plaza Reial en genieten van een zalig avondmaal tussen de oorspronkelijke fundamenten van een klooster. De obers hebben lol om ons plezier. Dan is het alweer tijd om het hotel op te zoeken, geen Spaanse nachtbrakerij voor ons. Morgen wacht namelijk alweer een dag vol Barcelona!

Hola Barcelona

Het weekeinde waarin de wintertijd ingaat, wordt inmiddels traditioneel het moedersweekeinde gepland. Manlief en ik gaan dan samen met onze moeders een paar dagen naar een grote stad. Ditmaal is Barcelona aan de beurt. Voor ons al bekend, maar de eerste keer voor mijn schoonmoeder. Ze kijkt tijdens de taxirit naar het hotel haar ogen uit. Montjuic, de Sagrade Familia en het standbeeld van Columbus glijden aan de auto voorbij. De temperatuur is zalig, ruim twintig graden. Als we aan een sangria zitten op de Ramblas, vertel ik over dat ene restaurant met die zalige paella. We aten daar een jaar of vijf geleden en ik weet alleen nog dat het aan het water lag, naast een reusachtige stalen walvis. En je kon zowel op de begane vloer als op de eerste etage eten. We lopen bij de haven naar links en volgen de kustlijn. Verder en verder. Telkens denken we “daar!” maar even zovele keren blijkt het een ander restaurant te zijn. We zien surfers die wachten op de perfecte golf. Maar het bekende gebouw laat op zich wachten. Net als ik op wil geven, wijst manlief naar een paar honderd meter: de walvis! Als we er vlakbij zijn, zie ik het restaurant. Het heet Moncho’s en hun paella is net zo lekker als vorig keer. Bij het afsluitende kopje koffie kijken we elkaar aan: het was de wandeling meer dan waard!

Chatten

‘Ik weet dat het een domme vraag is …’ Ze klinkt onzeker. ‘Maar wat deed je nou net? En wat moet ik nu doen?’ Een collega is door mij ongewild in een chatsessie beland. Ik lach. Niet uit, maar blij dat ik niet de enige ben die soms het gevoel heeft dat alles tegenwoordig zo snel gaat. Enthousiast geef ik haar een rondleiding in de wereld die chat heet. Als ik verder ga met mijn werkzaamheden, zie ik in gedachten hoe ze vanavond haar man begroet. ‘Ik heb gechat!!’ Man rolt waarschijnlijk met zijn ogen. Dat kunnen mannen namelijk heel goed. Ze belt vervolgens haar moeder: ‘Ik heb gechat!’ Moeder knikt wijs. Dat kunnen moeders namelijk heel goed. Later vertelt ze het aan haar kleinzoon. ‘Ik weet het nog heel goed, op 22 oktober 2008 heeft oma voor het eerst gechat!’ De kleinzoon gaat ongeïnteresseerd verder met waar hij mee bezig was. Dat kunnen kinderen namelijk heel goed. En ik hoor je nu denken: ‘Je slaat nu wel een beetje door!!’ Maar ja, dat kan ik namelijk heel goed!

Typisch

Manlief had een zakendiner gisteren-avond. Normaalgesproken ben ik degene met een regelmatig uithuizige agenda. Maar ditmaal had ik dus zelf het rijk alleen thuis. En na een drukke avond met in pyama eten op de bank voor de televisie val ik in slaap voor hij thuis is. Tegen middernacht maakt hij me wakker en praten we nog even over de afgelopen dag. Daardoor is wel mijn hele slaapritme aan gort. Vanochtend word ik dus met moeite wakker. En loop half slapend van het station naar kantoor. Pas na een heleboel capuccinno’s lukt het me om geconcentreerd aan de slag te gaan. Maar als een collega zegt: ‘Heb je het al gehoord?’ heeft ze gelijk de aandacht van de hele groep. Met z’n allen roddelen en lachen we een paar minuten, totdat de telefoon weer rinkelt. Het scheelt wel: even ontspannen en je kunt er weer tegen. Tijdens de lunch vervolgen we het gesprek. En valt wederom het verschil in mannelijke en vrouwelijke collega’s op. Ook qua eetlust: waar mijn vrouwelijke collega en ik keurig aan een boterham en een eierkoek knabbelen, werkt een mannelijke collega een kop soep, zes boterhammen en een kroket met mayo weg. Ik moet er niet aan denken! Opgewekt en fris ga ik weer aan het werk. Terug in de trein naar huis lees ik dit nieuwsbericht. Zelden heb ik me zo Nederlands gevoeld!

Burgerlijk ongehoorzaam

Onze straat is nu bijna klaar. De riolering is vernieuwd. De funderingen zijn gelegd. Bekabeling is gecontroleerd. Het is nu een kwestie van stoeptegels en straat-aankleding. Ze lopen wel ietwat achter op schema. Waarschijnlijk de reden dat het vanochtend om kwart over zes al een drukte van belang is. Als ik aan kom lopen met Floppy, is de weg plotseling versperd door een groot hek en een grimmig uitziende bouwvakmeneer. ‘Tot hier en niet verder, mevrouw, voor uw eigen veiligheid!’ Ik leg uit dat ik een bewoonster ben. Dat ik even de hond heb uitgelaten. En nu mijn spullen wil pakken om naar het werk te gaan. ‘Helaas, mevrouw, er mag niemand meer in of uit!’ Ik schiet onwillekeurig in de lach. Manlief is nog binnen, ruimt de ontbijtboel op. Bovendien hebben we geen gemeenteaankondiging gezien dat we vóór zes uur het pand hadden moeten verlaten. Maar de bouwvakmeneer is onvermurwbaar. Ik haal mijn schouders op en loop met ware doodsverachting langs hem heen. Hij roept me na: ‘Dan moet u het zelf maar weten, hoor! Eigen verantwoordelijkheid!’ De onveiligheid valt wel mee, een eind verderop is een heftruck bezig de stoeptegels te verspreiden. Ik kan zonder iemand te hinderen naar onze voordeur lopen. Soms moet je gewoon burgerlijk ongehoorzaam zijn.

West Wing

‘Ik weet niet zeker of je het leuk vindt, maar het lijkt me in elk geval interessant!’ Ik hoor het manlief nog zeggen, terwijl hij met een doos dvd’s in zijn handen stond. West Wing, een televisieserie met onder andere Martin Sheen en Rob Lowe. Ik had niet zoveel met Amerika. Ook toen we een aantal jaren geleden Washington bezochten, vond ik het grappig om het Witte Huis en het Capitool ‘in het echt’ te zien. Maar ik was zeker zo onder de indruk van het eekhoorntje op het grasveld ervoor. Niettemin kochten we de dvd’s en begonnen te kijken. Gaandeweg verdiepte ik me automatisch in het rechtsysteem. En ging mee in de emoties achter moeilijke beslissingen. Af en toe leek het zelfs merkwaardig om Bush op televisie te zien in plaats van Jed Bartlet. We zijn nu zeven series verder. Morgen gaat de laatste dvd met bonustracks in de speler. Ik heb genoten van elke aflevering. En vooral ook veel geleerd over het machtigste land van de wereld. Ik kan het iedereen dan ook van harte aanraden. Wat je ook van Amerika vindt.

Talentvol

Afgelopen zomer viel een geboortekaartje in de bus: een vriendin had een dochtertje gekregen. Of zoals ze het zelf gekscherend noemde: ‘Een puppie erbij!’ Ze hebben namelijk al drie honden waar ze stapelgek op zijn. Het verbaasde me dan ook niet echt, dat het kaartje een tekening van die drie honden was. Maar wat voor tekening! Een perfect lijkende, prachtige weergave waarbij de dieren naar een wiegje kijken. Ik vond het zo mooi dat ik haar naar de naam van de tekenares vroeg. Zo wilde ik Floppy ook wel vastgelegd hebben. Het contact was snel gelegd en vol verwachting keken we uit naar haar eerste concept. Toen dat arriveerde, waren we sprakeloos. Het leek niet op Floppy, het wás Floppy. Slechts een haar hier en daar hoefde te worden aangepast. Inmiddels ligt de tekening klaar om te worden ingelijst. Ik kijk er elke avond even naar, zo mooi. Ze is er zelf ook tevreden over en heeft Floppy zelfs vereeuwigd op haar site. Wat moet het heerlijk zijn om zo’n bewonderingswaardig talent te hebben!