Is this it?

Toen Freddy Mercury stierf en mijn vriendin er stuk van was, begreep ik het niet helemaal. Hoe emotioneel verbonden je je ook voelt met je superheld, hij of zij blijft normaalgesproken op behoorlijke afstand. Leuk om over te zwijmelen, daarna weer gewoon doen. Nu, na het overlijden van Michael Jackson, snap ik ineens hoe ze zich toen voelde. Het overlijden van mijn vroegere idool raakt me. Ik functioneer redelijk normaal (geloof ik). Maar ik verzamel elk snippertje informatie. Val midden in een zin stil als er iets op het journaal over hem wordt verteld. Sommige mededelingen zijn te gek voor woorden. Net als altijd. Andere zijn niet prettig om te horen. Alsof het over een van je beste vrienden gaat. Die ene, met dat grote talent. Maar die ook een beetje boel wereldvreemd is. Soms roep ik mezelf streng tot de orde. Michael Jackson maakt geen deel (meer) uit van mijn leven. Dus snel ophouden met die flauwekul! En toch. Ik zit bovenop het nieuws. Haal plakboeken en albums weer boven tafel. Draai zijn muziek en zing elk woord mee. Net als vroeger, maar nu met wat grijze haren hier en daar. Straks toch eens aan manlief vragen of de vakantieroute volgend jaar in de buurt van Neverland komt.

Plukdag 2009

Al sinds jaar en dag wordt medio juni het fruit in de tuin van mijn schoonouders geoogst. Ze wonen in de Betuwe. Dat betekent op je knieën tussen de aardbeienplanten (14 lange rijen) en op je hurken tussen de bessenstruiken (25 meter). Op je billen kilo’s en kilo’s bessen rissen (volgens kenners dus niet ritsen) waarbij geen kleine groene steeltjes achter mogen blijven. Dat bederft de smaak. In de tropisch aanvoelende keuken liters jam maken van al het fruit. Voor verfrissingen zorgen. Op kinderen letten. En tot slot voor de hele ploeg een barbeque tot een goed en voldaan einde brengen. We zijn met velen en al die handen maken licht werk. Als iemand ineens die reclame van die garnalenpelsters voor zijn of haar netvlies ziet zweven, spreken anderen hem of haar bemoedigend toe. Als een van de heren meent dat sommige activiteiten echt in het vrouwelijke takenpakket thuishoren, wordt hij opvoedkundig correct gecorrigeerd. En als we dan eindelijk weer in de auto naar huis zitten, met twee uitgebluste honden, een paar zakken ongeriste bessen, potten verse jam en plezierige herinneringen in ons hoofd, verzucht ik tegen manlief: ‘Je krijgt wel waar voor je spierpijn!’

Thriller

Op straat ligt een stukje bont. Op zich al vreemd. Maar nog gekker is: het beweegt! Het blijkt een vleermuis te zijn. En helemaal lekker voelt hij zich duidelijk niet. Met enige moeite weet ik hem in een doosje te krijgen. Want een verblijf op de stoep van een drukke straat lijkt me persoonlijk geen handige zet. Thuis vind ik met hulp van een enthousiaste collega een site: vleermuis gevonden. En een telefoonnummer. Een aardige meneer belooft dat hij ’s middags komt kijken. Tot dat moment hou ik een oogje op onze vriend. De doos bevalt hem eigenlijk prima. Hij scharrelt wat rond, drinkt een beetje en laat een indrukwekkende rij vlijmscherpe tanden zien als de fotocamera te dichtbij komt. Om half 4 gaat de deurbel. De man pakt de vleermuis stevig maar teder op. In een paar minuten tijd weten we dat het om een mannetje gaat, een van de meest veelvoorkomende soorten in Nederland en dat hij ruim een jaar oud is. Een kat heeft hem te pakken gekregen, want in zijn vleugels zitten twee gaatjes. Maar hij stelt ons gelijk gerust: het komt helemaal goed. Nadat we bij de buurman annex dierenwinkel wat meelwormen hebben gekocht, vertrekken de heren. ’s Avonds vertel ik het hele verhaal tegen manlief. En toon hem de foto’s. ‘Heb je een naam voor hem bedacht’, informeert manlief? ‘Anders zou ik ‘m Thriller noemen!’ Dus als je binnenkort een vleermuis ziet vliegen, doe hem dan vooral mijn groeten. Het zou zomaar Thriller kunnen zijn.

Waar was jij?

Als ik in de auto stap om ‘m van zijn slaapplaats tot voor de deur te rijden, hoor ik ‘ Man in the Mirror’ van Michael Jackson. Ik neurie het liedje mee tijdens de korte rit. Als we tien minuten later weer in de auto stappen, hoor ik Billy Jean. ‘He, wat gek!’, zeg ik tegen manlief. ‘Net was er ook al een nummer van hem op de radio!’ Manlief kijkt op: ‘Da’s waar, hij ligt in het ziekenhuis! De laatste berichten waren niet goed toen ik ging slapen.’ Snel pakt hij zijn iPhone en bevestigt een paar seconden later dat Michael Jackson inderdaad is overleden. Ik ben er stil van. We luisteren naar de radio, waar op alle zenders eerbetoon na eerbetoon te horen is. Zoals gebruikelijk melden zich ineens allerlei echte en wannabe-vrienden. Edwin Evers zegt dat dit typisch zo’n dag is die de geschiedenis in zal gaan als ‘Waar was jij toen je hoorde dat Michael Jackson een hartstilstand had gekregen?’ Ik zet manlief af bij het station en rijd terug naar huis. Als ik mijn pc aanzet, glijdt een traan langs mijn wang. Hij was geen vriend van mij. Maar toch ben ik verdrietig. Mijn jeugdidool is overleden.

Familietrekje

Johannet zei het al: ‘Wacht maar af, je zult nog iets van jezelf terugvinden in Caitlynn!’ Maar tot nu toe zag ik alleen familietrekjes van mijn vader en mijn broer. Niet van mijn schoonzusje. Niet van de ouders van mijn schoonzusje of haar broer. Niet van mijn moeder. En ook niets van mezelf. Nu maakt het me op zich niet zoveel uit, hoor. Het is een prachtig poppedeintje, helemaal zichzelf. Ik fiets er bijna elke dag even naartoe om te kijken of ze al is gegroeid. Tegen de tijd dat ze haar brommerexamen heeft, zal het wel minderen, denk ik. En anders gooien de ouders me vanzelf wel een keer buiten. Vanmiddag had ik haar in mijn armen en praatte wat tegen haar. Ze lag me met grote ogen aan te kijken. Toen streelde ik heel zachtjes tussen haar mini-wenkbrauwtjes. Haar ogen vielen gelijk dicht! Verbaasd keek ik op. Dat doe ik ook!! Als manlief me ’s avonds welterusten zegt en de gestresste frons tussen mijn wenkbrauwen weg streelt, val ik prompt in slaap. Gespannen wachtte ik tot haar ogen weer open gingen. En herhaalde de actie. Weer sloot ze gelijk haar ogen. Verheugd fietste ik even later naar huis. Ze lijkt toch op mij. Een klein beetje. Nu alleen nog ‘tante’ leren zeggen.

Flinstering

Het toeval wil dat ik dit weekeinde ook de andere Toptent in de planning had staan. Mijn schoonmoeder was 60 jaar geworden en we wilden haar graag verrassen met een speciaal etentje. Dus reserveerden we bij Flinstering, de toptent van vorig jaar. We kregen de mooiste tafel van het hele pand: op de eerste verdieping bij het raam met uitzicht over de Grote Markt in Breda. Het huisaperitief alleen al was een feestje: Prosecco met honing en rozemarijn. De menukaart bood een kleine selectie keuzes, maar bleef niettemin erg lastig. En de omschrijving bereidde ons ook niet voldoende voor op al het lekkers dat op tafel kwam. Het was zàlig. De bediening was prima en er zat voldoende tijd tussen de gangen om aandacht aan elkaar te besteden zonder met volle mond te praten. Want tijdens het eten waren we stil: we genoten! Bij het afscheid was een ding echt overduidelijk: hier komen we terug! Wordt lastig wennen de komende week zonder toptent in het vooruitschiet.

Hokjesgeest

Een à tweemaal per jaar gaan mijn vriendin en ik shoppen. We beginnen met een lunch, en spreken de lijstje en planning door. Daarna lopen we van winkel naar winkel. Af en toe wordt er in rekken gesnuffeld en een keuze gemaakt. Als ik uit het pashokje komt, kijkt mijn vriendin even bedenkelijk. ‘Het is wel weer een ruit, maar de kleur staat prima!’ Niet begrijpend kijk ik haar aan: hoezo ‘weer’?! We rekenen af en duiken een brasserie in: hoog tijd voor thee! Tegen sluitingstijd nemen we afscheid. Het was weer gezellig. En de achterbank staat vol tasjes! Op de terugweg rijd ik nog snel even langs Caitlynn. Mijn schoonzusje duikt gelijk in het resultaat van een middag winkelen. ‘Leuk, die ruitjesblouse. Je hebt wel vaker zoiets aan, maar het staat je goed! Eenmaal thuis show ik mijn nieuwe aanwinsten aan manlief. Hij knipoogt en zegt: ‘Ik vind je mooi met al die ruitjes! Diep in gedachten hang ik even later de truitjes en blouses in mijn kledingkast. Ik ben me van niks bewust. Maar blijkbaar is mijn hokjesgeest verder ontwikkeld dan ik dacht!