Respect!

Het is vier uur ’s middags als de ouders voor onze deur staan, ontspannen en opgewekt. Ze hebben een paar heerlijke dagen gehad en tot de laatste seconde genoten. Nu komen ze hun kroost weer ophalen. Met een kopje thee erbij wisselen we verhalen uit. De blauwe kerstboom in Brussel versus de chocolade in de schoen die toch heus echt van tante afkomstig was, hoor! Wat we ook beweerden! Als de deur uiteindelijk achter het gezinnetje dicht valt, kijken we elkaar met plakzoenen op beide wangen even aan. En besluiten onze handen maar gelijk te laten wapperen. Een uurtje later is het huis weer ‘van ons’ en staat de box gedemonteerd en afgesopt in de hal. Terwijl ik met het eten bezig ben in de keuken, merk ik dat ik onbewust een oor op de huiskamer gericht houd. O nee, dat is niet meer nodig. En als ik Floppy even buiten zet, hoef ik het traphekje ook niet meer zorgvuldig achter me dicht te doen. In de slaapkamer hangt nog een vage babygeur. Ik zucht. En pak de telefoon. Zwager moet lachen als ik mijn vrees uit een empty nest-syndroom te hebben. En zegt: ‘Ik wil eigenlijk voetbal kijken. Maar die dvd van Nijntje moet aan van de oudste. Dus zal ik ‘m even wat harder zetten, zodat je dat deuntje voor de 381ste keer kunt horen? Dan is het z� over!’ We lachen en verbreken de verbinding. ’t Was anders. ’t Was vermoeiend. Maar ’t was ook gezellig. En het laatste leermoment: voor een weekeindje was het prima te doen. Maar je zult dit zo elke dag ’s ochtends vroeg net voor je werk allemaal op je bord krijgen. Wellicht zelfs als alleenstaande moeder! Of een vader met een hobby of een sociaal leven! Ouders verdienen respect, huizenhoog! En tantes Fee: ook jullie verwenden ons vroeger altijd heel relaxt tijdens talloze logeerpartijtjes. Alsnog een diepe welgemeende buiging!

Uitgang

Mijn oma zei het vroeger al: ‘Prijs de dag niet voor het avond is!’ We hadden beter moeten weten toen we gisterenavond op de bank constateerden dat het allemaal toch eigenlijk best meeviel. De kinderen waren pas om 8 uur wakker. Hadden goed gegeten. En waren over het algemeen vrolijk en opgewekt. Ik had zelfs een paar bladzijdes kunnen lezen tussendoor. Ach, die paar poepluiers, die ben je toch zo vergeten. Maar vanochtend was het appel om 7 uur. En net toen de jongste frisgewassen en voorzien van een schone luier in de box zat na te genieten van haar ontbijt, begon de oudste heel verdrietig te huilen. Ze had overgegeven, het hele bed zat onder. En toen die weer helemaal schoon was, u raadt het al, vond de jongste dat een verdraaid goed voorbeeld dat zeker gevolgd moest worden. En bleef het maar bij die ene keer. Nu is het 11 uur, de wasmachine kan de rest van de dag vooruit, de badkamer heeft straks een grote beurt nodig en ik loop monter op mijn tandvlees. Maar ben weer een leermoment wijzer: kinderen hebben niet alleen een voor- en een achteruitgang. Maar ook een boven- en een onderkant. Zegt het voort!

Poep

Er staat een hele grote bos bloemen voor de deur, met twee voetjes eronder. Erachter ontwaar ik nog net de bijbehorende ouders en zusje. Ze zijn er. In notime is het huis overgenomen en schalt kindergelach door de kamers. Als de ouders zachtjes verdwijnen, wordt er nog steeds druk gespeeld. Uiteindelijk vallen zij (en wij) moe in slaap. De volgende ochtend. Ik word wakker van vrolijk gebrabbel en vis een blij minimensje uit het ledikantje. Oef, waarschijnlijk blij dat ze ’t een en ander kwijt is! Weer eens iets heel anders op de nuchtere maag: een volle poepluier. Als ze schoon en fris in de box ligt en zusje met de Nijntje-lego speelt, duik ik snel onder de douche. Net voor het ontbijt zie ik echter dat de jongste een vreemde natte plek onder haar oksel heeft. Transpiratie, zo jong? Nader onderzoek leert dat de schone luier de vorige achterna kan: nooit geweten dat poep zo hoog kan komen uit een hermetisch afgesloten luier! Haar zus besluit ook van zich te laten horen. Of liever gezegd: ruiken. Gelukkig hebben de ouders genoeg luierdoekjes meegegeven. Maar in mijn haast vergeet ik een handdoek onder het meisje te leggen. Met poep aan de dekbedhoes als resultaat. Leermoment van vandaag: er zit veel, heel veel poep in twee kleine meisjes!

Nichtjes

Vandaag komen twee nichtjes van manlief logeren. Negen maanden en twee-en-een-half jaar oud. De ouders gaan lekker samen een weekeindje weg. En wij zorgen ervoor dat hun dierbare kroost straks in dezelfde hoedanigheid weer wordt overhandigd. Maar aangezien manlief en ik alleen een hoogbejaard hondje hebben om over te waken, is ons huis niet echt kindvriendelijk ingericht. Dus zijn we de laatste twee weken aan het reorganiseren geslagen. Er is een traphekje gemonteerd (waterpas!) De inhoud van het gootsteenkastje is verhuisd. En kleinere accessoires staan veilig achter slot en grendel. Er bleef één probleempje over: speelgoed. Ik vertelde dit tegen een collega. En van het een kwam het ander. Er staan nu drie zakken met speelgoed voor de nichtjes klaar. Een collega heeft hun box uitgeleend. Een ander kwam met een wipstoeltje aan. En weer een ander had nog een grote houten Mickey Mouse staan als versiering van de logeerkamer. Zo lief, zo hartwarmend, al die hulp. Ik zie het logeerpartijtje dus met vertrouwen tegemoet. Het wordt vast heel leuk. En gezellig. En vermoeidend! Jullie horen zondagavond wel hoe het was.

Zoen- of slachtoffer

Onze buurt wordt bij tijd en wijle geterroriseerd door een kat. Een grote rode sluwe kater die over de straat paradeert alsof het allemaal van hem is. Hij is ook een charmeur, want bij bijna elk eetcafeetje of snackbar krijgt hij wel wat toegeschoven. Hij heeft inmiddels zijn zinnen ook gezet op de supermarkt, maar tot dusverre houdt die manmoedig stand. En dus zit hij in de ruimte tussen de twee sluisdeuren en wacht zijn kans af. Als manlief net doet of hij met het winkelwagentje over hem heen wil rijden, verroert hij nog geen snorhaar. En het is manlief die uiteindelijk afdruipt. Op zich heb ik echt niets tegen katten. Maar deze heeft Floppy een keer aangevallen, terwijl die nietsvermoedend aan een boom stond te snuffelen. Sindsdien loopt ook hij ‘toch liever aan de overkant van de straat’. Kortom, een echte terrorist dus. Maar vanochtend twijfelde ik toch even. Als ik Floppy wil uitlaten en de deur open doe, staat hij voor me op de stoep. In zijn bek een nog naspartelende merel. Hij kijkt me aan terwijl hij een pootje in zijn bek verschuift. Dan lijkt hij zich te bedenken en loopt weg, de duisternis in. Was dit nou een zoenoffer? Of ben ik gewoon op het verkeerde moment op de verkeerde plek? Een ding is zeker: volgens de merel is hij toch echt het zoveelste slachtoffer.

Grip op griep

We zitten in Keulen aan het ontbijt als ik ineens flink moet niezen! Ik red het nog net naar mijn elleboog. Manlief kijkt me bevreemd aan: ‘Wat doe jij nou? Nu is je hele mouw vies!’ Ik schiet in de lach, zo erg is het gelukkig nog niet. Maar op mijn werk zijn ze behoorlijk preventief bezig met een anti-griepactie. Bij de koffieautomaten liggen hygiënische doekjes om de boel schoon te houden. Overal hangen briefjes met de tip om je handen regelmatig te wassen. En dus het advies om in je mouw te niezen en in een tissue te snuiten. Alles ter voorkoming van een epidemie. En in dit geval geldt letterlijk: waar je mee omgaat, word je mee besmet. Ik denk er niet eens meer bij na en volg trouw de richtlijnen. Maar voor manlief is het nieuw. Hij schudt zijn hoofd en vraagt zich hardop af of dit nou wel zo’n logische actie is. Een paar uur later. We zijn in de Dom en vergapen ons aan de pracht en praal. Wat een majestueus gebouw! Je komt gewoon ogen tekort. Als we uiteindelijk weer naar de uitgang lopen, sla ik zonder nadenken met wijwater een kruisje. Naast me proest manlief het uit. ‘Je hebt helemaal gelijk, hoor. Vooral in je mouw niezen en zo om niet ziek te worden. Maar ik vraag me af hoeveel bacteriën je nu aan je vingers hebt hangen!’

Zo jong als je je voelt

ijn moeder kan niet uit haar ogen kijken van de hoofdpijn. ‘Kom voor de zekerheid toch maar even langs,’ zegt de dokter. En dus neem ik een uurtje vrij en breng haar naar de praktijk. Hij onderzoekt haar grondig maar constateert ‘gelukkig’ alleen een zware migraine. Hij geeft andere medicijnen mee, wat zwaarder dan de pillen die ze normaal gesproken slikt bij een aanval. ‘Haal ze maar gelijk op bij de apotheek’, adviseert hij mij. ‘Hoe eerder ze ze inneemt, des te beter.’ Hij informeert nog even naar de gezondheid van manlief en knipoogt: ‘Niet te streng zijn voor hem, hoor. Gezond eten en bewegen is goed voor hem. Maar het moet ook wel leuk blijven.’ Ik lach terug en beloof hem de boodschap over te brengen. Als mijn moeder weer in haar bed ligt, haast ik me naar de apotheek. De juffrouw achter de balie typt de geboortedatum in en klikt vervolgens op de naam. Ze kijkt even naar de medische geschiedenis van mijn moeder. Dan werpt ze een blik op het recept. ‘Heeft u deze medicijnen al vaker gebruikt?’ Verbaasd kijk ik haar aan. En zeg dan snel: ‘Het is voor mijn moeder.’ Het meisje verschiet van kleur, mompelt iets en duikt weg om de bewuste medicijnen te pakken. Kijk, mijn moeder ziet er met haar 67 jaren nog hartstikke goed uit. Je geeft haar echt haar leeftijd niet. En het zijn drukke, hectische en emotioneel beladen weken geweest voor mij. Maar geloof je mij nou echt als ik zeg dat ik in 1942 geboren ben?

Arm en rijk

Zomaar het einde van een werkdag. Ik zie op de stationsklok dat de trein elk moment kan gaan vertrekken en sprint het perron op. Gelukkig, hij staat er nog. Het fluitje klinkt als ik afzet. De deuren gaan dicht en veel sneller dan ik dacht. Red ik het wel of red ik niet? Ook de deur twijfelt: ik zit klem. Iemand binnen trekt aan mijn arm. Iemand achter me trekt aan mijn been. Uiteindelijk val ik terug op het perron. De conducteur kijkt het een eindje verderop lachend (!!) aan: ‘Volgende keer beter!’ roept hij me na, terwijl ook zijn deuren sluiten en de trein zich in beweging zet. Mij met een pijnlijke enkel en een illusie armer achterlatend.

Het einde van een andere werkdag, een paar weken later. De secondewijzer op de stationsklok tikt onverbiddelijk verder: tijd om te vertrekken! Ik hol het perron op. ‘Wacht op mij, alsjeblieft!’, roep ik naar de conducteur die op het punt staat te fluiten. Hij lacht en wenkt: ‘Kom maar gauw!’ Als ik in de trein sta, nog nahijgend, kijkt hij nog een keer of iedereen binnen is en sluit dan de deuren. Hij draait zich om naar mij: ‘Jij bent echt een gelukskind, weet je dat? Ik wens je nog een fijne dag toe!’ Terwijl hij wegloopt, fluit hij een vrolijk deuntje. Een tevreden klant rijker.

Begrafenisstoet

En weer neem ik vrij van mijn werk voor een uitvaart. Ditmaal is mijn oudoom degene die het tijdelijke met het eeuwige heeft verruild. Als ik in de kerk om me heen kijk, in afwachting van de kist, kan ik een klein glimlachje niet onderdrukken. Met sommige van mijn achterneven en dito nichten heb ik de afgelopen jaren contact gehad, al dan niet digitaal. Anderen heb ik al heel lang niet gezien. Maar ik ken ze nog allemaal. En wat zijn ze (lees: wij) oud geworden. Hier en daar kruisen onze ogen elkaar en zie ik een verraste en blije blik. Na de dienst sms ik toch een beetje verdrietig naar manlief: ‘Rij ik weer in een begrafenisstoet over de A2. Moet hier geen gewoonte van maken!’ Even later hoor ik een piepje. Hij antwoordt met een scheef lachje: ‘Je oudoom is 91 jaar geworden. Hij heeft een goed leven gehad. En hij zal worden gemist. Maar je moet niet sms-sen in de auto. Anders rij jij straks voorop!!’

Thumbs up!

We kennen we elkaar nu tien jaar. Volgden ooit samen met zes anderen een opleiding Managementassistente. En nu, na al die jaren, zien en spreken we elkaar nog steeds regelmatig. Toch wel uniek. En omdat we het jubileum niet aan ons konden en wilden laten voorbijgaan, planden we een bezoek aan de sauna inclusief overnachting. We hadden niet de illusie dat we dan helemaal bijgepraat zouden zijn. Maar een poging daartoe was het wel waard. En zo togen we gisteren naar Schiedam. Ik had al goede ervaringen met Thermen Holiday, maar het was een nieuwe locatie voor de rest. Tijdens de duomassage vroeg de masseur die mijn vriendin onder behandeling had naar de oorzaak van mijn pijnlijke duim. Ik vertelde hem van de keuze tussen treinwand en jongen een paar dagen eerder. Nadat hij zijn idee daarover had geuit (‘Nou, ik had die gozer geplet!!’), vroeg hij of hij mijn hand mocht zien. Hij was vroeger professioneel skater geweest en wist wel ’t een en ander van kneuzingen. Ik was wat terughoudend, want na twee redelijk slapeloze nachten door de pijn geef je je hand niet zo snel weg. Hij zag het euvel echter gelijk. En testte het door op een punt in mijn schouder te duwen. Zolang hij die plek vasthield, waren de klachten weg. Alsof dat nog niet wonderbaarlijk genoeg was, wist hij ook een blijvende oplossing. Als ik hem vertrouwde. Na mijn aarzelende toezegging, pakte hij de duim en gaf een snukje aan het vingerkootje. Raar maar echt waar: ik kon mijn duim weer bewegen zonder pijn! Sprakeloos en bijzonder dankbaar keek ik hem aan: ‘Hoe doe je dat nou?!’ Hij haalde zijn schouders op en knipoogde. Nu, een dag later, is mijn duim een beetje stijf. En ik kan er nog geen druk op uitoefenen. Verder gaat het prima! Bedankt, Jack! Ik was al het een en ander bij jullie gewend. Maar deze klantgerichtheid slaat echt alles!