Terug naar normaal

 

Vanaf februari hebben we elk weekeinde steeds langere afstanden afgelegd. Trainen voor de 4daagse. Naarmate het meer tijd kostte (en dat deed het), werden andere afspraken uitgesteld of afgezegd. Het huishouden ging een tandje omlaag. En ook de voorjaarsschoonmaak moest eraan geloven. We wilden echt graag de finish halen. En ondervonden gelukkig alle begrip van onze familie en vrienden. We kwamen, zagen en overwonnen onze stoutste verwachtingen: tikten met support van zo heel velen 160 kilometer onder onze voeten weg. Namen de tijd om te herstellen en na te genieten. En nu is het weekeinde. Manlief en ik proosten op het leven. En kijken elkaar dan aan. ‘Wat zullen we doen de komende dagen?’ Ik haal mijn schouders aarzelend op. ‘Geen idee. Wat deden we vroeger?’ Dan schateren we het uit! De agenda staat vol, dus het komt wel goed met ons. Ook zonder ver te lopen. 

Het had heel anders kunnen aflopen!

IMG_4912We rijden net de afrit op als mijn voorganger een onverhoedse beweging naar rechts maakt. En terwijl ik me verbaasd afvraag waarom hij dat doet, zie ik dat er iets op de weg ligt. Een groot grijs deksel van karton met opstaande randen. Ik probeer het nog te ontwijken, maar dat lukt me net niet. Een enorme knal volgt en ik zie de metalen plaat (want dat was het) langs mijn zijraam vliegen. Darwin blaft alles bij elkaar van schrik. Ik check mijn achteruitrijspiegel: het ding ligt nu tussen twee rijbanen in en andere auto’s rijden er omheen. In elk geval minder gevaarlijk. Maar de auto trekt hevig naar links dus ik rem en sta stil op de vluchtstrook. Eerst de politie bellen. De meldkamer verbiedt me resoluut om de plaat zelf weg te halen: ze waarschuwen Rijkswaterstaat en ik word verzocht om achter de vangrail een stuk voor de auto te gaan staan. Gelijktijdig zie ik een rood kruis verschijnen boven de rechter wegstrook en het verkeer mindert snelheid. Toch wel gaaf om te zien! Een kwartiertje later stopt een auto met een grote pijl achterop naast me. De man geeft me een hand en laat me de oorzaak van alle ellende zien. ‘Waarschijnlijk van een vrachtwagen gevallen’, zegt hij. Dan zakt hij door zijn knieën: ‘Een beagle, wat leuk! Ik heb er zelf ook een!’ Hij pakt z’n telefoon en laat trots een paar foto’s zien. Een takelwagen komt aanrijden. Hoofdschuddend kijkt de chauffeur naar de metalen plaat. ‘Geschrokken?’, informeert hij. Pas dan merk ik dat ik sta te trillen op mijn benen. Mijn auto wordt op de wagen gezet en ik neem afscheid van meneer Rijkswaterstaat. ‘Toch een fijne dag nog, mevrouw! En denk maar zo: gelukkig alleen autoschade. Het had heel anders kunnen aflopen!’ De chauffeur van de takelwagen zet ons bij de dichtstbijzijnde garage af en anderhalf uur later ben ik alsnog thuis. De auto weer in orde, de hond gekalmeerd en ook ik adem weer rustig. We hebben geluk gehad. En daar ben ik heel blij mee.

Nooit meer (?)

IMG_4900

Omdat we het onverantwoord vonden om gisteren nog naar huis te rijden, hebben we een nacht bijgeboekt in het hotel. Manlief viel gisterenavond letterlijk midden in een zin in diepe slaap. Volledig verdiend na het leveren van zo’n prestatie. Stram en kreunend worden we vandaag wakker, maar wel met een grote glimlach. Een warm bad helpt en even later strompelen we de ontbijtzaal binnen. Eindelijk in staat te genieten van al het lekkers: om 4 uur ’s ochtends stond mijn maag daar nog niet echt naar de afgelopen dagen. Het is nog vroeg, maar je ziet duidelijk wie wel en niet heeft gelopen: aan de slepende tred en de dikke knipoog. We bedanken de receptioniste voor de goede zorgen en gaan dan op huis aan. Bij de bakker halen we iets lekkers voor bij de koffie. Uiteraard licht ik mijn moeizame lopen toe aan de kassajuffrouw die haar bewondering niet onder stoelen of banken steekt. Heerlijk. Ook bij het ophalen van Darwin is iedereen vol lof. Als we de straat van mijn moeder inrijden, schiet ik in de lach bij het zien van de vlag en de bungelende schoenen. We vertellen honderduit. Op Facebook stromen de felicitaties nog steeds binnen. Thuis worden de koffers uitgeruimd, alle gladiolen pronkend voor het raam gezet en dan is er tijd voor rust en reflexie. ‘Wat denk jij?’, vraag ik Manlief. ‘Doen we dit ooit nog eens?’ Manlief schudt gelijk resoluut zijn hoofd. ‘Een waanzinnig maar zeer zeker eenmalig avontuur dat ik niet had willen missen. Wat jij!?’ De seconde vertraging in mijn antwoord alarmeert hem gelijk: ‘Dat meen je niet!!!’ Ik glimlach. Mijn hele lijf doet zeer. Ik ben duizelig van vermoeidheid. De rekening van het hotel loog er niet om. Maar zoveel energie, aandacht, enthousiasme, plezier van iedereen om je heen, bekend of onbekend, dat raakt je heel warm midden in je hart. De 4daagse verbindt en geeft kracht. Niet alleen aan de lopers maar aan iedereen eromheen. Hele wijken vinden elkaar in het evenement. Niemand wordt uitgesloten, iedereen omarmd. Ontroerend en noodzakelijk in deze soms harde, individualistische maatschappij. En daar heb ik misschien nog wel een keer 160 km voor over. Misschien. Ooit. Gelukkig heb ik nog zes maanden om erover na te denken. 

Dag 4: trots en ontroerd

IMG_4883

En weer gaat de wekker meedogenloos vroeg. Ik voel weerzin als ik mijn rugzak pak en mijn schoenen aantrek. Manlief heeft het nog moeilijker: het is nauwelijks mogelijk zijn voeten te belasten. We zetten door. In de ontbijtzaal groet inmiddels iedereen iedereen. En even later in de bus worden de pijntjes uitgewisseld en vergeleken, tot grote hilariteit. De buschauffeur heeft de bus versierd en neemt enigszins ontroerd afscheid: ‘Het was een eer om jullie te rijden!’ We schuiven door de start en beginnen de laatste tocht. Het is stevig en manlief loopt moeizaam. Ik leid hem zoveel mogelijk af: nu opgeven is geen optie meer. Dan krijg ik een sms van mijn collega’s: ‘Liggen jullie op schema?’ En hoor dat ze in het volgende dorp staan te wachten! De laatste kilometers vliegen onder mijn voeten door en even later heb ik de felbegeerde knuffels. Ze hebben zelfs een spandoek gemaakt! Als ik ook (eindelijk) de broer van mijn collega voorbij heb zien schieten, nemen we afscheid. Al lopend geniet ik na: wat een heerlijke verrassing. Maar er is meer. Want in Cuyk zie ik mijn tante staan met een prachtige zonnebloem. Een stukje verder filmt mijn oom onze aankomst. Weer worden we in de watjes gelegd tot we verder gaan. De laatste kilometers. ‘Mook?’, sms’t mijn vriendin vanaf De Wedren. ‘Dat was dag 2. Je hebt de verkeerde afslag genomen!’ Ik grijns, inmiddels gewend aan haar humor. We lopen en lopen. Op 7 km voor de finish geven Manlief en ik bijna gelijktijdig op. Gelukkig recht voor de deur van een aardige mevrouw. We krijgen een stoel en wat water. En rust. Om die laatste kilometers hand in hand en met soms tranen in de ogen af te leggen. Wat een feest! We halen ons kruisje en zoeken wankelend onze weg naar het station en hotel: twee uur wachten op de pendelbus is teveel gevraagd. In de intercity zitten we naast een echtpaar uit Alkmaar dat gekomen is om aan te moedigen. ‘En daar moet u niet te licht over denken, hoor. Dat valt nog niet mee!’ We beamen grif. Op station Arnhem vinden we een taxi die ons snel naar het hotel brengt. ‘Au’, zeg ik ongewild hardop als ik me even later moeizaam in bad laat zakken. ‘Herkenbaar’, zegt Manlief vanuit de kamer. ‘Nee’, antwoord ik met letterlijk een zucht van verlichting. ‘Het water is gewoon te heet!’

Dag 3: (bijna) ontmoetingen

IMG_4828

Met de marsliederen nog in mijn hoofd zit ik op het terras van ons hotel na te genieten. Ik dacht dat dag 3 zwaarder dan 2 zou zijn, omdat je voetzolen meer te verduren hadden gehad. Maar waar ik gisteren serieus een paar keer heb overwogen om te stoppen, misselijk van vermoeidheid, was vandaag aanzienlijk lekkerder. We kennen nu de meelopers in het hotel, en de ochtendchauffeur. Dus vanaf 4 uur is er al gedeelde beleving. Om 5 uur werken we ons met een lach door de naar bier geurende studenten: ‘Ik zie het gewoon, mevrouw, u zie ik straks weer hier op deze plek!’ Om een stukje verderop slaperig zwaaiende mensen achter de ramen te zien. We lopen ditmaal vooral tussen Amerikaanse en Franse regimenten. En leren weer andere liedjes. Een Amerikaan start met ‘let it snow’ in de meest donkere stem die je je kunt voorstellen. En vervolgt met ‘California dreaming’ dat ik in tweede stem overneem tot enthousiasme van de “omlopers”. We pauzeren bij het Rode Kruis waar Manlief informeert of het gerucht klopt dat er een hielspoorpleister is. De dokter stuurt hem weg met het advies geen grote afstanden te lopen. Lekker met nog 25k te gaan! Verder gaat het weer in een nimmer stoppende trein. Behalve als we een drukke weg over moeten en er kreunend wordt gewacht tot het bevrijdende fluitsignaal. En overal enthousiasme, vrolijk kijkende burgemeesters, met-het-verzetje-blije senioren, elkaar plagende (en als het te gortig wordt corrigerende) soldaten en politieagenten. In elk dorp free hugs van giegelende meiden en stoere knullen. Die met twee gierende agenten om hun nek ineens wat minder bravoure vertoonde. Dan een sms’je: een vriend die vakantie heeft en ons opwacht met energie en een knuffel!! Na een korte pauze op de zeer welkome meegebrachte stoeltjes springen we weer tussen de anderen. Weer een bericht: de broer van mijn collega heeft vlakbij pauze. Bij de militairen. Dan sta je ineens tussen zo’n 1000 mannen en vrouwen in je afwijkende tenue! Het internet is slecht en als ik een paar keer de verkeerde heb aangesproken (ik ken hem van een foto), vervolgen we weer. Als we nog een paar kilometers moeten, lopen we allebei met kippenvel. Het weer is perfect, maar zoveel geestdrift en meelevendheid: daar word je stil van. Harm Edens wijst ons de ingang naar het uitchecken. En na de traditionele knuffel van mijn vriendin gaan we op hotel aan. Wat een pokkeneind. Wat een mensen. Wat een saamhorigheid. En wat een avontuur dat we niet hadden willen missen. Morgen de gladiolen of de dood. We gaan voor het eerste uiteraard.

Dag 2: voornamelijk roze wolken

IMG_4808

Het is ondenkbaar vroeg als de wekker gaat. En onvoorstelbaar hoeveel mensen om 5 uur aan de start staan voor de tweede dag. Voornamelijk in het roze: het is traditionele gayday. Ik bereid me voor op een stille uittocht. Niets is minder waard. Wederom voornamelijk studenten, maar ook de mede daardoor bijhorende vroege vogels wuiven ons enthousiast uit. Ditmaal lopen we tussen veel militairen. Zij mogen tussen half 5 en half 6 vertrekken en zijn rond dezelfde tijd op de route. Ik geniet van hun onderlinge grapjes als twee regimenten elkaar voorbij marcheren (‘Loop ‘ns wat rechter, man, da’s zo toch geen gezicht!’) Alles met een blije lach. We leren de teksten van Jan van Vulpen die boompjes zaagt (hilarisch) en wat de zanger met de rode en met de bruine dame zou willen doen. Dan splitsen onze routes. We zien de blinde man weer lopen, met z’n begeleider. En Nigel, de kat die je even mag kroelen om weer energie te krijgen. We zien de glunderende eigenaar van de heel ver over de top voortuin. Ik leer van een oudere man dat ik mijn petje in een kuip ijskoud  water moet dopen en dan gelijk opzetten: heerlijk gekoeld hoofd. En van een moeder met haar zoon dat je je benen tijdens rust tegen een boom Of dit geval muur omhoog moet zetten. Een pientere politieman draagt zelf een waterkanon mee en verrast lokale waterschieters schaterend met een salvo van eigen deeg. En iedereen maakt elkaar complimentjes en vraagt of het gaat. Mijn voeten doen zeer, ik ben oververmoeid. Maar het thuisfront stuurt voortdurend leuke en opbeurende berichten. Sommigen heb ik jaren niet of nauwelijks gesproken. Zo lief! Iemand die ik niet ken, reageert op mijn blog: ‘Zo zouden we altijd met elkaar moeten omgaan.’ Ze heeft gelijk. Ook zonder dat je er kilometers per dag voor moet lopen! 

Dag 1: begin van een avontuur

IMG_4786

Gewapend met genoeg broodjes voor een klein weeshuis stapten we om 6 uur in de pendelbus. Om mij gerust te stellen, liet de chauffeur ons er aan het begin van de straat al uit, licht hoofdschuddend. Maar mijn buikgevoel was terecht: we wisten de weg naar de start niet in die mensenmassa en dankzij de goedwillendheid van een vrijwilliger konden we toch op tijd vertrekken. We keken onze ogen uit die eerste kilometers. Studenten die nog niet naar bed waren geweest, buurtbewoners die er net uit waren. En alles en iedereen deelde in de feestvreugde. Overal tuinslangen met koel drinkwater, kinderen met schalen snoep of komkommer, ouderen in een gemakkelijke stoel die klapten als je langs liep. Mensen, overal mensen. Mijn telefoon piepte voortdurend, het thuisfront leefde intens mee. Talloze groepen militairen marcheerden voorbij, allerlei nationaliteiten vertegenwoordigend. We zongen mee met hun liederen, al dan niet fonetisch. Ik speurde hun gezichten af naar de broer van mijn collega, maar dat was onbegonnen werk. Een paar dorpen verder knikte ik beleefd naar elk echtpaar: het zouden zomaar de ouders van een andere collega kunnen zijn. Mensen, overal mensen. Muziek, vriendelijkheid, vrolijkheid, gastvrijheid. Zomaar bij iemand op z’n gazon in de schaduw van een boom even mogen rusten. De kilometers vlogen voorbij. En telkens opnieuw viel mijn mond open bij het zien van die enorme sliert wandelaars. Na ruim 9 uur viel ik alweer in de wachtende armen van mijn vriendin. We praatten even en namen toen afscheid. ‘Tot morgen! Dan staat de wekker op kwart over 3!’ ‘We lijken wel gek’, mompelde Manlief, peinzend naar een blaar kijkend. ‘Maar gelukkig zijn we met velen!’, was mijn antwoord. ‘Wat een avontuur!’