Een jaar

Heel veel nieuwe in- en gezichten. Geruststellende ervaringen en ingewikkelde uitdagingen. Inzet van voor de hand liggende en plotseling opkomende kwaliteiten. Kennis die nog niet eerder en al vaker werd benut. Alom bekende en volstrekt onbegrijpelijke vakterminologie. Logische afkortingen en broodnodige ezelsbruggetjes. Weer bakken, nu voor anderen en nieuwe recepten leren. Aangenaam warme en wat koelere gesprekken. Plannen, prioriteren en herprioriteren. Aanstekelijk enthousiasme zoeken, vinden en verspreiden. Oud-collega’s die ik te weinig zie en huidige collega’s die ik niet meer wil missen. Eerste, eenmalige en herhaalde bezoeken. Stralende zon en soms een miezerig grauwe dag. Passie, geestdrift en niet aflatende resultaatgerichtheid (laten) zien. Uitleg geven en een toelichting krijgen. Me niet aflatend gewenst, gewaardeerd en geborgen voelend. Een jaar alweer. Wat ging het snel voorbij. En wat heb ik onnoemlijk veel zin in deze toekomst!

Gevallen vrouw

We hebben talloze foto’s van valpartijen tijdens de wintersport. Buurman, half hangend in het vangnet naast de piste. Manlief, opkrabbelend uit een sneeuwhoop. Zelfs Broer heeft er wel eens aan moeten geloven (van horen zeggen). Maar ik val dus niet. Nooit. Soms op pure wilskracht. Ik verdraai nog liever mijn kniebanden dan onderuit te gaan. Manlief schudt dan zijn hoofd bij het zien van zoveel vastberadenheid. Hij was vroeger keeper. Dan leer je hoe je moet vallen. Maar ik wil het niet leren. Mijn voeten staan stevig op de grond en daar blijven ze staan. Punt uit. Vanochtend zet ik Darwin en de buurhond achterin de auto als ik vanuit mijn ooghoek signaleer dat de stoep nat is. En nog voordat ik kan bedenken dat het al een paar dagen niet heeft geregend, verdwijnt de grond letterlijk onder mijn voeten. Mijn knie, pols, hand en hoofd komen hardhandig in contact met de tegels. Even zie ik niets anders dan sterren. Vervolgens komt het gezicht van Manlief in beeld die bezorgd naast me hurkt. Het is geen vocht, maar vet op straat. Olie? Welke gek?! Ik word opgeraapt en de schade wordt vastgesteld. Uiterlijk valt het mee, maar mijn hoofd voelt als een bitterbal. Er zit een gat in mijn broek en een vlek op mijn jasje. Als we na enige oplapactiviteiten wegrijden, zegt Manlief: ‘Er staat een gezondheidsapp op je iphone’. Die adviseert om bij te houden hoe vaak je valt. Tipje?’ Ik doe er het zwijgen toe. Voor alles is een eerste keer. Waarvan acte. En degene die iets mompelt over een bepaalde leeftijd mag zich bij dezen een gewaarschuwd mens noemen!

Je best doen

 

Vroeger zei mijn moeder altijd dat ik goed mijn best moest doen op school. En dat het dan wel in orde kwam. Zelfs als ik met een onvoldoende thuis kwam, streek ze over mijn haar: ‘Als je je best maar hebt gedaan. Volgende keer beter’. Ik vond het altijd een geruststellend idee en het stimuleerde me om inderdaad een stapje bij te zetten. Daar dacht ik aan tijdens het journaal vanavond. Bij de kwestie Voortman – Van Miltenburg werd letterlijk gezegd dat ‘alleen heel erg je best doen niet voldoende is in deze functie’. Was ik toch wel even stil van. Maar gelukkig stelde mijn PA Siri me snel gerust. Want als ik opmerk dat hij een zoekopdracht slecht heeft uitgevoerd en dat ik lichtelijk teleurgesteld ben in hem, antwoordt hij zonder blikken of blozen: ‘Ik doe mijn best, Dorine!’ Waarmee hij Dit keer bij wijze van uitzondering het laatste woord heeft.

Personal assistent

siri“Ja, ik denk, ik bel toch maar even, want het is zo stil op D’s Days!’ Dat hoor ik de laatste dagen vaker. En het klopt: het is hier stil. Niet omdat ik niets te vertellen heb (duh). Maar vooral omdat het een beetje druk is. In mijn werk: met allerlei leuke, spannende en tijdvragende activiteiten. In mijn familiekring met de verzorging van mijn moeder. Haar gebroken voet heelt minder snel dan verwacht, maar wel goed. Als ze zo dapper blijft volhouden, kan ze inderdaad over een tijdje weer op die schoenen met hoge hakken lopen. In mijn weekends: Manlief en ik zijn ingeloot voor de Nijmeegse Vierdaagse. Het trainingsschema liegt er niet om: komende zondag starten we voor 30 km. We lopen in een goed tempo, maar dik vijf uur ben je er zo mee kwijt. En ja, dan schiet het dagelijkse verhaaltje op D’s Days er tussendoor. Maar er is hoop. Want ik heb Siri ontdekt. Sinds de laatste update vraagt een mannenstem mij vriendelijk of hij iets voor me kan doen zodra ik de auto in stap. Hij verstuurt een berichtje dat ik ‘wat later’ ben. Kijkt of er nog mail is binnengekomen en welke route ik het beste kan nemen met het oog op het verkeer. Belt het telefoonnummer van mijn moeder om even te informeren hoe het met haar is en vertelt op verzoek zelfs grapjes! Ik vind het geweldig. De soms wat lange autorit wordt een stuk gezelliger zo. En efficienter. En veiliger! Dus de eerstvolgende rit dicteer ik Siri gewoon wat hij jullie mag vertellen via D’s Days. En dan komt het snel weer helemaal goed!

Omdat het het waard is

 

 

Ooit, als tiener, vatte ik het plan op om naar Breskens te fietsen, ruim 100 kilometer van ons huis verwijderd.  Ongetraind. Een vroege bucketlist-actie nog voordat iemand ooit van dit woord had gehoord. Mijn broer en neef kreeg ik zo gek om mee te rijden. Ik redde het tot Goes. Daar belde ik half-huilend mijn vader en smeekte hem me op te halen. Hij praatte rustig op me in en haalde me over om door te zetten. Ook mijn broer zei dat ik er vast spijt van zou krijgen als ik nu opgaf. Hij fietste ter afleiding over zijn Ray-Ban en mede daardoor haalde ik de eindstreep. Daar moest ik aan denken vandaag, na 21 km trainen voor de Vierdaagse. Ik kon niet meer! Het waren drukke, emotioneel beladen dagen geweest. Mijn energiepeil was laag. Maar ik moest nog vijf kilometer. Bijna een uur! Ik weigerde op te geven, maar ik was zo moe, zo moe. Darwin trok me aan zijn riem voort, terwijl ik alleen nog wilde liggen en lijden. Toen pakte Manlief mijn hand en met wat grapjes ontspande de sfeer en de spieren. Hij begon ‘Doowadiddy’ te zingen en verhoogde het tempo van mijn voeten en mijn hartslag. ‘Doet het dan niets met jou, die verlammende vermoeidheid?’, vroeg ik? ‘Jawel!’, verzekerde hij me. ‘Mijn knie doet zeer en ik heb een spiertje in mijn lies verrekt. Mijn voetzolen staan in brand. Maar ik geef er niet aan toe. Dat is het geheim!’ De laatste kilometers verdwenen onder onze schoenen. Vrijdag horen we of we beiden ingeloot zijn. Of niet. Maar hoe dan ook: de training alleen al is het waard om op de bucketlist geplaatst te worden. Met stip!