Blijk van herkenning

‘Ik weet niet of het tot jouw taken als PA hoort’, zei Herman Pleij. ‘Maar ik heb nog niet gegeten. En ik zou echt wel iets lusten voordat ik het podium op ga.’ Ik kijk bedenkelijk. We hadden hongerige bezoekers vandaag, nagenoeg alles is op. Zelf had ik ook met grote moeite nog ergens een broodje gevonden. Dan klaart mijn gezicht op. Mijn collega’s en ik hebben een lange reis achter de rug. En dezelfde weg terug voor de boeg. Dus ik heb een picknickmand gevuld met allerlei lekkers in de auto staan. En zo hol ik een paar minuten later voor de zoveelste keer vandaag langs de tassencontrole richting parkeerweiland. Een paar mannen is onderweg naar het dorp. ‘Hoi’, roep ik enthousiast terwijl ik hen voorbij stuif. Ze groeten terug. Pas bij de auto besef ik dat het helemaal geen collega’s waren. Maar Gerard Kemkers en Pieter van den Hoogenband! Net op tijd reik ik Herman Pleij een krentenbol aan. Met volle mond betuigt hij zijn dankbaarheid: ‘Je bent PA van het jaar!’ Ik glimlach. Vind het heerlijk om voor anderen te zorgen. Nu alleen nog weten wie wie is!

Advertenties

PA for a day

Ons bedrijf bestaat 200 jaar. En om dat te vieren, ging het vandaag terug naar de roots: een klein dorpje in Friesland. De meest welbespraakte sprekers werden uitgenodigd om samen met geselecteerde bezoekers na te denken over de toekomst van ons land. En het waren niet de minste: zoals Job Cohen, Herman van Veen, Arie Boomsma, Pieter van den Hoogeband, Geert Mak, Femke Halsema, Herman Pleij en Erwen Bennemars. Om er maar eens wat te noemen! Het dorp werd omgetoverd tot een conventieruimte. In de kerk kon je luisteren naar Adriaan van Dis, terwijl in ‘huiskamer M’ Hans Wiegel aan de tand werd gevoeld. Gewoon bij de mensen van het dorp zelf. Ik had mezelf aangemeld als PA en nam twee sprekers onder mijn hoede. Tussendoor fungeerde ik als ‘crew algemeen’ en visitekaartje van het bedrijf. Ik zat al om kwart over 6 in de auto, maar ik genoot met volle teugen! De klap op de vuurpijl was niemand minder dan Bill Clinton. De veiligheidsmaatregelen waren daardoor enorm, maar met mijn nog van eergisteren resterende rode lokken herkende de tassencontroleurs me na een paar keer al. En werd ik glimlachend doorgelaten als ik weer eens voorbij stoof: ‘Jij bent echt hard aan het werk, he!’ Helaas begon het tegen het eind van de middag te hozen. De toespraak van Bill vond plaats in een weiland, waar ruimte was voor 3000 man. Maar paraplu’s waren verboden door diezelfde veiligheidsmaatregelen. Mijn carpoolende collega en ik besloten na rijp beraad dat zelfs de 42ste president van de Verenigde Staten niet voldoende was om ons doornat te laten regenen. Eenmaal thuis heb ik via internet de registratie bekeken. Ik heb echt iets gemist! Maar de herinnering aan vandaag is niettemin onbetaalbaar. PA for a day. What a day!

Rood

Ik ben dol op thema’s. Ooit hadden we de meest leuke maaltijd ooit in Frankrijk toen het thema Grieks was. En mijn zwager bij gebrek aan beter een blauwwit-gestreept stoelkussen omgorde. Afgelopen maandag trouwde een vriendin: ‘We vinden het leuk als jullie gedeeltelijk in het wit komen!’ En de drie ceremoniemeisjes hadden een dolle avond met het vinden van roze accessoires. Dus toen we op kantoor een e-mail kregen met ‘En rode details worden gewaardeerd’ gingen bij mij alle remmen los. Het was een teambuildings-bijeenkomst met aansluitend hapje/drankje. Maar mijn aandacht ging vooral uit naar de kleur rood. Samen met Manlief zocht ik de hele stad af naar rode gympen. Tijdens ons laatste bezoek aan Amsterdam kocht ik een rood Hardrock Cafe t-shirt. En mijn kapster maakte het plaatje compleet door daags tevoren rode extensions in mijn haar te bevestigen. Enthousiast kwam ik op de locatie aan. Ik kreeg heel veel complimentjes. Iedereen vond het top! Maar ik moest mijn meerdere erkennen. Een van mijn mannelijke collega’s was naar een verhuurbedrijf van feestkleding gegaan. Ze hadden nog iets roods. Het was nog niet eerder uitgeleend. En toen ik hem in zijn rode kardinaalsmantel zag, begreep ik waarom. Ik maakte een diepe buiging voor hem, zodat mijn rode lokken in mijn gezicht vielen. Het maakte de avond niet minder bijzonder. Mooi rood is niet lelijk!

Jong geluk

Een vriendin gaat trouwen. Niet voor het eerst, maar dat maakt de zenuwen niet minder. Ook de bruidegom heeft een ervaring uit het verleden die geen garantie biedt voor de toekomst. Maar ze geloven in elkaar en in hun relatie. En ze gaan ervoor. De dresscode voor de gasten is wit. Om toch op te vallen hebben twee vriendinnen en ik roze hoedjes en sjaaltjes gekocht. Ceremoniemeisjes moeten herkenbaar zijn. We zijn met z’n drieën maar we hebben het ‘best druk’. Van boterhammen smeren voor de kleine kring tot het instrueren van de bruidskinderen bij het uitdelen van de bellenblazers. Van een vergeten kurkentrekker voor de prosecco tot handjes bij de hapjes. Bij de balkonscene vangt de jongste zoon het bruidsboeket wat zijn verkering een hoogrode blos op de wangen bezorgt. Het bruidspaar geniet met volle teugen. Het weer is perfect, het gezelschap gezellig en alles loopt op rolletjes. Aan het eind van de dag pakken we een momentje om even bij te komen op een bankje in de zon. Morgen vertrekken ze op huwelijksreis. Wij gaan dan weer gewoon aan het werk. Maar vandaag was het een mooie dag. Een dag met twee gouden ringetjes!

Guerrilla-actie

‘Jullie kunnen de boom in!’, zegt hij vastberaden. Ons bedrijf bestaat dit jaar 200 jaar. En een van de festiviteiten (later meer hierover) is een talentenjacht. De opkomst valt nog een beetje tegen. Niet iedereen vertoont zonder blikken of blozen ineens op een podium voor 23.000 medewerkers zijn of haar talent. Maar een van onze collega’s zit in een band. En wat we ervan hebben gehoord, spelen ze nog niet eens ‘onaardig’ ook! Hij speelt alleen wel nadrukkelijk ‘hard to get’. Wil niet van aanmelden weten. ‘Nou, laat het me zo zeggen: als jullie 1000 collega’s kunnen enthousiasmeren om mij over te halen, dan hebben we een deal!’ Hij glimlacht zelfverzekerd en verdwijnt naar een overleg. Mijn collega en ik kijken elkaar aan. Ik trek het toetsenbord naar me toe. En een paar minuten later is er een e-mail de deur uit naar een deel van het vereiste aantal. Het duurt niet lang of de reacties stromen binnen. Het is een leuke, aardige knul. We zijn duidelijk niet de enigen die graag een plagerijtje met hem uithalen. Als hij weer terug op zijn werkplek is, weet hij even niet wat hij ziet. Dan schiet hij onbedaarlijk in de lach en wijst met een beschuldigende vinger: ‘Jullie zijn verantwoordelijk!’ We kijken elkaar glimlachend en schaamteloos aan. En gaan weer aan de slag met de normale werkzaamheden. De hele dag door piept de pc: ‘You’ve got new mail!’ Dit komt wel goed! Een dag later stuurt hij óns een e-mail. Hoewel die 1000 collega’s zich nog niet allemaal hebben gemeld, heeft hij toch besloten zich op te geven. Zijn band en hij gaan ervoor! ‘En ik reken op jullie als ondersteuning!’, merkt hij nog dreigend als laatste op. We lachen en halen onze schouders op. Ook dat komt wel goed. Mission completed!

Bergwandeling

De zon schijnt. Ons dakterras lonkt. We genieten van elkaar. Elke dag voelt als vakantie. Leuke vooruitzichten in de nabije toekomst. Mijn vel voelt weer prettig en vertrouwd. Mijn coach is enthousiast. Het leven is goed. Op kantoor is het druk. We hebben iemand aangenomen, maar die is nog niet begonnen. Er wordt hard gewerkt. En er is altijd ruimte voor een dolletje. Ik voel me steeds meer thuis in mijn functie. En straal dit ook uit. Krijg gemeende complimentjes en hoge tevredenheidscijfers. Maar er zijn weer twee collega’s ernstig ziek geworden. Vooralsnog ziet het er hoopvol uit. Maar ze zullen zeker een tijdje uit de roulatie zijn. Met een kneepje in de buikstreek zetten we acties op touw. Houden we ze erbij. En zetten we zwaar in op de toekomst. Buurvrouw zit intussen in haar eigen emotionele achtbaan. We zorgen voor de broodnodige voedselsupplementen en vitamines. En bieden een luisterend oor. Het leven is een prachtige bergwandeling. Je moet de dalen kennen om de pieken te waarderen.

Hardleers

‘Die graag.’ Ik wijs op de onderste toiletbril aan de display. De verkoper kijkt bij de voorraad, maar schudt dan zijn hoofd. ‘Sorry , maar die is helaas tijdelijk uitverkocht.’ Teleurgesteld kijk ik naar de andere exemplaren. We hebben op dit moment een zwarte, maar daar zitten een paar lelijke krassen op (vraag me niet hoe, ik heb werkelijk geen idee!) De andere vind ik niet zo mooi. Ik sta in de winkel van de onderbuurman, die zich op dat moment bij ons voegt. ‘Mag ik het showmodel?’, probeer ik nog. Maar hij schudt zijn hoofd. ‘We krijgen ze eind van de week weer binnen. Da’s te lastig, sorry.’ Maar hij heeft een beter idee. ‘Als je deze nou neemt, die heeft een leatherlook.’ Hij kijkt me veelbetekenend aan. Ik kijk onnozel terug. ‘Ja, en?’ Hij herhaalt: ‘Een leatherlook! En dat zit lekker, joh!’ Ik schiet in de lach. En geef dan toe: ‘Vooruit dan, geef maar mee. Ik zie ‘m toch niet als ik erop zit. Maar als hij tegenvalt, krijg je ‘m terug!’ Onderweg naar de kassa verzekert hij me dat ik laaiend enthousiaste reacties zal krijgen. Ik glimlach en schud mijn hoofd. We zullen zien. ’s Avonds is er bezoek. Als een van hen gebruik wil maken van het toilet, roep ik hem na: ‘Let wel op de leatherlook, he!’ Het moet echt niet gekker worden!