Zomergriepje

Mijn zomergriepje is hardnekkig. De koorts is gelukkig na een paar dagen verdwenen. Maar mijn neus blijft lopen, ik heb hoofdpijn en mijn stem schiet alle kanten uit. Ik kies dus eieren voor mijn geld. Het is meivakantie en veel collega’s zijn afwezig. De luxe om me ziek te melden, heb ik niet. Maar vanuit huis, in pyjama op de bank, kan ik wel de boel bijhouden. Ik check drie keer of de webcam echt uit staat. En beantwoord vragen zoveel mogelijk via email en MSN. Een incidenteel telefoontje neem ik op met een diep donkerbruine stem. Een collega is even stil. Vraagt aarzelend: ‘Met wie spreek ik nu?’ Om na mijn bevestiging onder het bureau te rollen van het lachen: ‘Ik herkende je helemaal niet!’ En dan, smachtend: ‘Kun je niet zo blijven praten? Ik vind het hartstikke spannend klinken!’ Gevolgd door een tweede lachsalvo. Ik zucht piepend en krakend. Mannen. Ze zijn zo leuk. Je kunt zo met ze lachen. Van ze genieten. Met ze discussiĆ«ren. Maar begrijpen? Nooit!