Ga niet langs af

Met open mond kijk ik omhoog. Natuurlijk heb ik films gezien, zoals mijn all time favorite Shawshank Redemption. Maar dit is de eerste keer dat ik in een (voormalige) gevangenis ben. En nog wel een bekende. Als kind liepen we er vaak langs en bedachten we de meest gruwelijke verhalen hoe het er binnen aan toe zou gaan. En wie er zaten. De Drie van Breda zei ons niet zoveel, maar we wisten wel dat ze hele erge dingen hadden gedaan. En vandaag vertellen we er over onze organisatie, de methode BordjeVol die we voor mantelzorgers en zorgprofessionals hebben ontwikkeld. Cel 34 wordt ons toegewezen. Ik schrik van de grootte, of liever gezegd: de minimale ruimte. Er is een toilet achter een schot, een wasbak en een raampje met daglicht. Maar de muren komen nu al op me af, met de deur open en zonder slot! Als ik naar het toilet zoek, zie ik dat een rij cellen hiervoor is opengesteld. aan de deurklink hangt een bordje: vrij/bezet dat je kunt omdraaien. Indrukwekkend! De gevangenis loopt vol met bezoekers en we gaan aan de slag. Onze cel en de workshop wordt druk bezocht. En aan het eind van de dag mogen we de gevangenis verlaten, tevreden terugkijkend op een geslaagde dag.

Advertenties

Kruk

“He, ik heb blijkbaar iets gemist op social media!” Ze zegt letterlijk de woorden die ik de afgelopen dagen al vaker heb gehoord, zodra iemand me ziet binnenkomen. Ik loop op krukken. Door een stomme misstap kreeg mijn knie een flinke knauw, met letsel tot gevolg. En herstel dat om geduld vraagt. Wat ik niet heb. De Vierdaagse dit jaar is discutabel, om niet hardop ‘kansloos’ te hoeven zeggen. En daar baal ik behoorlijk van. Geheel tegen mijn normale gedrag in heb ik er daarom helemaal niets van gezegd of over geschreven. En dus reageren mensen verrast. Maar ook behulpzaam. Bemoedigend. Meelevend. Mijn leidinggevende schrijft ‘zoveel mogelijk thuiswerken’ voor. Als ik in Amsterdam ‘toch maar’ de metro voor die ene halte pak, omdat de afstand nu net even te groot is, staat er een jongen voor me op: “Ga maar zitten, elk rustmoment is meegenomen.” Een meisje helpt mij en mijn krukken de trein uit. Bij een lezing wordt met een stilzwijgende knipoog een krukje onder mijn knie geschoven. En de fysiotherapeut herhaalt na de zesde behandeling dat hij ‘toch echt verbetering ziet’. Nu ik nog. En zodra mijn knie weer in orde is, kan ik aan het herstel van mijn ego gaan werken. Dankzij al die lieve, warme, attente en toch soms verrassende reacties komt het helemaal goed!

Koude Cola

rightIneens wordt alles donker. Ik red het nog net naar het bankje in de buitenlucht en zak voorover. Dan voel ik een arm om me heen. Manlief vraagt zachtjes of het gaat. Ik schud ‘nee’. Weer klinkt een stem: “Ik hoor dat jullie vandaag 37 kilometer hebben gelopen in deze kou. Binnen is het erg warm. Dit kan een logische reactie zijn. Voel je je misselijk?” Ik schud ‘ja’. “Ik ben doktersassistente”, vervolgt de stem. “Het klinkt misschien gek, maar een glas cola kan je helpen.” Even later neem ik een slokje ijskoude cola. Als het glas leeg is, voel ik me inderdaad een stuk prettiger. Ik denk terug aan een advies dat Peter, kelner in ons wintersporthotel, me 25 jaar geleden gaf. Ook toen voelde ik me niet prettig en adviseerde hij een glas cola, zonder prik. Op mijn vraag of ze dat soms standaard op de drankenlijst hadden staan, lachte hij: “Ik heb als een idioot staan roeren, totdat de prik eraf was!” Als ik weer stevig genoeg sta, nemen Manlief en ik toch maar afscheid van onze vrienden en een kwartier later lig ik lekker in mijn eigen bed. Trainen voor de Vierdaagse: je doet het jezelf aan. Geen geldig excuus. Maar ik zorg niettemin toch maar dat ik volgende keer cola in huis heb, gewoon voor het geval dat.

‘s Nachts is toch wel andere koek

In gesprek met Bart Snel

“Eigenlijk was het eenmalig bedoeld”, vertelt Bart. “Mijn broer appte dat hij mee deed aan de Nacht van de Vluchteling. Ik had er nog nooit van gehoord. En toen ik me erin verdiepte, suggereerde mijn vrouw dat het wellicht leuk was om samen met mijn broer te lopen. Weer eens een ander soort bonding dan de normale familiebijeenkomsten.” Hij lacht. “Toen bleek dat mijn broer zich samen met collega’s had ingeschreven voor ‘Utrecht-Utrecht’, rondom zijn woonplaats. Dat sprak me niet aan. Vluchtelingen lopen ook niet van Aleppo naar Aleppo. Van Rotterdam naar Den Haag lopen maakte meer indruk. Dus besloot ik om dan maar in mijn eentje te gaan.”

Doorstappen

“Het was een stevige uitdaging. Ik had een paar jaar eerder de Vierdaagse succesvol afgerond. Maar dit is ’s nachts. Dat is echt andere koek. Het verschil met Nijmegen was vooral ook het aantal deelnemers. In plaats van een enorme sliert wandelaars zover als je kunt kijken, zie je hier vaak uren geen mens. En moet je ook de route zelf dus goed in de gaten houden. Ik heb eindeloos veel podcasts geluisterd. Regelmatig afgewisseld met een stevig marsnummer. “Walk this way” van Aerosmith was mijn grote favoriet: een heerlijke doorstapper. Mijn vrouw stond me bij de finish op te wachten. Ze heeft me daarna de laatste meters naar de auto geloodst: ik was echt óp! Maar het was het waard. 

Bijzondere route

“Eenmalig dus. Totdat ik zag dat er dit jaar een bijzonder route was. De route Kamp Westerbork-Groningen. Over symboliek gesproken. Hoeveel van de ‘bewoners’ dachten in die tijd dagelijks aan vluchten? Of wisten dat ze nooit meer konden vluchten. Hier kan en wil ik me opnieuw voor inzetten. Ik doe het voor de beleving, maar bovenal voor het goede doel. Vluchtelingen hebben geen keuze: voor hen is vluchten de enige mogelijkheid om te overleven. Ik probeer mezelf in hun positie te plaatsen maar ik kan me niet voorstellen hoe dat moet zijn. Ik kies ervoor om hen op mijn manier te helpen: door aandacht te vragen voor De Nacht van de Vluchteling, door mezelf niet te ontzien op het gebied van inzet, en door zoveel mogelijk geld op te halen voor noodhulp.”

Loop voor Leven

Wil je Bart sponsoren? Heel graag! Dat kan anoniem of op naam via https://www.nachtvandevluchteling.nl/actie/bart-snel. Dank je wel.

*update*

Helaas is door bedreiging en intimidatie door de organisatie besloten deze editie af te gelasten. De veiligheid van de deelnemers kan niet worden gewaarborgd. Terecht besluit maar triest! Bart heeft besloten om geen alternatief te zoeken. Eventuele gedoneerde bedragen kunnen door hem worden teruggestort. Neem in dat geval contact met ons op. 

Vlechten en fröbelen

Bijna zonder nadenken, zeg ik: “Kan ik helpen?” De eigenaar van Darwin’s dagopvang antwoordt: “Nou ….” En zo rijd ik op zondagochtend om half negen richting Haaren. De nieuwe overdekte trainingsruimte is een extra feestelijke reden voor de Open Dag. Er zijn standjes met hondenvoer en kluiven. De wei naast de receptie is opengesteld voor extra parkeerruimte. Er is koffie met koek voor de vele bezoekers. En er zijn allerlei vrijwilligers om te helpen er een geweldige dag van te maken. Ik word samen met een aardige vrouw ingedeeld voor de knutselwerkjes en kleurplaten. We zorgen dat alles op tijd klaar staat en dan roept iemand: “De eerste gasten zijn er!” Vanaf dat moment is het aanpakken. Kinderen en volwassenen, hondenliefhebbers of kattenfans: iedereen wil iets leuks maken voor hun huisdier. We vlechten en fröbelen, knippen en kleuren, helpen bij keuzestress en geven octopussen en spookjes een vriendelijke of juist vreselijke uitdossing. Af en toe reikt een vriendelijk gezicht een broodje of appel aan, terwijl ik alweer aan mijn mouw wordt getrokken: “Heb je die ook in het paars, mevrouw?” Als het uiteindelijk wat rustiger om ons heen wordt, zie ik dat het al na vier uur is. En voel ik mijn voeten! We ruimen de boel weer op en dan zoek ik de eigenaar. “Volgens mij hebben we zo’n vierhonderd mensen blij gemaakt vandaag!” Hij lacht ook: heel moe maar ook heel tevreden. “En als ik volgende keer weer mag helpen, ben ik er zeker bij.”

Braaf

uitgangTijdens de loop van het project heb ik hem meermalen tegengehouden. “Ja, dat heeft ze en plein public gezegd, maar dat wil niet zeggen dat je dit “zomaar” op social media mag zetten met naam en toenaam.’ En ‘ik heb die e-mailadressen inderdaad in ons adressenbestand, maar ik mag ze niet zonder toestemming met jou delen.’ Hij rolde dan met zijn ogen en verzuchtte dat ik ‘zo ontzettend braaf was’. Wat ik vervolgens volmondig beaamde. Vandaag verlaten we gezamenlijk een overleg en eindigen bij een deur met een briefje: ‘Alleen in nood gebruiken. Voorzien van alarm.’ Hij kijkt mij aan, schudt berustend zijn hoofd en keert met mij terug op onze schreden. Een verdieping hoger staat een bordje: ‘Uitgang: linksaf.’ We slaan de hoek om en lopen tegen een rood-wit afzetlint aan. Er is geen alternatief en er is ook niemand die ons de weg kan wijzen. Weer kijkt hij me aan: ‘Denk je dat je het aandurft?’ Ik schiet in de lach en duik achter hem aan onder het lint door. Er zijn verbouwingswerkzaamheden op deze verdieping, maar er is op dit moment niemand te bekennen. Voorzichtig lopen we door, tot het volgende afzetlint. Onverschrokken als we op dit moment zijn, springen we ook daar overheen. Dan zien we bekend terrein: de deur naar buiten. Elkaar porrend lopen we door de poortjes. Buiten nemen we afscheid: hij terug naar het noorden, ik naar het zuiden. Eenmaal thuis krijg ik het toch een beetje benauwd. We staan ongetwijfeld op camera. Herkenbaar in beeld! Wat als er vanavond wordt aangebeld? Hangt ons gevangenisstraf boven het hoofd? Wordt er morgen een uitzending van “Opsporing verzocht” aan ons gewijd? Braaf zijn is één. Maar voor avonturier ben ik duidelijk niet in de wieg gelegd.

Gewoon even opletten

paprika

Elke zaterdag doe ik de wekelijkse boodschappen voor mijn moeder en voor onszelf. Dat doe ik al jaren en ik ben het gewend: haar boodschappen in de tassen vóóraan in het karretje. En die van ons in de tassen áchterin. Onze supermarkt werkt met scanners, wat het nog gemakkelijker maakt. Het is gewoon een kwestie van even opletten dat de juiste artikelen via de bijbehorende scanner in de goede tas verdwijnen. Soms krijg ik een opmerking: “Is het niet ingewikkeld zo?”. Maar de meeste medewerkers kennen me en weten wat de reden is. En het gaat sneller dan tweemaal lopen. Dit keer valt mijn mond echter open als ik het bedrag van onze boodschappen op het scherm zie verschijnen: “Dit kan niet kloppen!” Toevallig staat de teamleider in de buurt en hoort mijn verbazing. Op het scherm van de kassa staat 320 euro. Ik heb wat voorraad ingeslagen. En we krijgen morgenavond gasten op het eten. Maar twee volle boodschappentassen kunnen niet dit resultaat hebben. Heb ik dan per ongeluk toch met één scanner gewerkt? Maar nee, de boodschappen van mijn moeder zijn al betaald. Verward kijk ik hem aan. Hij onderbreekt de betaling en draait de kassabon uit. Dan schiet hij in de lach. “Ik zie het al”, zegt hij, terwijl hij me een knipoog geeft. Op onze bon staan paprika’s. Tweehonderdtweeëntwintig paprika’s! In plaats van de twee die ik in de tas heb gedaan. Heb ik toch even niet goed opgelet! Hij corrigeert het aantal en dan kan ik een normaal bedrag afrekenen. “Fijn weekeinde”, wuift hij mijn excuses weg. “Ik ga even de voorraad paprika’s aanvullen vóórdat andere klanten ernaast grijpen!”