Praktijkervaring

De laatste dag op ons oppasadres zit erop. De tijd is omgevlogen. Overdag ‘gewoon’ gewerkt: Manlief in de werkkamer en ik achter de keukentafel. We voorzagen elkaar regelmatig van koffie en toebehoren, net als thuis. Maar om 17 uur was het vakantie tot de volgende ochtend. De rust van de rivier, de warmte van de wijkbewoners, de geneugten van de lokale Rhenense middenstand: we hebben weer genoten. Vanavond maken we het huis schoon en vertrekken we naar onze eigen stek, terwijl mijn oud-collega en zijn gezin de daling naar het vliegveld inzetten. Vandaag is ook deel drie alweer van mijn introductieprogramma bij de nieuwe organisatie. Verwachtingsvol open ik de app. En schiet dan onbedaarlijk in de lach. Een kwartier later weet ik hoe je tapijt moet schoonmaken en hoe je een tegelvloer behandelt. Ik laat me uiteraard niet onbetuigd en breng het geleerde in praktijk. Het resultaat? Alles blinkt en straalt. Helemaal geen slechte carrière-move!

Hartzeer

Dat is nog wel het meest verdrietige. Die herhaalde confrontatie. ’s Ochtends wakker worden en je pas na enkele minuten realiseren dat er iets ergs is gebeurd. Onbewust zoeken naar twéé halsbanden. Zonder nadenken haar favoriete kluifjes in het winkelwagentje leggen. Naar een Bonovo-aapje kijken en dezelfde ronde zwarte kijkers zien die iets te dicht tegen elkaar aan staan. En weer knijpt keer op keer je hart samen. Sydney is niet meer. Naar nu blijkt, is ze op dezelfde dag naar de regenboogbrug vertrokken als de rechterhond van Cesar Millan, Junior, ook vijftien jaar oud. Hij plaatst een filmpje op social media waarin hij zijn tranen met moeite in bedwang houdt. Zijn stem breekt als hij vertelt over het versleten lichaam dat achterblijft, en de troostende spirit die hij om zich heen voelt. Ze zijn niet helemaal weg en dat merk je als je je ervoor open stelt. Maar toch schrik ik als er een donkere jas op de grond in de garderobe ligt. Langs haar favoriete losloopveld rijd met afgewend gezicht. “Hoe gaat het met je moeder?” vraagt een vriendin. Die voelt zich geamputeerd. Weet dat het leven verder gaat, verder moet. Maar hoe? Allerlei herinneringen aan de rouwperiode om Floppy poppen ongevraagd op in mijn hoofd en hart. Ik dacht toen dat er geen leukere hond bestond. En kreeg ongelijk. Maar voordat ik daarvan overtuigd was, duurde een tijdje. Die periode nemen we nu ook. We halen herinneringen op, laten tranen vallen en ademen door. Er komt een nieuw hondje, dat is zeker. Maar nu nog even niet. Nu denken we aan Sydney en glimlachen.

Mister Big, Cupcake en Junior

Vanuit het verre Italië word ik gecorrigeerd: Uno, Due en Tre heten in het echt Mister Big, Cupcake en Junior. En als ik hen van hun dagelijkse ontbijt voorzie, kijken ze me enigszins verontwaardigd aan. Ik check de belangrijkste onderdelen: licht uit, pomp aan, water helder. Alles lijkt in orde. Wel valt het me op dat er niet veel over is van het groene plantje. Cupcake knikt bevestigend: dat is dus het dilemma. En of er een binnenhuisarchitect kan worden ingezet. Ik zucht: het heeft nogal wat vinnen in water voordat dit drietal tevreden is. Maar goed, na enig gegoogle meld ik me bij de dierenwinkel in het centrum. “Heeft u van dat groen voor in een aquarium?” Hij glimlacht: “In vakterminologie heet dat een zuurstofplantje.” Ik bedank hem vriendelijk voor de opgedane kennis maar licht toe dat ik slecht tijdelijk oppasser ben. En dat mijn grootste zorg is dat er eentje gaat hemelen. Nu lacht hij hardop: “Ik begrijp wat u bedoelt. U moet eens weten hoeveel mensen ik hier in de zaak krijg die ‘met spoed een vis nodig hebben’.” Maar ik schud mijn hoofd: “Daar kom ik niet mee weg. Deze hebben namen! En het zou me niet verbazen als ze nog naar hun eigen naam luisteren ook! Dus laten we hopen dat het niet zover komt: ik doe er in elk geval mijn uiterste best voor.” Als ik het zuurstofplantje even later in het aquarium laat zakken, zwemmen Mister Big, Cupcake en Junior nieuwsgierig naar de aanwinst toe. Gespannen kijk ik naar hun gezichtsuitdrukking. En gelukkig: Junior knipoogt naar me, Cupcake draait enthousiast een rondje en Mister Big? Die zwemt naar het wateroppervlak en opent zijn bekje. Of we dit kunnen vieren met iets lekkers? Maar daar trek ik de grens. Voor vandaag zijn ze genoeg verwend.

Rainwater-challenge

Als ik aan kom rijden met de boodschappen, zie ik dat het zolderraam open staat. Er is behoorlijk wat regen gevallen de afgelopen dagen en het heeft stevig gewaaid. Waarschijnlijk stond het raam op een kier. Als ik de tassen heb neergezet, loop ik gelijk door naar boven. Ik pak de greep vast, maar op de een of andere manier trek ik de verkeerde kant naar beneden. En krijg een enorme bak met koud water over me heen! Alles drijft: het bed, het dekbed, het venster! Het water staat tot in mijn schoenen met mij erbij. Snel pak ik alles bij elkaar om de schade zoveel mogelijk te beperken. Het matras is gelukkig niet vochtig: ik heb zelf het grootste deel opgevangen. Als ik in de keuken kom, kijkt Manlief me verbaasd aan: “Wat heb jij nou gedaan?” Ik haal nonchalant mijn schouders op: “Heb je dat niet gelezen op Facebook? Er is een nieuwe challenge. Vang zoveel mogelijk regenwater op. Ik sta op dit moment regionaal op nummer 1.” Dan loop ik naar buiten om alles in de tijdelijke zonneschijn te drogen te hangen, Manlief verbijsterd achterlatend. En bedenk terwijl ik een wasknijper uit het mandje haal wie gek genoeg is om mijn voorbeeld te volgen en er een echte challenge van te maken. Laat gerust onderstaand je aanmelding achter.

Uno, due e tre

Ooit had mijn vriendin een goudvis: Woutertje. En die kon een kunstje. Hij kon uren op zijn rug zwemmen. Gewoon, omdat hij er blijkbaar zin in had. Hij had een prachtige kom met een kasteeltje, een schatkist waar bubbels uit kwamen en veel groen. Maar soms verveelde hij zich, en dan draaide hij zich om. Totdat hij die kant van zijn wereld beu was, dan zwom hij weer op de gebruikelijke manier. Ik denk aan hem terwijl ik de vissen van Nienke eten geef. Ook dat is een van de taken hier op het oppasadres. Ik begroet ze ’s morgens vrolijk, terwijl ik het klepje aan de bovenkant van het aquarium open doen. Geen idee hoe ze heten, en of het dames en/of heren en/of anders zijn. Dus noem ik ze voor het gemak Uno, Due en Tre, aangezien Nienke op vakantie is in Italië. Ze vinden het prima, zo lang ze maar eten krijgen. “Gewoon een beetje voer, niet teveel en niet te weinig”. Maar ja, hoeveel is dat dan? Ik zoek het op via Google en lees dat ze er ongeveer een minuutje over moeten doen om het op te eten. Beslist niet langer dan twee minuten. En hoe hongerig ze ook kijken: van teveel eten gaan ze dood en dat is zeker niet de bedoeling. Ik houd de tijd nauwkeurig bij en controleer of alles ook netjes wordt opgegeten. Dan loop ik de kamer weer uit: “Buona giornata!” En volgens mij zwaaide Due me met zijn linkervin na.

Durf te vragen voor gevorderden

We voelen ons steeds meer thuis op ons oppasadres. Weten beter wat we waar kunnen vinden, op welke manier de hightech apparaten functioneren en hoe de hazen hier lopen. En ook de wijkbewoners (her)kennen ons, al dan niet aan de oppashond. “Hey, zijn jullie er weer, wat gezellig!”, begroet de buurvrouw van de buren rechts ons. Haar hondje Suus begroet Darwin vergelijkbaar en vliegt hem om zijn nek: “Ik vond je vorig jaar al zo leuk!” We maken een praatje en gaan dan ieder ons weegs. Een paar dagen later bel ik bij haar aan. “Ik heb twee vragen”, kondig ik mezelf aan. “Kom binnen en barst los”, is haar antwoord. Suus kruipt gelijk gezellig op schoot terwijl ik uitleg dat ik geen instructie voor het oud papier kan ontdekken. Al het andere afval wordt keurig gescheiden in de daarvoor bestemde bakken en zakken. Maar het papier stapelt zich nu op. Ze lacht en legt uit dat dit in een afvalbak met blauw deksel kan worden gegooid, die buiten het zicht in de schuur staat. “En je tweede vraag?”, zegt ze uitnodigend. “Het is ’s avonds nog heerlijk buiten”, vervolg ik. “Maar ik vind alleen die suffe kant-en-klare haardblokken om de open haard aan te steken. En ik zag aan de stapel naast je deur dat jij wel weet waar je hout haalt!” Nu schatert ze en wenkt me: “Kom, er ligt zat, pak gerust een stapeltje. En als je nog meer vragen hebt: weet me te vinden!” Met mijn armen vol hout loop ik terug. Elkaar helpen is en blijft zo fijn, ook als je tijdelijk buurtgenoot bent.

Zwembadprofessional

Enigszins verontrust kijk ik naar het water van het zwembad. Waar het bij onze aankomst eind vorige week glashelder was, oogt het nu lichtgroen. Ook de slang van de pomp is groen uitgeslagen. Hm. Naast het bad staat een bak met een snorkel, een schepje en een aantal potten. Ik open er eentje en deins hoestend achteruit: een hap chloorlucht is helemaal niet fijn! Voordat ik de andere pot open, lees ik voor alle veiligheid toch maar eerst het etiket. Iets ingewikkelds met ph-waarden en inschatting aantal liters water. Pfffff. Via de app zie ik dat de eigenaren recent online waren. Dus stuur ik gelijk een berichtje aan mijn oud-collega en leg de situatie kort uit. Een paar minuten later belt zijn echtgenote: ‘Hahahaha, daar weet híj niet zoveel van, ik ben de zwembadexpert!’ Ik lach mee, een beetje beschaamd dat ik ‘onderhoud zwembad’ traditioneel koppel aan de heer des huizes. Ze wuift het weg en legt duidelijk uit wat er moet gebeuren, waar ik op moet letten en wat ik waar kan vinden. In een mum van tijd is het geregeld. “Je bent nu een zwembadprofessional”, feliciteert ze me lachend. We kletsen nog even over het verschil in weersomstandigheden bij hen en hier in Nederland, en nemen dan afscheid. Stiekem ben ik best trots op mezelf. Hopelijk wordt het nu snel weer zwembadweer.

Dansende beren

En aangezien Ouwehands Dierenpark in de achtertuin ligt (of eigenlijk voortuin, maar alla) besluiten we ter plekke een abonnement te nemen. Leuk om komende week na werktijd nog even naar de panda’s te gaan zwaaien, toch? We lopen door de hoofdingang en gelijk valt de vriendelijkheid op. Als ik terugdenk aan de Zoo in San Diego, dan herinner ik me vooral de lethargie van de dieren. Maar hier zijn de verblijven royaal, groen en gezellig. Een jonge giraf komt nieuwsgierig op ons af, totdat de moeder corrigeert: “Niet zo dicht bij het hek!” De stokstaartjes liggen in een warm rommelig hoopje in het zand. Sommige oogjes kijken ons slaperig aan. Dan zien we het Aziatisch paviljoen van de panda’s. Moeder en kind liggen bewegingloos op de vlonder: duidelijk middagdutje. Alleen een oor beweegt af en toe. Dan lopen we door het berenbos. Twee beren staan op hun achterpoten en duwen elkaar plagerig om. Ze zijn helemaal in hun element. Op ons gemak lopen we door het park en zwaaien nog een keer naar een nukkige sneeuwuil en twee reuzenschilpadden. Dan steken we de weg voor de hoofdingang weer over. Via een binnenpaadje zijn we snel terug in het huis waar het zwembad op ons wacht. Maar we komen zeker nog een keer (of twee) (of drie) terug, beloofd!

Afzien

Ook hier horen we verkeer, van de verbindingsweg over de Nederrijn die we vanuit de tuin zien liggen. Verstoren hangjongeren de rust door het openstaande slaapkamerraam, als ze op het uitkijkpunt over de rivier luidruchtig bijkletsen. Maar de ruimte, de vogels en de natuur zijn zo heerlijk. We zitten hier pas een paar dagen en zijn al helemaal geinstalleerd. Manlief en ik hebben allebei een werkplek gecreëerd, zodat thuiswerken dezelfde intensiteit heeft, maar een ander uitzicht. En nu is het weekeind. Ik herinnerde me de route van vorig jaar naar de lekkerste bakker in de buurt, de lokale viswinkel en de kaasshop. En dus is de koelkast gevuld met zaligheden. Sammie en Darwin zijn alweer helemaal aan elkaar gewend: spelen met elkaar, delen het speelgoed (of niet), snaaien de snack van de ander weg (mits mogelijk) of genieten met dichtgeknepen ogen van een rustmomentje. Ook mijn moeder komt wat tot rust, al is het verlies van haar viervoetige maatje ook hier vlijmscherp. Mijn oud-collega en zijn vrouw appen: ze genieten volop van hun vakantie, overtuigd dat het thuis goed gaat. En ze hebben gelijk. Dit is het prototype win-win-situatie. En we dragen daar heel graag ons steentje aan bij.

Sopstage met een krentenbol

“Oh, en verplicht onderdeel van de introductie is een sopstage”, zegt mijn leidinggevende met een glimlach. “Ze weten al dat je komt.” En zo meld ik me aan het eind van mijn eerste week om 8 uur in het ziekenhuis. Ik word hartelijk welkom geheten. “Dit is je bedrijfskleding”, vertelt mijn contactpersoon. “Vanochtend ga je met twee dames bedden soppen”. Samen lopen we de afdeling op. Ik leer hoe je een bed schoonmaakt, de lakens instopt en aan welke kant de opening van het kussensloop hoort. We werken vlijtig door, het tempo is hoog. En telkens gaat de telefoon: “spoedschoonmaak bij oncologie, spoedje bij kraamzorg”. We maken wat meters! Dan is het tijd voor koffie. “Oh je boft”, zegt de ene collega, “er staat een couveuse om straks schoon te maken! Heel leerzaam!” Maar voor nu ben ik blij dat ik even zit. De ander kijkt me fronsend aan: “Heb je niets te eten meegenomen? Dat is niet handig, je werkt hard. Hier, neem mijn krentenbol!” En verder gaan we weer. Een patiënt zwaait naar me: “Zuster, kunt u even komen?” Ik leg uit dat ik van de schoonmaakdienst ben, maar haar vraag kan ik gelukkig toch beantwoorden. Even verderop ligt een mevrouw zachtjes te huilen. Vragend kijk ik de collega’s aan. “We kunnen meestal weinig voor hen doen, maar een troostend klopje doet vaak al veel.” En inderdaad kalmeert mevrouw als we even naar haar hebben geluisterd. Tegen de middag hebben we tientallen bedden schoon- en opgemaakt, kastjes uitgesopt en monitoren een frisse veeg gegeven. Ik bedank de dames voor hun geduld en zie twee stralende gezichten. “Je maakte maar één fout: top gedaan”. “Je mag zo ook nog even meelopen op de IC”, zegt mijn contactpersoon. “Zij vindt het ook maar wat leuk dat iemand van kantoor haar komt helpen.” En inderdaad: ik mag de vloer vegen. Opgewekt begin ik: in de instructie had ik al gelezen hoe het moet. Maar halverwege onderbreekt ze me schaterend: ik loop aan de verkeerde kant van de sanitairmop! Samen maken we drie IC-kamers schoon, terwijl ze bevlogen over ‘haar werkfamilie’ vertelt. Ze is zo trots op ‘haar IC’. Na anderhalf uur is mijn rug nat van het zweet en mag ik het voor gezien houden. Ik heb grote bewondering voor deze collega’s en neem me vast voor om de sopstage over een tijdje te herhalen. Een ding is zeker: ik ben meer dan van harte welkom!