Adventskalender 2.0

kaars“Weet u wat een adventskalender is?”, vraag ik haar. Ze knikt: “Dat is iets voor kinderen!” Ik lach zachtjes om mijn gekneusde ribben te ontzien en zeg dan: “Het is een dagelijks gekkigheidje met een aardigheidje, boodschap of opdracht. Ik heb er veertien voor u gemaakt. Elke dag één envelop.” Ze ligt op dezelfde kamer in het ziekenhuis als mijn moeder, en heeft vandaag verschrikkelijk nieuws te horen gekregen. Als in ‘over en uit’. Gelukkig heeft ze een euthanasieverklaring, en kan ze zelf het moment bepalen. Enigszins, want zo eenvoudig en snel gaat het allemaal ook weer niet. Over twee weken blaast ze haar kaarsje definitief uit. En om haar een dagelijks lichtpuntje te geven, heb ik een kalender gemaakt. Met vragen om terug te denken aan een favoriet restaurant, een mooie vakantie, het grootste geldbedrag ooit gevonden op straat. Ze pakt mijn handen stevig vast, in haar ogen staan tranen. We kennen elkaar nauwelijks, maar eindigheid geeft vertrouwelijkheid en maakt contact leggen gemakkelijker. Ze heeft niemand meer, op een paar verre neven en wat kennissen na. “Denk erom, hoor, één envelop per dag!”, hef ik glimlachend mijn vinger. En knuffel dan mijn moeder nog een keer stevig voordat ik weer naar huis ga. De volgende dag zit ze rechtop in bed, en zwaait al vanuit de verte. “Die van gisteren was zo leuk, er zat confetti in!” vertelt ze stralend. Ik maak even een praatje en richt me dan weer tot mijn moeder, die gelukkig langzaam maar zeker herstelt van een fikse darmontsteking. Als ik afscheid neem van de dames, zie ik dat ze zich verheugt op de volgende envelop. Ik word er zelf blij van, al weet ik dat het aftellen ook zwaarbeladen is. Iemand zou niet alleen dood moeten mogen gaan. Nooit.

Advertenties

(niet) Lachen

img_7034En zo krijg ik dus voor het eerst in alweer bijna vijf jaar de kans ook in het andere deel van mijn werkterrein ervaringen op te doen. Hulp vragen én accepteren. Want dat zal nodig zijn. Volgens de huisarts had ik mijn ribben zelfs beter kunnen breken: minder pijnlijk en sneller herstel. Maar op die hulpvraag is tot nu toe nog niet gereageerd. Naast een enorme dosis pijnstilling (die niet afdoende helpt) is het advies om rustig in beweging te blijven. Af en toe diep in en uit te ademen om longontsteking/-perforatie te vermijden. Beslist geen zware dingen te tillen. En dit zes weken vol te houden. Dus. Langs alle kanten krijg ik steunbetuigingen en tips. Ook van een samenwerkend partner, die na een zeer ernstig ongeluk een paar maanden geleden nog volop aan het revalideren is. Op haar vraag ‘waarom niemand mij tegenhield toen ik op die tafel wilde dansen’, schiet ik in de lach. Au! Was het maar een spectaculair verhaal geweest, in plaats van een stomme struikeling over een stoeptegel en uiterst onhandige landing op het hardplastic handvat van de riem. Maar goed, opvallend is wel hoe vaak ik eigenlijk lach op een dag. Ben me er nu terdege van bewust. Ach, zo heeft elk nadeel dus ook een nadrukkelijk voordeel. Niettemin indringende vraag aan alle lezers: laat me voorlopig maar even niet lachen. Waarvoor dank!

Smak

stoeptegelEn Manlief zei het nog toen we vanochtend afscheid namen: “Pas goed op jezelf vandaag.” Iets wat hij regelmatig zegt en waar ik altijd braaf bevestigend op antwoord. En me er meestal ook naar gedraag. Twee honden, een lunchwandeling en een losse stoeptegel later, lig ik ineens op straat. Naast me hurkt een meisje neer, die de riemen even overneemt. De mannen die een eindje voor me liepen, hollen terug en helpen me overeind. “Wat aardig, we letten dus wel op elkaar.”, denk ik nog. En zak dan terug op de stoep. Pijn! Ik ben op een van mijn handen gevallen, met daarin het harde handvat van Darwin zijn riem, en ademen is erg naar. Een automobilist, die ook is gestopt, grijpt naar zijn telefoon: “Ik bel een ambulance.” Maar dat staat mijn gekrenkte ego niet toe, dus ik wapper: “Heel eventjes wachten, het gaat vast zo wel weer.” En inderdaad zakt de pijn na een paar minuten. Het meisje maakt intussen met een doekje mijn handen en knieën schoon: het bloed valt gelukkig mee. Dan krabbel ik opnieuw overeind en bedank iedereen. Ik loop een stuk voorzichtiger via de kortste route terug naar huis. Met een paar paracetamols en een kopje thee ga ik weer achter mijn laptop zitten. En app ik Manlief: “Missie mislukt! Morgen weer een dag.”

Adventskalender

“Hier, cadeautje, voor jou en voor Darwin, meegebracht uit Keulen!” Verrast kijk ik hem aan. Een adventskalender van Lindt, die heerlijke chocola maakt. We zijn zelf ook al een paar keer in het museum geweest en het was elke keer een feestje. Wat heerlijk! Ik geef onze vriend een stevige knuffel. Ook Darwin is verheugd, al weet hij niet precies waarom en waarvoor. “Nog een paar weken wachten”, beloof ik hem. “Dan zul je wat meemaken!” Op 1 december pak ik de hand van Manlief, kijk hem veelbetekenend aan en leid hem dan naar de koelkast. “Je kerstcadeau is er vroeg bij dit jaar”, zeg ik met een knipoog. Nieuwsgierig opent hij de deur en begint te stralen. Een adventskalender met bier! Inclusief een speurtocht en natuurlijk heel veel achtergrondinformatie over de inhoud. Nu krijg ik een stevige knuffel. En zo heerst er sinds een paar dagen ’s avonds zo rond vijf uur een onrustige sfeer: ik verheug me op de chocola achter het te openen deurtje met de betreffende datum, Manlief op zijn speciale biertje en Darwin op een bijzonder kluifje. Zalig, nog 18 dagen te gaan.

Proost op het leven

ToonIk was twaalf toen we verhuisden naar ‘een echt huis’. Ik had mijn hele leven boven ons bedrijf in een winkelstraat gewoond. Nu was er een speeltuin op de hoek, en een weiland met een paard en schapen voor de deur. Maar het mooiste was toch wel de hond van de buurman. Robin. Een vrolijke zwarte robbedoes. Hij hoorde bij Toon en Tineke en we speelden vaak met hem. De jaren verstreken. Robin ging hemelen, en we waren verdrietig, maar hadden inmiddels als pubers ook andere interesses. Ik verhuisde terug naar dezelfde winkelstraat, nu aan de andere kant van de weg, weer een bovenhuis. Maar regelmatig maakte ik een praatje met Toon, als ik ‘m zag terwijl ik even in het ouderlijk huis was. Of zwaaide ik naar Tineke achter het raam, terwijl ik de hond van mijn moeder uitliet. Toen ik in mijn bruidsjurk hand in hand met Manlief over het tuinpad liep, stonden zij vooraan te klappen met nog veel meer buren uit de straat. Tineke was al ziek, maar ze straalde bij het zien van het geluk van ‘nog steeds mijn buurmeisje!’ Een paar jaar geleden moesten we afscheid van haar nemen. En bleef Toon alleen achter. Ik zag hem nu af en toe zitten bij het raam. Hij stak zijn hand op, altijd met een joviale glimlach en zijn melodieuze stem: “Dahag!” Maar zijn verdriet was zo groot. Er werd een onzichtbaar rooster opgesteld in de buurt: hij kreeg een maaltijd van de een, en een ander ging ‘spontaan’ een glas wijn drinken bij hem. Hij sloeg zich er doorheen: het leven ging door, al miste hij zijn Tineke elk uur van de dag. Toen werd hij ziek. En zieker. En vandaag kijk ik naar zijn kist. De voorganger vertelt dat Toon de dienst en de muziek zelf heeft samengesteld. En vorige week nog heeft gecontroleerd dat de door hem bestelde worstenbroodjes voor tijdens de condoleance ook warm zijn. Hij hoopte op een hiernamaals en verheugde zich op het weerzien van zijn Tineke. In mijn hoofd speelt een liedje: “Proost op het leven, treur niet om mij.” Samen met de buren toasten we met koffie op zijn leven. Het is goed zo. Dag Toon, geef Tineke en Robin een knuffel. Bedankt voor alles, én voor het warme worstenbroodje!

Dromen zijn

Sinds een paar weken ben ik helemaal into ‘Once upon a time’. Een televisieserie die een andere invalshoek op de sprookjeswereld geeft. Hoe het verder gaat met Sneeuwwitje en Prince Charming. Mijn alltime favorite Peter Pan blijkt een vreselijk joch te zijn. Raponsel is verstrikt in een soort psychose. En Roodkapje een vermomde wolf. Oh ja, Roger Daltrey heeft een gastrol als de caterpillar van Alice in Wonderland. Elk van de zeven seizoenen heeft 23 afleveringen en ik ben inmiddels halverwege seizoen 5. En ik geniet ervan! Als ik midden in een spannende aflevering zit over de Schotse koningin Merida die in contact met haar overleden vader wil komen, word ik overvallen door heimwee. Zo vaak heb ik dezelfde vraag gehad. Mijn vader kennis laten maken met Manlief. Laten zien wat ik van mijn leven heb gemaakt. En hem wat beter leren kennen: ik was nog zo jong toen hij stierf. We dachten een heel leven voor ons te hebben. Terwijl de tranen over mijn wangen lopen, zie ik hoe de actrice toverbier over de grafsteen gooit. De acteur die haar vader speelt, verschijnt met de woorden: “Niet doen, je verspilt goed bier!” Manlief draait zich om en kijkt me aan: “Jouw vader zou volgens mij precies hetzelfde zeggen!” Ik lach door mijn tranen heen. En weet het zeker: mijn vader zou trots op me zijn geweest. Op wie ik ben geworden, op wat ik van mijn leven heb gemaakt. En hij zou het bijzonder goed hebben kunnen vinden met Manlief!

Lesje nederigheid

Vroeger, ja. Maar dat was vroeger. Nu storm ik bijna zonder te kijken de Amsterdamse tram in. Regel met mijn roestige Spaans seniorenkaartjes voor de metro in Madrid. Stap drie keer over om een voorsprong in de vertraging te realiseren. Nee, het openbaar vervoer kent geen geheimen meer voor mij. Tot het me vandaag een lesje nederigheid leerde. De auto moest naar de garage voor een grote onderhoudsbeurt. Het is normaal via de snelweg een klein kwartier rijden. Maar Manlief had een vroege afspraak, Broer een vol ochtendprogramma en Buurman is nog niet wakker op dat tijdstip. Wegbrengen was geen optie. Dus ik besloot dat het streekvervoer uitkomst zou bieden. Het bleek een goede keuze: ik was keurig op tijd op kantoor, inclusief een overstap. De terugweg zag ik vol vertrouwen tegemoet. Ik activeerde mijn OV-kaart en nam plaats. Terwijl ik e-mails beantwoordde, merkte ik ergens onbewust wel dat de chauffeur een vreemde route reed. En dat werd versterkt toen hij me bij een halte vroeg waar ik eigenlijk naartoe wilde! Ik bleek aan de verkeerde kant van het perron ingestapt te zijn: deze lijn reed dan eerst nog een grote lus door het centrum. Volgens de vriendelijke meneer overkwam het de beste. Bracht hij me uiteindelijk waar ik moest zijn. Arriveerde ik nog net op tijd bij de garage, waar ik heel blij weer zelf achter het stuur plaats nam. En me heilig voornam om volgende keer de routeplanner te driedubbelchecken. Gewoon voor de zekerheid.