Bram

“Makkemaaie?” In eerste instantie versta ik het jochie niet eens, maar Darwin begrijpt het uitgestoken handje en gaat gewillig zitten om geknuffeld te worden. Hij heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mensen, met z’n open blik en fluweelzachte bruine oren. “Dag Bram!”, zegt hij vrolijk. “Nee, dit is Bram niet”, reageert de bijbehorende vader. En mij vervolgens mij verontschuldigend aankijkend: “Mijn moeder heeft ook een Beagle en die lijkt er wel veel op inderdaad.” Ik informeer naar de fokker: de Roepertjes hebben een nadrukkelijke gelijkenis. Maar daar heeft hij geen antwoord op, zijn kennis reikt niet verder dan het ras. In de tussentijd heeft het jongetje zijn armen om de nek van Darwin geslagen die het allemaal gemoedelijk over zich heen laat komen. Dan vindt de vader het genoeg: ze moeten verder. Nog een laatste knuffel, een kroel en dan lopen we in tegenovergestelde richting verder als ik hem hoor zeggen: “Dat was dus echt wel Bram!”

Advertenties

Een kopje koffie

“Welkom bij de one-man show!” begroet de medewerker van Starbucks mij vrolijk. Ik lach terug, me al verheugend op de kop koffie-to-go waarop ik mezelf trakteer vanochtend. Terwijl hij de bestelling noteert en bereidt, vertelt hij dat z’n collega onderweg is en dat hij tot dat moment de zaak voor zichzelf heeft. “En voor jou”, voegt hij eraan toe. “Hoewel, je maakt het me niet echt moeilijk met je keuze. Ik ken zoveel heerlijke combinaties. Het is een hobby!” Ik heb hem nog niet eerder gezien, terwijl ik hier regelmatig even stop. “Werk je hier komende donderdag?” Hij knikt enthousiast. “Dan mag je vast nadenken over een spectaculair drankje. Ik meld me hier op ongeveer dezelfde tijd.” Hij vindt het geweldig en stelt gelijk een paar vragen: “zoetekauw? ✅ Gember? ✅ Straf? ❌ Echte fan? ✅” Dan overhandigt hij me mijn koffie en wenst me een fijne dag. “Tot donderdag!” Ik zwaai ten afscheid. Benieuwd wat hij voor me gaat bedenken. Het wordt sowieso een feestje!

Dit nooit meer!

vierdaagseDat waren onze woorden vandaag drie jaar geleden, na het afleggen van 160 km in vier dagen tijd. We hadden genoten! Geleden! Gelachen! En gevloekt! Maar dit nooit meer, vinkje op de bucketlist, over, klaar. Ik voegde er zelfs nog aan toe voor alle zekerheid: “Houd me tegen als ik van gedachten verander.” Mijn vriendin, ervaringsdeskundige 4D-vrijwilliger, sprak wijze woorden: “Het is verslavend!” Medelopers bevestigden het: “Het gaat weer kriebelen!” Maar ik wist het zeker: ik zou slechts één keer de Vierdaagse van Nijmegen lopen. En toch. De saamhorigheid van betrokkenen was overweldigend. De aanmoedigingen hartverwarmend. De voldoening dat we het hadden gered maatgevend voor andere zware momenten. Tja. Drie jaar lang hielden we het vol. Wisten we een sluitend excuus te onderbouwen met uitspraken als “kost zoveel trainingstijd” en “vergis je niet in de financiële kant”. En zaten niettemin gekluisterd aan Omroep Gelderland terwijl Harm Edens ons meenam in het Vierdaagse journaal. Gisterenavond keken we elkaar aan. Ik knikte. Manlief glimlachte. We gaven elkaar een high-five! Tot volgende jaar.

Fantisma

Manlief heeft een officieel diploma boven z’n bed hangen. Hij is sinds een paar weken Bierista. De beloning voor een cursus waar je bier leert kennen door te kijken, te ruiken en te proeven. Want bier is niet gewoon een glas geel vocht met een schuimkraag. Je hebt allerlei kleuren, van gebroken wit naar amberkleurig tot bijna zwart. De geur varieert ook in alle toonaarden. Ik, als geen bierdrinker, help natuurlijk een handje door te ruiken en een slokje te proeven. En het leuke: mijn reukvermogen is net iets beter dan het zijne. Ik ruik mandarijn in het fruitige, of drop in de zwaardere soorten. De bedoeling is om het bier te beschrijven en anderen daarmee te inspireren. Je krijgt er ook punten voor, en er is een wedstrijdelement aan verbonden. Ik geef   de meest bloemrijke uitingen door als aandachtstrekker. Die ik desnoods zelf bedenk maar dat natuurlijk niet laat merken. Gisteren rook ik een kruidachtige geur. En zei: “Onmiskenbaar de geur van het blad van een tomatenplant.” Manlief keek me licht ongelovig aan. Maar ik hield vol. En wees veelbetekenend naar mijn kruidentuintje. Argwanend liep Manlief naar de aangeduide plant en snuffelde. “Ik ruik geen overeenkomst anders.” Ik kon mijn lachen nauwelijks houden toen ik antwoordde: “Nee, dat in ook nog niet, er hangen nog geen tomaten aan namelijk. Maar geloof mij maar.” Ik weet niet of hij erin trapte. En of ik nadat hij dit stukje heeft gelezen me nog mee laat keuren. Maar het was de moeite van de blik op zijn aandachtig voorovergebogen rug meer dan waard.

Zeven stappen

Het gerucht gaat dat je in principe maximaal zeven stappen nodig hebt om bij wie dan ook in de wereld te komen. Of het nu om Barack Obama of de visverkoper op Texel gaat, om Leo Blokhuis of een dakloze in Groningen. In eerste instantie vond ik dat bedenkelijk. Maar volgens mij zit er wel een kern van waarheid in. Ik had ooit veel contact met Bart Peeters en zijn familie. Dus viavia kom je dan hypothetisch al een heel eind. En hoe klein de zorgwereld is, merk ik dadelijks in mijn werk. Er is altijd wel iemand die iemand kent die je kan helpen diegene die je zoekt te bereiken. Dus ook daar zouden volop mogelijkheden zijn. Als een BN’er sterft, zie je een soortgelijke emotie ontstaan: “Ik ken iemand die hem of haar kende”, trekt gelijk de aandacht. Maar het verdriet van die ander, dat blijft daarbij meestal onbenoemd. Vandaag hoorde ik dat ik iemand in de kleine cirkel ken van de man die in Mallorca werd doodgeslagen afgelopen nacht. Ik ben er stil van. Heel stil. Heb mijn meeleven getoond, en alle betrokkenen heel heel veel sterkte gewenst. Een uiting die in dit geval volledig ontoereikend is. Soms is de wereld gewoon te klein.

Pijnlijk

Ze houdt zich stoer. En dapper. En bijt moedig door. Maar mij houdt ze niet voor de gek: de pijn na haar schouderoperatie is verterend. Ik doe wat ik kan om zonnestraaltjes tevoorschijn te toveren. En velen met mij! De hele dag worden er kaarten, bloemen, boeken en lieve gebaren afgeleverd. Verder sta je helaas  redelijk machteloos bij het leed. Terwijl ik wat mantelzorg, krijg ik ineens een idee. Wat zou het geweldig zijn als je de pijn even kon overnemen. De patiënt een pauze gunnen door zelf de pijn te ervaren. Als je een hoge pijngrens hebt, zou je je er zelfs voor kunnen verhuren. “Dag mevrouw, sorry, ik ben wat laat, maar het verkeer tegenwoordig. Wat u zegt inderdaad, maar goed, ik ben er. Waar kan ik gaan zitten? Ah, een stoel met zachte kussens, prima. En ja, graag een kopje koffie, dank u wel. Nu, ik ben zover, komt u maar, hoor. Archchchchch <steunt>, ongelooflijk dat u met zo’n pijn nog zo opgewekt de deur open deed!” Of zoiets. Dat zou het herstel zeker bevorderen en ook de sociale contacten versterken. Wie weet ooit in de toekomst. En tot dat moment schenk ik nog maar een lekker kopje thee in. Met een troostende knuffel erbij. Het duurt nog even maar het komt allemaal weer goed.

Tantes

oudZeilen, overstag terug en daarna gehaktballen eten. Toen wist ik hoe het voelt om zeeziek te zijn. Voor het raam van de keuken naar “Waddinxveen-treinen” kijken. De eerste geel/blauwe treinen in Nederland. Spelen met schaakstukken die net zo groot waren als ikzelf. Honden: Ielka, Timmy, Basje, Sasha. Naar de Tilburgse kermis met de trein. Hinkelen op vierkante oranje tapijttegels. Een tuin die via een poort in een hele enge brandgang eindigde. Een zolder, helemaal alleen voor ons, waar alles kon en mocht. We beleefden er bloedstollende avonturen. Doen alsof ik iemand opbelde, met een telefoon met zo’n draaischijf. Oma belde ’s avonds verontrust waarom mijn tante al die tijd in gesprek was! Van al mijn tantes heb ik leuke herinneringen. Logeerpartijtjes: ik kreeg er nooit genoeg van. Vandaag blijven mijn nichtje en neefje voor het eerst een keer slapen. Eindelijk heb ik een keertje ‘gewonnen’ van de oma’s. We spelen met z’n allen in het zwembad, leren Darwin nieuwe kunstjes, gaan oma, die geopereerd is, eten brengen. Ik heb een ernstig gesprekje met mijn neefje, die zich met zoveel prikkels om zich heen ineens heel verdrietig ‘verveelt’. Even de straat oversteken naar de speelgoedwinkel, brengt redding (en een brandweerauto) (met geluid). Ik onderhandel over het aantal spekjes ‘per dag’. En geniet. En bedenk aan het einde van de middag: “Welke herinneringen hebben zij over dertig jaar aan hun tante?” Ik heb in elk geval mijn best gedaan om er een paar mooie aan toe te voegen!