Iets ouder dan bijna vijftien

“Gisteren hebben we geluierd, dus vandaag wil ik een wat langere wandeling maken”, zeg ik tegen Manlief. “Een kilometer of acht. Maar ik houd hem in de gaten uiteraard.” De bewuste ‘hem’ gaapt nadrukkelijk. Over een paar maanden wordt hij 15 jaar. Dat geef je hem niet als je ziet hoe fit en flexibel hij is (in tegenstelling tot Manlief en ikzelf als we opstaan). Niettemin: het ritme hier is heel anders dan thuis. Daar maken we ook regelmatig lange wandelingen. Maar niet ‘nagenoeg dagelijks’. We zwaaien nog één keer en lopen dan de weg af. Het eerste stuk door het bos, waar Darwin keurig naast een knalrode paddestoel poseert. Dan gaan we de hei op. Gelijk na het wildrooster staat een kudde wilde paarden. Behoedzaam lopen we er tussendoor. Een van hen is nieuwsgierig naar ‘dat rare kleine paardje’. Darwin blijft netjes stil zitten. Tot hij moet niezen en het paard zich een hoedje schrikt. Verder gaat het weer. We zwaaien naar een boswachter, die zijn duim opsteekt: Darwin loopt keurig aan de lijn. Als ik de route wil vervolgen, staat er een bordje: ‘Vogelrustgebied. Geen toegang.’ Ik kijk op de navigatie en verleg de voorgenomen weg. Geen straf, want we lopen door en langs prachtige stukken natuur. De voorraad ‘portretrechtenafkoop’ slinkt gestaag: Darwin wordt regelmatig gefotografeerd. Nog meer bordjes zorgen voor nog meer aanpassingen. Als we weer thuis zijn, staat er ruim 10 kilometer op de klok. Kreunend laat ik me op de bank zakken. Dan hoor ik een zachte ‘woef’. Twee ogen kijken me aan. Met een bek vol knuffelkoe. Of ik zin heb om te spelen? Ik voel me oud. Heel oud. Een stuk ouder dan ‘bijna vijftien’. En ik ben er blij mee.

Joggingbroekendag

“Zo te zien, maak jij er vandaag een relaxte dag van”, zegt Manlief met een glimlach. ik knik. Het was gezellig, gisteren, het uitje naar Elspeet. Maar we hebben deze week nog vakantie. Daarna wordt het behoorlijk pittig (waarover later meer). Dus we nemen het ervan nu het kan. De koelkast is gevuld. Ik heb een nieuw boek. En ik heb mijn joggingbroek niet voor niets meegenomen. Dus na het ontbijt nestel ik me op de bank. De radio staat zachtjes aan. Manlief zorgt voor koffie en een speculaasje. We zien talloze koolmeesjes, pimpelmezen, een roodborstje en een boomklever zich tegoed doen aan de zonnebloempitten in de hanger naast het raam. En als ik, overvallen door een dutje, mijn ogen open, kijk ik recht in die van Darwin: het is vier uur en hoog tijd voor zijn avondeten. Morgen maken we weer een lange wandeling door het bos en over de hei met Schotse Hooglanders. Doe ik boodschappen en haal iets lekkers bij de bakker. Genieten we van het heerlijke herfstweer en elkaar. Maar vandaag was het joggingbroekendag. En het was een topdag.

Bye bye logeerbeagle

“Zullen we anders elkaar halverwege ontmoeten?” stel ik voor. Beaglevriend is terug van vakantie. En wil zijn Beagle graag terug. Maar die is op 2,5 uur rijden zelf volop vakantie aan het vieren. Met ons! Mijn idee om haar ook de rest van de week hier te laten genieten, vindt helaas (en terecht) geen gehoor. “Maar laten we er dan een gezellige wandeling en lunch aan koppelen.” En zo worden we voor het eerst deze vakantie wakker van de wekker. Rijden we na het ontbijt vijf kwartier naar Elspeet, waar ik een verzamellocatie met mooie wandelroutes heb gevonden. We zijn iets eerder en wachten vol spanning. Willow herkent de auto, ziet haar baas uitstappen en stormt met flapperende oortjes op hem af. De hereniging is heerlijk om te zien. We starten met koffie en boterkoek en lopen dan het bos in. We kletsen bij, terwijl de hondjes wederom allerlei geuren opsnuiven. “Zeg”, zegt Manlief als we weer terug bij de auto’s zijn, “wat denken jullie van een pannenkoekenrestaurant?” We vinden er een in Hoog Snoeren. Een waar feestje! Dan is het tijd om afscheid te nemen. Willow springt zonder om te kijken in de auto van Beaglevriend. Even knijpt mijn hart, maar natuurlijk is het goed zo. We zwaaien en rijden dan de straat uit: zij naar het zuiden, wij naar het noorden. En terwijl mijn ogen in de achteruitkijkspiegel nog een laatste glimp opvangen, zegt Darwin: “Zo, eindelijk met z’n drietjes. Nu kan de vakantie écht beginnen!”

Griezelig

Even twijfel ik, maar dan stop ik toch Darwin z’n Halloween-trui in de koffer. Geen idee hoe griezelig ze in Drenthe zijn, maar dat gaan we zien. Een week later blijkt het alles mee te vallen. Vooral pompoenen zie je hier volop. Bij de bakker heb je speciale ‘enge’ gebakjes. En de meneer van het tankstation wenst me Happy Halloween. Als ik terugkom van de boodschappen, staan de Beagles me al op te wachten. “Zijn jullie klaar voor de shoot?” Ze knikken allebei. Willow wil de trui met de doodskoppen aan en Darwin gaat dit jaar als mummie. De als speculaaspop verklede hamster en het knuffelschaap mogen ook op de foto. Als iedereen tevreden is met het resultaat, wordt de boel weer opgeruimd. “Wat zegt het spook”, vraag ik aan Darwin? “Boeeeee” loeit hij gewillig. Morgen doen we weer gewoon, hoor. Maar vandaag hebben we gillende pret.

Kilometerslang

Er hangt mist boven de weilanden, maar de temperatuur is prima voor een wandeling. “Een wat korter rondje lijkt wel logisch”, zeg ik tegen Manlief. “Darwin is niet meer de jongste. Ik wil hem niet oververmoeien.” En met een knipoog: “wij hebben ook vakantie, hè!” Manlief lacht en geeft me gelijk. Dus zoek ik op de wandelapp naar een mooi alternatief, dat met minder kilometers toch mooie vergezichten belooft. Die zijn er gelukkig maar genoeg hier. “Deze”, wijs ik. “Ruim 8 kilometer, maar het onderste deel hebben we gisteren al gezien. En als ik hier een stuk afsnijd, dan is het net geen 5 kilometer. Zijn we met een uurtje terug!” Darwin en Willow staan al bij de deur. We steken de weg over en volgen de blauwe lijn op de kaart. Af en toe pauzeren we voor een foto en de bijbehorende portretrechtenafkoop. Na 40 minuten kijk ik opnieuw op de app. Raar, we zijn nog niet op een derde van de route en mijn navigatie geeft al 4 kilometer aan. Ik besluit nog een stuk af te snijden. En nog een. Dan sluit ik de app en pak gewoon de kortste route naar huis, waar we ruim twee uur en royaal 8 kilometer later aankomen. “Was het mooi?” vraagt Manlief. “Absoluut”, antwoord ik. “We hebben wilde paarden gezien en de eerste vliegenzwammen. Prachtige overgroeide paden en uitgestrekte hei. Maar morgen kiezen we een langere route. Dan zijn we hopelijk wat eerder thuis.

Logeerbeagles en lone wolves

“Pas op, er zit een roedel wolven daar vlakbij!” Mijn collega vond en vindt het leuk om me te plagen. Maar hij was dit keer bloedserieus: toen we hier twee jaar geleden waren, werd daadwerkelijk gewaarschuwd om je hond niet los te laten lopen. Omdat er wolven zaten. En Darwin was ‘al bijna 13’: een gemakkelijke prooi. Nu is onze senior op een paar maanden na 15 jaar. Hebben we onze logeerbeagle een weekje over in verband met samenlopende vakanties. En zijn er dríe geregistreerde roedels in deze omgeving. Willow is ‘goed gevuld’. Met een aantrekkelijk warm buikje. Dus als ik Manlief kus met een ‘tot straks’, ben ik goed voorbereid. De voorgenomen wandeling is ‘ruim 6 kilometer afwisselend bos, hei en bewoond’. De honden lopen vooruit aan de lange lijn. Loslaten vind ik niet verantwoord. Ik heb naast een ‘wolvenalarm’ (een apparaatje dat een snerpend geluid kan maken) een stevige stok bij de hand en ik houd de omgeving scherp in de gaten. De wandeling is prachtig! De adembenemende herfstkleuren matchen prachtig met de Beagles. We groeten buurhonden en houtzagers. Bewonderen paddestoelen en genieten van de stilte. Hoewel. In mijn fantasie worden we gevolgd door een lone wolf. Hij ruikt de aantrekkelijke geur van een zacht buikje. En hoort het geknor van een gevuld biggetje. Hij is vlakbij. Nog een paar struikgewassen en … hij ziet twee Beagles. Eentje is een beetje mollig, inderdaad. Maar waar komt dat geknor dan vandaan? De lone wolf schudt niet-begrijpend zijn kop. En laat verbijsterd z’n prooi weglopen, onverstoorbaar. Hoe kan hij ook weten dat Willow knort als een varken als ze het naar haar zin heeft? En dat heeft ze!

Als een malle

Ooit, jaren geleden, hadden we een huisje gehuurd in Zweden. Het zag er fantastisch uit op de foto’s en lag aan een meertje met nog wat andere huizen. Maar het bleek er enorm eenzaam. De andere huizen waren verlaten en donker. De dichtstbijzijnde buren woonden op ruim een half uur rijden. Manlief had het prima naar zijn zin gedurende die tien dagen. Maar ik vond het verschrikkelijk en leerde dat ik mensen om me heen nodig heb om te genieten. Het vakantiehuis in Drenthe staat op een kleinschalig park. Je merkt nauwelijks iets van de buren. Maar er staat hier en daar een auto. We horen veel vogels en soms een bladblazer. De supermarkt is binnen een kwartier te bereiken. De bakker weet al welke lekkernij mijn voorkeur heeft. Als we met de hondjes door het bos lopen, is het een klein stukje tot de weidse hei met een uitzicht zo ver als je kunt kijken. De Schotse hooglanders zijn nieuwsgierig, maar blijven op respectvolle afstand. Precies genoeg ruimte om diep in en weer uit te ademen. De batterijtjes op te laden. Net iets teveel suiker in te nemen. En vooral als een malle te genieten. Daar zijn we volop mee bezig.

Dit hadden we echt even nodig

We worden langzaam wakker. “De eerste twee dagen van onze ‘grote vakantie’ wil ik liggend en slapend doorbrengen”, had ik Manlief aangekondigd. Mantelzorg, makelaars en mankementen. Allebei een nieuwe drukke baan. De behoefte aan een rustpauze is groot. Heel groot. Het vakantiehuis kennen we van twee jaar geleden. De route naar de bakker en supermarkt zit nog in mijn hoofd. Dus als alles is ingeslagen en uitgepakt, zak ik op de bank. En adem diep in en uit. Die avond kruip ik in bed zonder uit te rekenen of het door de wintertijd nu later of vroeger is. Ik ben moe en ga slapen. Punt. De volgende dag maken Darwin en Willow (die een weekje met ons meegeniet) me wakker voor het ontbijt. Een kwartier later lig ik terug in bed en begint het geknor en gesnurk van voren af aan. Tot het tijd is voor ons eigen ontbijt. We nemen het ervan: een dutje na de koffie, een middagslaapje na de lunch. Ik heb vijf heerlijke boeken bij me, maar mijn ogen vallen telkens dicht. En zo gaat nog een dag voorbij. Tegen de avond rekt Darwin zich uit. Gaapt nadrukkelijk. En kijkt me aan. Ik knik. Morgen gaan we wandelen. Naar de wilde paarden op zoek. De Schotse Hooglanders fotograferen. Iets lekkers halen bij de koffie. Genieten, bij bewustzijn. Maar dit hadden we echt even nodig. Nu kan de vakantie beginnen.

Top-avond

Het staat al heel lang op mijn wensenlijstje. Vooral als het ‘s avonds eerder donker wordt en de kaarsjes aan gaan. Op de radio worden de weken tot kerstmis afgeteld. Mijn hart gaat sneller kloppen. En je weet het: de Top 2000 komt er weer aan. Een keer naar het Top 2000-café is een droomwens van mij. En nu is het eindelijk zover. Samen met een van mijn BFF’s melden we ons aan bij de bewaking van het NTR-gebouw. “We hebben kaartjes voor de Top 2000 Pubquiz.” Toch wat gespannen nemen we plaats in de ruimte met andere wachtenden. Met een beetje mazzel en een boel inschattingsvermogen lopen we recht achter de gastvrouw naar de studio. Zo krijgen we eerste keuze zitplaatsen, bijna op armlengte (als je hele lange armen hebt) van Leo Blokhuis en Merel Westrik. Alles is zo heerlijk herkenbaar: een blije lach zit muurvast op onze gezichten. De BN-ers worden onder luid applaus verwelkomd. En door de waarschuwing van Leo lukt het nog ook om hen niet voor te zeggen bij de vaak pittige vragen. Na afloop knuffelen we onze BFF die de productie vakkundig leidde. En mogen we op de foto met host en hostess. Terug in de auto kijken we elkaar even aan. Wat was dit super om mee te maken! En wat een fantastisch leuke avond. Wie er gewonnen heeft, mogen we pas na 18 december vertellen, als de aflevering op televisie is geweest. Nog 65 nachtjes slapen. Of in elk geval proberen te slapen dan.

Shit happens

Ik kijk haar aan. Zij kijkt mij aan. Ik glimlach. Zij holt de kamer uit en duikt onder ons bed: buiten bereik van mijn handen. Ik schiet in de lach, maar laat me uiteraard niet kennen. Als lieve woordjes en een kluifje niet genoeg verleiding bieden, pak ik een borstel en jaag haar onder het bed vandaan. Recht in de armen van Manlief, die onze logeerbeagle zonder pardon naar de douche brengt. Beaglevriend heeft gevraagd of ik Willow kan wassen. Dat kan ik. En dus staat ze even later behoorlijk chagrijnig druipend en wel in het sop. Dat was gisteren. Het krabben is niet meer geconstateerd. Maar ze likt nog steeds aan haar pootjes. Dus heb ik een anti-jeuk spray gehaald. Ze kijkt naar me vanaf de keukendeur. Ik kijk terug. Ze draait zich om en ligt al onder het bed nog voordat ik kan glimlachen. Maar ook nu win ik en loopt ze even later met natte pootjes zwaar geïrriteerd naar haar mand. “We hebben iets nieuws”, zegt het meisje dat buiten voor de deur van Rituals staat. “Echt super leuk. Een hondenspa. Met shampoo, wipes en bekspray. Wilt u een proefpakketje?” Nu schater ik het uit. En kijk even later twéé Beagles aan. Die in no-time onder het bed liggen. Allebei. Tevergeefs. Maar daar komen ze zometeen wel achter.