Fantisma

Manlief heeft een officieel diploma boven z’n bed hangen. Hij is sinds een paar weken Bierista. De beloning voor een cursus waar je bier leert kennen door te kijken, te ruiken en te proeven. Want bier is niet gewoon een glas geel vocht met een schuimkraag. Je hebt allerlei kleuren, van gebroken wit naar amberkleurig tot bijna zwart. De geur varieert ook in alle toonaarden. Ik, als geen bierdrinker, help natuurlijk een handje door te ruiken en een slokje te proeven. En het leuke: mijn reukvermogen is net iets beter dan het zijne. Ik ruik mandarijn in het fruitige, of drop in de zwaardere soorten. De bedoeling is om het bier te beschrijven en anderen daarmee te inspireren. Je krijgt er ook punten voor, en er is een wedstrijdelement aan verbonden. Ik geef   de meest bloemrijke uitingen door als aandachtstrekker. Die ik desnoods zelf bedenk maar dat natuurlijk niet laat merken. Gisteren rook ik een kruidachtige geur. En zei: “Onmiskenbaar de geur van het blad van een tomatenplant.” Manlief keek me licht ongelovig aan. Maar ik hield vol. En wees veelbetekenend naar mijn kruidentuintje. Argwanend liep Manlief naar de aangeduide plant en snuffelde. “Ik ruik geen overeenkomst anders.” Ik kon mijn lachen nauwelijks houden toen ik antwoordde: “Nee, dat in ook nog niet, er hangen nog geen tomaten aan namelijk. Maar geloof mij maar.” Ik weet niet of hij erin trapte. En of ik nadat hij dit stukje heeft gelezen me nog mee laat keuren. Maar het was de moeite van de blik op zijn aandachtig voorovergebogen rug meer dan waard.

Advertenties

Zeven stappen

Het gerucht gaat dat je in principe maximaal zeven stappen nodig hebt om bij wie dan ook in de wereld te komen. Of het nu om Barack Obama of de visverkoper op Texel gaat, om Leo Blokhuis of een dakloze in Groningen. In eerste instantie vond ik dat bedenkelijk. Maar volgens mij zit er wel een kern van waarheid in. Ik had ooit veel contact met Bart Peeters en zijn familie. Dus viavia kom je dan hypothetisch al een heel eind. En hoe klein de zorgwereld is, merk ik dadelijks in mijn werk. Er is altijd wel iemand die iemand kent die je kan helpen diegene die je zoekt te bereiken. Dus ook daar zouden volop mogelijkheden zijn. Als een BN’er sterft, zie je een soortgelijke emotie ontstaan: “Ik ken iemand die hem of haar kende”, trekt gelijk de aandacht. Maar het verdriet van die ander, dat blijft daarbij meestal onbenoemd. Vandaag hoorde ik dat ik iemand in de kleine cirkel ken van de man die in Mallorca werd doodgeslagen afgelopen nacht. Ik ben er stil van. Heel stil. Heb mijn meeleven getoond, en alle betrokkenen heel heel veel sterkte gewenst. Een uiting die in dit geval volledig ontoereikend is. Soms is de wereld gewoon te klein.

Pijnlijk

Ze houdt zich stoer. En dapper. En bijt moedig door. Maar mij houdt ze niet voor de gek: de pijn na haar schouderoperatie is verterend. Ik doe wat ik kan om zonnestraaltjes tevoorschijn te toveren. En velen met mij! De hele dag worden er kaarten, bloemen, boeken en lieve gebaren afgeleverd. Verder sta je helaas  redelijk machteloos bij het leed. Terwijl ik wat mantelzorg, krijg ik ineens een idee. Wat zou het geweldig zijn als je de pijn even kon overnemen. De patiënt een pauze gunnen door zelf de pijn te ervaren. Als je een hoge pijngrens hebt, zou je je er zelfs voor kunnen verhuren. “Dag mevrouw, sorry, ik ben wat laat, maar het verkeer tegenwoordig. Wat u zegt inderdaad, maar goed, ik ben er. Waar kan ik gaan zitten? Ah, een stoel met zachte kussens, prima. En ja, graag een kopje koffie, dank u wel. Nu, ik ben zover, komt u maar, hoor. Archchchchch <steunt>, ongelooflijk dat u met zo’n pijn nog zo opgewekt de deur open deed!” Of zoiets. Dat zou het herstel zeker bevorderen en ook de sociale contacten versterken. Wie weet ooit in de toekomst. En tot dat moment schenk ik nog maar een lekker kopje thee in. Met een troostende knuffel erbij. Het duurt nog even maar het komt allemaal weer goed.

Tantes

oudZeilen, overstag terug en daarna gehaktballen eten. Toen wist ik hoe het voelt om zeeziek te zijn. Voor het raam van de keuken naar “Waddinxveen-treinen” kijken. De eerste geel/blauwe treinen in Nederland. Spelen met schaakstukken die net zo groot waren als ikzelf. Honden: Ielka, Timmy, Basje, Sasha. Naar de Tilburgse kermis met de trein. Hinkelen op vierkante oranje tapijttegels. Een tuin die via een poort in een hele enge brandgang eindigde. Een zolder, helemaal alleen voor ons, waar alles kon en mocht. We beleefden er bloedstollende avonturen. Doen alsof ik iemand opbelde, met een telefoon met zo’n draaischijf. Oma belde ’s avonds verontrust waarom mijn tante al die tijd in gesprek was! Van al mijn tantes heb ik leuke herinneringen. Logeerpartijtjes: ik kreeg er nooit genoeg van. Vandaag blijven mijn nichtje en neefje voor het eerst een keer slapen. Eindelijk heb ik een keertje ‘gewonnen’ van de oma’s. We spelen met z’n allen in het zwembad, leren Darwin nieuwe kunstjes, gaan oma, die geopereerd is, eten brengen. Ik heb een ernstig gesprekje met mijn neefje, die zich met zoveel prikkels om zich heen ineens heel verdrietig ‘verveelt’. Even de straat oversteken naar de speelgoedwinkel, brengt redding (en een brandweerauto) (met geluid). Ik onderhandel over het aantal spekjes ‘per dag’. En geniet. En bedenk aan het einde van de middag: “Welke herinneringen hebben zij over dertig jaar aan hun tante?” Ik heb in elk geval mijn best gedaan om er een paar mooie aan toe te voegen!

Viva la Poste

Er liggen drie items in onze brievenbus. Allemaal voor mij. Ik vind het leuk om ‘offline’ post te krijgen, dus ik verheug me bij voorbaat. Een is een interessant uitziend pakje met iets ronds erin. Een ander is een langwerpige envelop met handgeschreven adres. Mijn voornaam is verkeerd gespeld maar dat vergeef ik de afzender bij voorbaat: er zit een prachtige postzegel op. Bij de derde frons ik echter mijn wenkbrauwen. Diep. Afkomstig uit Frankrijk. Met mijn volledige doopnamen. Correct gespeld. Dat voorspelt niet veel goeds. Ik besluit eerst boodschappen te gaan doen. Maar bij terugkomst staart de geprinte postzegel me nog steeds hardnekkig aan. Dan ruim ik de was op. Leg het speelgoed van Darwin terug in de bak. Tref voorbereidingen voor het avondeten. En kan er dan niet langer omheen. Ik scheur de envelop open en zucht. Het is wat ik verwachtte: een verkeersovertreding tijdens onze vakantie in de Provence een paar weken geleden. Mijn blik schiet naar linksonder en even trek ik wit weg. Gelukkig is dat het bedrag dat je moet betalen als je tweemaal de deadline laat verstrijken. Tja. Dan kijk ik naar de datum en locatie. Manlief en ik doen niet moeilijk over bekeuringen. Het risico van autorijden. Het is niet anders en het gebeurt gelukkig zelden. Maar toch. We zijn geflitst onderweg naar Nice. Toen zat ik niet achter het stuur! Met een glimlach pak ik de volgende envelop. Vastbesloten Manlief met een warme knuffel te begroeten straks. De televisie op voetbal te zetten. En wie weet, bij uitzondering een koud biertje aan te bieden. Samen met de post van vandaag.

Nacht van de Vluchteling

NvdV1“Kun je alsjeblieft helpen?” Het verzoek van mijn vriendin is natuurlijk niet aan  dovemansoren gericht. Ik sta gelijk in de hulpmodus. Ze licht toe dat ze productieleider is van de live-uitzending Nacht van de Vluchteling. Manlief loopt om middernacht van Rotterdam naar Den Haag. En burgemeester Aboutaleb zal het startsein geven. Na enige kilometers komt hij live in de uitzending. Daar is lokaal wat hulp bij nodig. Van mij. Ik twijfel. Mijn slaapritme staat strak afgesteld. Maar uiteraard zegt ik geen “nee”. Op de dag zelf testen we wat er getest moet worden. En dubbelchecken we de techniek. Ik krijg van mijn allervriendelijkste contactpersoon ter plaatse een keycord met “Crew”: stoer! Dan is het zover: ik schud de hand van de burgemeester van Rotterdam. Hij gaat welwillend met een aantal lopers op de foto. Houdt een opzwepende speech: “Pas een beetje op elkaar vannacht”. En drukt dan samen met de adjunct-directeur van Stichting Vluchteling op de knop: “Go!” Met z’n allen gaan we op weg. Links en rechts loopt beveiliging. We praten over de noodzaak van dit evenement met alles eromheen, en ook de soms weerbarstige en harde reacties van de Nederlanders. Over hondenpoep en een groep hardlopers die op zondagochtend samen met mensen met een visuele beperking rondjes maakt in het Kralingse bos. Respect! Als we de Erasmusbrug in zicht krijgen, ga ik aan het werk. Meneer Aboutaleb geeft aan dat hij toch liever gefilmd wil worden met het interview vanuit de studio. Ik vraag hem iets naar links te gaan staan, zodat de brug op de achtergrond zichtbaar is. Op mijn scherm zie ik het inleidende filmpje en dan de studio, met hem prachtig in beeld. Het gaat geweldig! Als hij een reactie vraagt van de langslopende stoet mensen, zoom ik even in en weer uit. We ronden af en verbreken dan de verbinding. Met een groot compliment (“Dat deed je echt fantastisch, dank je wel voor jouw hulp!”) neemt hij afscheid. NvdV2Mijn whatsapp slaat op tilt: langs alle kanten wordt enthousiast gereageerd. En terwijl Manlief kilometer voor kilometer naar Den Haag loopt, krijg ik even de kans om mijn hoofd op het kussen van het hotelbed te leggen. Slapen zit er ook voor mij niet in met al die adrenaline. Dat komt wel op een ander moment. Want was het gaaf om voor zo’n goed doel zoiets geweldigs mee te mogen maken!

PS: Manlief heeft de 40k in 7,5 uur afgelegd. Zo supertrots op hem!

Still happy together

trouwdag

Toen. Toch een beetje zenuwachtig. Want ondanks dat we in volle overtuiging ‘ja’ tegen elkaar wilden zeggen, en daar meer dan een jaar lang naartoe hadden gewerkt, moest ik de controle uit handen geven. Ik had volledig vertrouwen in mijn twee vriendinnen, onze ceremoniemeesters. Maar ook hoge verwachtingen van De Dag. Zou het allemaal gaan zoals we zo graag wilden? En ja, natuurlijk kwam alles goed! We zeiden de juiste woorden op de juiste momenten. De zon scheen, en iedereen was blij met en voor ons. Zelfs dat ene minpuntje: de bruidsauto die er de brui aan gaf, recht voor de deur van het ouderlijk huis, kon ons geluk niet bederven.
Nu. Dertien jaar later. Mijn oma zei altijd dat een goed huwelijk hard werken is. Voor mezelf sprekend valt dat eigenlijk best mee. Het is vooral leuk, en fijn om ervaringen te kunnen realiseren en delen. Elkaar te verrassen, blij te maken. En dus antwoordde ik op de vraag van Manlief of hij een ontbijt voor mij zou maken: “Nee, dank je wel.” Zijn verbazing ging snel over in nieuwsgierigheid, toen ik vervolgde: “We vertrekken over een half uurtje.” En zo klinken we even later wederom op ons geluk, genietend van een ontbijt op het terras van de feestlocatie van toen. Nog steeds blij met elkaar en de beslissing om volmondig ‘ja’ tegen elkaar te zeggen.