Natuurlekker

Vriendelijk loopt ze ons tegemoet, terwijl ze met een uitnodigende zwaai van haar arm de gezellige tafeltjes onder de aandacht brengt. ‘Kies een fijn plekje uit!’ Dat doen we. De stoelen zitten zalig, dat maakt het straks nog moeilijker om te vertrekken. Maar zover is het nu nog niet. We bekijken de mooi uitgevoerde menukaartjes en de specials die op de spiegel aan de wand staan geschreven. Een Kijkje in de Keuken lijkt ons wel wat: soep, wraps en salade. De keuken is sowieso te zien vanaf onze zitplaats: schoon en praktisch ingericht. Ik kies als drankje voor ‘Oplaadthee’, de anderen geven voorkeur aan koffie. Geen filter of zelfs Nespresso: een gigantisch glimmend bakbeest dat de verwachting van overheerlijke koffie waar maakt. We zijn niet de enige gasten, en de ruimte tussen de tafels is precies goed: niet te ver en niet te dichtbij. De drankjes worden snel gereserveerd, terwijl de gastvrouw op dit moment geen ondersteuning heeft. Het maakt niet uit, de sfeer is ontspannen. Ze maakt zelfs tijd voor een kort gesprek. Dan duikt ze de keuken weer in voor onze lunch: alles wordt vers bereid. We sluiten af met een zoete traktatie: crostata met hazelnotenroom waar ik nog nooit van heb gehoord maar waar ik geen afscheid meer van kan nemen. Als het dan toch tijd is om te vertrekken, beloven we natuurlijk terug te komen. Natuurlekker is een verborgen parel die je zo snel als mogelijk wilt ontdekken. Ga naar de website, volg haar op Facebook en deel het binnen jouw netwerk. Ik ben keitrots op mijn oud-collega! PS ben een dag later teruggereden voor een grand dessert to-go. Ook geen spijt van.

Bericht voor de tandenfee

“Hij moet eigenlijk een gebitsbehandeling hebben”, zei de dierenarts. “Dat is een zwakke plek bij Beagles en kan grote problemen voorkomen.” En dus maakten we een afspraak. Hij had ook een raar bultje op zijn bil, waar ze gelijk naar zouden kijken als hij toch onder narcose was. Ik zag er duidelijk veel meer tegenop dan hij. Zijn grootste bezwaar was eigenlijk dat hij nuchter moest worden afgeleverd. Dat vond hij niet grappig. En toen we hem na een aantal uur mochten ophalen, was hij helemaal pissed. Een kale poot van het infuus, een kale bil zonder bult en een lege plek in zijn kaak waar twee losse kiezen zijn verwijderd. Maar het leed was gelukkig ver geleden toen hij op een extra zacht kussen in zijn stoel lag. En ik hem het doosje met de twee kiezen liet zien. “Die leggen we vanavond onder je kussen”, fluisterde ik in zijn fluweelzachte oor. “En dan zul je zien dat de tandenfee er morgen vast twee kluifjes voor in de plaats heeft gelegd!” Met mijn arm om hem heen en die belofte in gedachte viel hij in slaap, dromend over betere tijden. Het komt gelukkig allemaal weer goed met hem.

My first oops

Het is druk op kantoor. Conform de corona-maatregelen werken we zoveel mogelijk thuis, maar vandaag heb ik twee afspraken en een klus waarvoor ik naar Den Bosch ben gereden. Normaalgesproken zit er een man of acht verspreid over twee verdiepingen, maar nu is er blijkbaar ook een belangrijke vergadering. Ik zit in het blikveld en iedereen knikt vriendelijk naar me bij het betreden van de zaal. Als ik halverwege de ochtend koffie haal, hebben ze net pauze. Al snel ontstaat er een rijtje bij de toiletten. Een van de heren wandelt geduldig heen en weer. “Boven zijn er ook toiletten”, attendeer ik hem behulpzaam. “Via die trap en dan rechts.” Hij bedankt me en verdwijnt. De receptioniste wenkt me, met moeite haar lach bedwingend. “Dat is dus de eigenaar van het moederbedrijf, die kent de weg hier!” Ik verschiet prompt van kleur. “Echt waar? Wat stom!” Ze wuift het weg “Je wilde alleen maar helpen. En het is een zeer geschikte man!” Als ik hem even later tegen kom, stel ik me voor als nieuwe collega. Hij vraagt geïnteresseerd naar mijn achtergrond en ziet gelijk mogelijkheden voor een van zijn projecten. “Ik neem contact met je op, leuk dat je bij ons komt werken.” Dan verdwijnt hij de vergaderzaal weer in. De receptioniste knipoogt naar me. “En toch ….”, grinnik ik toegeeflijk, “En toch ligt het niet aan mij. Hij lijkt gewoon helemaal niet op de foto’s die ik van hem heb gezien.” Waarmee ik zoals gebruikelijk het laatste woord heb.

Bijkomend voordeel

“Serieus, werk je nu bij een schoonmaakbedrijf?” Ik knik enthousiast. “Onze klanten zijn zorginstellingen, zoals ziekenhuizen, ouderenzorg en GGZ”, antwoord ik. “Mijn functie is nog steeds marketing en communicatie adviseur. Maar ze zijn niet flauw met het introductieprogramma. Je loopt een aantal dagen stage in de diverse zorgcategorieën, zodat je weet wie je doelgroep is en wat deze nodig heeft.” De eerste vier weken liggen inmiddels achter me en zijn omgevlogen. Ik heb al waanzinnig veel geleerd over deze branche. De organisatie is een familiebedrijf met nadrukkelijk aandacht voor de medewerkers. Er wordt gecoacht op talenten, vitaliteit en de kracht van eigen verantwoordelijkheid. De ambitie is positieve impact te maken voor iedereen in de zorg. En daar wordt keihard en gepassioneerd aan gewerkt. “Ik heb het zo enorm naar mijn zin”, sluit ik het gesprek af. “En bijkomend voordeel: ik merk dat ik thuis nu ook anders schoonmaak. Met positief resultaat. Geweldig toch!” Lachend nemen we afscheid. De zon schijnt, het weekeind ligt voor me en ons huis is schoon. Wat wil je nog meer?

Zodiac WOW

“Zin om mee te gaan naar Zodiac in De Koepel gevangenis in Breda?” vraagt onze vriend. Nieuwsgierig kijk ik naar de intro en ben gelijk om. “Je houdt niet van musicals” zeg ik tegen Manlief. “Maar ik denk dat jij hier ook naartoe wilt. Technisch vernuft en gebruik van drones.” En zo zitten we met z’n drieën in het bijbehorende zero-waste-restaurant. “Want laten we er dan gelijk een gezellige avond van maken.” De organisatie is perfect en 100% coronaproof. Je ontvangt een persoonlijke website waarin je van moment naar moment wordt begeleid. En eenmaal op de locatie helpt de ene na de andere vriendelijke medewerker je verder. Het eten is heerlijk en op een suikerstaafje bij de koffie na blijft er inderdaad niets over van het gebodene. Als we de zaal binnen komen, valt mijn mond open. Niet voor het laatst die avond. De Koepel is zo indrukwekkend, je voelt de geschiedenis. De ruimte wordt volledig en in al zijn facetten benut. Een digitale omroeper zegt dat het maken van foto’s en films verboden is. Ik schud mijn hoofd: op de website word je juist gestimuleerd om beelden te maken en verzocht om hen te taggen! Maar voor de zekerheid dubbelchecken we of de flits uit staat. Streng kijkende zaalwachten lopen rond, maar die blijken onderdeel van de show, die feitelijk al is begonnen vóór de eerste tonen door het gebouw klinken. De show houdt me van begin tot eind in haar greep en ik betrap me er inderdaad op dat ik regelmatig met open mond zit te kijken. We merken ook waarom we op onze stoel moeten blijven zitten: ze komen van alle kanten en soms zelfs dichterbij dan 1,5 meter. De boodschap dat we beter op onze aarde moeten letten, wordt nadrukkelijk maar vriendelijk en verleidelijk weergegeven door de cast. Bastiaan Ragas is niet mijn favoriet (Rene van Kooten wel) maar hij imponeert. Als het licht uitdooft, springt iedereen in de zaal op en applaudisseert lang en hard totdat de laatste acteur is verdwenen. Het verlaten van de zaal kent dezelfde professionaliteit als de entree: we staan in no-time veilig buiten. En kijken elkaar aan: dit was spectaculair! Dit wil je meemaken. Ik in elk geval zeker nog een keer!

Verrassend leuk

“Ik rijd rustig en het is alsmaar rechtdoor”, zegt ze dapper. Mijn schoonmoeder komt door omstandigheden onverwachts terug uit Zuid-Frankrijk. Een rit van ruim 1100 kilometer, in haar eentje. Dat is inderdaad dapper. Natuurlijk is Katrien een ideale reisgenoot, maar toch: haar gespreksonderwerpen beperken zich tot slapen, eten en uitgelaten worden. Het houdt me de hele dag bezig. Snel even het vliegtuig pakken om met haar mee terug te rijden is met de huidige maatregelen niet mogelijk. Dan zegt Manlief: “We kunnen haar tegemoet rijden. En dan neem je het stuur van haar over en rijden we achter elkaar terug naar Nederland.” Verheugd kijk ik hem aan: wat een wereldidee! Als ik haar bel, houdt ze het eerst af: “Dat mag ik niet vragen van jullie!” Maar het is te verleidelijk. En zo gaat de wekker op een on-zondags vroeg moment. En rijden we drie kwartier later de Belgische grens over met koffie in de thermosmokken en besmeerde broodjes in de koeltas. Mijn favoriete nummer speelt op de radio: ‘Il est cinq heures, Paris ‘s eveille.’ Darwin maakt het zich gemakkelijk op de achterbank en ik kijk Manlief glimlachend aan. Het leven is soms verrassend leuk.

Praktijkervaring

De laatste dag op ons oppasadres zit erop. De tijd is omgevlogen. Overdag ‘gewoon’ gewerkt: Manlief in de werkkamer en ik achter de keukentafel. We voorzagen elkaar regelmatig van koffie en toebehoren, net als thuis. Maar om 17 uur was het vakantie tot de volgende ochtend. De rust van de rivier, de warmte van de wijkbewoners, de geneugten van de lokale Rhenense middenstand: we hebben weer genoten. Vanavond maken we het huis schoon en vertrekken we naar onze eigen stek, terwijl mijn oud-collega en zijn gezin de daling naar het vliegveld inzetten. Vandaag is ook deel drie alweer van mijn introductieprogramma bij de nieuwe organisatie. Verwachtingsvol open ik de app. En schiet dan onbedaarlijk in de lach. Een kwartier later weet ik hoe je tapijt moet schoonmaken en hoe je een tegelvloer behandelt. Ik laat me uiteraard niet onbetuigd en breng het geleerde in praktijk. Het resultaat? Alles blinkt en straalt. Helemaal geen slechte carrière-move!

Hartzeer

Dat is nog wel het meest verdrietige. Die herhaalde confrontatie. ’s Ochtends wakker worden en je pas na enkele minuten realiseren dat er iets ergs is gebeurd. Onbewust zoeken naar twéé halsbanden. Zonder nadenken haar favoriete kluifjes in het winkelwagentje leggen. Naar een Bonovo-aapje kijken en dezelfde ronde zwarte kijkers zien die iets te dicht tegen elkaar aan staan. En weer knijpt keer op keer je hart samen. Sydney is niet meer. Naar nu blijkt, is ze op dezelfde dag naar de regenboogbrug vertrokken als de rechterhond van Cesar Millan, Junior, ook vijftien jaar oud. Hij plaatst een filmpje op social media waarin hij zijn tranen met moeite in bedwang houdt. Zijn stem breekt als hij vertelt over het versleten lichaam dat achterblijft, en de troostende spirit die hij om zich heen voelt. Ze zijn niet helemaal weg en dat merk je als je je ervoor open stelt. Maar toch schrik ik als er een donkere jas op de grond in de garderobe ligt. Langs haar favoriete losloopveld rijd met afgewend gezicht. “Hoe gaat het met je moeder?” vraagt een vriendin. Die voelt zich geamputeerd. Weet dat het leven verder gaat, verder moet. Maar hoe? Allerlei herinneringen aan de rouwperiode om Floppy poppen ongevraagd op in mijn hoofd en hart. Ik dacht toen dat er geen leukere hond bestond. En kreeg ongelijk. Maar voordat ik daarvan overtuigd was, duurde een tijdje. Die periode nemen we nu ook. We halen herinneringen op, laten tranen vallen en ademen door. Er komt een nieuw hondje, dat is zeker. Maar nu nog even niet. Nu denken we aan Sydney en glimlachen.

Mister Big, Cupcake en Junior

Vanuit het verre Italië word ik gecorrigeerd: Uno, Due en Tre heten in het echt Mister Big, Cupcake en Junior. En als ik hen van hun dagelijkse ontbijt voorzie, kijken ze me enigszins verontwaardigd aan. Ik check de belangrijkste onderdelen: licht uit, pomp aan, water helder. Alles lijkt in orde. Wel valt het me op dat er niet veel over is van het groene plantje. Cupcake knikt bevestigend: dat is dus het dilemma. En of er een binnenhuisarchitect kan worden ingezet. Ik zucht: het heeft nogal wat vinnen in water voordat dit drietal tevreden is. Maar goed, na enig gegoogle meld ik me bij de dierenwinkel in het centrum. “Heeft u van dat groen voor in een aquarium?” Hij glimlacht: “In vakterminologie heet dat een zuurstofplantje.” Ik bedank hem vriendelijk voor de opgedane kennis maar licht toe dat ik slecht tijdelijk oppasser ben. En dat mijn grootste zorg is dat er eentje gaat hemelen. Nu lacht hij hardop: “Ik begrijp wat u bedoelt. U moet eens weten hoeveel mensen ik hier in de zaak krijg die ‘met spoed een vis nodig hebben’.” Maar ik schud mijn hoofd: “Daar kom ik niet mee weg. Deze hebben namen! En het zou me niet verbazen als ze nog naar hun eigen naam luisteren ook! Dus laten we hopen dat het niet zover komt: ik doe er in elk geval mijn uiterste best voor.” Als ik het zuurstofplantje even later in het aquarium laat zakken, zwemmen Mister Big, Cupcake en Junior nieuwsgierig naar de aanwinst toe. Gespannen kijk ik naar hun gezichtsuitdrukking. En gelukkig: Junior knipoogt naar me, Cupcake draait enthousiast een rondje en Mister Big? Die zwemt naar het wateroppervlak en opent zijn bekje. Of we dit kunnen vieren met iets lekkers? Maar daar trek ik de grens. Voor vandaag zijn ze genoeg verwend.

Rainwater-challenge

Als ik aan kom rijden met de boodschappen, zie ik dat het zolderraam open staat. Er is behoorlijk wat regen gevallen de afgelopen dagen en het heeft stevig gewaaid. Waarschijnlijk stond het raam op een kier. Als ik de tassen heb neergezet, loop ik gelijk door naar boven. Ik pak de greep vast, maar op de een of andere manier trek ik de verkeerde kant naar beneden. En krijg een enorme bak met koud water over me heen! Alles drijft: het bed, het dekbed, het venster! Het water staat tot in mijn schoenen met mij erbij. Snel pak ik alles bij elkaar om de schade zoveel mogelijk te beperken. Het matras is gelukkig niet vochtig: ik heb zelf het grootste deel opgevangen. Als ik in de keuken kom, kijkt Manlief me verbaasd aan: “Wat heb jij nou gedaan?” Ik haal nonchalant mijn schouders op: “Heb je dat niet gelezen op Facebook? Er is een nieuwe challenge. Vang zoveel mogelijk regenwater op. Ik sta op dit moment regionaal op nummer 1.” Dan loop ik naar buiten om alles in de tijdelijke zonneschijn te drogen te hangen, Manlief verbijsterd achterlatend. En bedenk terwijl ik een wasknijper uit het mandje haal wie gek genoeg is om mijn voorbeeld te volgen en er een echte challenge van te maken. Laat gerust onderstaand je aanmelding achter.