Adventskalender

“Hier, cadeautje, voor jou en voor Darwin, meegebracht uit Keulen!” Verrast kijk ik hem aan. Een adventskalender van Lindt, die heerlijke chocola maakt. We zijn zelf ook al een paar keer in het museum geweest en het was elke keer een feestje. Wat heerlijk! Ik geef onze vriend een stevige knuffel. Ook Darwin is verheugd, al weet hij niet precies waarom en waarvoor. “Nog een paar weken wachten”, beloof ik hem. “Dan zul je wat meemaken!” Op 1 december pak ik de hand van Manlief, kijk hem veelbetekenend aan en leid hem dan naar de koelkast. “Je kerstcadeau is er vroeg bij dit jaar”, zeg ik met een knipoog. Nieuwsgierig opent hij de deur en begint te stralen. Een adventskalender met bier! Inclusief een speurtocht en natuurlijk heel veel achtergrondinformatie over de inhoud. Nu krijg ik een stevige knuffel. En zo heerst er sinds een paar dagen ’s avonds zo rond vijf uur een onrustige sfeer: ik verheug me op de chocola achter het te openen deurtje met de betreffende datum, Manlief op zijn speciale biertje en Darwin op een bijzonder kluifje. Zalig, nog 18 dagen te gaan.

Advertenties

Proost op het leven

ToonIk was twaalf toen we verhuisden naar ‘een echt huis’. Ik had mijn hele leven boven ons bedrijf in een winkelstraat gewoond. Nu was er een speeltuin op de hoek, en een weiland met een paard en schapen voor de deur. Maar het mooiste was toch wel de hond van de buurman. Robin. Een vrolijke zwarte robbedoes. Hij hoorde bij Toon en Tineke en we speelden vaak met hem. De jaren verstreken. Robin ging hemelen, en we waren verdrietig, maar hadden inmiddels als pubers ook andere interesses. Ik verhuisde terug naar dezelfde winkelstraat, nu aan de andere kant van de weg, weer een bovenhuis. Maar regelmatig maakte ik een praatje met Toon, als ik ‘m zag terwijl ik even in het ouderlijk huis was. Of zwaaide ik naar Tineke achter het raam, terwijl ik de hond van mijn moeder uitliet. Toen ik in mijn bruidsjurk hand in hand met Manlief over het tuinpad liep, stonden zij vooraan te klappen met nog veel meer buren uit de straat. Tineke was al ziek, maar ze straalde bij het zien van het geluk van ‘nog steeds mijn buurmeisje!’ Een paar jaar geleden moesten we afscheid van haar nemen. En bleef Toon alleen achter. Ik zag hem nu af en toe zitten bij het raam. Hij stak zijn hand op, altijd met een joviale glimlach en zijn melodieuze stem: “Dahag!” Maar zijn verdriet was zo groot. Er werd een onzichtbaar rooster opgesteld in de buurt: hij kreeg een maaltijd van de een, en een ander ging ‘spontaan’ een glas wijn drinken bij hem. Hij sloeg zich er doorheen: het leven ging door, al miste hij zijn Tineke elk uur van de dag. Toen werd hij ziek. En zieker. En vandaag kijk ik naar zijn kist. De voorganger vertelt dat Toon de dienst en de muziek zelf heeft samengesteld. En vorige week nog heeft gecontroleerd dat de door hem bestelde worstenbroodjes voor tijdens de condoleance ook warm zijn. Hij hoopte op een hiernamaals en verheugde zich op het weerzien van zijn Tineke. In mijn hoofd speelt een liedje: “Proost op het leven, treur niet om mij.” Samen met de buren toasten we met koffie op zijn leven. Het is goed zo. Dag Toon, geef Tineke en Robin een knuffel. Bedankt voor alles, én voor het warme worstenbroodje!

Dromen zijn

Sinds een paar weken ben ik helemaal into ‘Once upon a time’. Een televisieserie die een andere invalshoek op de sprookjeswereld geeft. Hoe het verder gaat met Sneeuwwitje en Prince Charming. Mijn alltime favorite Peter Pan blijkt een vreselijk joch te zijn. Raponsel is verstrikt in een soort psychose. En Roodkapje een vermomde wolf. Oh ja, Roger Daltrey heeft een gastrol als de caterpillar van Alice in Wonderland. Elk van de zeven seizoenen heeft 23 afleveringen en ik ben inmiddels halverwege seizoen 5. En ik geniet ervan! Als ik midden in een spannende aflevering zit over de Schotse koningin Merida die in contact met haar overleden vader wil komen, word ik overvallen door heimwee. Zo vaak heb ik dezelfde vraag gehad. Mijn vader kennis laten maken met Manlief. Laten zien wat ik van mijn leven heb gemaakt. En hem wat beter leren kennen: ik was nog zo jong toen hij stierf. We dachten een heel leven voor ons te hebben. Terwijl de tranen over mijn wangen lopen, zie ik hoe de actrice toverbier over de grafsteen gooit. De acteur die haar vader speelt, verschijnt met de woorden: “Niet doen, je verspilt goed bier!” Manlief draait zich om en kijkt me aan: “Jouw vader zou volgens mij precies hetzelfde zeggen!” Ik lach door mijn tranen heen. En weet het zeker: mijn vader zou trots op me zijn geweest. Op wie ik ben geworden, op wat ik van mijn leven heb gemaakt. En hij zou het bijzonder goed hebben kunnen vinden met Manlief!

Lesje nederigheid

Vroeger, ja. Maar dat was vroeger. Nu storm ik bijna zonder te kijken de Amsterdamse tram in. Regel met mijn roestige Spaans seniorenkaartjes voor de metro in Madrid. Stap drie keer over om een voorsprong in de vertraging te realiseren. Nee, het openbaar vervoer kent geen geheimen meer voor mij. Tot het me vandaag een lesje nederigheid leerde. De auto moest naar de garage voor een grote onderhoudsbeurt. Het is normaal via de snelweg een klein kwartier rijden. Maar Manlief had een vroege afspraak, Broer een vol ochtendprogramma en Buurman is nog niet wakker op dat tijdstip. Wegbrengen was geen optie. Dus ik besloot dat het streekvervoer uitkomst zou bieden. Het bleek een goede keuze: ik was keurig op tijd op kantoor, inclusief een overstap. De terugweg zag ik vol vertrouwen tegemoet. Ik activeerde mijn OV-kaart en nam plaats. Terwijl ik e-mails beantwoordde, merkte ik ergens onbewust wel dat de chauffeur een vreemde route reed. En dat werd versterkt toen hij me bij een halte vroeg waar ik eigenlijk naartoe wilde! Ik bleek aan de verkeerde kant van het perron ingestapt te zijn: deze lijn reed dan eerst nog een grote lus door het centrum. Volgens de vriendelijke meneer overkwam het de beste. Bracht hij me uiteindelijk waar ik moest zijn. Arriveerde ik nog net op tijd bij de garage, waar ik heel blij weer zelf achter het stuur plaats nam. En me heilig voornam om volgende keer de routeplanner te driedubbelchecken. Gewoon voor de zekerheid.

Gastenboek

“En hier ligt het gastenboek. Leuk als je daar iets in wilt schrijven”, zei de eigenaar net voordat hij vertrok. Natuurlijk wil ik dat doen, ik schrijf immers graag. Maar ben daarnaast ook benieuwd welke herinneringen anderen achterlieten. Ik begin te lezen. Zie allerlei verwijzingen naar bijzondere plekken hier in de omgeving. Sommige hebben we bezocht, andere bewaard voor een volgende keer. Ervaringen van andere hondeneigenaren, en families met kinderen die hier een week of langer verbleven. Tips om WiFi aan te leggen, of een broodrooster te kopen. Welk wild ze hebben gespot. Waarschijnlijk waren wij te laat wakker of hebben te vroeg de gordijnen gesloten. En soms een opmerking over mee- of juist tegenvallend weer. Een woord komt in elke bijdrage van de afgelopen vijf jaar telkens terug. Dat het een heerlijk huis is. En als ik vandaag een pen pak om onze bijdrage toe te voegen, herhaal ik dat woord met plezier. Het waren (bijna) twee heerlijke weken!

Uit eten

Schoonmama wilde ons graag op een etentje trakteren tijdens onze vakantie en had geld meegegeven. Dus ga ik op zoek naar iets heel speciaals. Via TripAdvisor vind ik een leuk restaurant op twintig minuten rijden. ‘Jaren zestig herleven, goed eten voor prima prijs en geweldige ambiance’. Klinkt goed! We maken vooraf een prachtige wandeling in de omgeving. Die helaas wat inspannender is dan gedacht. “Kom, ander keertje”, zegt Manlief resoluut. “We zijn nog lang genoeg hier.” Een paar dagen later rijden we weer die kant op, gecombineerd met een paar boodschappen en souvenirs. Als we nog even een terrasje pakken ‘omdat het kan’, check ik de website. “Nee hè”, zeg ik terwijl ik een hand voor mijn mond sla. “Ze zijn vandaag gesloten!” We schieten in de lach en halen op de terugweg in de supermarkt allerlei lekkers voor het avondeten. Vandaag, nu het einde van de vakantie toch echt in zicht komt, gaan we voor ‘driemaal is scheepsrecht’. Voor alle zekerheid check ik voor vertrek de openingstijden nog een keer. En zie dat ze ook een Facebook-pagina hebben. Dubbelcheckend klik ik op het icoontje. “Dit raad je nooit”, zeg ik geschokt tegen Manlief. “Er is een grote brand geweest. In augustus. Ze zijn gesloten. We kunnen daar helemaal niet eten!” Ik stuur een update naar TripAdvisor en ga op zoek naar een alternatief. Dat ik snel vind. Hier aan het eind van de straat. Met goede referenties. Geen jaren zestig, maar wel lekkere gerechten. Een half uurtje later proosten we op ons, op de vakantie en op Schoonmama. En genieten van een heerlijke maaltijd.

Wie niet weg is

Bij ons thuis kun je fantastisch spelen. De meeste kamers sluiten op elkaar en de gang aan, dus je kunt je ook snel verplaatsen. Darwin en ik spelen er dus regelmatig verstoppertje. Het is niet alleen grappig om te zien, maar ook een goede training voor zijn reukorgaan. Al heeft hij daar meestal te weinig geduld voor en gaat hij op z’n ogen en oren af. Hier in het vakantiehuis is dat een stuk lastiger: het zijn maar een paar kamers met een uitgang. Gelukkig is het heerlijk weer en kunnen we ook het terras erbij betrekken. Nadat ik me vier keer heb verstopt en weer gevonden ben, bedenk ik een list. Terwijl Darwin de hoek omzeilt in de vaste veronderstelling dat ik me achter het huis heb verstopt, schiet ik in de hoek van de kamer achter de tafel waar Manlief zit te lezen. Darwin holt weer binnen en blijft even besluiteloos staan. Loopt de gang in naar de badkamer. En weer terug. Kijkt in de open keuken. Ook niks. Weer naar buiten. En weer naar binnen. Ik doe moeite om een lachbui te onderdrukken en ook Manlief heeft er plezier in. Darwin verdwijnt weer naar buiten. En komt terug naar binnen. Kijkt dan boos Manlief aan voor het gebrek aan hulp. En ziet mij. Honden kennen geen emoties of schaamte. Dit spel heeft een andere betekenis voor hem. Maar ik zou zweren dat hij zich zojuist toch zwaar verontwaardigd in zijn mand liet vallen.