
We hebben een fijne zondagse wandeling gemaakt: Beaglevriend, Willow, Darwin en ik. Gewoon een rondje van een kilometer of vijf vanaf huis, met een groot stuk waar ze los kunnen lopen. Willow maakte gelijk misbruik van de gelegenheid door in een grote sloot te duiken. Terwijl ze weet dat het niet mag! En dat deed ze, nadat ze met heel veel moeite één kluifje uit mijn bodywarmer had weten te wurmen. Die hing verleidelijk op hondhoogte aan de trapleuning. Maar toch: ook dat was een overbekende ‘foei!’ Darwin keek het allemaal hoofdschuddend aan. Hij is echt een voorbeeldige Beagle. Mijn tante Fee zei het gisterenavond tijdens een gezellig etentje nog: “Keurig welgemanierd!” Hij bleef braaf op zijn matje onder tafel liggen in het restaurant, attendeerde ons rustig op de naar zijn mening passende snackmomenten en bedankte met twee pootjes. We drinken nog een drankje na thuiskomst en dan vertrekt Beaglevriend weer, met een tegensputterende Willow. Ik geef Darwin zijn avondeten, iets aan de vroege kant, maar de wandeling was lang en ik moet zo nog even weg. “Ik zal ook gelijk tanken”, zeg ik tegen Manlief als ik hem gedag kus. Als ik een uur of wat later thuiskom, zegt Manlief lachend: “Darwin heeft gegeten, hoor. Ik heb hem een goede portie gegeven, met zijn supplementen. Geloof hem niet als hij het tegendeel beweert.” Even kijk ik hem verbouwereerd aan. “Ja …”, zeg ik dan. “Ook van mij. Dus. Voordat ik vertrok. Alleen ben ik vergeten dat tegen jou te zeggen!” We kijken elkaar aan en dan naar Darwin. Die kijkt terug, laat een minder bescheiden boertje en sjokt dan naar zijn mand. “Even uitbuiken”, zegt hij over zijn schouder. Met een diepe zucht én een bolle buik maakt hij het zich gemakkelijk. Wij schateren het uit. Een voorbeeldige Beagle? Echt niet! Een schaamteloze boef! Maar het boeit hem niks. Binnen is binnen. En morgen zien we wel weer.


















