
“Zullen we weer een drankje organiseren, met wellicht een hapje van tevoren?” Ik stuur een hartje terug. Alweer ruim een jaar geleden moesten we afscheid nemen. Veel te vroeg. Mijn jeugdvriend van de middelbare school was zo lief en goed met kinderen, die in het ziekenhuis vochten voor herstel van kanker. Als verpleegkundige zorgde hij ook voor de nodige afleiding. En werd toen zelf getroffen. Zo onrechtvaardig! Met een klein clubje proostten we na de uitvaart op zijn leven. En nu zijn we een jaar verder. Een pittig jaar, maar ook met mooie momenten. Genoeg te vertellen dus. Ik ben dit keer de laatste die aanschuift en krijg hartelijke knuffels. We schuiven onze stoelen aan een niet al te grote ronde tafel. Fijn, het voelt veilig en vertrouwd zo. De gesprekken gaan gelijk al van intens naar hilarisch, totdat de serveerster vraagt wat we willen eten. “Zal ik anders voor je bestellen?” zeg ik met een knipoog als mijn oud-klasgenoot keuzestress heeft. We schieten in de lach als hij ‘ja, graag!’ zegt. De herinneringen worden opgehaald: aan de afwezige, maar ook aan andere oud-klasgenoten, leraren én gênante ervaringen. “Ik was mijn broodtrommel vergeten en die schat van mijn moeder gaf ‘m even af. Weet je nog wat de conciërge deed? Hij riep het om via de intercom! De hele school hoorde het! Ik ben daarna nooit meer mijn lunch vergeten!” Als het eten arriveert, blijkt dat ik een goede keuze heb gemaakt. En ook het dessert dat ik heb bedacht, is een schot in de roos. De tijd vliegt. Als we afscheid nemen, zegt mijn oud-klasgenoot: “En volgende keer doen we het andersom. Bestel ik voor joú!” Nu ligt iedereen in een deuk om míjn gezichtsuitdrukking! “Je hebt een jaar om je erop voor te bereiden”, knipoogt hij. Weer zijn de knuffels stevig en warm. We missen je zo, Alex! Je had dit geweldig gevonden. Balen, dat we ‘te laat’ zijn om dit samen met jou te organiseren. Maar gevoelsmatig zat je in ons midden en genoot je net zo intens als wij!


















