Nachtelijk dwalen

nvdv“Je broer doet mee aan de Nacht van de Vluchteling”, zeg ik tegen Manlief, die geen Facebook-account meer heeft en dit soort berichtgeving dus mist. Hij kijkt geïnteresseerd op. “Leuk om samen met hem te doen?” Sinds we de Vierdaagse succesvol hebben afgerond, mijmeren we over een herhaling. De kilometers waren killing! Maar de voorbereiding leuk en de saamhorigheid overweldigend. Tot nu toe kwam er telkens iets tussen: te kort op onze Amerika-reis, te onzekere baangarantie. En daarnaast heeft met name Manlief iets van ‘Been there, done that’. Een herhaling moet tenminste een nieuwe uitdaging hebben, zoals 50k in plaats van 40 per dag. Ook is z’n oog al eens gevallen op de Kennedymars. En nu dus dit. Manlief googelt wat en zegt dan: “Ik doe het!” Er is keuze uit vier wandelroutes: Amsterdam-Amsterdam, Utrecht-Utrecht, Nijmegen-Arnhem en Rotterdam-Den Haag. Aangezien zijn broer is aangesloten bij een speciale groep, kiest hij voor de dichtstbijzijnde optie en meldt zich aan. Tof! De deelnemers worden opgeroepen zich te laten sponsoren. Het is 40 kilometer, door het holst van de nacht.  De actie is kansloos voor mij, die zich vereenzelvigt met mijn oma’s uitspraak: “Je hoort ’s nachts te slapen!”. Dus ik doe waar ik goed in ben: organiseren en coördineren. Ik regel een hotelkamer op een steenworp afstand van de start. Zo kan hij zich tot het laatste moment in alle rust voorbereiden en wat relaxen. En heb ik een redelijke nachtrust, voordat ik hem de volgende ochtend in Den Haag oppik. Daarnaast verzorg ik de marketingcommunicatie met plezier. Ieder die het horen wil, vertel ik hoe trots ik ben op zijn plannen voor de nacht van 16 op 17 juni. Sta je achter het doel, want daar gaat het uiteindelijk om, en achter Bart zijn uitdaging? Doneer dan graag. Ook kleine bedragen stimuleren hem om de eindstreep te halen. En gun je ook zijn broer zo’n steuntje in de rug? Geweldig! Je bijdrage wordt in dank aanvaard door alle betrokkenen.

Advertenties

Overduidelijk

DarwinOp een ongebruikelijk tijdstip staat Darwin ineens zachtjes jankend bovenaan de trap. Er zit overduidelijk iets dwars. Ik doe z’n riem om en loop naar buiten. Zenuwachtig drentelt hij heen en weer. Hij doet wat hij moet doen, maar sluit het geheel brakend af. Hm. Er is dus iets verkeerd gevallen. Kan gebeuren. Als we aan de thee zitten, geeft hij weer aan dat hij naar buiten wil. Naar buiten moet! Nu! En weer is het hoognodig. Vreemd, maar ach, met een Beagle is het leven soms heel bijzonder. En ze zijn dol op aandacht. Als hij na een half uur weer op springen zegt te staan, wordt het een ander verhaal. Ik kijk wat nauwkeuriger wat er daaronder gebeurt. En zie bloed. Niet een beetje, maar straaltjes tegelijk. Ik bel de dierenarts voor advies, en een half uur later zitten we in de wachtkamer. Met een flesje opgevangen urine. Ze onderzoekt hem en de diagnose is overduidelijk: blaasontsteking en niet zo’n heel kleintje ook. Komt niet vaak voor bij gecastreerde reuen, maar desalniettemin: aan de antibiotica en rap een beetje. Darwin geeft in de tussentijd in een niet mis te verstane non-verbaliteit aan dat al dat gepor en inwendig onderzoek een beloning verdient. En eigenlijk twee. De weekendarts lacht: ‘Wat een heerlijke hond hebben jullie!’ We knikken. We hebben een heerlijke hond. Eentje die nu nog wat extra aandacht verdient. In welke vorm dan ook.

Charlotte

CharlotteAls ik onze voordeur open, kijk ik eerst even naar boven. Naar het hoekje van het raam vlak tegen het plafond. Daar zit ze. Ik noem haar Charlotte, naar E.B. White’s boek, in een halfslachtige poging om haar minder afschrikwekkend te maken. Zo af en toe jaagt ze me namelijk de stuipen op het lijf, juist omdat ze niet in haar hoekje zit. Dan heeft ze even een ommetje gemaakt blijkbaar, want een uur later zie ik haar dikke, vette lijf en kromme pootjes weer op de gebruikelijke plek. Ik houd eerbiedig afstand, respecteer haar comfortzone in de naïeve veronderstelling dat zij dan een wederzijds gedragspatroon hanteert. Tot afgelopen weekeinde. Want toen bleek ineens de lamp in het portiek stuk. Echt onherstelbaar kapot. Er moest dus een nieuwe worden gemonteerd. Behoedzaam plaats ik de trap, terwijl het benodigde gereedschap voor het grijpen ligt. Snelheid is geboden. Voorzichtig klim ik naar boven. We verliezen elkaar geen moment uit het oog. Uiterst vakkundig en rap schroef ik de oude lamp los en bevestig ik de nieuwe. Zodra alles weer naar behoren functioneert, daal ik terug af naar de veilige aarde. Nagekeken door honderden ogen. Ik meen zelfs even een pootje te zien zwaaien. Aarzelend wuif ik terug. Dikke spinnen moet je te vriend houden. Vanaf veilige afstand. Want je weet immers maar nooit.

Gestolen momentje

Het was al met al een intensieve dag. Veel gedaan, aantal vinkjes geplaatst en over het algemeen tevreden over de opbrengst. Ik zet alles alvast klaar voor het avondeten: onze vriend komt straks de logeerbeagles weer ophalen en eet gezellig een hapje mee. De honden zijn al uitgelaten, het huis (met vier honden) conform “aan kant”, dus feitelijk is alles nu in afwachting van de komst van Manlief en onze gast. Dan valt mijn oog op Bandit. Hij zit pontificaal in een van de stoelen op het dakterras. De zon schijnt, de temperatuur is nog net behaaglijk. Hij knipoogt uitnodigend naar me. De andere honden zijn nergens te zien, we zijn met z’n tweetjes. Ik twijfel een moment. Een kort moment. Dat is voldoende om me te overtuigen. En zo zit ik geheel tegen de gebruikelijke gang van zaken op een doordeweekse namiddag ineens met een glas wijn, een boek en een Beagle in de zon op ons terras. En ik geniet intens. “Gestolen goed gedijt niet”, zei mijn oma. Momentjes uitgezonderd.

Vacature

“Deze vacature vind je wellicht interessant”. Ik kijk met een half oog naar het acht uur-journaal en met de rest naar mijn e-mails. Ergens staat blijkbaar een vinkje bij LinkedIn dat ik ‘op de markt’ ben. Wat niet zo is. Dan zie ik de naam van het bedrijf. Nu volg ik het journaal niet langer. Wat grappig! De organisatie waar ik mijn carrière ooit begon, heeft een vacature. Ik startte er recht uit school als parttime Marketing & communicatie-assistente. Had een eigen kantoortje! De Marcom-manager was een oudere heer: hij rookte stevige sigaren in zijn sjieke kantoor naast het mijne. Dat mocht toen nog. Het hoofdkantoor stond in mijn woonplaats, met nog een vestiging in Terneuzen en een vlakbij Antwerpen. Ik vond het allemaal machtig interessant. Namen doemen op. Die van de eigenaren, twee broers. Het bedrijf zat al vanaf zeventienhonderdnogwat in de familie. De directeuren: een zachtaardige en een met een niet te missen aanwezigheid. De jongens van Uitvoer. De kantinedienst. Het ‘nieuwe’ logo dat ik mee mocht bepalen en wat ze nog steeds voeren. Ik glimlach. Ik heb er maar een jaar gewerkt. Een fulltime functie behoorde niet tot de mogelijkheden, dus ik zocht en vond een andere baan. Maar hield er een van mijn beste vriendinnen aan over en een heleboel herinneringen. Dan zie ik de functie waarvoor een vacature is gesteld. Nu lach ik hardop. Marketing & Communicatie Adviseur! Ik heb het prima naar mijn zin in mijn huidige job. Maar wat zou het een geweldige stunt zijn geweest als ik op deze baan zou worden aangenomen: na dertig jaar promotie maken!

Boodschappen

SPARIk heb een drukke dag voor de boeg. Dat is op zich niet ongewoon. Maar vandaag ga ik op bezoek bij vijf supermarkten. We gaan namelijk samenwerken met een keten, en een aantal winkels heeft zich bereid verklaard om als pilot te fungeren vóór de landelijke uitrol na de zomer. Zo kunnen we ontdekken waar de klanten behoefte aan hebben, wat minder relevant is en hoe we de winkeliers zo goed mogelijk kunnen ondersteunen. Vorige week was de aftrap. De ondernemers kregen informatie, voorbeelden en promotiematerialen mee. En vandaag ga ik dus op bezoek om de winkels te bewonderen, nog meer informatie te geven en eventuele vragen te beantwoorden. De eerste locatie is Hulst, zo’n vijf kwartier rijden. Van daaruit reis ik naar Nieuwe Tonge op Schouwen Duiveland, waar de eigenaar van de winkel in het nabijgelegen Sint Philipsland ook aansluit. Daarna staat Vuren op de planning en als laatste Asperen. Alleen Tilburg ontbreekt nog in het rijtje, die vestiging bezoek ik volgende week. Als ik moe maar tevreden thuis kom, zeg ik tegen Manlief: “Schenk jij vast een drankje in? Dan haal ik even iets voor het avondeten bij de supermarkt. Waarom hij daarop in een onbedaarlijke lach schiet, ontgaat mij volledig.

Drie feeën en een (gn)oom

Als we de ontbijtzaal binnen komen, blijkt de rest van de familie al aanwezig. We maken een keuze uit het riante buffet en bespreken de planning. Het kerkhof is een kwartiertje rijden. En we hebben nog een paar uur. Ik wil graag naar een supermarkt voor een speciaal merk Duitse thee. Er is interesse in een gezamenlijk koffiemoment. En we willen bloemen voor bij de kist. We besluiten bij elkaar te blijven en vertrekken in colonne uit het hotel. Bij de bloemist maken we samen een keuze: prachtige pastelkleurige rozen, zachtpaars gipskruid en roze Hollandse tulpen. In de naastgelegen supermarkt vind ik mijn thee. En er is een gemutliche Stube. Onder het genot van de koffie halen we nog meer herinneringen op. Dan maakt mijn oom een compliment over het stukje D’s Days van gisteren. Verbaasd kijk ik hem aan. Mijn drie tantes zijn trouwe lezers van dit blog. En eerder door mij vergeleken met de drie feeën uit Dorienroosje: Flora, Fauna en Mooiweertje. Maar dat ook mijn oom een fan is, dat wist ik niet! Hij knikt en lacht. Ik grinnik terug. En terwijl we ons opmaken voor de verdrietige reden van dit samenzijn, kan ik het niet nalaten zijn initialen te verbinden aan z’n status. Ik heb drie tantes Fee en een (gn)oom!