Een boer met oorpijn

“Je bent een sterke vrouw”, hoor ik regelmatig. Meestal doelt de spreker op het feit dat ik me in een noodsituatie praktisch opstel. Als ik fel ageer tegen (in mijn ogen dan toch) onrecht. Of doorsla in hulpvaardigheid. Ik wuif het weg: zo ben ik nu eenmaal. Maar wat ze niet weten, is dat ik een extreem lage pijngrens heb. In combinatie met aangeboren onhandigheid op het gebied van scherpe messen, leidt dit wel eens tot overdreven vraag om aandacht. Een kleine (maar diepe) snee in mijn hand mag gerust met vele lagen verband aan het zicht worden onttrokken. Zodat niemand hoeft te twijfelen, dat er ‘echt iets aan de hand is’. Dus het zal je als trouwe lezer (niet) verbazen, dat ik me vanmiddag moed- en vrijwillig tot lijdend voorwerp heb laten maken. Ik speelde al een paar weken met het idee, en nu heb ik de knoop doorgehakt. Ik heb in elk oor nu twee gaatjes in plaats van één. De ervaring was gelukkig niet zo traumatisch als toen ik een jaar of negen was en de eerste gaatjes met een forse knal werden geschoten. Eigenlijk viel het zelfs mee. En mijn moeder was ter ondersteuning meegegaan en hield mijn hand vast! “Flink hoor, je hebt ‘m verdiend”, zei de juwelier die mijn voorgeschiedenis kent grijnzend. En reikte me een tegoedbon voor een ijsje bij de buren aan. Ik lachte als een boer met oorpijn. Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden. Ik lijd (een beetje), dus ik zal mooi zijn. Kwestie van even doorzetten. Het begin is er.

Kunstjes en kluifjes

“Sammie is dol op kunstjes leren. Ken je die buttons waarmee ze kunnen aangeven wat hun wensen zijn? Wil ik ook gaan oefenen met haar.” Ik ken ze inderdaad, heb de afgelopen weken regelmatig filmpjes voorbij zien komen op social media. Ziet er nog best complex uit, dus ik ben benieuwd of een hond daadwerkelijk het onderscheid weet te maken. Ik denk er verder niet meer aan, totdat ik vandaag bij het opruimen zo’n button vindt. We hebben ze een keer in een goodybag uitgereikt bij mijn vorige werk rondom mantelzorg. Ik ontdek het opnameknopje en spreek luid en duidelijk het woord ‘kluifje?’ in. Darwin herkent het woord en komt kijken wat ik aan het doen ben. Voorzichtig plaats ik zijn poot op de knop en druk ‘m in. Terwijl alweer het woord ‘kluifje?’ klinkt, geef ik hem iets lekkers. Hij reageert blij verrast. Na nog drie keer heeft hij het door, en herhaalt de handeling zelfstandig. Ik bejubel hem uitbundig en sluit het deksel van de kluifjespot. Maar als ik naar de keuken loop om een kop thee te zetten, hoor ik vanuit de woonkamer alweer het woord ‘kluifje?’ Snel loop ik terug en geef hem de lekkernij: de kracht van de herhaling. Maar ik draai me nog niet om, of alweer is het woord ‘kluifje?’ te horen. Ik schiet in de lach, geef hem nog een laatste kluifje en leg dan de button op tafel. Buiten het bereik van zijn pootjes. Knappe beagle! Straks even een zak kleine trainingskluifjes halen bij de dierenwinkel. Want zijn buik zit voorlopig vol genoeg!

Pruimenjam met een tikkie

Sinds ik ooit van mijn BonusSchoonmoeder leerde hoe ik jam kon maken, ben ik helemaal verknocht. De eerste jaren hield ik me braaf aan de bessen- óf aardbeien-variant. Om me vervolgens een keer helemaal te buiten te gaan aan bessenaardbeienjam. En toen mijn schoonzusje verhuisde naar een huis met een aantal pruimenbomen in de tuin, kon ik mijn geluk niet op. Het ene na het andere experiment ging in de potjes, die ik het hele jaar door verzamelde. En de inhoud ging er net zo snel weer uit: heerlijk. Er was eigenlijk maar één terugkerend aandachtspuntje: ik kreeg het niet op. Niet in mijn eentje! Manlief houdt niet zo van zoetigheid. Zelfs de door mijn smaakpapillen nadrukkelijk onderbouwde bewering dat de jam ‘licht zurig’ was, kon hem niet verleiden. Dus ik begon uit te delen. Kocht kleurrijke etiketten (het oog wil ook wat) en verzon zeker zo kleurrijke namen: Frambeienjam (want Aardbozenjam had zo’n nare bijsmaak), Beiberbessenjam en de alom gewaardeerde Pruimgemmarijnjam. Op internet struinde ik allerlei websites af naar nieuwe smaakcombinaties. Vandaag bereik ik een heuglijke mijlpaal. De gisteren bij mijn schoonzus en zwager geplukte gele pruimen zijn voorzien van een handvol rozijnen, een vleugje gember en kaneel en een scheut rode port tot jam omgetoverd. De smaak is spectaculair lekker. Het proeven een feestje! De eerste aanvragen voor een potje zijn al ontvangen. En ik verheug me nu al op hun gezicht na die eerste hap.

Een schot in de roos

Mijn moeder en ik hebben allebei een abonnement op Ouwehands dierenpark. De sfeer daar is zo fijn, de dieren zijn er relaxt. Ook al zijn ze opgesloten: hun leefruimte is van hen. Bezoekers worden hierop extra geattendeerd door bordjes met ‘Zie je de dieren niet? Dan zitten ze misschien aan de andere kant, of hebben ze gewoon even geen zin.’ Ik word zelfs daar blij van. Als we in Rhenen oppassen, loop ik vaak na de werkdag snel nog even naar het berenbos, waar verwaarloosde beren uit het Oostblok een totaal ander en fijn leven krijgen. Kijk ik naar de ijsbeer die ‘bommetje’ doet of verwonder ik me over de zoveelste bewegingsloze panda. Ik heb eindeloos veel foto’s gemaakt van hen in exact dezelfde houding: plat op de buik op het plateau, diep in slaap. Een keer zat Fan bamboe te eten. Op zijn gemakje, maar hij bewoog in elk geval! Ook in het aquarium kom ik graag. De kwalletjes die in een eindeloze stroming van boven naar onder en weer terug bewegen: prachtig. Het grappige clownsvisje dat ik vooral ken uit ‘Finding Nemo’, de Disney klassieker. Maar dan ineens zie ik iets bijzonders. Het beweegt wat heen en weer tussen de planten, verdwijnt uit het zicht en komt weer in beeld. Snel schiet ik een foto, want zo vaak zie je de Verus Caretaker niet.

Ik heb ‘m ook ingezonden voor Ouwehands fotowedstrijd om nog meer mensen te laten genieten van deze zeldzame verschijning. Wil je mijn foto laten winnen? Dat kan door je stem via deze link te geven. Maak je mij nog blijer met Ouwehands dierenpark.

NB: sommige browsers hebben wat moeite met de rechtstreekse link. Wil je me echt graag een plezier doen? Volg dan https://www.ouwehand.nl/nl/fotowedstrijd, klik vervolgens op ‘bekijk foto’s’ onder ‘lopende wedstrijden’ en daarna op mijn foto. Veel meer moeite, maar wordt ook meer dan gewaardeerd!

Schuldbewust

In al mijn onschuld vermeldde ik gisteren dat Manlief en ik door het dorp Rhenen wandelden. Waarop een stevige discussie volgde op social media. Want Rhenen heeft stadsrechten. En daar kun je je maar beter van bewust zijn. Of in dit geval schuldbewust. Dus haast ik me vanochtend naar degene die me erop attendeerde. Als ik me in zijn winkel bekend maak, schatert hij het uit. “Serieus? Ben jij het?” Om me vervolgens gelijk gerust te stellen: “Het was maar een geintje, hoor, mijn reactie!” Naast me staat een oudere dame. “Dat ben ik dus niet met u eens!”, mengt ze zich in het gesprek. “We zijn maar wat trots op het feit dat we ons een stad mogen noemen.” In een moeite door bied ik ook haar mijn nederige excuses aan, terwijl de winkelier me een knipoog geeft. Ze vertelt me dat het aantal inwoners niets met de benoeming te maken heeft. Dat bijvoorbeeld Den Haag geen stadsrechten heeft en formeel dus een dorp is. Het gesprek kabbelt gezellig verder. De barbecue op het terras heeft de winkelier doorverkocht aan de eigenaren van ons zomerhuis. Vervolgens blijkt dat we nog meer gemeenschappelijke kennissen hebben: hij levert ook producten aan de winkel bij ons thuis op de hoek! Na een half uur verlaat ik de winkel met de belofte de kennissen de hartelijke groeten over te brengen. En bij de volgende Huis & Hond-actie beslist weer langs te komen. Beide beloof ik maar al te graag! Waar een terloopse opmerking al niet toe kan leiden in een kleine stad.

Genieten met volle teugen

Langzaam maar zeker komt ook aan deze vakantie van de eigenaren (en die van ons) een eind. Nog een paar dagen, dan gaan we weer op huis aan, terug naar het Brabantse. En om hier nog even extra te kunnen genieten, nemen we vanmiddag vrij. We kuieren door het dorp, ik wijs de ijssalon aan waar mijn moeder en ik al een paar keer een schandalig grote ijscoupe hebben gegeten. En de winkel waar ze de lekkerste kaas hebben. Manlief koopt een nieuw paar schoenen bij de lokale middenstand. En we maken een praatje met de kassajuffrouw van de supermarkt die mij inmiddels herkent. Terug bij de hondjes verdiepen we ons in een goed boek met Michael Bublé op de achtergrond. En kijken af en toe naar de bezige boer aan de overkant van de rivier. Aan het eind van de middag maken we met de hondjes een lange wandeling langs het water. We trakteren onszelf op een etentje bij het restaurant hier vlakbij. Als diezelfde hondjes ‘s avonds op hun rug door het gras rollen, is het overduidelijk: het leven is hier goed. En daar genieten we graag af en toe van mee. Met volle teugen.

Proost op het leven en treur niet om mij

Als ik wakker word, denk ik als eerste: “Vandaag is het 28 juli.” Maarten zou vandaag 57 jaar worden. Vandaag is het zijn eerste verjaardag zonder hem. Ik slik even, stuur een kushand naar boven en loop dan naar beneden voor het ontbijt. Nog vóórdat ik in de auto stap, ontvang ik een appje van een oud-klasgenoot van ons. “Bijzondere dag vandaag, he!” We kletsen even en komen dan gelijktijdig op een miraculeus idee. We sturen uitnodigingen naar iedereen binnen ons netwerk die Maarten heeft gekend: “Waar je ook bent en met wie: hef vanavond om 18 uur het glas op hem. Doe je mee?” En dat doen ze. De hele dag ontvang ik berichtjes van degenen die vandaag aan hem willen denken. Soms met een traan, meestal met een lach. Om 4 uur staat de teller met toezeggingen op 38! Zo fijn! Maarten vroeg zich in zijn laatste weken af hoe snel hij vergeten zou zijn. Voorlopig nog niet, lieverd, voorlopig maak je gewoon deel uit van onze herinneringen. En hopelijk blijft dat ook nog heel lang zo. Proost!

Leeftijdscontrole

Vandaag is het voor het eerst sinds weken wat koeler in Nederland. Na de hittegolf vorige week, waarbij letterlijk een mus (bijna) van het dak afviel, komt de temperatuur nu niet boven de 20 graden uit. En dus heb ik mijn hoody aan als ik snel even wat boodschappen doe bij de lokale supermarkt. Als ik bij de automatische kassa afreken, verschijnt er een tekst dat ik leeftijdsgebonden producten in mijn mandje heb, en er dus gecontroleerd wordt of ik ouder dan 18 jaar ben. Ik wacht geduldig op de actie van de medewerker. Dan hoor ik achter me gefluister. “Wat denk jij?” “Ik weet het niet, zag haar niet aan komen lopen.” “Tja, is soms zo moeilijk te zien, he, aan de achterkant.” Lachend draai ik me om. “Oh, mevrouw, het is goed, hoor! U kunt afrekenen.” En na een korte pauze: “Wat heeft u een leuke hoody aan!” Ik kan het hen niet kwalijk nemen dat ze aan mijn leeftijd twijfelden. Tot hun grote hilariteit zet ik de muts mét oren even speciaal voor hen op, waarna ik met de boodschappen de winkel uitloop. Mijn dag is met dit compliment in elk geval meer dan geslaagd.

Dakloos

“En gebruik tijdens onze afwezigheid ook gerust de cabrio, hoor. Je weet waar de sleutels liggen.” Ik ben dol op cabrio’s! Al vanaf dat ik een jonge dame was. En kijk vaak lichtelijk jaloers naar de wapperende haren of het kekke petje van medeweggebruikers in zo’n bolide. Maar een eventuele kras op de lak voelt toch net even anders dan een glas dat uit je handen glipt. Wat overigens ook nog niet is gebeurd. Dus tot nu toe heb ik het stuur alleen vast gehad om de cabrio een stukje te verzetten op de oprit. Tot vandaag. Want vandaag moet Manlief naar kantoor. In onze auto. En besef ik ineens dat het brood op is. Dat ik daarnaast wel iets lekkers bij de koffie heb verdiend. Lopen kost me hier een half uur heen en een half uur terug. Dus ….. Dan kijk ik naar buiten. Naar de regen die niet zachtjes, maar heel hard naar beneden hoost. En dit volgens buienradar voorlopig nog wel een paar uur volhoudt. Ach ja. Er ligt nog brood in de vriezer. Er staat een bakje met M&M’s op tafel. Ik red het wel vandaag. Met een stevig dak boven mijn hoofd. Die wapperende haren komen vast nog wel een keer.

De jeugd van tegenwoordig

Darwin: “Nou? Heb ik teveel gezegd?” Sammie: “Nee, zoals altijd was je grondig en gedetailleerd in je omschrijving.” D: “Maar? Ik hoor een ‘maar’ toch?” S: “Niet echt. Maar ..” D: “Aha, zie je wel! Dus toch!” S (vervolgt zonder aandacht te besteden aan de onderbreking): “Maar jij bent tien en een half jaar oud. Jouw energieniveau is anders dan het mijne.” D: “Pah! Jij bent ook al ruim zeven, troela!” S: “Ik vind haar wel leuk. Ze is jong. En speels. En onvermoeibaar. Maar ze speelt niet vals. En is sneller dan ik dacht. Al haalt ze het niet bij mij wat dat betreft natuurlijk!” D: “Nou, ik word anders goed moe van haar. En je maakt mij niet wijs dat jij vandaag een drukke dag in de planning hebt!” S: “Wat zeur je nou? Ja, het was een druk weekeind. En supergezellig. Ze moeten vandaag de hele dag werken allebei, dus we krijgen toch geen aandacht. Nou, dan doe ik vandaag wat meer dutjes. Ik had de afgelopen dagen niet willen missen, hoor.” D: “Het was fijn om de oma’s allebei te zien, absoluut. Maar ik blijf erbij dat Misty nog veel moet leren. Van jou. En van mij. Maar ze ziet ons nog niet eens staan!” S (lachend): “Mij wel, hoor. Wij zijn ongeveer even groot. Ze vindt jou gewoon te klein. En te langzaam. En een chagrijnige ouwe sok, maar dat heb je niet van mij!” D: “Dat heb ik dan ook niet gehoord. En ze is godzijdank weer thuis. Lekker nog een hele week rust!” S: “Het is goed, hoor. Ga maar lekker op mijn zachte mand liggen met die oude botjes van je. Ik zal je vandaag een beetje ontzien. Maar morgen gaan we weer langs de Nederrijn rennen samen. Oké?“ <stilte> S: “Oke? Oh. Je slaapt volgens mij. Ach ja, je hebt je rust hard nodig op jouw leeftijd. Ik ga lekker buiten spelen. Alleen. Met mijn bal. Het was ècht een supergezellig weekeind.”