“Deze gehoorzaamt beter!”

“Hij is weer zo goed als nieuw!” De fietsenmaker kijkt me tevreden aan. Vanochtend heb ik mijn fiets in een vergelijkbare toestand bij hem afgeleverd. Hier een buts, daar een kras, een geknakte lamp en deuk in het spatbord. Mijn aarzelende blik ziend, voegt hij eraan toe: “Ik heb ‘m extra goed nagekeken, alles wat vast moet zitten, zit vast. En wat moet draaien, draait.” Blijkbaar kijk ik nog steeds onzeker, want hij vervolgt: “Natuurlijk ben je geschrokken. En is het spannend om weer de weg op te gaan. Maar het is net als wanneer je van een paard valt. Het beste is om gelijk er weer op te springen.” En, terwijl ik het stuur vast pak, zegt hij met een knipoog: “Een paard kan je nog wel eens voor verrassingen zetten. Maar deze … (terwijl hij het zadel een klopje geeft), die gehoorzaamt beter.” Als ik voorzichtig weg fiets, hoor ik ‘m nog steeds lachen.

Met de klok mee

“Wat is er gebeurd?” is de eerste vraag bij het zien van mijn gespalkte duim. Ik waarschuw inmiddels visueel ingestelde luisteraars nadrukkelijk vooraf. Maar kan niet voorkomen dat ze hun oren bedekken: “Nee, dat wil ik helemaal niet weten!” De tweede vraag is meelevend: “Heb je veel pijn?” Het antwoord is bevestigend. Paracetamol helpt, maar hoewel ik links goed uit de voeten kan, ben ik echt bij de meeste handelingen hartstikke rechts. En los van de duim was het een flinke smak. Dus met de klok mee: een pijnlijke kin, blauwe plek op mijn linker schouder, opgezette spier waar de tetanus prik is gegeven, geschaafde elleboog, beschadigde handpalm, gebutste knie (die toch al een zwakke plek was), nagenoeg volledig paars rechter bovenbeen, gekneusde rechter rib, De Duim en een wondje boven mijn rechterslaap. Het is al hilarisch om me te zien opstaan van de bank. Maar dit alles is over een dag of tien passé. Morgen bepaalt de traumachirurg de vervolgstappen voor mijn duim. Ook dat komt weer goed. Ik heb geluk gehad. En dat besef ik ten volle. Het heeft gewoon even tijd nodig.

PS: de SEH heeft me met klem geadviseerd om melding te maken bij de gemeente. Het is een beruchte val-plek.

Meisje met de druivensuiker

duimHet begint te druppelen als ik de fietsenstalling verlaat. Ik zet mijn capuchon op en kies de kortste route door het park. Om me heen zet iedereen het op een lopen: binnen een paar minuten hoost het! Ik verheug me stiekem op de thuiskomst: lekker bij de kachel opdrogen in mijn joggingpak. Maar dan, ineens, rijdt mijn fiets tegen een onzichtbare richel die voet- en fietspad van elkaar scheidt. Niet hoger dan een centimeter, maar voldoende om mij tegen de grond te smakken. Om me heen hoor ik geroep en ik voel een ondersteunende arm als ik mijn eigen onderdelen check. Een jongen pelt mijn fiets tussen me uit en een meisje strijkt het haar uit mijn gezicht. “Gelukkig, je viel voorover op je gezicht, maar dat valt zo te zien mee.” Dan aarzelt ze: “Je duim ziet er wel raar uit …” Het bovenste kootje staat naast het onderste. Even duizelt het. Dan neemt ze het heft in handen. Ze zet mijn fiets even verderop op slot, Manlief wordt gebeld en ik krijg een druivensuiker. “Je voelt geen pijn door de shock en adrenaline, maar je lichaam heeft suiker nodig.” Ze houdt een opvouwbaar parapluutje boven mijn hoofd: het water druipt van ons af. Maar ze wil van geen wijken weten. Pas als ik in de auto stap na haar nogmaals te hebben bedankt, vervolgt ze met een “Sterkte en beterschap!” haar weg. Bij de SEH krijg ik gelijk voorrang en wordt de duim weer in elkaar gezet. Voorzien van een spalk mag ik naar huis. Donderdag, als de zwelling is verdwenen, moet ik naar de traumachirurg voor dubbelcheck. Maar het lijkt erop dat ik ‘geluk’ heb gehad. Mede dankzij het meisje met de druivensuiker.

Kleurendoof

“Let op, u heeft vier minuten overstaptijd naar een andere vervoerder!” Ik zucht. Ben al niet helemaal fit en heb ook geen tijd voor vertraging. Dus ik dubbelcheck nogmaals de perrons en de tijden. Als we afremmen, sta ik bij de deur. Ik check-uit, stap over, zet het op een hollen en haal de trein. Net. Als ik neerplof, zie ik op het perron ineens drie overstap-palen. Heu? Welke kleuren heb ik ook alweer gebruikt daarnet? En in welke kleur zit ik nu? Damn! De trein is kort, maar ik kan geen conducteur ontdekken. Wat nu? Ik raadpleeg de NS-app en volg hun richtlijnen. Ik heb zes uur om mijn foutieve overstap ongedaan te maken. Dat moet agendatechnisch lukken. En via de app kan ik een losse retour kopen voor dit deel van de reis. Zodat ik niet ook nog eens een zwartrijder ben. Check. Opgelucht haal ik adem. Straks nog even opletten op de terugreis. Maar komt vast goed. En vanavond het kleurenpalet nog maar eens oefenen. Geel, rood, blauw en zwart. Want gemakkelijker kunnen ze het blijkbaar niet maken.

Snappertje

guidoHet is een paar uur vóór het nieuwe jaar als Manlief onthutst opkijkt en zegt: “Guido is overleden!” Guido is een oud-collega van hem, die ik ook een aantal keer heb ontmoet. Leeftijdsgenoot, dol op het goede leven samen met zijn echtgenoot Michael, altijd gekleed in zwart en een weergaloos gevoel voor humor. Hij zocht gniffelend de grenzen van choquerend gedrag. Kwam de manager langs op de afdeling en belde er op dat moment een bekende, dan nam hij zonder blikken of blozen op met “Sexboerderij De Scheve Schaats, hoe kan ik u helpen?” Tot schrik van de bewuste manager en groot vermaak van de ingewijde aanwezigen. En als hij iets niet gelijk begreep, was steevast het antwoord: “Je weet dat ik een klein snappertje heb. Leg het nog eens uit alsjeblieft.” Ach, Guido. Hij meende altijd wel een kwaal te hebben, en de laatste is hem dus daadwerkelijk fataal geworden. De rest van de avond en de dagen daarna is Manlief regelmatig in contact met andere oud-collega’s. Het wat verwaterde contact wordt weer aangetrokken in de communicatie rondom de uitvaart. Ik denk terug aan al die oud-collega’s van wie ik afscheid moest nemen bij mijn vorige werkgever. Ze zijn nog zo vaak in mijn gedachten. Wil, Olaf, Robert, Paul, Peter, Wim1, Wim2, Miranda, meneer Straten, meneer Brenninkmeijer, meneer Steuns. Je bent pas echt dood als niemand meer aan je denkt. Zo ver is het nog lang niet. Maar ik vind het soms wel moeilijk te begrijpen waarom we hiermee zo vroeg al werden geconfronteerd. Blijkbaar is mijn snappertje op dat gebied ook heel klein. Dag Guido, leuk je gekend te hebben en vaar wel.

Zo kan het dus ook

IMG_0296Op social media zie ik de meest afschuwelijke berichten weer voorbij komen. Ik probeer ze te vermijden, maar er is geen beginnen aan. Een man kreeg een schop tegen het hoofd, omdat hij vroeg of ze ergens anders wilden gaan knallen. Er werd vuurwerk naar haar hond gegooid, omdat ze vroeg even te wachten met afsteken. Mijn emotionele emmertje loopt vol bij alleen al de gedachte wat ik met dat soort lui zou willen doen! “Treat with kindness and respect” zagen we in New York in diverse commercials. Nou, bekijk het maar! Darwin krimpt in elkaar bij elke knal, dus ik wil een lange lunchwandeling maken zolang het bij ons in de buurt nog relatief rustig is. Onderweg horen we ineens achter een paar struiken een enorm geknetter. Drie jonge hoofden mét veiligheidsbril kijken geschrokken op. ‘Oh mevrouw: sorry! We kijken telkens of er iemand aan komt, maar we hebben u niet gezien! Is alles in orde met de hond?” Ik stel hen en Darwin gerust en zeg dat het wel goed komt. “Loop maar rustig door, hoor. We wachten tot we u niet meer zien!” Ik glimlach en wens hen een fijne jaarwisseling toe. Ook even verderop staat een groepje jongeren rotjes af te steken. Ik trek hun aandacht en vraag hen om even te pauzeren. Ze zwaaien bevestigend terug. Als ik hen passeer, zegt een van hen: “Leuke stropdas heeft uw hond. Gelukkig nieuwjaar.” Ik wens hen hetzelfde toe en loop snel verder. Pas na een aantal minuten hoor ik in de verte de volgende knal. Zo kan het dus ook. Misschien toch nog eens over die slogan nadenken in het nieuwe jaar. Iedereen van harte een gelukkig 2020!

The most wonderfull time

We worden op een keurige tijd wakker en na nog minstens driemaal van het uitzicht vanaf het balkon te hebben genoten, gaan we op weg naar het ontbijt. In een echte diner! We krijgen het hoektafeltje aan het raam en bestellen alweer allerlei zaligheden. Om de spijsvertering een handje te helpen, lopen we langs het Highline-park terug. Vroeger was dit de overbekende trein die op een paar meter hoogte door de stad raasde. Nu is er een mijlenlang wandelpaden begroeiing van gemaakt. We ‘stappen uit’ bij de Vessel en lopen op ons gemak alle trappen op. Als ik een plaatje naar de collega’s stuur, krijg ik een foto retour van de aanbouw 2,5 jaar geleden. Leuk! Dan lopen we op ons gemak terug naar het hotel. Manlief laat zich overtuigen dat een foto van mijn moeder en mij zwaaiend vanaf ons balkon een ‘must have’ is. Het resultaat is hilarisch: door in te zoomen zie je twee miniatuurtjes halverwege het gebouw links. We nemen afscheid van de upgrade, van het uitzicht, vergapen ons aan het ‘vervangen’ van de metershoge commercial op de muur naast ons, kijken nog een laatste keer om ons heen en checken dan uit. We komen terug, beloofd. In de metro stappen we per ongeluk in de verkeerde lijn en alleen Manlief is op tijd weer buiten. Gelukkig worden we op het volgende station herenigd en vervolgen we gezamenlijk onze weg naar het vliegveld. Het inchecken gaat vlotjes. De laatste dollars worden opgemaakt, ik ga op de foto met de kerstman en dan worden we verzocht te boarden. Als de lichtjes van Manhattan onder ons verdwijnen, kijken we elkaar aan. Het was absoluut the most wonderfull time of this year!