Feestelijk

Al zolang ik me kan herinneren, krijg ik appels en peren van mijn tante. Ze heeft een eigen boomgaard en maakt de heerlijkste appelmoes van Nederland. Ik ben er telkens weer blij mee en geniet van de speciale smaak. En nu wordt ze 80 jaar. Ze viert het met een groot feest. “Heb je al iemand voor de taart? Ik wil graag een keer iets terug doen!”, vraag ik mijn nichtje. Op haar vraag voor hoeveel personen, antwoord ik “allemaal natuurlijk!” Er komen zo’n 70 man, dus vijf a zes taarten. Ik wik en weeg over de combinatie aan smaken en neem dan een besluit. Timo’s taart (sinaasappelcharlotte), citroenkwark, appelnotentaart met vijg, stroopwafelcake en natuurlijk de inmiddels befaamde chocolade-sprokkeltaart. Op de afgesproken dag rijd ik met de auto vol taartschalen, -scheppen, -messen en natuurlijk taart naar de feestlocatie en stal ik alles uit op een prachtige tafel. Een plaatje! En dat blijft niet onopgemerkt. De gasten komen twee en soms drie keer terug. Als ik afscheid neem, krijg ik stevige knuffels: “Dank je wel!” Heel graag gedaan. Het genoegen was geheel mijnerzijds!

Advertenties

Kinderfeestje

IMG_8421“Fijn als je mee wilt en kunt!” Mijn schoonzusje aan de lijn. Nichtje viert haar tiende verjaardag en ze hebben nog één begeleider nodig. En ik zeg ‘ja’, zonder te weten waartegen. Nichtje is fanatiek klimmer. Ik heb wel eens foto’s gezien van haar verrichtingen. Maar als ik onderaan de wand van 19 meter hoog sta, valt mijn mond open. Ze is zo klein en tenger. De instructeur vertelt ons wat we moeten doen. Alsof het niks voorstelt. Deze hand hier en die hand daar. En niet loslaten. Ik doe het na, maar het voelt niet natuurlijk. “Je kunt het niet fout doen!”, stelt hij ons nog gerust. Het eerste vriendinnetje vindt het na een meter of vier wel genoeg (en ik ook). Ze geeft de code en ik antwoord in een andere code. Dan pak ik met beide handen het touw stevig vast. Gelijk staat de instructeur naast me: “Néé! Niet zo!!” Hij doet het nog een keer voor. De meisjes kijken me onbevangen en vol vertrouwen aan: ik ben ‘oud’ dus ik ‘weet’ wat ik moet doen. Maar het is bloedspannend, zoveel verantwoordelijkheid. Het zweet rolt in straaltjes over mijn rug. “Niet vergeten ook een beetje plezier te hebben”, knipoogt de instructeur. En inderdaad, het gaat steeds beter als je je blijft concentreren. Na een uur is het afgelopen, en begint het volgende onderdeel: een soort doolhof. Wij mogen even bijkomen met een kopje thee. Als ook het derde onderdeel (boulderen, kunnen ze zelfstandig) is afgelopen, neem ik afscheid. Mijn nichtje knelt haar armen om me heen: “Dank je wel dat je er was, tante Dorine!” Ik knuffel haar stevig terug. “Ik vond het hartstikke leuk!”, antwoord ik. En ik meen het nog ook.

Bijzonderheden

“Kom nou kijken, maar zachtjes!” Met handgebaren maak ik Manlief, die met Darwin aan komt lopen, duidelijk dat het dringend is. Ik wijs naar de waterkant en specifiek naar een boomstronk. Op het uiteinde warmt een schildpad zich in het zonnetje! Ik woon nagenoeg mijn hele leven in deze buurt, ging naar het voortgezet onderwijs in het gebouw een eindje verderop aan dezelfde gemeentelijke vijver. Het is een grote waterplas, met een klein eiland in het midden waar watervogels nestelen. Er wordt regelmatig gevist en gevangen. Maar nog niet eerder zag ik een schildpad! We maken wat foto’s en lopen dan verder. Als ik het later tegen mijn moeder vertel, reageert ze opgetogen. Ze woont in dezelfde wijk. Maar hoewel zij en de buurvrouw bij het uitlaten van de honden regelmatig naar deze bijzondere buurtgenoot uitkijken, hebben ze minder geluk. Vandaag maak ik weer een wandeling rond de vijver. Ineens zie ik hem, op een tak half in het water. Ik app een foto: “Kijk, daar zit hij.” En tot mijn verbazing zie ik er verderop nog drie! Met een glimlach loop ik terug naar huis. Er is zoveel bijzonders te zien om je heen. Je hoeft er alleen maar alert op te zijn.

Aangeschoten

9C5BF6D1-7329-4704-9124-19321F7048DC‘De beagle is een jachthond met als taak met de neus te jagen op aangeschoten wild in een groep (een meute). Hij is alert (maar niet waakzaam). Beagles hebben een erg eigenwijs karakter. Door sommige mensen wordt deze eigenwijsheid nog weleens verward met een gebrek aan intelligentie, maar dit is zeer zeker niet het geval. Beagles zijn juist uitermate intelligent. De honden zijn in het algemeen vriendelijk en niet agressief of verlegen. Ze houden van menselijk gezelschap.’ Tot zover geciteerd uit Wikipedia. Dat overigens een totaal ander verhaal over Darwin vermeldt, maar dat bewaren we voor een volgende keer. Onze Darwin houdt inderdaad van gezelschap: vooral dat van ons. Hij is intelligent, leergierig en kent vele kunstjes. Met name omdat hij zeer content met en dus gefixeerd is op de bijbehorende beloning! En wat hij het allerallerleukste vindt, is verstoppertje spelen. Het moment waarop hij zijn ras, zijn kenmerken en zichzelf mag vergeten. Hij wacht geduldig in een onoverzichtelijke hoek van het huis tot hij een seintje krijgt: meestal het roepen van zijn naam. Dan stormt hij in zo’n kort mogelijke tijd door de kamers. Hij negeert alle zintuigen op één na: ‘gotcha!’ Ik zie zijn pootjes talloze malen voorbij komen als ik onder de bank door kijk, zijn staart als ik rechtop achter Manlief z’n leunstoel sta en zelfs zijn flapperende oren, als ik tegen de achterste muur op het logeerbed lig. Hij kijkt niet omhoog, hij is alweer in de keuken. Pas na een aantal hints weet hij me te vinden en krijgt hij het welverdiende kluifje.  Waarna we weer van voren af aan beginnen. Dus intelligent? Hangt van het thema af. Alert? Zeker, op gepaste tijden. Met de neus jagen? Mwah. Wie weet, als ik ooit aangeschoten verstoppertje met hem speel.

Brand

“Het is hier tegenover!” Ik worstel me door mijn slaperige onderbewustzijn naar de realiteit. Het bed naast me is leeg. En ik hoor loeiende sirenes op straat. Een ogenblik later kijk ik samen met Manlief verbijsterd naar de supermarkt aan de andere kant van de straat. Dikke rookwolken ontsnappen uit het pand. De brandweer probeert binnen te komen, maar dat valt niet mee. Ook de deur van het appartement erboven wordt met geweld geopend, waarna brandweermannen naar boven rennen, op zoek naar de bewoners. Dan slaat de schrik me om het hart. Buurvriend woont er schuin naast. Ik probeer hem te bellen, maar krijg keer op keer de voicemail. Manlief wijst: “Daar staat hij!” Op straat, in zijn badjas en op blote voeten, samen met de andere overburen die al zijn geëvacueerd. Ze worden door de politie op veilige afstand gehouden en regelmatig op de hoogte gehouden over de status. De wind staat de andere kant op, dus wij mogen binnen blijven en hebben eersterangs plaatsen. We zien hoe zo’n twintig brandweermannen de brand bedwingen en de omliggende panden en bewoners veilig stellen. Na anderhalf uur is de brand meester. Er wordt overlegd, gecontroleerd en overduidelijk via bekende procedures gehandeld en samengewerkt. Indrukwekkend om zo’n korte afstand te zien hoe gedegen en geruststellend ze te werk gaan bij een heftige gebeurtenis. Diep respect en bewondering! Dan worden de bewoners begeleid naar hun woning: sommigen moeten voor nu alternatief onderdak zoeken, anderen hebben geluk en kunnen terug naar hun eigen bed. Buurvriend komt een kop koffie halen voor de schrik. Terwijl hij een sigaret opsteekt, zegt hij. “Het viel gelukkig mee bij mij. De enige rookschade die ze constateerden, was van mijzelf!”

Zetje

Met tegenzin open ik mijn ogen. Slecht geslapen en mijn knie doet pijn. Het gaat al een stuk beter, de fysiotherapeut is tevreden met de vorderingen. Maar het herstel gaat me niet snel genoeg. Voor vandaag staat onderhoud aan het dakterras op de planning en Buurvriend zou me even helpen. Buiten tikt de regen tegen het raam. Ik app: “Gaat niet door. Niet fit, koud buiten, ander keertje.” Bijna gelijk komt het antwoord: “Stel je niet aan. Opschieten, ik steek zo over!” Mopperend stap ik onder de douche. Als hij een uurtje later verschijnt, ben ik toch wel blij dat hij me een zetje heeft gegeven: samen aan de slag is leuk. We maken grapjes en drinken koffie met iets lekkers erbij. En voor we het weten is de klus geklaard. Als hij weer is vertrokken, maken Manlief, Darwin en ik een wandeling door het park. Het weer is helemaal bijgetrokken. En ik ook. Soms heb je gewoon even iemand nodig die zegt dat je je niet moet aanstellen.

Geheim pleziertje

Ben dol op chocola. Zo dol, dat ik de lekkerste stukjes eigenlijk niet wil delen. Natuurlijk mag Manlief ook iets uit het schaaltje versnaperingen op tafel pakken. Maar hij weet niet dat er een bijzondere voorraad in de keukenkast is verstopt. Voor als ik met het eten bezig ben, of de afwas, of gewoon vind dat ik iets lekkers heb verdiend. Mijn geheime pleziertje. Dus groot is mijn verbazing als de verpakking ineens voor meer dan de helft leeg blijkt te zijn! “Ja, dat heb ik gedaan”, antwoordt Manlief argeloos. “Ik wist helemaal niet dat je de chocola daar bewaarde. Kwam het toevallig tegen. Lekker, hoor!” Snel loop ik naar de tafel in de huiskamer. “Gelukkig, deze bergplaats is nog niet ontdekt!” zeg ik zonder nadenken als ik de la open trek en in het hoekje de geruststellende wikkel zie. Dan hoor ik een kuchje. Manlief is me gevolgd en kijkt me lachend en bijzonder geïnteresseerd aan. “Anything else, my dear?” Ik kijk gemaakt boos terug. Vrees dat ik op zoek moet naar nieuwe verstopplekjes. Als hij slaapt!