Het leven is goed

“Gisteren zei ik het nog: “Het was een juiste beslissing.” De laatste dag om onze inschrijving te verzilveren. En daar bewust vanaf te zien. Ik meende het hartgrondig. De geblesseerde knie verbetert, zeker na de heerlijke (te) (korte) vakantie in de Provence. Maar had vier maal veertig kilometer zeker weten niet gered. Zou meer kapot hebben gemaakt dan nodig of wenselijk was geweest. Dus het is goed zo. Maar vandaag kan ik Facebook niet openen of ik zie beelden voorbij komen in mijn tijdlijn. “Iets meer aanmelders dan vorig jaar”, zeggen de cijfers. Minus twee dan die wel wilden maar niet konden. Op de radio klinkt welbekende marsmuziek “I’m gonna be” en de geliefde stem van Harm Edens. Ik stop vingers in mijn oren en sluit mijn ogen. Want het doet zeer. Toch. Mijn vriendin, veteraan 4D-vrijwilliger, is er dit jaar niet bij. Dus haar ‘mis ik niet’. Ik heb ineens vijf extra vrije dagen. Gelukje bij een ongelukje. Maar … ik wilde zo graag. Zo enorm graag een keer ook echt genieten van het enthousiasme van de omstanders. Niet overweldigd ondergaan, maar bewust beleven. Euforisch de dagelijkse eindstreep behalen. De komkommer-schijfjes en stukjes eierkoek die kinderen aanreiken aannemen. Bier drinken dat ik eigenlijk niet lust, maar er nu eenmaal bij hoort. Maar … het kon gewoon niet. Dit jaar dan toch. We hebben geen idee over de toekomst. Of het nog een keer lukt. En eerlijk is eerlijk: zo niet, dan is het ook goed. Er zijn ergere dingen. Veel ergere dingen. Dus waar “voltooien 4D’ ooit prominent prijkte op mijn bucketlist, plaats ik nu gewoon “genieten van 4D” op mijn bucketlist. En dat kan live meelopend. Of achter de televisie met Omroep Gelderland. Kan ik Harm nog steeds zien en horen. Toch. Het leven is goed.

Advertenties

Provençaalse geluksmomentjes

  • ‘thuis’ komen met pleeghond Katrien op het veldje naast de jeu-de-boule-baan en de warme verwelkomingswoorden van schoonmama en schoonpapa
  • met de honden naar het dal wandelen voor de ochtendplas (en zo)
  • thee drinken met schoonmama terwijl de rest nog slaapt/stokbrood haalt/doucht
  • dameskoffie drinken op/naast de markt in Forcalquier
  • zomaar een geweldig zittende en uitziende bikini scoren terwijl je die niet eens echt nodig had
  • voor een nieuwe sprei het terras niet hoeven te verlaten
  • wonderbaarlijk voor het eerst minder/geen pijn aan de geblesseerde knie
  • de ‘heropening’ van ons favoriete restaurant aan de N100
  • de ‘projecten’ bijna als vanzelfsprekend mee oppakken en daarna de blijdschap van schoonmama en schoonpapa ervaren
  • schoonpapa die ‘helemaal geen hondenoppas wil zijn’, maar gezellig meegaat met de prachtige lavendel-tour
  • Monsieur Nougat vinden op een markt in Sault (en hem blij maken met alle aankopen)
  • Moeder zien stralen in een lavendelveld (en schoonmama eigenlijk ook)
  • schoonpapa een bord eten mogen serveren op de bank voor de televisie met Wimbledon
  • die ene regenachtige dag zodat je ook een boek kunt lezen en niet alleen maar kletst in de zon
  • tot de conclusie komen dat ook de honden zich thuis voelen en niet aan de lange lijn hoeven te worden vastgebonden
  • stiekem toch een verjaardagsboeketje naast het bord van schoonpapa zetten (en je dus enorm inhouden voor verdere feestelijkheden die vooral door jezelf maar minder door de jarige worden gewaardeerd)
  • de verse croissant (en stokbrood) bij het ontbijt en de lunch
  • de pot chocoladepasta die ineens tevoorschijn wordt getoverd
  • de kameraadschap van de drie hondjes zien (op dat ene incidentje met ‘het bot’ na)
  • handenvol lavendel plukken en niet eens zien waar je dat deed
  • de vele, vele, vele kleine en grote watjes waarin je wordt gelegd door de gastvrouw en gastheer
  • de sterrenhemel boven je zien terwijl je in het zwembad drijft
  • de zon onder zien gaan in de vallei met het geluid van chicanes op de achtergrond
  • uitgerust, ontspannen, lekker gekleurd en vol mooie herinneringen de thuisreis weer aanvaarden

Afzwemmen

“Zeg gerust ‘nee’, hoor. Maar ik heb hem beloofd dat ik het je zou vragen!” Een appje van mijn schoonzusje. Zondagochtend, we zijn net wakker. Ik had eigenlijk andere plannen voor vandaag. Maar ja, als je aanwezigheid zo wordt gewaardeerd … En zo zit ik een uurtje later naast mijn nichtje, twee oma’s en een opa te kijken hoe mijn neefje opgaat voor zijn zwemdiploma A. Het is snikheet op de tribune en een paar meter lager lonkt het water uitnodigend naar ons. Aan de rand van het bad staan 30 kinderen te wachten op het signaal van de badmeester. Mijn broer en schoonzus zitten op de bank tegenover ons. Ik zwaai uitbundig. Eerst doet mijn broer alsof hij me niet ziet, maar, wetende dat ik echt niet ophoud voordat hij terug zwaait, steekt hij uiteindelijk even zijn hand op. Tevreden richt ik mijn aandacht weer op mijn neefje. Eindelijk gaan ze van start. Ze springen, duiken, trappelen en zwemmen keurig de afgesproken oefeningen. Soms is het lastig om tussen al die natte hoofdjes het juiste te ontdekken. Maar gelukkig weet mijn nichtje haar broertje feilloos te traceren: “Daar in het midden. Die scheef zwemt. Hij zwemt altijd scheef namelijk.” Dan klinkt het laatste fluitsignaal en klimmen ze op de kant. De badjuffrouw roept om dat alle kinderen geslaagd zijn! En iedereen applaudisseert. Even later klemt een heerlijk koel jochie zijn armen om mijn nek: “Ik zag je, hoor, tante Dorine! Ik wist wel dat je zou komen kijken!” En weg holt hij, naar een als dolfijn aangeklede badmeester. We kunnen naar huis voor een duik in ons eigen zwembad. Met diploma!

Welpotjandoosjenogereensaantoe!

knieDat zei mijn oma altijd, zich bewust van haar voorbeeldrol inclusief toegestane krachttermen. Ik gebruik op dit moment heel andere woorden. Het gaat wat beter met mijn knieblessure. En daar is alles mee gezegd. ’s Ochtends begint de pijn met 2 à 3 (van 10) om net voor het slapen te eindigen in een 8 en soms 9 (van diezelfde 10). Als mijn collega’s me tijdens een teambijeenkomst naar het koffieapparaat zien ‘lopen’, adviseren ook zij nadrukkelijk om niet te ‘wachten tot het slijt’. Dus ik maak een afspraak bij de huisarts. Ik vertel wat er is gebeurd, wat de fysiotherapeut heeft verbeterd en wat de situatie nu is. “Laat me even één kleine test doen”, antwoordt ze. Waarna ik de plinten van het plafond ineens van heel dichtbij zie. “Ik verwijs je door naar een orthopeed, het lijkt toch een gescheurde meniscus”, is haar diagnose. “En gelukkig kun je daar deze week al terecht.” Thuis google ik op de voor mij onbekende aandoening. De kans op een operatie is blijkbaar groot. Naast een zeer nadrukkelijke ervaring met mijn navelbreuk toen ik 9 was, heb ik zelf geen weet van dit soort ingrepen. “Ga je met me mee?” vraag ik dus met een klein stemmetje aan Manlief. Die knikt. Ik weerhoud me om nog meer informatie te zoeken: de bewuste orthopeed scoort een 8,5 op het gebied van kennis, kunde en vriendelijkheid. Meer hoef ik nu niet te weten, het komt vast goed. Nog twee nachtjes (niet) slapen.

Feestelijk

Al zolang ik me kan herinneren, krijg ik appels en peren van mijn tante. Ze heeft een eigen boomgaard en maakt de heerlijkste appelmoes van Nederland. Ik ben er telkens weer blij mee en geniet van de speciale smaak. En nu wordt ze 80 jaar. Ze viert het met een groot feest. “Heb je al iemand voor de taart? Ik wil graag een keer iets terug doen!”, vraag ik mijn nichtje. Op haar vraag voor hoeveel personen, antwoord ik “allemaal natuurlijk!” Er komen zo’n 70 man, dus vijf a zes taarten. Ik wik en weeg over de combinatie aan smaken en neem dan een besluit. Timo’s taart (sinaasappelcharlotte), citroenkwark, appelnotentaart met vijg, stroopwafelcake en natuurlijk de inmiddels befaamde chocolade-sprokkeltaart. Op de afgesproken dag rijd ik met de auto vol taartschalen, -scheppen, -messen en natuurlijk taart naar de feestlocatie en stal ik alles uit op een prachtige tafel. Een plaatje! En dat blijft niet onopgemerkt. De gasten komen twee en soms drie keer terug. Als ik afscheid neem, krijg ik stevige knuffels: “Dank je wel!” Heel graag gedaan. Het genoegen was geheel mijnerzijds!

Kinderfeestje

IMG_8421“Fijn als je mee wilt en kunt!” Mijn schoonzusje aan de lijn. Nichtje viert haar tiende verjaardag en ze hebben nog één begeleider nodig. En ik zeg ‘ja’, zonder te weten waartegen. Nichtje is fanatiek klimmer. Ik heb wel eens foto’s gezien van haar verrichtingen. Maar als ik onderaan de wand van 19 meter hoog sta, valt mijn mond open. Ze is zo klein en tenger. De instructeur vertelt ons wat we moeten doen. Alsof het niks voorstelt. Deze hand hier en die hand daar. En niet loslaten. Ik doe het na, maar het voelt niet natuurlijk. “Je kunt het niet fout doen!”, stelt hij ons nog gerust. Het eerste vriendinnetje vindt het na een meter of vier wel genoeg (en ik ook). Ze geeft de code en ik antwoord in een andere code. Dan pak ik met beide handen het touw stevig vast. Gelijk staat de instructeur naast me: “Néé! Niet zo!!” Hij doet het nog een keer voor. De meisjes kijken me onbevangen en vol vertrouwen aan: ik ben ‘oud’ dus ik ‘weet’ wat ik moet doen. Maar het is bloedspannend, zoveel verantwoordelijkheid. Het zweet rolt in straaltjes over mijn rug. “Niet vergeten ook een beetje plezier te hebben”, knipoogt de instructeur. En inderdaad, het gaat steeds beter als je je blijft concentreren. Na een uur is het afgelopen, en begint het volgende onderdeel: een soort doolhof. Wij mogen even bijkomen met een kopje thee. Als ook het derde onderdeel (boulderen, kunnen ze zelfstandig) is afgelopen, neem ik afscheid. Mijn nichtje knelt haar armen om me heen: “Dank je wel dat je er was, tante Dorine!” Ik knuffel haar stevig terug. “Ik vond het hartstikke leuk!”, antwoord ik. En ik meen het nog ook.

Bijzonderheden

“Kom nou kijken, maar zachtjes!” Met handgebaren maak ik Manlief, die met Darwin aan komt lopen, duidelijk dat het dringend is. Ik wijs naar de waterkant en specifiek naar een boomstronk. Op het uiteinde warmt een schildpad zich in het zonnetje! Ik woon nagenoeg mijn hele leven in deze buurt, ging naar het voortgezet onderwijs in het gebouw een eindje verderop aan dezelfde gemeentelijke vijver. Het is een grote waterplas, met een klein eiland in het midden waar watervogels nestelen. Er wordt regelmatig gevist en gevangen. Maar nog niet eerder zag ik een schildpad! We maken wat foto’s en lopen dan verder. Als ik het later tegen mijn moeder vertel, reageert ze opgetogen. Ze woont in dezelfde wijk. Maar hoewel zij en de buurvrouw bij het uitlaten van de honden regelmatig naar deze bijzondere buurtgenoot uitkijken, hebben ze minder geluk. Vandaag maak ik weer een wandeling rond de vijver. Ineens zie ik hem, op een tak half in het water. Ik app een foto: “Kijk, daar zit hij.” En tot mijn verbazing zie ik er verderop nog drie! Met een glimlach loop ik terug naar huis. Er is zoveel bijzonders te zien om je heen. Je hoeft er alleen maar alert op te zijn.