Honderdduizend euro of een pet

“Wil je een lot kopen anders? Ze vraagt het alsof we al een heel gesprek achter de rug hebben. Ik sluit het hekje van mijn moeders voortuin en kijk haar aan. Een meiske van een jaar of zeven, blonde staartjes en een serieuze blik in haar ogen. “Waar is het voor?” vraag ik. “Kom, pak je telefoon maar, dan laat ik het zien”, luidt het antwoord. Gehoorzaam haal ik mijn mobiel uit mijn jaszak. “Kijk, dan open je je camera en dan scan je deze QR-code.” Ze kijkt aandachtig of het me lukt. “Goed zo, en nu op dat linkje klikken.” De link leidt naar de Grote Clubactie en geeft een optie om 1, 2, 3, 4, 5 of meer loten te kopen. Als ik te lang aarzel naar haar zin, vervolgt ze “Ik adviseer natuurlijk vijf loten. Dat is wel zo leuk. Maar dat bepaal jij.” Lachend druk ik op de vijf. “En dan nu eerst je e-mailadres invullen en dan jouw bank aangeven. De rest gaat vanzelf.” Het gaat inderdaad vanzelf. Ik laat haar het bewijs zien, dat ik heb betaald. “Nou, nu maar hopen dat je €100.000 hebt gewonnen. Of een pet. Dat kan ook.” Haar broertje roept: “Een paar huizen verder zijn ze thuis. Kom je?” Ze huppelt weg, het kaartje met de QR-code in haar hand. Op naar de volgende kans op honderdduizend euro. Of een pet.

Chinese Facereading: het resultaat

Een tijdje terug vertelde ik over mijn ervaring met Chinese Facereading. Dat ik het bloedspannend vond, maar eigenlijk niet zo heel stiekem toch nóg nieuwsgieriger was. En hoe interessant én leuk het uiteindelijk bleek. Door de vakantieperiode had ik wat langer voorpret. Maar vandaag is het zover: we rijden naar Rhenen voor het resultaat. Onderweg zie ik op Instagram al een aankondiging. Ik geef het een hartje: ben zo benieuwd naar het resultaat. We worden ontvangen met koffie, een knuffel en kletsen gezellig even bij. Dan staat ze op en pakt het ingepakte resultaat van de kast. Voorzichtig haal ik het papier eraf. Normaal zit ik niet zo om woorden verlegen, maar ik ben er oprecht stil van. Zo mooi, zo raak, zo ik! De tekst bereikt mijn ogen én mijn hart. Manlief leest over mijn schouder mee. “Kijk”, zegt hij: “dat zeg ik toch ook altijd!” En met een knipoog naar de anderen: “maar van mij wil ze het niet aannemen.” Hij heeft gelijk. Het staat er nu goud op zwart. Met enige tegenzin leg ik het opzij, wil het straks op mijn gemak thuis nog eens lezen. Bij het afscheid geef ik haar een extra dikke knuffel. “Laat je weten waar je het gaat hangen?” vraagt ze. Ik knik. Heb een aantal plaatsen op het oog. Maar een ding is zeker: het krijgt een ereplaats! Zo heel blij hiermee. Dank je dank je wel, lieve Saskia!

En denk jij nu, lezer, dat je dit zelf een keer wilt meemaken? Of ken je iemand die hier ook heel blij van zou worden? Kijk op https://trueyouportrait.nl/. Mijn ervaring is mega!

Je wordt zó gemist

“Zullen we weer een drankje organiseren, met wellicht een hapje van tevoren?” Ik stuur een hartje terug. Alweer ruim een jaar geleden moesten we afscheid nemen. Veel te vroeg. Mijn jeugdvriend van de middelbare school was zo lief en goed met kinderen, die in het ziekenhuis vochten voor herstel van kanker. Als verpleegkundige zorgde hij ook voor de nodige afleiding. En werd toen zelf getroffen. Zo onrechtvaardig! Met een klein clubje proostten we na de uitvaart op zijn leven. En nu zijn we een jaar verder. Een pittig jaar, maar ook met mooie momenten. Genoeg te vertellen dus. Ik ben dit keer de laatste die aanschuift en krijg hartelijke knuffels. We schuiven onze stoelen aan een niet al te grote ronde tafel. Fijn, het voelt veilig en vertrouwd zo. De gesprekken gaan gelijk al van intens naar hilarisch, totdat de serveerster vraagt wat we willen eten. “Zal ik anders voor je bestellen?” zeg ik met een knipoog als mijn oud-klasgenoot keuzestress heeft. We schieten in de lach als hij ‘ja, graag!’ zegt. De herinneringen worden opgehaald: aan de afwezige, maar ook aan andere oud-klasgenoten, leraren én gênante ervaringen. “Ik was mijn broodtrommel vergeten en die schat van mijn moeder gaf ‘m even af. Weet je nog wat de conciërge deed? Hij riep het om via de intercom! De hele school hoorde het! Ik ben daarna nooit meer mijn lunch vergeten!” Als het eten arriveert, blijkt dat ik een goede keuze heb gemaakt. En ook het dessert dat ik heb bedacht, is een schot in de roos. De tijd vliegt. Als we afscheid nemen, zegt mijn oud-klasgenoot: “En volgende keer doen we het andersom. Bestel ik voor joú!” Nu ligt iedereen in een deuk om míjn gezichtsuitdrukking! “Je hebt een jaar om je erop voor te bereiden”, knipoogt hij. Weer zijn de knuffels stevig en warm. We missen je zo, Alex! Je had dit geweldig gevonden. Balen, dat we ‘te laat’ zijn om dit samen met jou te organiseren. Maar gevoelsmatig zat je in ons midden en genoot je net zo intens als wij!

Kieskeurig spoedje

Het begon in de Provence, begin juli. Een zeurende, soms vlammende kiespijn. Met poetsen, eten of inspanning merkte ik nauwelijks verergering. En een buitenlandse tandarts zoeken, was een behoorlijke stap te ver. Eenmaal thuis werd mijn aandacht afgeleid. Ik bedacht meestal pas bij het volgende pijnmoment (want die bleven zich aandienen), dat ik echt een afspraak moest maken. Wat er vervolgens weer niet van kwam. Dus zo erg was het allemaal niet en misschien ging het wel vanzelf over. Ik zou het wel melden bij de volgende controle. Tot vrijdagavond. Ik geniet van een heerlijke kop soep en BAM! Alsof ik een kaakslag krijg! Door heel stil te zitten en een paar slokjes koud water te drinken, vermindert de pijn een beetje. “Nu is het klaar, maandag bel ik de tandarts!” is mijn voornemen. Ik pak een paar paracetamols en duik het weekeind in. Alleen zakt de pijn dit keer nauwelijks. De uren tot de volgende pijnstillers duren erg lang. Als we na een overigens fijne familiebijeenkomst ‘s avonds thuiskomen, kijk ik Manlief aan. “Wanneer is iets spoed?” vraag ik kleintjes. Hij pakt de autosleutels en even later lig ik in de stoel van de dienstdoende tandarts. Een stevige zenuwontsteking “en die gaat zeker niet vanzelf over”, aldus de tandarts. Een van de wortels van mijn achterste kies zit zelfs helemaal dicht met bacteriën. Hij gaat aan de slag. Gelukkig met verdoving, want het lijkt alsof ik onder zo’n machine bij wegwerkzaamheden lig! “Er komt nóg zo’n behandeling”, zegt de tandarts. “Dus maandag gelijk bellen voor een afspraak.” Als we tegen middernacht weer thuis zijn, voel ik me geradbraakt. Maar het is andere pijn. En daar ben ik hoe gek het ook klinkt heel blij mee.

Chocolade collega

Een goede quote kan me een enorme glimlach geven. ‘Luisteren kan zoveel zeggen’ en ‘chocola helpt niet, maar een appel ook niet!’ zijn een paar van mijn favorieten. Ik hou ervan (en ook van chocola)! Ik ben uiteraard ook groot fan van Forrest Gump. Dus vandaag neem ik twee dozen chocola mee naar het werk. De eerste echte dag samen met collega’s van mijn nieuwe team. Ik loop weer naar het voor mij nog onbekende deel aan de andere kant van de ontvangstruimte. Groet nieuwe gezichten. En bied hen een chocolaatje aan met de woorden: “Life is like a box of chocolates, you never know what you’re gonna get!” Aanvullend (met een knipoog): “En dat geldt ook voor nieuwe collega’s!” De meesten lachen hartelijk. Een enkeling kijkt verwonderd: “Wat voor malloot hebben ze nu toch binnengehaald?!” Maar over het algemeen zijn de reacties prima. Bovendien moeten we gelijk stevig aan de bak met een spoedklus. Als vanzelf zetten we gezamenlijk de schouders eronder: dit kunnen wij! Dan komt er iemand naar me toe. “Ik weet het niet, hoor” zegt ze twijfelend. Ik check gelijk mijn beeldscherm: heb ik een stap overgeslagen? Ik ken de hiërarchie in deze werkkring nog niet echt. Dan schiet ze in de lach: “Je lijkt heel aardig en je hebt duidelijk keihard gewerkt vanochtend. Maar ik heb echt nog een chocolaatje nodig om het zeker te weten!” En met volle mond loopt ze terug naar haar werkplek. Met de humor zit het wel goed hier!

Vervagend

Mijn nichtje stuurt een appje van een hartje. Geen verdere tekst. Ik stuur een hartje terug. Verdere uitleg hoeft niet, ik weet dat ook zij aan hem denkt. Vandaag is het alweer 37 jaar geleden, dat mijn vader voor de laatste keer zijn ogen sloot en ons intens verdrietig achterliet. Elk jaar weer een speciale dag, maar dit jaar ben ik er nog meer mee bezig dan anders. Radio NPO 2 besteedt aandacht aan KWF met de wensweek. De schrijnende verhalen brengen herinneringen levendig terug. In 1988 was de prognose na de verpletterende diagnose vier tot maximaal zes weken. We kregen uiteindelijk toch nog een jaar de tijd om afscheid te nemen. Een jaar vol pijn, angst, fijne uitjes, ellende, liefdevol samenzijn, hoop en wanhoop. Het kost me inmiddels wat meer moeite om me zijn stem te herinneren. De pretlichtjes in zijn ogen zijn gemakkelijker voor de geest te halen. Ik heb dezelfde en vind het fijn als iemand me ermee complimenteert. Deze dag zal altijd bijzonder blijven. De foto’s vervagen door ouderdom. De herinneringen liggen wat dieper begraven door de vele nieuwe momenten. Maar de warme liefdevolle gevoelens vervagen nooit.

Welkom ‘thuis’

Toch enigszins gespannen rijd ik de bekende route naar kantoor. Mijn eerste werkdag bij de nieuwe werkgever binnen dezelfde moederorganisatie. Er staat een introductiebijeenkomst op het programma met andere medewerkers die vandaag beginnen. Veel weet ik natuurlijk al vanuit mijn vorige functie, maar ik ben wel nieuwsgierig naar specifieke informatie binnen dit nieuwe werkterrein. Een bevriend oud-collega belt. “Hoe is het?” Mijn stem bibbert een heel klein beetje. Hij stelt me gerust. “Ik zeg dat ook tegen mijn dochters: ‘je mág het spannend vinden.’ Gewoon doorademen.” Als ik het gebouw binnenga, piept mijn mobiel. Appjes van na gisterenmiddag nu oud-collega’s die me van harte succes wensen. Dat ze me al missen! En berichtjes van nieuwe collega’s die me verwelkomen: ‘Zo fijn, het wachten op je komst is eindelijk voorbij!’ Ik haal diep adem, loop naar de andere kant van de ontvangstruimte en stel me voor aan de mensen daar. Wederom heel veel vriendelijkheid. Met een kop koffie en een glimlach meld ik me bij de vergaderlocatie. De bijeenkomst vliegt voorbij. Er wordt gelachen, serieuze vragen gesteld, geplaagd en vooral heel veel positieve energie gedeeld. Als ik na afloop weer plaats neem achter het stuur, is er geen sprake meer van spanning. Integendeel! Ik heb zin om te beginnen. Kan nauwelijks wachten!

Beagleboefjes

We hebben een fijne zondagse wandeling gemaakt: Beaglevriend, Willow, Darwin en ik. Gewoon een rondje van een kilometer of vijf vanaf huis, met een groot stuk waar ze los kunnen lopen. Willow maakte gelijk misbruik van de gelegenheid door in een grote sloot te duiken. Terwijl ze weet dat het niet mag! En dat deed ze, nadat ze met heel veel moeite één kluifje uit mijn bodywarmer had weten te wurmen. Die hing verleidelijk op hondhoogte aan de trapleuning. Maar toch: ook dat was een overbekende ‘foei!’ Darwin keek het allemaal hoofdschuddend aan. Hij is echt een voorbeeldige Beagle. Mijn tante Fee zei het gisterenavond tijdens een gezellig etentje nog: “Keurig welgemanierd!” Hij bleef braaf op zijn matje onder tafel liggen in het restaurant, attendeerde ons rustig op de naar zijn mening passende snackmomenten en bedankte met twee pootjes. We drinken nog een drankje na thuiskomst en dan vertrekt Beaglevriend weer, met een tegensputterende Willow. Ik geef Darwin zijn avondeten, iets aan de vroege kant, maar de wandeling was lang en ik moet zo nog even weg. “Ik zal ook gelijk tanken”, zeg ik tegen Manlief als ik hem gedag kus. Als ik een uur of wat later thuiskom, zegt Manlief lachend: “Darwin heeft gegeten, hoor. Ik heb hem een goede portie gegeven, met zijn supplementen. Geloof hem niet als hij het tegendeel beweert.” Even kijk ik hem verbouwereerd aan. “Ja …”, zeg ik dan. “Ook van mij. Dus. Voordat ik vertrok. Alleen ben ik vergeten dat tegen jou te zeggen!” We kijken elkaar aan en dan naar Darwin. Die kijkt terug, laat een minder bescheiden boertje en sjokt dan naar zijn mand. “Even uitbuiken”, zegt hij over zijn schouder. Met een diepe zucht én een bolle buik maakt hij het zich gemakkelijk. Wij schateren het uit. Een voorbeeldige Beagle? Echt niet! Een schaamteloze boef! Maar het boeit hem niks. Binnen is binnen. En morgen zien we wel weer.

Say ‘poep’

Mijn moeder heeft woensdag een pittige ingreep ondergaan. Een verdacht plekje moest worden verwijderd. In haar gezicht. Gelukkig was het in één keer helemaal weg, maar ze heeft er behoorlijk last van. En die geheugenproblemen maken het er ook niet gemakkelijker op. Maar we zijn lief voor haar, helpen met nazorg en medicatie en leggen haar in een berg watjes. Als ik vanochtend met haar aan de koffie zit, vraagt ze: “Mijn zusjesmiddag is vandaag, hè?” Ik knik. Ze zucht. “Ik wil heel graag, maar ik ben zo moe en mijn gezicht doet zo’n pijn.” Eén traan glijdt over haar wang. “Kom”, zeg ik resoluut. “Het is nog vroeg. Je gaat lekker terug naar bed met een paar paracetamols. En dan kijken we wel hoe het loopt.” Het loopt gelukkig goed! Begin van de middag breng ik haar naar de locatie. “Ik blijf een half uurtje”, stel ik haar gerust. “Als het niet gaat, dan kun je mee terug en heb je ze toch allemaal een dikke knuffel kunnen geven. En anders blijf je net zolang het leuk is en brengt je zwager je naar huis.” En het is leuk! Zeker als ik een foto van de vier dames maak en “say ‘poep!’” zeg. Ze gieren het uit! Even later rijd ik in mijn eentje naar huis, een gezellig gezelschap met een gerust hart achterlatend. Pas begin van de avond appt mijn jongste tante, dat iedereen weer veilig thuis is. Dat ze hebben gelachen. Heel veel gelachen. En genoten. Enorm genoten. En eindeloos bijgekletst. Het was een topdag!

Kerkhofcake

“Nou, niet je beste prestatie, hè”, zegt Manlief als hij de keuken inloopt. Vandaag is officieel één van mijn twee ‘tot ziens!”-kantoordagen bij mijn huidige werkgever. Dinsdag start ik bij de zusterorganisatie binnen hetzelfde familiebedrijf, in hetzelfde hoofdkantoor, maar aan de andere kant van de restauratie. Van de zorg naar de zakelijke sector. Zin in! Natuurlijk zal ik mijn collega’s gaan missen. En daarom heb ik twee taarten gebakken. Een stroopwafelcake en mijn beruchte ‘mislukte notentaart’. Met een trommel vol chocolaatjes voor degenen die ‘eigenlijk aan de lijn doen’. Maar blijkbaar zonder goedkeuring van Manlief. “Kijk nou, ze staan niet recht, niet symmetrisch en sommige zijn zelfs gebroken. Het lijkt wel een verwaarloosd kerkhof!” Mijn mond valt open. Feedback van hem is soms confronterend, maar meestal wel heel waardevol. En zijn eigen bakkunsten vallen in het niet bij die van mij. Toch? Manlief ziet mijn ontreddering en begint te lachen, waarmee hij de spanning onbewust verder vergroot. Dan drukt hij een kus op mijn kruin. “Scheelt het als ik zeg, dat je geen hand krijgt?” vraagt hij met een knipoog. En inderdaad: dat scheelt enorm. Ik ben The British Bake Off van vorig seizoen aan het kijken. Huge fan van starbaker Paul Hollywood. Als een deelnemer echt uitblinkt, is de ultieme waardering een handshake van Mr Hollywood. Manlief kijkt met een half oog mee. En zag zijn kans. Hilarisch! Ik geef ‘m een por en ga lachend snel verder met de afwerking. Stiekem een paar wafeltjes iets rechter zettend. En neem van mij aan: de smaak is er zeker niet minder om!