Luchtgitaar

‘Heb je al in de brievenbus gekeken?’, vraag ik ’s avonds aan Manlief. ‘Elk huishouden heeft vandaag een luchtgitaar thuisgestuurd gekregen van de top 2000. Een hartstikke leuk en aardig gebaar.’ Manlief schudt zijn hoofd. ‘Ik ga gelijk even kijken’, antwoordt hij en loopt naar beneden. Ik hoor hem buiten morrelen aan het kastje en vervolgens het deurtje weer dichtslaan. Als hij terug in de woonkamer is, schudt hij spijtig zijn hoofd. ‘Hebben wij weer’, zegt hij berustend. ‘Hij lag inderdaad tussen de andere post. Maar het is een basgitaar. En er ontbreken twee snaren!’

Advertenties

Top 2000

Het is gezellig op kantoor. De meeste collega’s zijn vrij dus degenen die er wel zijn, zijn wat relaxter aan het werk. En natuurlijk luisteren we naar de top 2000! Tot een collega vraagt of de radio een uurtje af mag. Hij moet iets moeilijks doen en heeft z’n concentratie hard nodig. Natuurlijk is dat geen probleem. Ik zet de koptelefoon op en werk verder. Maar de muziek is te meeslepend. Ik kan nauwelijks stil blijven zitten. Soms moet ik gewoon meeneuriën. Een andere collega vraagt of ik de nummers misschien kan uitbeelden. Dan kunnen zij ook meegenieten. Al snel rollen we over de grond van het lachen. Maar dan staak ik mijn bewegingen. ‘Dit nummer sla ik over!’, zeg ik beslist. Ondanks de vele tegenwerpingen laat ik me niet vermurwen. Dan vraagt iemand: ‘Welk nummer is het eigenlijk?’ Waarop ik antwoord: ‘Love in the elevator van Aerosmith!’

Close to you

Ik herinner me een scene uit The Muppetshow met het liedje van the Carpenters: Close to you. Een stel waarbij de man beurtelings onder vogels, sterren en uiteindelijk meisjes werd bedolven. Ze wilden allemaal ‘close to hem’ zijn. Ik moest er erg om lachen en kan inmiddels niet meer naar het nummer luisteren zonder de beelden erbij te zien. Daar moet ik aan denken als ik vandaag de werkende collega’s langzaam binnen zie druppelen. Ik begin meestal vroeg, zodat ik dezelfde trein als Manlief kan nemen die een stuk verder moet reizen. En dus ben ik dan een van de eersten. Vandaag heb ik heb een plaatsje uitgezocht met drie plekken om me heen. Twee collega’s zijn helaas aan hun laatste dagen bij onze afdeling bezig. En dicht bij elkaar zitten is gemakkelijk bij het overdragen. Maar dan komt een collega van mijn vorige afdeling binnen. ‘Ik kom gezellig bij jou zitten’, zegt hij, en zet zijn laptop neer. Een paar minuten later stapt een collega binnen van de afdeling dáárvoor. ‘Hey’, zegt hij, ‘wat leuk!’ En schuift aan. Tien minuten later wordt ook de laatste plaats ingenomen door een van mijn vroegere directe collega’s. Ineens zit ik omgeven door leuke mannen waar ik verwachtte twee dames te zien. Ik lach en ga verder met mijn werkzaamheden. Grappig om te zien dat mijn aantrekkingskracht nog steeds intact is!

Bofferd

Snel knipper ik mijn tranen weg. En zie dan dat ook Manlief langs zijn ogen wrijft. We zitten naar de kerstspecial van ‘All you need is love’ te kijken. En net als de afgelopen twintig jaar zitten er weer een paar bijzondere momenten tussen. Ik heb een huizenhoog respect voor mensen die een lange afstandsrelatie in stand weten te houden. Zelfs met de hedendaagse mediamogelijkheden. Zo studeert mijn petekind een jaar in Engeland. Ze kletst wat af met haar moeder via Facebook. Maar het is niet hetzelfde als een knuffel. Zeker met kerst. Als Robert midden in de nacht aanbelt bij een meisje en haar vraagt om mee te gaan naar Noorwegen, weten wij natuurlijk allang hoe laat het is. Net als zij zelf waarschijnlijk. Maar toch: het verhaal, de sfeer, de spanning. Overmoedig zeg ik tegen Manlief dat wij voortaan ook open doen als ’s nachts de bel gaat! Waarop Manlief nuchter als altijd vraagt: ‘En wie wil je daar dan gaan ontmoeten?’ Verbluft zwijg ik. Hij is natuurlijk gewoon bij mij in de buurt. En onze ouders, broers, zus, familie en vrienden wonen allemaal binnen maximaal anderhalf uur rijden. Ik peins en peins. Maar kan niemand vinden die graag gezien maar te ver weg woont. Opgelucht kijk ik hem aan. ‘Oke’, geef ik toe: ‘We doen niet open. Het zal toch wel belletje trekken zijn net als altijd.’ Om dan de discussie te besluiten met ‘Wat ben ik toch een ongelooflijke bofferd!’ Hem sprakeloos over zoveel positivisme achterlatend.

Praktisch

Een beetje bedrukt kijk ik Manlief aan. Ik heb weer eens spreekwoordelijk stevig mijn vingers gebrand. Wilde iemand helpen. Maar was weer te eerlijk. Niet voor het eerst. En waarschijnlijk ook niet voor het laatst. Een bevriend collega zei hoofdschuddend: ‘Je speelt niet met vuur. Je trekt vuur aan!’ Maar ik bedoel het zo goed! Dan zeg ik: ‘Misschien moet ik er gewoon mee ophouden. Vaker mijn mond houden. Wat meer relativeren. Mensen hun eigen fouten laten maken.’ En voeg er vastberaden aan toe: ‘Wat zal ik dan een mooi mens worden, hè!’ Maar Manlief schudt glimlachend zijn hoofd. ‘Je bent al een mooi mens’, zegt hij, terwijl hij een kus op mijn voorhoofd drukt. ‘En je moet niet willen veranderen.’ Ik glimlach gerustgesteld terug. En hoor hem terwijl ik naar de keuken loop nog net mompelen: ‘Een paar ovenwanten aantrekken helpt al een heleboel!’

Onvergetelijk

‘Ik wil je even iets leuks vertellen’, zegt een collega. We kunnen het goed met elkaar vinden. Dus ik ben benieuwd naar haar verhaal. ‘Je weet hoe bijzonder ik jouw hobbies vind’, vervolgt ze. ‘Je bakt voor iedereen, je hebt je eigen kerstfeestje, je straalt als je over Disneyland Parijs praat. Ik vind dat leuk, want ik heb dat allemaal zelf niet.’ Ik geniet zichtbaar en luister ingespannen naar de rest. ‘Maar goed. Gisteren was ik op de sportschool. Alles helemaal in kerstsfeer. Iedereen blij, alleen ik dus wat gematigder. Het is zoals het is. Maar toen begon ik over jou te vertellen. En je zult het niet geloven! Iemand zei: “ik denk dat ik weet wie dat is!” We kennen elkaar nauwelijks, ze weet alleen bij welk bedrijf ik werk. Maar ze noemde dus jouw naam!’ Ik schiet in de lach en als ze vervolgens vertelt wie dat zei, knik ik heftig. ‘Die ken ik inderdaad. Die heeft jaren geleden een tijdje bij ons gewerkt. Wat goed!!’ We kletsen nog even en gaan dan weer aan de slag. Nog genoeg te doen voor het einde van het jaar. Maar inderdaad erg leuk om te horen dat ik een onvergetelijke indruk heb gemaakt.

Zwanger!

‘Na vier weken laten we een echo maken’, vertelde de fokster. ‘Dan weten we zeker of Merel zwanger is.’ Merel is de hopelijk toekomstige mama van onze Darwin (werknaam). Toen ik Floppy ooit ophaalde, ging dat redelijk impulsief. Een paar asiels bellen of ze puppies hadden, er eentje kiezen en hup mee naar huis. Dit keer gaat het anders. Kennismaken met de toekomstige ouders, ballotagegesprek met de fokster en vervolgens aftellen tot het moment van de dekking. Dan is het weer wachten tot de volgende mijlpaal: wel of niet gelukt. Maar vanochtend kreeg ik een seintje. Er zijn vier hartjes te zien! Puppies liggen normaalgesproken heel dicht bij elkaar, dus de kans is groot dat het er nog meer zijn. Maar ‘we’ zijn dus ‘zwanger’! Op 16 januari is ze uitgerekend. En dan weten we ook of er een reutje voor ons bij zit. ‘Mooi’, zegt Manlief als ik hem enthousiast bel. ‘Nog even volhouden dus. En ik zal zometeen gelijk mijn zwangerschapsverlof met mijn leidinggevende bespreken!’