Begraven

DarwinDarwin gaat voor me zitten en kijkt me doordringend aan. Heel doordringend. Hij heeft vanochtend een groot bot gekregen. De kleintjes verdwijnen gelijk achter z’n kiezen. Maar met grote botten leren ervaringen uit het verleden dat hij die wil bewaren voor barre tijden. En ergens begraaft. Nu is dat best lastig op een bovenwoning. Dus meestal komt het erop neer, dat we het bot tussen onze hoofdkussens vinden. Of in het logeerbed van Schoonmama. Of achter de gordijnen. Nog steeds geen probleem: als het in de weg ligt, verplaatsen we het zelf naar zijn bench. Maar net zo vaak gebeurt het, dat hij het zelf niet meer kan vinden! Vergeet waar het lag. Net op het moment dat hij er heel dringend behoefte aan heeft! En dat zullen we weten. Ik zucht en ga hem helpen zoeken. We hebben redelijk wat geschikte hoeken en gaten in ons huis. Ik ken ze allemaal. Toch vinden we het bot nergens. Dan loopt hij het dakterras op. Daar staan wat planten in potten, maar die bieden geen ruimte voor een bot. Darwin loopt doelgericht naar de nieuwe kweekbak toe. Een grote kist met een deksel om zaadjes te laten kiemen. Het is nog te vroeg in het jaar, dus nu ligt er alleen zand in, en de klep staat open. Als ik wat beter kijk, zie ik een hoopje aarde. Dat lag er nog niet. Ernaast ligt wat omgewoeld zand. Zou het? Met een schepje graaf ik in de bak. En vind tot mijn grote verbazing het bot. Darwin knikt, pakt het aan en verdwijnt weer naar binnen, mij verbluft achterlatend. Hij heeft z’n eerste bot begraven. Knapperd! Ik ben oprecht trots op hem. Nu alleen nog duidelijk maken dat dit in bepaalde tijden van het jaar dus echt niet mag!

Advertenties

Birthdaygirl

Het kost moeite. Veel moeite. Zichtbaar moeite, zie ik aan de pretlichtjes in de ogen van Manlief. Maar ik houd me in en vertel niet aan de conducteur, de medepassagiers, de grondstewardess en de beveiligingsbeambte die me fouilleert dat ik jarig ben. Ook in het vliegtuig vraag ik niet om een birthdaycandle bij mijn muffin. Ik gedraag me bij wijze van uitzondering naar mijn leeftijd. Maar het is feest vandaag. En dat vieren we in Manchester. We bezoeken de John Rylands-library en vergapen ons aan de boeken in de prachtige hal. Lopen langs het standbeeld van Lincoln, die een band had met deze stad. Steken een kaarsje op in de kathedraal. En drinken a cup of tea in a mall. De verbinding met social media is wiebelig, dus felicitaties komen in batches binnen. Ik geniet met volle teugen. De zon schijnt (nog), de hand van Manlief is warm en mijn hart buitelt. We proosten in een pub en krijgen een prachtige plek voor het diner in het Hard Rock Café. Pas als ik alles uit vandaag heb gehaald wat maar mogelijk was, keren we naar het hotel terug. Om nog wat later met een blije zucht mijn ogen te sluiten. “Heb je een fijne verjaardag gehad”, vraagt Manlief? Ik knik. Een heel fijne verjaardag. Ik kan er weer 364 dagen tegen.

“Hoe is het met jou?”

Vandaag is het de dag van de reünie van mijn middelbare school. Ik heb me enthousiast opgegeven. Geen idee wat ik kan verwachten. Mijn Eerste Vriendje stuurt me al vroeg een berichtje: “Zin in?” Ik denk het wel. Via social media hebben we alweer een paar jaar contact maar wanneer heb ik hem en al die anderen voor het laatst gezien? Ik volg door de inmiddels voornamelijk onbekende gangen de bordjes: eindexamen 1983. De school van toen is nauwelijks te herkennen na alle ‘nieuwbouw’, maar hier en daar voel ik een kneepjes herkenning. Even later kijk ik in overbekende ogen en voel ik warme armen om me heen. De een na de andere bekende naam of gezicht komt naar voren. Nieuwkomers gaan razendsnel door een soort scan: facial, naam en combi. En krijgen dan een vinkje (‘bekend’) of een kruisje (‘geen idee’). Ik krijg een zeer welkome stevige knuffel van mijn toenmalige hartsvriendin: ook met haar heb ik gelukkig alweer een hele tijd contact langs digitale wegen. Langs alle kanten hoor dat ik nog niets ben veranderd. En dat ik zonder twijfel de juiste werkgever heb gevonden, passend bij mijn persoonlijkheid. We vallen collectief van de ene in de andere verbazing. Vijf kinderen! Een baan als psycholoog? En ook de tegenvallende grootte van de klassen: pasten we daar met z’n allen in?! Leraren die je wel of niet herkennen lopen af en aan. Mijn favoriete klassenleraar schiet in de lach: “Ons Van Gooltje heeft geen introductie nodig!” Mijn meisjesnaam valt veelvuldig: “Ach, jou kon ik niet vergeten al zou ik het willen!” De uren vliegen voorbij. Als ik afscheid neem, beloof ik de volgende keer aanwezig te zijn. Dan bestaat de school 100 jaar. Met een heel blije glimlach loop ik naar huis. Wat was het leuk om iedereen weer te zien!

Noten op mijn zang

muziekIk geef het maar gelijk toe: ik kan niet zingen. ’t Is niet echt vals, het geluid dat ik produceer, maar ik doe over het algemeen de toehoorders geen genoegen met mijn gekweel. Probleem is alleen: ik houd van muziek! Met name de klanken of teksten die je bijna fysiek voelt, doen mijn hart sneller slaan. Laat me de eerste tonen van ‘Barcelona’ horen, en ik neem de rol van Montserrat Caballe zonder nadenken over. The eighties hebben geen geheimen voor mij. Ook de tweede stem bij menig nummer van Simon & Garfunkel, the Carpenters of John Denver is a piece of cake. Althans, dat is dus mijn persoonlijke mening. Maar, ik ben zelf dus mijn grootste en tevens enige fan. Vandaar dat ik bij voorkeur los ga in de auto. Blik op de weg, voet losjes op het gaspedaal en volumeknop op ‘te hard’. Eind goed, al goed, iedereen blij. Tot vanmiddag dus. Want midden in ‘If you leave me now’ hoor ik gepiep achter me. Of liever gezegd: gejank. Ik ben op de terugweg van de dierenopvang naar huis. Darwin en z’n vriendin Luzz kunnen het niet langer aanhoren en geven luidkeels commentaar. Ik probeer nog even hen te overtuigen, maar tevergeefs: ze zijn onverbiddellijk. Ofwel ogenblikkelijk ophouden, of ze lopen de rest wel. Dus de volumeknop gaat terug naar ‘voor watjes’. En terwijl ik zachtjes mee-neurie, verheug ik me op volgende week. Veel externe afspraken en uren in de auto. The winner takes it all!

Loslaten is zo lastig

Toen we afscheid moesten nemen van Floppy, onze vorige hond, was de impact groot. Heel groot. Ik ben maanden volledig van slag geweest en uiteindelijk met hulp van een coach weer overeind gekrabbeld. Nooit meer zo’n verdriet, dat wist ik zeker. Maar naast de pijn, waren ook de mooie momenten verdwenen. Het samen op avontuur door heel Europa, het thuiskomen na een werkdag, zelfs het ochtendhumeur waar Floppy bekend om stond miste ik. En zo kwam er uiteindelijk toch weer een puppy, met twee hele goede vrienden als bonus. Ik was dol op Darwin vanaf die eerste blik uit die prachtige bruine ogen. En toch hield ik bewust emotioneel afstand. Ook deze hond moeten we ooit loslaten. Ik heb die houding nog best lang volgehouden eigenlijk. Maar dat was natuurlijk een kansloos project vanaf het begin. Darwin is een compleet andere hond. Ik schreef verhaaltjes over Floppy: Flopperietjes. Darwin heeft z’n eigen Facebook-pagina! Floppy lag aan mijn voeten, Darwin nestelt zich in mijn armen. En waar mijn handen zich tot in detail de vorm van Floppy’s hoofd herinneren, duwt een ander koppie die gedachte ruw opzij met het ‘verzoek’ nu eindelijk eens een kluifje voor hem te pakken. Hoe hecht de band tussen Darwin en mij is, merkte ik gisterenavond. Hij rolde ineens uit z’n mand, zijn hele lijfje in een kramp. Toen hij eindelijk stond, schommelde hij ‘dronken’ in een rondje, de pootjes ongecontroleerd. Hij keek ons wel helder en rustig aan, maar er was duidelijk iets mis. Manlief schoot z’n schoenen aan, terwijl ik een filmpje maakte voor de dierenarts. Maar net voordat ik het noodnummer wilde bellen, leek het alweer beter te gaan. En besloten we het nog even aan te kijken. Ook de avondwandeling ging redelijk. Vals alarm. Toch? Ik heb niet veel geslapen. Hij moet nog zes jaar worden. Sterker nog, hij moet nog zestien worden! Ik kan hem nog niet missen! Maar weet dat dit over zestien jaar niet anders zal zijn. Het hoort erbij. Ik moet leren loslaten. Nog steeds en alweer. Maar nu nog even niet.

Reünie klas 1981-1983

OLV.JPGSocial media is toch ook een handig informatiesysteem voor andere zaken dan het wel en wee van je familie en vrienden. Zo zag ik een paar weken geleden dat mijn oude school binnenkort 95 jaar bestaat. En dat ze dit vieren met een reünie. Ik volgde er met veel plezier de lessen en heb mooie herinneringen aan die tijd. Bovendien woon ik nog steeds in de buurt en rijd er dagelijks langs. Ik zie zelfs regelmatig leraren die me ooit probeerden op het goede spoor te krijgen. Maar een reünie? Vooral mensen die ik niet (her)ken. Ik vink het vakje ‘geïnteresseerd’ aan en laat het daar even bij. Maar vandaag verschijnt er een online krantenartikel over het jubileum. Ik zie een aantal foto’s van toen. Herken een leraar waarvan ik jaren geleden de uitvaart bijwoonde. Het begint weer te kriebelen. Toch maar gaan? Ik maak het entreegeld over en zet het evenement in de agenda. Ik tag een aantal oud-leerlingen met wie ik via Facebook contact heb. Gaan jullie mee? For old times sake! Al is het maar om te laten zien dat we nog steeds niets veranderd zijn.

Python met satésaus

pythonHet stond op alle lokale, nationale en zelfs internationale nieuwssites: de originele Python gaat de Efteling verlaten. De achtbaan wordt volledig van nieuwe onderdelen voorzien. Bezoekers kregen de gelegenheid om ‘afscheid’ te nemen en nog een laatste ritje te maken in het oude beest. Het bericht was net zo wereldschokkend als de introductie in 1981. Diverse blogs riepen op hun volgers op om herinneringen te delen. Mijn gedachten gaan terug. Ver terug. Ik was een tiener en aangezien we niet zo heel ver van Kaatsheuvel wonen, kwamen we met enige regelmaat in het pretpark. We vermaakten ons in het sprookjesbos, reden rondjes in de carrousel, genoten van de rust in de Gondoletta, en als ik dapper genoeg was hield ik mijn ogen open in het Spookslot. Eventjes. En toen kwam de Python dus. Onze buurman Harry daagde me uit voor een weddenschap: “Als jij daar een ritje in maakt, trakteer ik je op een frietje met satésaus.” Voor zover ik weet, had ik niets met ‘friet met satésaus’. Maar wel (en nog steeds) met uitdagingen! Dus ik haalde diep adem en stapte met bibberende knieën in het treintje. Ik heb gegild! Maar dat hoorde zo. En ik overleefde het. Kreeg het beloofde bakje friet met satésaus. Het was leuk en ik denk er met veel plezier aan terug. Straks kun je onderdelen van de Python kopen in de giftshops van de Efteling. Als herinnering. Voor mijn herinnering heb ik geen symbool nodig. Die blijft oneindig houdbaar.