My first oops

Het is druk op kantoor. Conform de corona-maatregelen werken we zoveel mogelijk thuis, maar vandaag heb ik twee afspraken en een klus waarvoor ik naar Den Bosch ben gereden. Normaalgesproken zit er een man of acht verspreid over twee verdiepingen, maar nu is er blijkbaar ook een belangrijke vergadering. Ik zit in het blikveld en iedereen knikt vriendelijk naar me bij het betreden van de zaal. Als ik halverwege de ochtend koffie haal, hebben ze net pauze. Al snel ontstaat er een rijtje bij de toiletten. Een van de heren wandelt geduldig heen en weer. “Boven zijn er ook toiletten”, attendeer ik hem behulpzaam. “Via die trap en dan rechts.” Hij bedankt me en verdwijnt. De receptioniste wenkt me, met moeite haar lach bedwingend. “Dat is dus de eigenaar van het moederbedrijf, die kent de weg hier!” Ik verschiet prompt van kleur. “Echt waar? Wat stom!” Ze wuift het weg “Je wilde alleen maar helpen. En het is een zeer geschikte man!” Als ik hem even later tegen kom, stel ik me voor als nieuwe collega. Hij vraagt geïnteresseerd naar mijn achtergrond en ziet gelijk mogelijkheden voor een van zijn projecten. “Ik neem contact met je op, leuk dat je bij ons komt werken.” Dan verdwijnt hij de vergaderzaal weer in. De receptioniste knipoogt naar me. “En toch ….”, grinnik ik toegeeflijk, “En toch ligt het niet aan mij. Hij lijkt gewoon helemaal niet op de foto’s die ik van hem heb gezien.” Waarmee ik zoals gebruikelijk het laatste woord heb.

Bijkomend voordeel

“Serieus, werk je nu bij een schoonmaakbedrijf?” Ik knik enthousiast. “Onze klanten zijn zorginstellingen, zoals ziekenhuizen, ouderenzorg en GGZ”, antwoord ik. “Mijn functie is nog steeds marketing en communicatie adviseur. Maar ze zijn niet flauw met het introductieprogramma. Je loopt een aantal dagen stage in de diverse zorgcategorieën, zodat je weet wie je doelgroep is en wat deze nodig heeft.” De eerste vier weken liggen inmiddels achter me en zijn omgevlogen. Ik heb al waanzinnig veel geleerd over deze branche. De organisatie is een familiebedrijf met nadrukkelijk aandacht voor de medewerkers. Er wordt gecoacht op talenten, vitaliteit en de kracht van eigen verantwoordelijkheid. De ambitie is positieve impact te maken voor iedereen in de zorg. En daar wordt keihard en gepassioneerd aan gewerkt. “Ik heb het zo enorm naar mijn zin”, sluit ik het gesprek af. “En bijkomend voordeel: ik merk dat ik thuis nu ook anders schoonmaak. Met positief resultaat. Geweldig toch!” Lachend nemen we afscheid. De zon schijnt, het weekeind ligt voor me en ons huis is schoon. Wat wil je nog meer?

Zodiac WOW

“Zin om mee te gaan naar Zodiac in De Koepel gevangenis in Breda?” vraagt onze vriend. Nieuwsgierig kijk ik naar de intro en ben gelijk om. “Je houdt niet van musicals” zeg ik tegen Manlief. “Maar ik denk dat jij hier ook naartoe wilt. Technisch vernuft en gebruik van drones.” En zo zitten we met z’n drieën in het bijbehorende zero-waste-restaurant. “Want laten we er dan gelijk een gezellige avond van maken.” De organisatie is perfect en 100% coronaproof. Je ontvangt een persoonlijke website waarin je van moment naar moment wordt begeleid. En eenmaal op de locatie helpt de ene na de andere vriendelijke medewerker je verder. Het eten is heerlijk en op een suikerstaafje bij de koffie na blijft er inderdaad niets over van het gebodene. Als we de zaal binnen komen, valt mijn mond open. Niet voor het laatst die avond. De Koepel is zo indrukwekkend, je voelt de geschiedenis. De ruimte wordt volledig en in al zijn facetten benut. Een digitale omroeper zegt dat het maken van foto’s en films verboden is. Ik schud mijn hoofd: op de website word je juist gestimuleerd om beelden te maken en verzocht om hen te taggen! Maar voor de zekerheid dubbelchecken we of de flits uit staat. Streng kijkende zaalwachten lopen rond, maar die blijken onderdeel van de show, die feitelijk al is begonnen vóór de eerste tonen door het gebouw klinken. De show houdt me van begin tot eind in haar greep en ik betrap me er inderdaad op dat ik regelmatig met open mond zit te kijken. We merken ook waarom we op onze stoel moeten blijven zitten: ze komen van alle kanten en soms zelfs dichterbij dan 1,5 meter. De boodschap dat we beter op onze aarde moeten letten, wordt nadrukkelijk maar vriendelijk en verleidelijk weergegeven door de cast. Bastiaan Ragas is niet mijn favoriet (Rene van Kooten wel) maar hij imponeert. Als het licht uitdooft, springt iedereen in de zaal op en applaudisseert lang en hard totdat de laatste acteur is verdwenen. Het verlaten van de zaal kent dezelfde professionaliteit als de entree: we staan in no-time veilig buiten. En kijken elkaar aan: dit was spectaculair! Dit wil je meemaken. Ik in elk geval zeker nog een keer!

Verrassend leuk

“Ik rijd rustig en het is alsmaar rechtdoor”, zegt ze dapper. Mijn schoonmoeder komt door omstandigheden onverwachts terug uit Zuid-Frankrijk. Een rit van ruim 1100 kilometer, in haar eentje. Dat is inderdaad dapper. Natuurlijk is Katrien een ideale reisgenoot, maar toch: haar gespreksonderwerpen beperken zich tot slapen, eten en uitgelaten worden. Het houdt me de hele dag bezig. Snel even het vliegtuig pakken om met haar mee terug te rijden is met de huidige maatregelen niet mogelijk. Dan zegt Manlief: “We kunnen haar tegemoet rijden. En dan neem je het stuur van haar over en rijden we achter elkaar terug naar Nederland.” Verheugd kijk ik hem aan: wat een wereldidee! Als ik haar bel, houdt ze het eerst af: “Dat mag ik niet vragen van jullie!” Maar het is te verleidelijk. En zo gaat de wekker op een on-zondags vroeg moment. En rijden we drie kwartier later de Belgische grens over met koffie in de thermosmokken en besmeerde broodjes in de koeltas. Mijn favoriete nummer speelt op de radio: ‘Il est cinq heures, Paris ‘s eveille.’ Darwin maakt het zich gemakkelijk op de achterbank en ik kijk Manlief glimlachend aan. Het leven is soms verrassend leuk.

Praktijkervaring

De laatste dag op ons oppasadres zit erop. De tijd is omgevlogen. Overdag ‘gewoon’ gewerkt: Manlief in de werkkamer en ik achter de keukentafel. We voorzagen elkaar regelmatig van koffie en toebehoren, net als thuis. Maar om 17 uur was het vakantie tot de volgende ochtend. De rust van de rivier, de warmte van de wijkbewoners, de geneugten van de lokale Rhenense middenstand: we hebben weer genoten. Vanavond maken we het huis schoon en vertrekken we naar onze eigen stek, terwijl mijn oud-collega en zijn gezin de daling naar het vliegveld inzetten. Vandaag is ook deel drie alweer van mijn introductieprogramma bij de nieuwe organisatie. Verwachtingsvol open ik de app. En schiet dan onbedaarlijk in de lach. Een kwartier later weet ik hoe je tapijt moet schoonmaken en hoe je een tegelvloer behandelt. Ik laat me uiteraard niet onbetuigd en breng het geleerde in praktijk. Het resultaat? Alles blinkt en straalt. Helemaal geen slechte carrière-move!

Hartzeer

Dat is nog wel het meest verdrietige. Die herhaalde confrontatie. ’s Ochtends wakker worden en je pas na enkele minuten realiseren dat er iets ergs is gebeurd. Onbewust zoeken naar twéé halsbanden. Zonder nadenken haar favoriete kluifjes in het winkelwagentje leggen. Naar een Bonovo-aapje kijken en dezelfde ronde zwarte kijkers zien die iets te dicht tegen elkaar aan staan. En weer knijpt keer op keer je hart samen. Sydney is niet meer. Naar nu blijkt, is ze op dezelfde dag naar de regenboogbrug vertrokken als de rechterhond van Cesar Millan, Junior, ook vijftien jaar oud. Hij plaatst een filmpje op social media waarin hij zijn tranen met moeite in bedwang houdt. Zijn stem breekt als hij vertelt over het versleten lichaam dat achterblijft, en de troostende spirit die hij om zich heen voelt. Ze zijn niet helemaal weg en dat merk je als je je ervoor open stelt. Maar toch schrik ik als er een donkere jas op de grond in de garderobe ligt. Langs haar favoriete losloopveld rijd met afgewend gezicht. “Hoe gaat het met je moeder?” vraagt een vriendin. Die voelt zich geamputeerd. Weet dat het leven verder gaat, verder moet. Maar hoe? Allerlei herinneringen aan de rouwperiode om Floppy poppen ongevraagd op in mijn hoofd en hart. Ik dacht toen dat er geen leukere hond bestond. En kreeg ongelijk. Maar voordat ik daarvan overtuigd was, duurde een tijdje. Die periode nemen we nu ook. We halen herinneringen op, laten tranen vallen en ademen door. Er komt een nieuw hondje, dat is zeker. Maar nu nog even niet. Nu denken we aan Sydney en glimlachen.

Mister Big, Cupcake en Junior

Vanuit het verre Italië word ik gecorrigeerd: Uno, Due en Tre heten in het echt Mister Big, Cupcake en Junior. En als ik hen van hun dagelijkse ontbijt voorzie, kijken ze me enigszins verontwaardigd aan. Ik check de belangrijkste onderdelen: licht uit, pomp aan, water helder. Alles lijkt in orde. Wel valt het me op dat er niet veel over is van het groene plantje. Cupcake knikt bevestigend: dat is dus het dilemma. En of er een binnenhuisarchitect kan worden ingezet. Ik zucht: het heeft nogal wat vinnen in water voordat dit drietal tevreden is. Maar goed, na enig gegoogle meld ik me bij de dierenwinkel in het centrum. “Heeft u van dat groen voor in een aquarium?” Hij glimlacht: “In vakterminologie heet dat een zuurstofplantje.” Ik bedank hem vriendelijk voor de opgedane kennis maar licht toe dat ik slecht tijdelijk oppasser ben. En dat mijn grootste zorg is dat er eentje gaat hemelen. Nu lacht hij hardop: “Ik begrijp wat u bedoelt. U moet eens weten hoeveel mensen ik hier in de zaak krijg die ‘met spoed een vis nodig hebben’.” Maar ik schud mijn hoofd: “Daar kom ik niet mee weg. Deze hebben namen! En het zou me niet verbazen als ze nog naar hun eigen naam luisteren ook! Dus laten we hopen dat het niet zover komt: ik doe er in elk geval mijn uiterste best voor.” Als ik het zuurstofplantje even later in het aquarium laat zakken, zwemmen Mister Big, Cupcake en Junior nieuwsgierig naar de aanwinst toe. Gespannen kijk ik naar hun gezichtsuitdrukking. En gelukkig: Junior knipoogt naar me, Cupcake draait enthousiast een rondje en Mister Big? Die zwemt naar het wateroppervlak en opent zijn bekje. Of we dit kunnen vieren met iets lekkers? Maar daar trek ik de grens. Voor vandaag zijn ze genoeg verwend.

Rainwater-challenge

Als ik aan kom rijden met de boodschappen, zie ik dat het zolderraam open staat. Er is behoorlijk wat regen gevallen de afgelopen dagen en het heeft stevig gewaaid. Waarschijnlijk stond het raam op een kier. Als ik de tassen heb neergezet, loop ik gelijk door naar boven. Ik pak de greep vast, maar op de een of andere manier trek ik de verkeerde kant naar beneden. En krijg een enorme bak met koud water over me heen! Alles drijft: het bed, het dekbed, het venster! Het water staat tot in mijn schoenen met mij erbij. Snel pak ik alles bij elkaar om de schade zoveel mogelijk te beperken. Het matras is gelukkig niet vochtig: ik heb zelf het grootste deel opgevangen. Als ik in de keuken kom, kijkt Manlief me verbaasd aan: “Wat heb jij nou gedaan?” Ik haal nonchalant mijn schouders op: “Heb je dat niet gelezen op Facebook? Er is een nieuwe challenge. Vang zoveel mogelijk regenwater op. Ik sta op dit moment regionaal op nummer 1.” Dan loop ik naar buiten om alles in de tijdelijke zonneschijn te drogen te hangen, Manlief verbijsterd achterlatend. En bedenk terwijl ik een wasknijper uit het mandje haal wie gek genoeg is om mijn voorbeeld te volgen en er een echte challenge van te maken. Laat gerust onderstaand je aanmelding achter.

Uno, due e tre

Ooit had mijn vriendin een goudvis: Woutertje. En die kon een kunstje. Hij kon uren op zijn rug zwemmen. Gewoon, omdat hij er blijkbaar zin in had. Hij had een prachtige kom met een kasteeltje, een schatkist waar bubbels uit kwamen en veel groen. Maar soms verveelde hij zich, en dan draaide hij zich om. Totdat hij die kant van zijn wereld beu was, dan zwom hij weer op de gebruikelijke manier. Ik denk aan hem terwijl ik de vissen van Nienke eten geef. Ook dat is een van de taken hier op het oppasadres. Ik begroet ze ’s morgens vrolijk, terwijl ik het klepje aan de bovenkant van het aquarium open doen. Geen idee hoe ze heten, en of het dames en/of heren en/of anders zijn. Dus noem ik ze voor het gemak Uno, Due en Tre, aangezien Nienke op vakantie is in Italië. Ze vinden het prima, zo lang ze maar eten krijgen. “Gewoon een beetje voer, niet teveel en niet te weinig”. Maar ja, hoeveel is dat dan? Ik zoek het op via Google en lees dat ze er ongeveer een minuutje over moeten doen om het op te eten. Beslist niet langer dan twee minuten. En hoe hongerig ze ook kijken: van teveel eten gaan ze dood en dat is zeker niet de bedoeling. Ik houd de tijd nauwkeurig bij en controleer of alles ook netjes wordt opgegeten. Dan loop ik de kamer weer uit: “Buona giornata!” En volgens mij zwaaide Due me met zijn linkervin na.

Durf te vragen voor gevorderden

We voelen ons steeds meer thuis op ons oppasadres. Weten beter wat we waar kunnen vinden, op welke manier de hightech apparaten functioneren en hoe de hazen hier lopen. En ook de wijkbewoners (her)kennen ons, al dan niet aan de oppashond. “Hey, zijn jullie er weer, wat gezellig!”, begroet de buurvrouw van de buren rechts ons. Haar hondje Suus begroet Darwin vergelijkbaar en vliegt hem om zijn nek: “Ik vond je vorig jaar al zo leuk!” We maken een praatje en gaan dan ieder ons weegs. Een paar dagen later bel ik bij haar aan. “Ik heb twee vragen”, kondig ik mezelf aan. “Kom binnen en barst los”, is haar antwoord. Suus kruipt gelijk gezellig op schoot terwijl ik uitleg dat ik geen instructie voor het oud papier kan ontdekken. Al het andere afval wordt keurig gescheiden in de daarvoor bestemde bakken en zakken. Maar het papier stapelt zich nu op. Ze lacht en legt uit dat dit in een afvalbak met blauw deksel kan worden gegooid, die buiten het zicht in de schuur staat. “En je tweede vraag?”, zegt ze uitnodigend. “Het is ’s avonds nog heerlijk buiten”, vervolg ik. “Maar ik vind alleen die suffe kant-en-klare haardblokken om de open haard aan te steken. En ik zag aan de stapel naast je deur dat jij wel weet waar je hout haalt!” Nu schatert ze en wenkt me: “Kom, er ligt zat, pak gerust een stapeltje. En als je nog meer vragen hebt: weet me te vinden!” Met mijn armen vol hout loop ik terug. Elkaar helpen is en blijft zo fijn, ook als je tijdelijk buurtgenoot bent.