SupersonischSnel

Ons beagletje is alweer acht-en-een-half jaar, al zou je hem dat absoluut niet geven. Maar tegenover het geweld van een ruim vier jaar oude Vizla is hij volstrekt kansloos. Op het moment dat hij afzet om achter een weggegooide tennisbal aan te gaan, heeft Sammie ‘m allang uit de lucht gegrepen en is alweer op de terugweg. Hij heeft dus al Snel na aankomst besloten om zich naar zijn leeftijd te gedragen en de jeugd haar gang te laten gaan. Tot vanmiddag. Door een ongelukkige handeling slipte de bal uit mijn hand tijdens een worp. Sammie was al halverwege het weiland, de hemel afspeurend naar het projectiel. Maar de bal stuiterde vlakbij Darwin en mij op de grond. Hij bedacht zich geen moment en greep ‘m stevig tussen zijn kaken. Om vervolgens nonchalant richting de waterkant te lopen. Sammie begreep er niets van en speurde de hele omgeving af. Totdat ze Darwin zag. En begreep. Nederig vroeg ze of ze de bal mocht hebben. Wat Darwin geen enkel probleem vond. En terwijl Sammie er weer vandoor stoof, keek hij me veelbetekenend aan. Wie niet SupersonischSnel is, moet slim zijn. En dat is hij.

Op de oppas oppassen

Darwin wil zich niet laten kennen. Maar eigenlijk vindt hij het helemaal niks als hij een uurtje alleen moet zijn. Ook niet als we het duidelijk aangeven: “Even boodschappen doen.” Of iets lekkers achterlaten. Alleen is maar alleen. En dus zet hij een keel op zodra de deur achter ons dichtvalt. En dat gedrag wordt vaak beloond als we de deur gelijk weer open doen om hem op z’n kop te geven. Dat we boos zijn, maakt hem niet uit: we zijn er weer. Vanavond gaan we uit eten. Een paar uur. “Jij bent de oudste dus goed op Sammie passen!”, dragen we hem op. En sluiten dan de deur, terwijl we onze oren spitsen en ons hart vasthouden. Als we wegrijden, kijken we door het raam, maar er is niets te zien. Na een heerlijk diner rijden we verwachtingsvol terug. Voor het raam zitten Sammie en Darwin. Ze kijken naar buiten. Darwin gaapt verveeld. Niks aan de hand. Volgende keer dat we boodschappen moeten doen, gaan we Sammie halen om op te passen, dan komt het allemaal goed.

Spannend

De bel gaat. Spannend, want hoewel een aantal buren weten dat we er zijn, zijn we nog niet echt ingeburgerd. Voor de deur staan twee meisjes: “Komt Nienke buiten spelen?” Ik leg uit dat het gezin op vakantie is en dat we op Sammie passen. Vinden ze een goed idee. Als ze weer weg zijn, loop ik even naar boven. Een van de taken is het voeren van de vissen van Nienke. Hen minimaal in leven houden. Vind ik nog best spannend, want in mijn jeugd was ik daar niet zo heel goed in. Maar tot nu toe gaat het prima. Dan trekken we onze schoenen aan voor een wandeling met de honden. “Sammie kan gerust los mee, hoor, is ze gewend.” Ik ben er echter niet gerust op dat ze mij als vervangend bewindsvoerder beschouwt. Dus we oefenen eerst op het redelijk omheinde weiland naast de rivier. Ze blijkt echter perfect te reageren op het hondenfluitje van Darwin. Ook het thuiswerken hier gaat probleemloos in de prachtige werkkamer met weinig afleiding (het fantastische uitzicht wordt geblokkeerd door de heg) en een sterk WiFi-netwerk. Het enige dat we nog niet hebben kunnen plaatsen, is een soort trillend geluidje uit de tuin. Het blijkt geen vogel, maar een blauw dopje in de grond. In de achtergelaten instructie wordt het niet vermeld, dus we gaan er voor nu vanuit dat het geen kwaad kan. Maar het intrigeert wel. Hebben we toch een spannend element van deze logeerpartij gevonden!

Weer een mooie dag

Van beneden klinkt een zacht maar nadrukkelijk ‘woef’. Tijd om op te staan, aldus Darwin en Sammie. Zij zijn er klaar voor, het wordt weer een mooie dag. We lopen een eind langs de rivier. De mensen hier zijn vriendelijk en een aantal herkennen ons al. De aanwezigheid van Sammie helpt daarbij uiteraard. Terug binnen krijgen de honden hun ontbijt en trek ik mijn hardloopschoenen aan voor een rondje. Er zit meer hoogteverschil dan thuis in de route, maar op de lastige stukken heb ik een lekkere rugwind. Ik zwaai naar de buren van de buren. De zon schijnt, het wordt inderdaad weer een mooie dag.

Oppas

“Hebben jullie nog plannen deze zomer?” Een appje van mijn oud-collega. We hebben elkaar al jaren niet gezien, maar via social contact gehouden. Hij zoekt een oppas voor huis, hond en cabrio! Dus nu zitten we een weekje in het pittoreske Rhenen. Tuin met uitzicht op de Nederrijn. Heerlijk huis van alle gemakken voorzien. En een dot van een hond die alles ‘dol’ vindt: Darwin, Darwin’s speelgoed, Darwin’s mand, Darwin’s kluifjes. Er ligt een duidelijke beschrijving van gewoontes en gedrag. Zo vinden we snel onze weg. “We zijn zaterdag laat weer thuis”, zegt mijn collega nog. “Doe maar op je gemak!”, antwoorden we. En dat menen we. Van harte!

Gemiddeld tempo

hollenSinds een paar maanden heb ik het hardlopen weer helemaal in focus. Ook bij mij waren enkele coronakilo’s te bespeuren. Maar vooral had ik een enorme behoefte om te ademen, om buiten te zijn. En dus maak ik nu bijna elke dag eerst een rondje van vijf tot acht kilometer. Meestal word ik vergezeld door Darwin. Hoewel hij er aanzienlijk minder moeite mee heeft dan ik, heeft hij namelijk dezelfde extra omvang te betreuren. Zodra ik mijn hardloopschoenen aantrek, zie ik aan zijn snoet hoe de vlag erbij hangt. Als hij echt geen zin heeft, draait hij zich om. En anders wacht hij bij de deur, totdat ik zijn speciale riem om doe. Hij weet precies waar hij naast me moet lopen, dat er geen mogelijkheid is tot snuffelen en dat andere honden worden genegeerd. Meestal pakken we een vaste route, en weet hij de afslagen naar rechts en links.  Maar vandaag maakt hij ineens keihard een noodstop. Ik kijk hem verbaasd aan. Hij kijkt veelbetekenend terug. Ik zet mijn horloge op pauze en geef hem even de vrije lijn. We zijn nog niet op de helft. Is het te warm? Is hij niet lekker? Ligt het tempo te hoog? Hij snuffelt even wat, doet een plas en als ik weer aanstalten maak, gaat hij opnieuw in de remmen. Vreemd, dat doet hij anders nooit. Ik wandel daarom rustig naar een naastgelegen groot omheind veld en doe zijn riem even af om te kijken hoe hij reageert. Hij kijkt me nog één keer aan en zet het dan op een rennen! Zijn gemiddelde tempo is ineens een heel stuk hoger dan het mijne. Met flapperende oren en pootjes stormt hij helemaal naar achteren en holt minstens zo hard naar me terug. Om me dan opgetogen aan te kijken: “We kunnen weer”. Samen lopen we verder: hij vrolijk en ik gedesillusioneerd. Van je hond moet je het maar hebben.

Ritueel geslachte jam

IMG_1703“Ach, zijn alle potten zelfgemaakte kersengemberjam al op? Ik hoopte dat je er nog eentje voor mij over had …” En zo sta ik wederom bij de kersenverkoper voor twee kilo kersen. ‘k Moet ook wel, want ik had één gereserveerd-maar-nog-niet-opgehaald-potje bij voorbaat al aan iemand anders gegeven. Gelukkig is het leuk werk. Ik trek mijn rode t-shirt aan en doe een zwart schort voor. Om het werkveld heen leg ik keukenpapier. De pan plaats ik vlakbij de bak kersen. Dan ga ik aan de slag met het ontpitten. Binnen een mum van tijd ziet de keuken eruit als een rituele slachtplaats. Overal zitten rode spatjes kersensap. Als Manlief de keuken in komt, schiet hij in de lach. Zelfs op mijn gezicht lopen rode streepjes. Als de pan op het vuur gaat, maak ik alles weer schoon. En tien minuutjes later staan er opnieuw een aantal potten jam op z’n kop af te koelen. Klaar voor de verdeling. Dus aan al degenen die ik moest teleurstellen: meld je snel, want op is wederom op.

De doif is (bijna) dood

duifMet zijn bek vol duif kijkt hij me vragend aan. Ik kijk enigszins in verwarring terug. “Los, nu!”, zeg ik gebiedend. Darwin gehoorzaamt, voornamelijk uit gemakzucht. De duif hobbelt weg. Hij lijkt niets aan de confrontatie te hebben overgehouden, maar helemaal jofel oogt hij niet. Daarnaast is de kans dat Darwin een gezonde duif vangt verwaarloosbaar klein. Als ik na onze wandeling terugloop langs dezelfde plek, zie ik hem in een hoekje onder een struik zitten. Daar mankeert dus inderdaad iets aan. Als stadskind vind ik het altijd lastig om te zien. Moet je er iets aan doen? Kun je er iets aan doen? Ik zie mezelf zijn nek niet breken om hem uit zijn lijden te verlossen. Zo’n held ben ik nou ook weer niet. Naar het VOC brengen dan? Het is een duif. Elk dier heeft recht op een diervriendelijke behandeling, maar ze zien me aankomen. Mogelijk overleeft hij mijn poging om hem te vangen en te vervoeren niet eens. “Doif heeft te lang in het doosje gezeten!”, zou Toon Hermans zeggen. Ik inspecteer de bek van Darwin op eventuele restanten van zijn actie en zet dan de gedachten van me af. Bij de avondwandeling kijk ik toch even onder de struik. En zie een heleboel losse veertjes. Als ik nog beter kijk, zie ik dat iemand anders de klus heeft geklaard. De duif is dood. Dank u wel alstublieft.

Nooit meer roze koeken

Willem

Zonder iets te zien, kijk ik uit het raam. Mijn wangen zijn ondanks de hitte buiten nat van de tranen. Op het scherm van mijn mobiele telefoon is het appje nog te lezen: “Willem is vannacht overleden.” Mijn oud-collega, die ik al bijna dertig jaar ken. We hadden nog steeds contact, terwijl hij al jaren met pensioen was en ik het bedrijf ook had verlaten. Onze afspraak half januari ging niet door, omdat Manlief naar een uitvaart moest. We zouden een nieuw moment plannen, maar toen viel corona binnen. Een paar weken geleden heb ik nog als verrassing gebakjes en bloemen voor de deur gelegd. En hoorde ik dat het niet zo goed ging. Maar zodra mogelijk zouden we in de tuin bijkletsen. Net nu het weer kan, is het niet meer mogelijk. Zoveel herinneringen scheuren door mijn hoofd. Zijn onnavolgbare droge humor. Zijn Zeeuwse nuchterheid. Zijn adoratie voor zijn vrouw. Zijn traditionele traktatie bij de koffie: roze koeken, omdat ik die zo lekker vind. Zijn ‘geklaag’ over kuren en kwaaltjes, die door ons dan met een knipoog werden weggelachen. Zijn gedrevenheid om anderen behulpzaam te zijn. Zijn liefde voor de Spaanse taal, en voor het Bredase dialect: hij sprak beide vloeiend. Zijn hardnekkige maar oprechte interesse in oud-collega’s, waarvan het contact met de meesten bij ons allebei was verwaterd. Zijn enorme tuin, waar we samen aardbeien plukten: “voor je moeder dus niet zelf opeten!” Op mijn verjaardag belde hij, zonder uitzondering, want “een kaart zegt niet wat ik wil zeggen: ‘Gefeliciteerd en hoe is het met je?'” Zelf zat hij op zijn verjaardag onbereikbaar in warme oorden. Mijn hart schreeuwt over de onrechtvaardigheid dat ik hem geen gedag meer kan zeggen. Dat hij me nooit meer goedmoedig op mijn kop zal geven als ik volgens hem blijf zeuren over iets onnozels. Een heel klein sprankje fluistert dat we deze herinneringen niet meer konden delen. Dat hij nu niet meer lijdt onder die verschrikkelijke ziekte, waardoor zijn omgeving en hijzelf vervaagde. Maar ik zal hem zo missen. Dag Willem. Jou vergeten is onmogelijk. Vaar wel.

Een handvol legosteentjes

legoheldenHet is mijn werk, dat ik met heel veel plezier doe. Anderen helpen elkaar te helpen. Mensen met elkaar verbinden. Zorgen dat iedereen een beetje op elkaar let, zich bewust is van de vraag van een ander, ook als die bijna onhoorbaar klinkt. Zeker nu is dat belangrijk. Dus ik laat de buurhond uit. Doe de boodschappen voor mijn moeder en haar buurvrouw. Maak nasi voor de halve straat. “Wat goed van je!”, hoor ik iemand zeggen. Ik glimlach even. Als iedereen zijn of haar steentje bijdraagt, komen we hier doorheen. Zo luistert mijn moeder door de telefoon naar iemand die graag wil praten. Stuurt mijn collega een heerlijk nieuw recept: “Lekker toetje voor na je nasi.” Schrijft Michael Renssen een hartverwarmende brief aan zijn vrouw, die in de zorg werkt. “Ik kan niet wat jij doet, ik kan alleen adviseren over de bijdrage van communicatie.” Maar wel op een manier dat het binnenkomt! Zelfs Darwin doet mee en speelt met mijn neefje en nichtje die de knuffel van hun oma zo missen. Manlief houdt mij in de gaten dat ik niet doorsla. En slaat zijn armen stevig om me heen tijdens die huilbui die er af en toe gewoon even uit moet. Ik geloof in saamhorigheid, in community, in de kracht van elkaar. En die paar idioten die ondanks alles nog steeds niet overtuigd zijn? Die je hardop uitlachen als je met een boog van meer dan 1,5 meter om hen heen loopt? Daar heb ik nog een zak legosteentjes voor. Die ik denkbeeldig voor hen uit strooi. Als ze ’s ochtends op blote voeten naar de badkamer lopen. En hoop dat dat ze dan aan het denken zet.