Lichtpuntjes gezocht/gevonden

Het was een bijzondere jaarwisseling na een heftig jaar. Raar dat je (lees: ik) dan ergens toch stiekem verwacht dat door het simpele nieuwe getal de wereld verandert. Nog gekker dat je (lees: nogmaals ik) daar een vervelend teleurgesteld gevoel aan over houdt als dit niet het geval blijkt te zijn. Met andere woorden: ik vond het de afgelopen dagen knap lastig om lichtpuntjes te zien. Geen nieuwjaarsknuffels (anders dan van Manlief), geen vooruitzicht om te gaan skiën of andere leuke reizen in het verschiet, geen uitjes of leuke dingen te doen. Ook zakelijk stond ik niet te springen: mijn favoriete project is nagenoeg afgerond en de nieuwe projecten zijn nog onwennig. Tel daar een plots heftig uitvallende kerstboom en ongewenste kerstkilo’s bij op en het plaatje is compleet. Nog steeds niet hemelschokkend, zeker niet als je het met de situatie van anderen vergelijkt, maar toch vervelend. Dus als ik op de laatste vakantiedag wakker word, kijk ik humeurig naar het weerbericht op mijn mobiele telefoon. Als het hard regent, hoef ik niet te gaan hardlopen, zo beloof ik mijzelf. Ineens zit ik rechtop. Ik zie sneeuwvlokken. Heel veel sneeuwvlokken. Nog een paar uurtjes, maar dan zal alles wit zijn. Wit! Enthousiast maak ik Manlief wakker: “Kijk dan! Er komt sneeuw!” Manlief reageert bedaard: “Eerst maar eens afwachten.” Maar ik schud mijn hoofd: “Niet alleen vandaag maar ook morgen en de komende dagen.” Ik spring gelijk mijn bed uit: “Betekent dat ik nu ga hardlopen, want dat komt er niet van voorlopig.” De rest van de dag houd ik het weerbericht en de lucht nauwlettend in de gaten. Ook als de vlokjes steeds verder naar ‘later’ verschuiven, is mijn humeur niet kapot te krijgen. En als Buurvrouw op mijn enthousiast aandringen akkoord gaat dat ik haar ‘verras’ met een kant-en-klaar nieuwjaarsdineetje, is mijn geluk compleet. “Je bent een gek mens”, zegt ze lachend en dankbaar als ik al het lekkers bij de deur afgeef. “Ja, maar wel een blij mens, die ineens weer een heleboel lichtpuntjes ziet.”, antwoord ik als ik vrolijk de deur achter me dicht trek. 2021: kom maar op! Ik kan je (weer) hebben!

Afscheid, nu echt

“Ach nee”, zeg ik terwijl ik mijn hand onbewust voor mijn mond sla. Breaking news: Bram van der Vlugt is overleden. Op 86-jarige leeftijd, aan de gevolgen van Corona. Ach nee. Mijn held, mijn idool, mijn échte Sint Nicolaas. Mijn geloof in hem was onwankelbaar. Ook toen ik de geschiedenis in vele vertalingen had mogen aanhoren bleef mijn vertrouwen in hem tastbaar. Mijn leidinggevende verraste me een paar jaar geleden met kaartjes voor Het Sinterklaasfeest. En vond het lastig te begrijpen dat mijn enthousiasme niet zo heel groot was: Hij zou immers niet aanwezig zijn en een hulpklaas is minder imposant. Nog veel langer geleden was ik via mijn vorige werkgever betrokken bij een televisieproductie rondom de Goedheiligman. Via een assistente schreef hij een persoonlijke boodschap in mijn exemplaar van Het Gouden Boek van Sinterklaas. Het meest indrukwekkend was de dag in 2011 dat ik hem incognito zag. En met een heel stevige duw in mijn rug van Manlief zelfs durfde aan te spreken. Ik ben er nog beduusd van, maar blij dat ik toen heb doorgezet. Ach nee toch. De titel van mijn blog was ‘Afscheid van een fenomeen’. Ik wenste hem nog vele gezonde jaren toe, waar hij me vriendelijk voor bedankte. Dag lieve Sinterklaas, dank je wel voor die hele vele blije momenten.

Even spoelen alsjeblieft

Ze ziet eruit als een Michelin-mannetje. In wit plastic gehuld, een mondkapje en een doorzichtige helm op. Haar ogen lachen vriendelijk als ze me binnen wenkt. Ook ik heb een mondkapje op voor mijn afspraak bij de mondhygiëniste, maar doe dat op haar verzoek af als ze me een bekertje geeft. “Even spoelen alsjeblieft”, zegt ze, terwijl ze zich omdraait en mijn gegevens erbij pakt. Ik kijk: er zit een klein laagje water in. Gehoorzaam spoel ik mijn mond en slik het door. Als ik het bekertje terug geef, schrikt ze. “Je moest het uitspugen, het is waterstofperoxide om de mondholte extra te ontsmetten!” Nu schrik ik ook: “Zo had ik het niet begrepen. En nu?” Ze roept een aantal collega’s erbij, maar niemand heeft het antwoord. “Dit is nog niet eerder gebeurd, maar het zal vast geen kwaad kunnen”, zegt een van hen dan geruststellend. Ik merk eigenlijk ook niets vreemds, dus ga er vanuit dat zij het wel zullen weten. De behandeling start en drie kwartier later sta ik weer buiten. Thuis bel ik toch de huisarts even voor de zekerheid. Die schiet gelijk uit z’n slof: “Zijn ze nu helemaal gek geworden? Een kleine inname kan inderdaad meestal geen kwaad, maar ze hadden even moeten bellen voor de zekerheid! Het is en blijft gif!” Op zijn vragen naar bijwerkingen, is elk antwoord ‘geen last van’. Ik krijg het advies om gelijk te bellen als ik toch niet lekker word. En zij gaan contact opnemen met de bewust tandarts om die ‘even heel stevig toe te spreken’. Benepen kijk ik Manlief aan: “Ik had zelf ook resoluter kunnen reageren.” Hij geeft me een knuffel en een groot glas water. “Veel drinken, dan komt het wel goed. En volgende keer wat minder volgzaam reageren.” Waarna hij eraan toevoegt: “Behalve als ik iets zeg uiteraard.”

Brand bij de buren

Haar stem klinkt hoog en haar adem gaat gejaagd. Iets met rook en buren en pyjama op straat. Dan wordt de verbinding verbroken. Manlief en ik schieten in onze schoenen en haasten ons naar het woonhuis van mijn moeder. Aan het begin van haar straat worden we door de politie tegengehouden. Zo’n 100 meter verderop zie ik blauwe en witte flitsen: de brandweer is er al. Ik mag niet verder, hoe ik ook benadruk dat mijn moeder me nodig heeft (en ik haar). Pas als de ambulance de straat inrijdt, krijg ik toestemming om door te lopen. Te hollen. Een aantal buren staan achter het afzettingslint, maar ik kruip er doorheen en ruk de riem van Sydney uit de handen van een andere politieagent. Dan voel ik een arm om me heen: mijn broer kalmeert me en zegt dat het goed gaat. Mijn moeder zit in de ambulance: ze heeft rook ingeademd, maar het lijkt gelukkig mee te vallen. Even later houden we elkaar huilend heel stevig vast. Als de brandweer naar wat lijkt uren later het sein ‘Brand meester’ geeft, mogen we onder begeleiding naar binnen. Bij de buren heeft een plafondbalk in de kruipruimte vlam gevat door de hitte van de houtkachel. Hoe dat kan, dat wordt nog onderzocht. De brandmelders van mijn moeder hebben een mogelijk drama voorkomen. Nadat het hele huis is gecontroleerd, luidt het advies: vannacht logeren en morgen alles goed doorluchten. Ze pakt wat spulletjes bij elkaar en dan rijden we terug naar ons huis. Als we aan een drankje zitten, zegt mijn moeder: “Ik dacht dat ik stressbestendiger was, maar ik ben zo ontzettend geschrokken. Ik kon alleen maar Sydney grijpen en naar buiten hollen.” Ik bedenk dat ik niet eens aan 1,5 meter of mondkapjes heb gedacht! “We lijken op elkaar”, zeg ik met een glimlach. “Ik dacht ook dat ik rustig kon blijven onder alle omstandigheden. Niet echt gelukt vanavond. Maar het belangrijkste is dat het goed is afgelopen. Echt het allerallerbelangrijkste.”

Mislukt

We woonden nog thuis toen mijn vader stierf. Hij was met een eigen zaak altijd erg druk, dus we deden minder vaak leuke dingen samen dan ik wilde. Ik weet nog dat ergens een keer de gedachte opkwam “Dat komt wel, straks, met een schoonvader.” Jaren later leerde ik Bart kennen. En zijn bijbehorende vader Wim. En Wim had dus een heel ander idee over de rol van een schoonvader. In Frankrijk samen op de fiets baguettes en croissantjes halen? Neuh. Lange wandelingen langs de dijk of bergwand? Ook al een no-go. Stevige discussies over de politiek waren meer zijn ding, en dat was dan weer niet het mijne. Of zeiltochten over woelige baren. Ik word al zeeziek nog voordat we de trossen los gooien. Dus die wensdroom werd al Snel als ‘mislukt’ bestempeld. En toch was ik graag bij hen. In Meteren, later Hurwenen, en natuurlijk in Lincel. We zagen elkaar ook regelmatig onder het genot van een heerlijk etentje. Het werd een sport om iets speciaals te ontdekken zoals dat restaurant in een winkel met lokale producten. Het lukte telkens weer, gelukkig. Tijdens een van die etentjes werd de basis gelegd voor de komst van Katrien. Wim vond zichzelf te oud, maar miste de hond in zijn leven zo. Door onze argumenten keek hij er anders tegenaan. En lag er een paar maanden later een klein warm bolletje Basset op zijn schoot. Ook die gesprekken kun je dus zeker niet mislukt noemen. En toen ik een keer per ongeluk een notentaart liet mislukken en dat een echte knaller bleek te zijn, kon ik hem geen groter plezier doen dan met een herhaling. Tot op het allerlaatst aan toe. Kortom: ‘mislukt’ is gelukkig niet van toepassing op onze relatie. Donderdag moesten we afscheid nemen, definitief. Zijn laatste woorden aan Bart en mij waren ‘Dag, en bedankt, he!” We zijn verdrietig, maar de opluchting dat hij nu rust heeft, overheerst. Lieve Wim, doe ze de groetjes daarboven. Ik hoop dat je mijn vader ziet, en hem vertelt dat Bart het zo heeft getroffen met zijn vrouw (ik), die zo lekker een taart kan laten mislukken. En dat ze haar schoonvader zal missen.

Dag Wim, vaar wel.

Gedenken

Marcel, de zanger van Di-rect, breekt hoorbaar. Deze week staat de KWF-collecte centraal op radio Npo2. De meest hartverscheurende maar ook aandoenlijk warme verhalen worden gedeeld. Iemand heeft voor een vriendin met borstkanker geregeld dat Di-rect een mini-concert geeft. Ook zij blijven niet onbewogen bij de effecten van deze verschrikkelijke ziekte. Vandaag is het 31 jaar geleden dat we definitief afscheid namen van mijn vader. Hij was 50 jaar en stierf aan de gevolgen van longkanker. Mijn moeder werd op haar 47ste weduwe. We woonden nog thuis: het gemis was dagelijks aanwezig. Dat besef vervaagt op den duur, de messcherpe pijn verdwijnt. Maar deze dag gaat nooit ongemerkt voorbij. We zoeken elkaar op, herhalen mooie herinneringen, gedenken en geven elkaar ruimte voor een lach en een traan. Het is goed zo. En terwijl ik mijn nichtje knuffel, voel zijn glimlach op mijn gezicht.

Een bijzondere hond

En toch, hoe dol ik ook op Darwin ben (en dat ben ik): Floppy is nooit ver uit mijn gedachten. Hij was m’n allereerste hondenvriendje. Mijn maatje tegen wie ik alles vertelde over succesvolle projecten, fijne feestjes, irrationele angsten en mislukte relaties. Hij twijfelde geen moment aan een toekomst met Manlief, sterker nog, als ik er niet voor ging: hij in elk geval wel! Het is alweer tien jaar geleden dat we afscheid moesten nemen. Er hangt een prachtige tekening boven de toilettafel en ik sta regelmatig even stil bij zijn steen in de tuin van mijn moeder. Toevallig komt het gesprek op hem als ik koffie drink bij vrienden, waar hij logeerde als wij op vakantie waren. ‘Hij was zo non-verbaal’, vertelt ze. ‘Ik weet nog die keer dat wij gasten op bezoek hadden en ik hem de (enorme) tuin instuurde. Het miezerde een beetje, maar er waren meer dan voldoende plaatsen waar hij droog kon liggen. Maar dat deed hij niet. Hij kwam voor het raam staan. Nadrukkelijk, terwijl het water van zijn oren drupte. Overduidelijk kwaad. Zelfs een van de gasten zei het: “moet je nou kijken, die is echt pissig!” En dat was hij!’ Ze schiet weer in de lach. ‘Hij wilde naar binnen en wel meteen. Hij duldde geen tegenspraak, we hadden geen keuze. Het was een bijzonder hond.’ Ik glimlach, herken de situatie. Floppy had geen ondertiteling nodig, die maakte overduidelijk wat de bedoeling was, en wat niet. Want dat doen bijzondere honden. En dat was hij.

Vriendinnen en verloofdes

We zijn weer thuis, de logeerpartij zit erop. We hebben huis en hond in de oorspronkelijke staat achter gelaten. En slapen weer in ons eigen bed. Met name Darwin moet echt even wennen. Hij hoeft z’n eten niet meer zo snel als redelijkerwijze mogelijk weg te werken #maardoetdatniettemintoch #justtobesure Hij wordt niet meer eindeloos afgelebberd totdat wij ingrijpen #envonddatnietzoheelstiekembestleuk En alles wat hij ziet en ruikt is zijn terrein #endatvanons Hij is een beetje moe en slaapt een groot deel van de dag, ditmaal ongestoord. Dan rekt hij zich uit. Gaapt nadrukkelijk. Kijkt zoekend op zich heen. En zucht zachtjes. Als we Sammie’s naam noemen, spitst hij zijn oren #voorzovermogelijk Om dan weer in zijn mandje te gaan liggen. Dat nog vaag ruikt naar zijn vriendin. Ik aai hem zacht achter zijn oren. Fluister dat we morgen eerst samen Sydney gaan uitlaten. Dan gezellig bij Katrien op bezoek gaan. Dat ik dinsdag al een afspraak voor hem en Luzz bij oom Frans #dagopvang heb gemaakt. Begin oktober zien we Beau weer, dat is al over een paar weken. En dat we heel heel misschien in februari weer een weekje gaan logeren in Rhenen. Hij zucht nog een keer. Het vergt een hele administratie, zoveel verloofdes en vriendinnen. Maar het maakt het leven ontegenzeglijk mooier. Dat dan weer wel.

SupersonischSnel

Ons beagletje is alweer acht-en-een-half jaar, al zou je hem dat absoluut niet geven. Maar tegenover het geweld van een ruim vier jaar oude Vizla is hij volstrekt kansloos. Op het moment dat hij afzet om achter een weggegooide tennisbal aan te gaan, heeft Sammie ‘m allang uit de lucht gegrepen en is alweer op de terugweg. Hij heeft dus al Snel na aankomst besloten om zich naar zijn leeftijd te gedragen en de jeugd haar gang te laten gaan. Tot vanmiddag. Door een ongelukkige handeling slipte de bal uit mijn hand tijdens een worp. Sammie was al halverwege het weiland, de hemel afspeurend naar het projectiel. Maar de bal stuiterde vlakbij Darwin en mij op de grond. Hij bedacht zich geen moment en greep ‘m stevig tussen zijn kaken. Om vervolgens nonchalant richting de waterkant te lopen. Sammie begreep er niets van en speurde de hele omgeving af. Totdat ze Darwin zag. En begreep. Nederig vroeg ze of ze de bal mocht hebben. Wat Darwin geen enkel probleem vond. En terwijl Sammie er weer vandoor stoof, keek hij me veelbetekenend aan. Wie niet SupersonischSnel is, moet slim zijn. En dat is hij.

Op de oppas oppassen

Darwin wil zich niet laten kennen. Maar eigenlijk vindt hij het helemaal niks als hij een uurtje alleen moet zijn. Ook niet als we het duidelijk aangeven: “Even boodschappen doen.” Of iets lekkers achterlaten. Alleen is maar alleen. En dus zet hij een keel op zodra de deur achter ons dichtvalt. En dat gedrag wordt vaak beloond als we de deur gelijk weer open doen om hem op z’n kop te geven. Dat we boos zijn, maakt hem niet uit: we zijn er weer. Vanavond gaan we uit eten. Een paar uur. “Jij bent de oudste dus goed op Sammie passen!”, dragen we hem op. En sluiten dan de deur, terwijl we onze oren spitsen en ons hart vasthouden. Als we wegrijden, kijken we door het raam, maar er is niets te zien. Na een heerlijk diner rijden we verwachtingsvol terug. Voor het raam zitten Sammie en Darwin. Ze kijken naar buiten. Darwin gaapt verveeld. Niks aan de hand. Volgende keer dat we boodschappen moeten doen, gaan we Sammie halen om op te passen, dan komt het allemaal goed.