Plezierwandelingen

We hebben een heerlijk vakantiehuisje en genieten van de rust (geen WiFi en nauwelijks bereik), de ontspanning (twee boeken in drie dagen) en elkaar. Maar Darwin moet ook af en toe even hollen en we zitten in een prachtige omgeving met bos en een meer. Ik heb een boek met 25 plezierwandelingen gevonden, en drie starten hier recht voor de deur. Vrijwel gelijk zitten we midden in de natuur en mag de riem los. Smalle paadjes langs hellingen en het kasteel Reinhardstein in de diepte. Hoge bomen vol mos en een snelstromend beek met kristalhelder water. We genieten alle drie. Het is rond het vriespunt en de sneeuw van de afgelopen dagen geeft idyllische plaatjes. Als we uiteindelijk door en door koud maar ook zeer tevreden weer thuis zijn, is het drie uur later. De open haard gaat aan, buiten begint het te schemeren. We kijken elkaar over de rand van een glas wijn aan: “Proost! Dat er nog vele van dit soort dagen mogen volgen.”

Kermisgeld

Het is weer kermistijd. Waar de meeste steden in de zomer genieten van oliebollengeur, knetterende muziek en misselijkmakende draaibewegingen, is bij ons het kermisgevoel verbonden aan koude wangen en felle lichten die afsteken tegen de donkere avondlucht. Mijn vriendin en ik maken traditiegetrouw een rondje, verbazen ons over de halsbrekende machines waarvoor je vrijwillig geld betaalt en gaan dan de strijd aan met kamelen. De jongen van de kermiskraam herkent ons zelfs inmiddels. Tradities moet je in ere houden. En dus steek ik vanmiddag mijn hand uit naar mijn nichtje en neefje: “Mag ik mijn kermisgeld alsjeblieft?” Verbaasd kijken ze me aan. “Het is kermis, ik ben jullie favoriete tante en dus krijg ik kermisgeld van jullie”, leg ik uit. “Dat eerste deel klopt”, zegt mijn nichtje. “Maar je krijgt echt geen geld van mij.” Mijn neefje zegt niets. Hij loopt naar het bureau en haalt er een portemonnee uit. Even rommelt hij en steekt me dan een muntje toe: “Van mij krijg je een euro, hoor, tante Dorine.” Ik bedank hem uitbundig. “Maar dan moet je wel iets voor mij winnen!” Ik beloof het plechtig en steek zeer on-tantevriendelijk mijn tong uit naar mijn nichtje. Die volgt keurig opgevoed mijn voorbeeld. ’s Avonds win ik bij het kamelenracen een speelgoedvrachtauto. Van het kermisgeld dat ik van mijn neefje kreeg.

“Aan de studie?”

wehelpenHij ploft op de stoel naast me in de trein: “Aan de studie of aan het werk. Wel vroeg, he!” Een leuke knul, blond haar, blauwe ogen. Ik vertel hem dat ik onderweg ben van het zuiden naar het noorden. En in de tussentijd werk. “Leuk, wat doe je?” en vervolgens “Laat jullie website eens zien dan.” Hij studeert bijna af, en laat dat merken door gelijk een aantal tips te geven. “Op dit moment hebben jullie niks aan mij. Heb al genoeg moeite met focus op mijn studie te houden. Klinkt wel interessant. Doen er nou veel mensen mee met zoiets? Wat is jullie verdienmodel? Heb je al een businessplan voor opschalen?” De vragen vliegen om mijn oren. Als mijn collega belt, houdt hij even zijn mond. Dan gaat hij weer verder: “Ik heb wel een tip voor je. Je kunt daar een open uitnodiging plaatsen. Vinden mensen leuk. En werk je met persona’s voor jullie doelgroepen? Ik persoonlijk zou eerder ‘aan’ gaan op een andere headerfoto, maar dat ben ik.” En zo volgen er nog veel meer adviezen. Als we ons eindstation bereiken, krijg ik een vriendelijke por tegen mijn schouder. “Ik ga kijken, hoor, of je mijn tip doorvoert.” Om met een knipoog te vervolgen “Heb je met al die feedback van mij toch stiekem zitten studeren in plaats van werken.” Hij zwaait en verdwijnt tussen de andere forenzen, mij met een hoofd vol ideeën achterlatend.

Heel Holland Stresst

“Ik red het niet, dit moet af. Als jij nou rijdt, kan ik nog even doorwerken.” Manlief stuurt een duimpje omhoog en ik haal opgelucht adem. Schoonmama viert haar tachtigste verjaardag. Afgelopen weekeind hebben we er voltallig en veel aandacht aan besteed. En vandaag is er een surpriseparty bij de oudste zoon. Een uurtje rijden en dat kan ik goed gebruiken voor mijn deadline. Als we een kwartiertje onderweg zijn, gaat de telefoon: “Hi, met mij. Vergis ik me nou of zou jij die sheets nog maken?” Ik onderdruk een krachtterm en beloof binnen het uur de toegezegde presentatie te sturen. Damn! Ik zet mijn hotspot aan: gelukkig had ik al een voorzet in potlood gemaakt. Dan klinkt de rustige stem van Manlief: “Bakkers, jullie hebben nog vijftig minuten.” Ik schiet in de lach en zet mijn typsnelheid nog een tandje hoger. Ik knip en plak en bedenk en suggereer me kwijt. “Bakkers, nog een kwartier.” Ik zoek en vind en voeg toe en review. “Bakkers, u heeft nog vijf minuten.” Ik sla op en dubbelcheck. Als we de straat inrijden, zegt Manlief met een glimlach: “De tijd is om, laptop dicht.” Met een zucht sluit ik af. Gelukt! Nu maar hopen dat mijn resultaat de goedkeuring van de jury kan wegdragen.

Herontdekt

Tachtig is prachtig. En Schoonmama mag het (bijna) claimen. Dat vieren we dit weekeind met z’n allen in een groot vakantiehuis op Texel, waar ze als kind een paar keer is geweest. En waar ik zelf bijna kind aan huis ben, al is het wel weer een paar jaar geleden dat ik er was. We verdelen de taken, organiseren animatie en genieten van de gezelligheid. Er is een quiz, en nog een. Een moordspel en een sjoelwedstrijd. Het huis ligt naast het vliegveld en regelmatig cirkelen parachutisten als kleurige verjaardagsconfetti naar beneden. We hebben heel veel te eten en te drinken en te lachen. Maar er is ook ruimte voor rust. Ik ben Hoofd Ontbijt en combineer het bezoek aan de bakker met een vroege strandwandeling. Darwin en ik hebben de zee voor ons alleen. Ik geniet van de wind in mijn haar en het zout in mijn gezicht. Nog meer taart en even zoveel kopjes koffie later begroet ik Rob, onze adoptiezeehond sinds een jaar of twintig. Ik speur naar een blijk van herkenning. Kansloos natuurlijk, maar ik merk dat ik bij Ecomare standaard met een blije grijns rondloop. Ik maak foto na foto en praat met een medewerker over de tijd dat onze honden nog mee naar binnen mochten. Het blijkt een goed moment voor gezinsuitbreiding: ook Rianne wordt geadopteerd. Als Manlief op de boot terug naar Texel zijn arm om me heen slaat en vraagt of ik een leuk weekeinde heb gehad, beaam ik dat volmondig. Een geweldig leuk weekeind.

Seniorenmomentje

“Barst, krijg nou wat!” Ineens doet de touchpad van mijn laptop het niet meer. Ik probeer tevergeefs een aantal toetscombinaties en zet ‘m dan toch maar ‘hard’ uit, al heeft een IT-collega me daar ooit voor gewaarschuwd. “Wat je ook doet, niet dat!” Maar ik heb geen muis bij me en je moet toch iets. Niet dat het helpt: er is nog steeds geen pijltje te bekennen. Ik zucht en besluit op te ruimen en naar mijn inloopspreekuur te lopen. Elke vrijdagochtend zit ik in de bibliotheek om bezoekers over onze website te vertellen. Als ik binnen kom, word ik zoals altijd hartelijk begroet door de buren. Ik zit naast de vrijwilligers van Seniorweb …. “Heren, ik ben aan de jonge kant, maar kan een van jullie eens kijken?” Al snel staan ze alle vier om me heen. Er wordt een muis gekoppeld en de suggesties vliegen om mijn oren. We proberen van alles, maar niets werkt. Als hun echte klanten zich melden, Google ik verder. Gelukkig is het bij mij nog rustig. Af en toe vraagt een van hen: “Lukt het al?” waarna ik mismoedig mijn hoofd schud. Maar, na een laatste poging via een Belgische instructie over verouderde drivers, zie ik ineens het pijltje weer. Ik juich: “Gelukt!” Blij geef ik de muis terug. “Fijn, joh! Dat is dan 2 euro omdat we je hebben geholpen!”, zegt de vrijwilliger terwijl hij op het bordje wijst. Ik grinnik en pak braaf mijn portemonnaie. “Maar omdat jij zo’n leuke buurvrouw bent, krijg je er ook een kopje koffie voor.” En terwijl hij zich omdraait om een bekertje te pakken: “Iedereen heeft wel eens een seniorenmomentje!”

Hoop

poep“Nee he, nee he!” Ik draai om en zie dat een man met fiets gefrustreerd naar de hond naast hem kijkt. De hond is groot, en de hoop die hij produceert ook. De man kijkt om zich heen, klopt op zijn zakken en richt zich weer op de hond. “Waarom nu, waarom hier?!” We staan in het drukste gedeelte van de winkelstraat, recht voor een vestiging van een brillenzaak. Ik grinnik, herken de situatie, en voel in mijn jaszak. Manlief en ik hebben poepzakjes bij ons, altijd en overal. “Oh mevrouw, u bent een lifesaver! Moet u toch kijken!” Ik pak de riem en zijn fiets, en geef hem een poepzakje. Hij staart me verbaasd en een beetje terughoudend aan: “Het is niet mijn hond, ik heb dit nog nooit eerder gedaan.” Bemoedigend lach ik hem toe: “Het is niet moeilijk, hand in het zakje steken, oppakken en terugslaan. Het voelt zacht en warm, maar het valt wel mee, hoor, je went eraan.” De man is half de dertig, en laat zich niet kennen. Hij bukt, grabbelt, trekt een vies gezicht en zegt: “Kunt u hem nog even vasthouden? Daar staat een afvalbak, dan gooi ik het gelijk weg. Getver, wat een stank komt er uit zo’n beest, zeg.” Als alles is opgeruimd, neemt hij de riem en de fiets weer over. “Fijn dat u even wilde helpen. Je kunt het niet zo laten liggen, he, maar ja: ik heb niets bij me voor dit soort noodsituaties!” Ik schiet in de lach en geef hem het rolletje: “Ze doen dit regelmatig, dus houd dit maar bij je voor het geval dat.” Hij bedankt me nogmaals en dan vervolgen we onze wegen. Elkaar waar nodig een handje helpen: het is zo gemakkelijk. Er is nog hoop.