Wild life

Het vakantiehuisje is een heerlijkheid. Midden in het bos met de bewoonde wereld (lees: gemak, gebak en gezelligheid) op tien minuutjes rijden. Het heeft een hoek met aan twee kanten ramen en gemakkelijke fauteuils. Je hoeft je hoofd maar op te lichten van je boek en de natuur glimlacht je toe. Het huis ligt aan een doodlopende weg die eindigt in een fietspad, dus er is wel wat beweging. Maar het meeste komt van dieren. Roodborstjes, koolmezen, pimpelmeesjes, mussen en een opdringerige Vlaamse Gaai vliegen af en aan. Gisteren tijdens de wandeling zag ik een Meriansborstel: de knalgele rups van een mot. En we herkennen inmiddels zelfs ‘onze’ zwijnen: Mam met de drie biggetjes, Broer en Zus, en Bolle Gijs. Gisterenavond zag ik ineens iets zwarts voorbij schieten door het gras. Het ging te snel om te identificeren. Een boommarter, of een zwarte rat? Maar die komen hier niet voor. Een das dan, of een mol? Maar het formaat klopte niet bij mijn waarneming. We bleven alert, maar zagen niets meer in de vallende duisternis. Tot vanochtend bij het ontbijt: ‘Daar, daar is het weer!’ Manlief keek en schaterde het uit. ‘We dachten duidelijk te exotisch. Het was een poes!’ Tot zover onze kennis van de Veluwse dieren in het wild.

Parels en zwijnen

‘Kijk dan, kijk dan, een KONIJN!’ Ik zou graag hier en nu ontkennen dat deze hysterische uitspraak uit het verleden van mij is. Maar helaas. Als stadsmens word ik hyper van wild in het wild, van welke soort dan ook. Ik heb meermalen Manlief de schrik van zijn leven bezorgd als we langs een weiland reden en ik een levende beweging bespeurde. Dus je kunt je voorstellen hoe ik reageerde toen ik een paar dagen geleden een wild zwijn zag tegenover ons vakantiehuis. Met open mond zag ik drie gestreepte biggetjes in haar kielzog lopen. Meer dan ‘Kijk dan, kijk!!!!’ kon ik niet uitbrengen. Oké, er staan twee hekken en een fietspad tussen hen en ons, maar toch komt de natuur wel heel dichtbij zo. Een dag later stapte ik voorzichtig over het wildrooster en waagde me met kloppend hart voorzichtig aan die kant van het pad. Nog geen twintig passen verderop zag ik er al een, een meter of vijftig links van me in het bos. Ik wist niet hoe snel ik terug achter het hek moest komen. Zelfs Darwin laat z’n hele goede opvoeding schieten als hij er een ruikt: hij joelt alles aan elkaar en wil maar één ding. Deze vakantie is er dus geen sprake van een loslopende Beagle: we houden hem stevig aangelijnd om te voorkomen dat we heel in de verte een staartje zien verdwijnen. Maar het spreekwoord klopt: alles went. We zijn nu vijf dagen hier en hebben al talloze zwijnen gezien. Een paar keer oogcontact gemaakt zelfs. ‘Heb je er weer een’, klinkt het nu. ‘Ik pak de volgende wel, ben even bezig’, luidt het antwoord. Het wachten is op dat konijn. Want die heb ik hier nog niet eentje gezien. Spannend!

Daar kom je tot rust

Normaalgesproken ben je per definitie aan je vakantie toe als het bijna zover is. Maar dit keer was het voor ons nog een extra tandje doorbijten. We hebben ‘bijzondere’ maanden achter de rug. Boventalligheid, zoektocht naar een baan, prachtige nieuwe werkkring en daarnaast de mantelzorg voor en het verdriet over onze ongeneeslijk zieke Buurman/BFF. Ook bij Manlief stapelden de uitdagingen zich op. De batterijtjes moesten echt even aan de oplader. Met wat puzzelen, googelen op leuke vakantiehuisjes en vrije dagen berekenen kwamen we uit op de eerste twee weken van oktober. Met een klein ‘maartje’: we hadden al beloofd om dan een lang weekeinde op de logeerbeagles te passen. ‘Gewoon meenemen’, zei de huiseigenaar. En zo ploften we met z’n allen neer in een uiterst comfortabel huisje midden in een bos. De tuin is omheind, dus de honden liepen in en uit naar eigen believen. Heerlijk. Of toch, nog een klein maartje. Want Willow is zeven maanden oud en de dag kan niet vroeg genoeg beginnen voor haar. En dat doet ze met verve. Ach, het is zo’n vrolijk beestje, en die paar dagen konden er ook nog wel bij. Gisterenmiddag werden ze opgehaald. En was het ineens ‘toch wel erg stil’. ‘Dus morgen slapen we uit’, namen we ons plechtig voor. En dat deden we. Tot vijf over acht. Een enorm lawaai recht naast onze slaapkamer. Ik schuif de gordijnen opzij en zie het lachende gezicht van een jonge knul in een blauwe overall achter het hek. Hij zwaait en roept iets. Naast hem staat een enorm gevaarte. Kennelijk staan er achter het huis een paar bomen in de weg. Met een zucht stap ik onder de douche. De dag begint in elk geval met de heerlijke geur van versgezaagd hout. ‘Trek de natuur in, daar kom je tot rust.’ Morgen nog maar eens proberen.

Warme omhelzing

“Waar kom je vandaan?” Het begon ogenschijnlijk onschuldig. Toen ik antwoord gaf, zei mijn collega: “Wat toevallig, mijn vrienden en ik hebben daar binnenkort een weekeind gepland.” En aan het eind van het kennismakingsgesprek was ik dus hun stadsgids. Ik vond het leuk! Getogen en gebleven in mijn geboortestad weet ik natuurlijk het een en ander van de geschiedenis. Maar tijdens de voorbereiding kwam ik een heleboel onbekende wetenswaardigheden tegen. Ik schrapte en vulde aan, sneed bochten af en maakte omwegen. Totdat ik een mooi programma van zo’n twee kilometer rondom het stadscentrum had gemaakt. Vandaag ontmoette ik het gezelschap van bijna 25 man, keurig een Brabants kwartiertje na de afgesproken tijd. En stak ik van wal. Tussen de highlights kwam er telkens eentje geïnteresseerd naast me lopen. Hoorde ik dat de meesten elkaar al kennen vanaf de peuterklas. Ze zijn inmiddels door het hele land uitgewaaierd, hebben vrienden of vriendinnen toegevoegd of laten gaan, maar spreken elk jaar een weekeind af. Ergens in het midden van de route kreeg ik plagerig de bijnaam ‘Moeke’. En toen ik afsloot na een test over bekende stadsgenoten, werd er spontaan ‘Moeke, bedankt!’ gezongen. Moeke?! Ach ja, qua leeftijd had ik hun moeder kunnen zijn. Dus ik beschouw het zoals bedoeld als een eretitel. Met een pakket vol heerlijkheden als dank fietste ik terug naar huis. Hen vol vertrouwen in de warme omhelzing van mijn stad achterlatend.

Natuurlekker

Vriendelijk loopt ze ons tegemoet, terwijl ze met een uitnodigende zwaai van haar arm de gezellige tafeltjes onder de aandacht brengt. ‘Kies een fijn plekje uit!’ Dat doen we. De stoelen zitten zalig, dat maakt het straks nog moeilijker om te vertrekken. Maar zover is het nu nog niet. We bekijken de mooi uitgevoerde menukaartjes en de specials die op de spiegel aan de wand staan geschreven. Een Kijkje in de Keuken lijkt ons wel wat: soep, wraps en salade. De keuken is sowieso te zien vanaf onze zitplaats: schoon en praktisch ingericht. Ik kies als drankje voor ‘Oplaadthee’, de anderen geven voorkeur aan koffie. Geen filter of zelfs Nespresso: een gigantisch glimmend bakbeest dat de verwachting van overheerlijke koffie waar maakt. We zijn niet de enige gasten, en de ruimte tussen de tafels is precies goed: niet te ver en niet te dichtbij. De drankjes worden snel gereserveerd, terwijl de gastvrouw op dit moment geen ondersteuning heeft. Het maakt niet uit, de sfeer is ontspannen. Ze maakt zelfs tijd voor een kort gesprek. Dan duikt ze de keuken weer in voor onze lunch: alles wordt vers bereid. We sluiten af met een zoete traktatie: crostata met hazelnotenroom waar ik nog nooit van heb gehoord maar waar ik geen afscheid meer van kan nemen. Als het dan toch tijd is om te vertrekken, beloven we natuurlijk terug te komen. Natuurlekker is een verborgen parel die je zo snel als mogelijk wilt ontdekken. Ga naar de website, volg haar op Facebook en deel het binnen jouw netwerk. Ik ben keitrots op mijn oud-collega! PS ben een dag later teruggereden voor een grand dessert to-go. Ook geen spijt van.

Bericht voor de tandenfee

“Hij moet eigenlijk een gebitsbehandeling hebben”, zei de dierenarts. “Dat is een zwakke plek bij Beagles en kan grote problemen voorkomen.” En dus maakten we een afspraak. Hij had ook een raar bultje op zijn bil, waar ze gelijk naar zouden kijken als hij toch onder narcose was. Ik zag er duidelijk veel meer tegenop dan hij. Zijn grootste bezwaar was eigenlijk dat hij nuchter moest worden afgeleverd. Dat vond hij niet grappig. En toen we hem na een aantal uur mochten ophalen, was hij helemaal pissed. Een kale poot van het infuus, een kale bil zonder bult en een lege plek in zijn kaak waar twee losse kiezen zijn verwijderd. Maar het leed was gelukkig ver geleden toen hij op een extra zacht kussen in zijn stoel lag. En ik hem het doosje met de twee kiezen liet zien. “Die leggen we vanavond onder je kussen”, fluisterde ik in zijn fluweelzachte oor. “En dan zul je zien dat de tandenfee er morgen vast twee kluifjes voor in de plaats heeft gelegd!” Met mijn arm om hem heen en die belofte in gedachte viel hij in slaap, dromend over betere tijden. Het komt gelukkig allemaal weer goed met hem.

My first oops

Het is druk op kantoor. Conform de corona-maatregelen werken we zoveel mogelijk thuis, maar vandaag heb ik twee afspraken en een klus waarvoor ik naar Den Bosch ben gereden. Normaalgesproken zit er een man of acht verspreid over twee verdiepingen, maar nu is er blijkbaar ook een belangrijke vergadering. Ik zit in het blikveld en iedereen knikt vriendelijk naar me bij het betreden van de zaal. Als ik halverwege de ochtend koffie haal, hebben ze net pauze. Al snel ontstaat er een rijtje bij de toiletten. Een van de heren wandelt geduldig heen en weer. “Boven zijn er ook toiletten”, attendeer ik hem behulpzaam. “Via die trap en dan rechts.” Hij bedankt me en verdwijnt. De receptioniste wenkt me, met moeite haar lach bedwingend. “Dat is dus de eigenaar van het moederbedrijf, die kent de weg hier!” Ik verschiet prompt van kleur. “Echt waar? Wat stom!” Ze wuift het weg “Je wilde alleen maar helpen. En het is een zeer geschikte man!” Als ik hem even later tegen kom, stel ik me voor als nieuwe collega. Hij vraagt geïnteresseerd naar mijn achtergrond en ziet gelijk mogelijkheden voor een van zijn projecten. “Ik neem contact met je op, leuk dat je bij ons komt werken.” Dan verdwijnt hij de vergaderzaal weer in. De receptioniste knipoogt naar me. “En toch ….”, grinnik ik toegeeflijk, “En toch ligt het niet aan mij. Hij lijkt gewoon helemaal niet op de foto’s die ik van hem heb gezien.” Waarmee ik zoals gebruikelijk het laatste woord heb.

Bijkomend voordeel

“Serieus, werk je nu bij een schoonmaakbedrijf?” Ik knik enthousiast. “Onze klanten zijn zorginstellingen, zoals ziekenhuizen, ouderenzorg en GGZ”, antwoord ik. “Mijn functie is nog steeds marketing en communicatie adviseur. Maar ze zijn niet flauw met het introductieprogramma. Je loopt een aantal dagen stage in de diverse zorgcategorieën, zodat je weet wie je doelgroep is en wat deze nodig heeft.” De eerste vier weken liggen inmiddels achter me en zijn omgevlogen. Ik heb al waanzinnig veel geleerd over deze branche. De organisatie is een familiebedrijf met nadrukkelijk aandacht voor de medewerkers. Er wordt gecoacht op talenten, vitaliteit en de kracht van eigen verantwoordelijkheid. De ambitie is positieve impact te maken voor iedereen in de zorg. En daar wordt keihard en gepassioneerd aan gewerkt. “Ik heb het zo enorm naar mijn zin”, sluit ik het gesprek af. “En bijkomend voordeel: ik merk dat ik thuis nu ook anders schoonmaak. Met positief resultaat. Geweldig toch!” Lachend nemen we afscheid. De zon schijnt, het weekeind ligt voor me en ons huis is schoon. Wat wil je nog meer?

Zodiac WOW

“Zin om mee te gaan naar Zodiac in De Koepel gevangenis in Breda?” vraagt onze vriend. Nieuwsgierig kijk ik naar de intro en ben gelijk om. “Je houdt niet van musicals” zeg ik tegen Manlief. “Maar ik denk dat jij hier ook naartoe wilt. Technisch vernuft en gebruik van drones.” En zo zitten we met z’n drieën in het bijbehorende zero-waste-restaurant. “Want laten we er dan gelijk een gezellige avond van maken.” De organisatie is perfect en 100% coronaproof. Je ontvangt een persoonlijke website waarin je van moment naar moment wordt begeleid. En eenmaal op de locatie helpt de ene na de andere vriendelijke medewerker je verder. Het eten is heerlijk en op een suikerstaafje bij de koffie na blijft er inderdaad niets over van het gebodene. Als we de zaal binnen komen, valt mijn mond open. Niet voor het laatst die avond. De Koepel is zo indrukwekkend, je voelt de geschiedenis. De ruimte wordt volledig en in al zijn facetten benut. Een digitale omroeper zegt dat het maken van foto’s en films verboden is. Ik schud mijn hoofd: op de website word je juist gestimuleerd om beelden te maken en verzocht om hen te taggen! Maar voor de zekerheid dubbelchecken we of de flits uit staat. Streng kijkende zaalwachten lopen rond, maar die blijken onderdeel van de show, die feitelijk al is begonnen vóór de eerste tonen door het gebouw klinken. De show houdt me van begin tot eind in haar greep en ik betrap me er inderdaad op dat ik regelmatig met open mond zit te kijken. We merken ook waarom we op onze stoel moeten blijven zitten: ze komen van alle kanten en soms zelfs dichterbij dan 1,5 meter. De boodschap dat we beter op onze aarde moeten letten, wordt nadrukkelijk maar vriendelijk en verleidelijk weergegeven door de cast. Bastiaan Ragas is niet mijn favoriet (Rene van Kooten wel) maar hij imponeert. Als het licht uitdooft, springt iedereen in de zaal op en applaudisseert lang en hard totdat de laatste acteur is verdwenen. Het verlaten van de zaal kent dezelfde professionaliteit als de entree: we staan in no-time veilig buiten. En kijken elkaar aan: dit was spectaculair! Dit wil je meemaken. Ik in elk geval zeker nog een keer!

Verrassend leuk

“Ik rijd rustig en het is alsmaar rechtdoor”, zegt ze dapper. Mijn schoonmoeder komt door omstandigheden onverwachts terug uit Zuid-Frankrijk. Een rit van ruim 1100 kilometer, in haar eentje. Dat is inderdaad dapper. Natuurlijk is Katrien een ideale reisgenoot, maar toch: haar gespreksonderwerpen beperken zich tot slapen, eten en uitgelaten worden. Het houdt me de hele dag bezig. Snel even het vliegtuig pakken om met haar mee terug te rijden is met de huidige maatregelen niet mogelijk. Dan zegt Manlief: “We kunnen haar tegemoet rijden. En dan neem je het stuur van haar over en rijden we achter elkaar terug naar Nederland.” Verheugd kijk ik hem aan: wat een wereldidee! Als ik haar bel, houdt ze het eerst af: “Dat mag ik niet vragen van jullie!” Maar het is te verleidelijk. En zo gaat de wekker op een on-zondags vroeg moment. En rijden we drie kwartier later de Belgische grens over met koffie in de thermosmokken en besmeerde broodjes in de koeltas. Mijn favoriete nummer speelt op de radio: ‘Il est cinq heures, Paris ‘s eveille.’ Darwin maakt het zich gemakkelijk op de achterbank en ik kijk Manlief glimlachend aan. Het leven is soms verrassend leuk.