Verveling

“Gaan de hondjes toevallig donderdag naar de dagopvang? Ik moet dan naar kantoor en de dag is te lang voor haar om alleen thuis te blijven.” Helaas, Manlief en ik hebben allebei een thuiswerkdag gepland. “Maar Willow is van harte welkom hier, hoor.” En zo hebben we vandaag twéé in plaats van één Beagle rondlopen. Ze kunnen het prima vinden samen. En zijn gewend dat als we naar een scherm kijken er dus niet gespeeld wordt. Maar na een paar uur slaat toch de verveling toe. Met mijn vingers onafgebroken op het toetsenbord wurmt Willow zich onder mijn armen door en nestelt zich in de kromming van mijn elleboog. Zo kan ze door het raam naar buiten kijken. We wonen in een winkelstraat, dus er is buiten veel te zien. Dan valt me op dat ze strak naar één punt kijkt. Ik volg haar blik. En zie dat de overbuurvrouw de deur van haar winkel open heeft staan. En in de deuropening zit haar hond! Maar ook dat uitzicht verveelt op enig moment: Willow springt van mijn schoot af en kiest een knuffelbeest uit de hondenspeelgoedkist. Never a dull moment bij ons. Nou ja, bijna never dan.

Een heerlijke dag

“Zin in een wandeling?” Dat heeft ze. Het is heerlijk weer, fris met een zonnetje. Er ligt een prachtige plas op een kwartiertje afstand waar je omheen kunt wandelen en de honden kunnen rennen. Dat dachten meer mensen, blijkt als we arriveren. Gelukkig is er ruimte volop. We lopen met de klok mee achter een stevige Berner Sennen met bijbehorende eigenaar aan. En zwaaien naar een paar durfals die gierend van het lachen de kou van het water trotseren. “Hier even stoppen”, zeg ik bij een mooi stukje zand met riet. Ik zet de honden in positie en schiet een aantal plaatjes. Dan geef ik het commando ‘vrij’. Tot mijn verbazing blijven beide honden zitten. Ik ga op mijn knieën zitten en maak wat foto’s vanuit een andere hoek. “Toe maar” heeft echter net zo veel (lees: weinig) effect als ‘vrij’. Verbaasd kijk ik naar beide modellen. Dan valt het kwartje. Of liever gezegd: de kluifjes. Want met name Darwin weet alles van portretrecht. Hij vindt het prima om te poseren. Maar daar moet wel wat tegenover staan. Ik pak een paar brokjes en geef die aan Misty en Darwin. Die vervolgens wegsprinten, de zon en nog meer fotomomenten tegemoet. Wat een heerlijke dag!

Pyjamaparty

Sinds een paar weken heeft Misty, de hond van mijn moeder, regelmatig ‘ s nachts ‘ongelukjes’. Ze is vrolijk en (te) energiek. Toont geen pijn of ongemak. Maar het is bepaald geen feestje om ‘s ochtends in een sterk ruikende plas te stappen. Dus wordt de dierenarts ingeschakeld. Het urinemonster toont duidelijk aan dat er iets mis is. Wat? Dat gaan we onderzoeken. Te beginnen met een kuurtje. En om mijn moeder wat nachtrust te gunnen, slaapt Misty vannacht bij ons. “Darwin wilde een slaapfeestje”, vertel ik mijn nichtje. “En daar had Misty wel zin in!” Beide betreffende honden kijken me enigszins verontrust aan. Wat is dat nu weer? Maar ik wuif het weg. En als het bedtijd is, trek ik hen zonder tegenstribbelen een heuse pyjama aan. Ze laten het gelaten toe. De grens van het toelaatbare is in zicht, maar nog (net) niet overschreden. Eerst beter worden. Dan praten we verder. Al dan niet in pyjama.

Elk voordeel heeft z’n nadeel

Alweer anderhalf jaar werk ik bij mijn nieuwe werkgever. Met plezier: fijne collega’s, uitdagend werk en een warm kloppend hart voor de doelgroep. De reisafstand was even wennen: van tien minuten op de fiets naar drie kwartier met OV of auto. Maar al snel merkte ik, dat daar ook een niet te versmaden voordeel aan verbonden was. Station Den Bosch heeft namelijk een Starbucks-vestiging. Dus voor een kantoordag beloon ik mezelf met een speciale koffie. Mijn collega’s, ook fan van Starbucks, delen mee in de vreugde. Meestal vertrek ik met meerdere bekers uit de vestiging. Zo ook vandaag: met twee thermosmokken en een glimlach loop ik terug naar de auto. Starbucks heeft superhandige bekerklemmers, maar ‘omdat het maar een klein stukje is’ heb ik die laten liggen. Ze staan stevig genoeg in de houders van het middenconsole. Als ik de auto heb geparkeerd, pak ik mijn rugzak en lunchtasje. En reik ik naar de twee mokken. Maar iets gaat er fout in die handeling. Ik stoot tegen het stuur en met een elegante boog belandt zeker de helft van de inhoud van een beker tegen het portier. De binnenkant van het portier. Het vak aan de binnenkant van het portier! Bijzonder hoeveel koffie er uit zo’n klein ontluchtingsgaatje kan komen. Overal zie ik Caramel Macchiato zich plakkerig in de kieren nestelen. Ik uit een krachtterm waarvan ik niet wist dat ik die kende. En grijp dan het handdoekje dat gelukkig standaard in de auto ligt. Zo goed en zo kwaad als het gaat dep ik de boel droog. Dan pak ik mijn boeltje bij elkaar en loop naar de ingang. ‘Gelukkig nieuwjaar!’ wenst een collega me blij toe. Ik knik vriendelijk terug. Over een half uurtje of zo zal ik haar van harte hetzelfde toewensen. Zodra ik koffie heb gehad. Uit een beker die ik extra stevig zal vasthouden.

Mij niet bellen

We waren eind dertig toen we elkaar leerden kennen, Manlief en ik. Een van mijn eerste vragen was of hij op zoek was naar een kroegtijger. Want zo ja: “mij niet bellen”. Mijn bedtijd is zo rond 22 uur. Met veel inspanning kan ik er een uurtje aan toevoegen. Maar dan vallen de luiken letterlijk dicht. En Oudjaarsavond is echt een uitdaging. Dus als ik op 1 januari wakker word, ben ik brak, variërend van ‘stil en humeurig’ tot ‘lichamelijk en geestelijk’ afwezig. Vandaag valt het mee. Na een heerlijk ontbijt met Manlief en een aantal koppen koffie app ik onze Vriend en logeerbeagle of ze zin hebben in een frisse nieuwjaarswandeling. Samen met Darwin en Misty, de hond van mijn moeder, lopen we langs de Donge. Het is mooi weer en we komen veel andere wandelaars tegen. Uitvoerende goede voornemens? We groeten ze vriendelijk. De honden hebben samen volop lol en tussendoor krijgen ze herhalingslessen Gehoorzame Huishond (die ze schaterend negeren). Terug bij de auto voel ik me een stuk prettiger. Ik knuffel onze Vriend en keer dan terug naar huis. Daar kijk ik de oudejaarsconference van Claudia de Breij terug. En verzorg ik een heerlijke avondmaaltijd voor Manlief en mijn Moeder. De eerste dag van januari is geen favoriete dag van mij. Maar deze was gezellig. Happy New Year!

Dag prinsesje

“Wel handig om te weten: ze is een prinses. Incognito uiteraard. Maar toch.” Zo werd onze logeerbeagle Sydney geïntroduceerd bijna elf jaar geleden. En de eigenaren waren niet de enige die dat dachten. Ook de baas van de dagopvang was ervan overtuigd. Als ik hem soms vertelde over haar goedgemutste arrogantie, haalde hij zijn schouders op. “Dat doet een prinses nu eenmaal.” Lieve Sydney. Ze kwakkelde de laatste tijd een beetje. Gebroken tand. Oorontsteking die maar niet over wilde. Stramme spieren. Maar ze hield vol. De oudste beagle van de fokker is 14,5 jaar oud geworden. Sydney was ervan overtuigd dat ze het record op haar slofjes zou verbeteren. En wij hoopten heel hard met haar mee. Het mocht niet zo zijn. Gisterenavond ging het goed mis. En vanmiddag vertrok ze. Weg van haar eigenaren en van ons. Naar Bandit, haar vriendje die haar opwachtte over de regenboogbrug. Het is goed zo. Maar het afscheid voelt erg scherp. Vorige week nog lag ze hard snurkend op mijn voeten onder het bureau. Want dat kon ze als de beste: snurken, waar nodig met open ogen! Ik heb haar gelukkig nog een stevige afscheidsknuffel gegeven toen. Dag prinses. Dag lieve, lieve Sydney. Maak de regenboog nog mooier. We zullen je zo heel erg missen.

Voor al uw Snelle klussen

Terwijl de honden met elkaar ‘in gesprek’ zijn, maken Buurvrouw en ik een praatje. Over het ‘drama’ met de lege accu van de cabrio, over haar kleindochters en over het gezellige spontane etentje afgelopen zondag. Dan zegt ze: “Ik durf het bijna niet te vragen. Maar zou jouw echtgenoot vanavond even naar het klokje op mijn oven kunnen kijken? Het lukt me niet om de juiste tijd in te stellen.” Natuurlijk wil Manlief helpen. En het blijkt inderdaad lastiger dan nodig. Het apparaat blijft maar hangen in de bereidingstijd. Buurvrouw oppert een paar keer om het op te geven, maar dat druist tegen onze natuur in: je wilt de juiste tijd zien en geen ingenieus rekenmodel om te weten hoe laat het is. Uiteindelijk lukt het en geven we elkaar enthousiast een high-five. Als we weer terug op de bank zitten bij de hondjes met een kopje koffie, kijk ik Manlief aan. “Ik denk dat je even terug moet”, zeg ik voorzichtig. Verbaasd kijkt hij me aan. Met een knipoog vervolg ik: “Nog een paar dagen. Dan gaat de wintertijd in. En staat er opnieuw een verkeerde tijd op het klokje!”
PS: Buurvrouw had goed opgelet en heeft het zelf aangepast. Knapperd!

Dagelijks één uitdaging

“En, heb je nu wel een lekker ritje gemaakt met de cabrio?” Het appje trekt me over de streep. Ik zou me diep moeten schamen dat ik niet in de cabrio durf te stappen. Ik heb in tientallen auto’s groot en klein, prijzig en koopje gereden. Al meer dan 20 jaar schadevrij. Je moet elke dag toch minstens één ding doen dat je spannend vindt? Dat is goed voor je gestel. Dus ik haal diep adem en kruip weer achter het stuur. De auto reageert positief op mijn schietgebedje en start zonder mopperen. Ik wacht geduldig conform de gegeven instructies en druk dan op de knop voor het open dak. Ook dat werkt vandaag mee en even later rijd ik bibberend maar blij de straat uit. Iemand steekt zijn duim op en ik zwaai enthousiast terug. We zijn inmiddels redelijk ingeburgerd hier door alle oppasacties. Gisterenavond schoten maar liefst vier buren ons te hulp, zo warm. Dus ik rijd met open dak naar de bakker en haal daar een doos overheerlijke tompouces. Die geef ik met een passend kaartje af bij de buurman, die zijn acculader uitleende en geruststellende woorden uitsprak. Vooral dankzij hem rijd ik nu met een brede glimlach door de straten van Rhenen. Toch! En dat mag best beloond worden.

Cabriofobie

Mijn hele leven droom ik al ooit een cabrio te bezitten. Het romantische beeld van wapperende haren en een ontspannen houding duikt regelmatig op in mijn dromen. Ooit carpoolde ik met een collega die er een had. En me er een keer in liet rijden. Die brede glimlach heeft dagen op mijn gezicht gezeten. Dus telkens als wij op Huis & Hond passen in het pittoreske Rhenen, worden mijn ogen naar de cabrio op de oprit getrokken. Telkens benadrukt de eigenaresse waar de sleutels liggen. Maar wat als er iets gebeurt? Vandaag is Manlief naar kantoor, de zon schijnt en ik voel me heerlijk. En dus besluit ik mezelf te trakteren op een tochtje. Ik kruip achter het stuur, zet het contact aan en druk op de knop. Het dak schuift een stuk open en stopt dan. Verbaasd druk ik nog een keer. Op het dashboard verschijnt een mededeling “start motor”. Maar ook die weigert elke medewerking. Wat nu? Ik zoek het instructieboekje op, zonder een oplossing te vinden. Wel zie ik een kaartje met het nummer van de pechhulpdienst. Maar helaas, dat blijkt niet meer te kloppen. Dan bel ik toch maar met de eigenaren. En die weten wel raad. Ik had eerst de motor moeten starten. De openingspoging heeft de accu leeg getrokken. Na een tweede telefoontje komt de buurman met startkabels om het probleem op te lossen. “Maak je geen zorgen, hoor. Het is ons ook een keer gebeurd. Eind goed, al goed. Toch?” Ik bevestig aarzelend. “Heel fijn dat het dak weer dicht is. En weer wat geleerd vandaag! Maar helemaal goed? Dat net niet. Want ik vrees dat ik er een cabriofobie aan overhoud!”