Darwin en drones

Vorig jaar hadden we al een flauw vermoeden. Maar afgelopen weekeinde viel alle twijfel weg. Darwin heeft ‘iets’ met drones. Hij is er stapeldol op. Het geluid, de allesziende groen-rode oogjes, de snelheid waarmee een willekeurige afstand wordt overbrugd. Het maakt hem knettergek van enthousiasme. Zodra mijn Broer de status van de drone wijzigt van parkeerstand naar ‘airborne’ schiet Darwin in de actiemodus. Hij springt hoger dan hoog om contact te leggen. Blaft in vele toonhoogtes om de aandacht op zichzelf te vestigen. En als de drone het ene kwadrant verruilt met het volgende, stormt hij er zonder ook maar een seconde te aarzelen achteraan. Andere strandgangers kijken het verbaasd aan en schieten vervolgens in de lach. Hij ziet ze nog niet staan! Zijn ogen zien maar een ding en dat is het spinachtige apparaatje in de lucht. Ben heel benieuwd wat er op zijn verjaardagswensenlijstje staat!

Advertenties

Oma is jarig

Ik schiet overeind als de slaapkamerdeur wordt open gegooid, een rolfluit met het onmiskenbare geluid naar binnen wordt getoeterd en de deur met een knal weer wordt dicht getrokken. Manlief mompelt iets over het herinvoeren van oud-Hollandse martelstraffen. Ik ben minder amused. Maar oma wordt vandaag 77 jaar en dat mag iedereen weten volgens mijn neefje. Hij heeft een punt. Nadat de gemoederen bedaard zijn, volgt een feestelijk ontbijt waarbij de jarige zich wentelt in de welverdiende aandacht en de zelfgemaakte cadeaus. De gekleide asbak uit onze jeugd heeft plaatsgemaakt voor een waar kunstwerk van gesmolten plastic kleurkorrels. Dan trekt iedereen zijn of haar jas aan voor een heerlijke strandwandeling. We maken de traditionele familiekiek met hulp van Broer z’n drone, terwijl passanten geïnteresseerd en geamuseerd toekijken. De jarige geniet met volle teugen en iedereen mag het weten. In het vakantiehuisje wacht nog meer verjaardagsaandacht in de vorm van taart met slagroom, telefoontjes en social media-wensen. Na een tweede wandeling langs de branding vertrekken we naar het restaurant. Oma houdt op verzoek van de kleinkinderen braaf haar feesthoedje op terwijl ze haar verjaardagsmaaltijd goed laat smaken. Dan komt er een oudere heer op onze tafel af. “Ik denk dat ik u mag feliciteren met iets?” Oma licht en laat met plezier toe. Dan ronden we de feestelijkheden af. Ze heeft genoten van haar verjaardag. En ook dat mag iedereen weten.

Hoogtij(d)

Bijna zonder nadenken buig ik me voorover en raap een stuk plastic op. En nog een sliert. En een handjevol blauw ‘touw’. We lopen langs de vloedlijn van de Noordzee. “Blij dat ik niet de enige ben!”, zegt mijn Schoonzusje die met haar handen vol doorzichtig folie achter me loopt. En ook mijn Broer is al richting een van de prullenbakken met een paar verpakkingen van melk en sap die hij op het strand zag liggen. Verbazingwekkend hoeveel je op een paar honderd meter al vindt! Beangstigend ook. Iedereen kent die vreselijke foto’s van zeehonden, gestikt door het handvat van een plastic tas om hun nek. En de maaginhoud van een tuimelaar. Dit is geen hoogtij meer maar hoogtijd! En feitelijk is het een kleine moeite om tijdens een heerlijke wandeling gelijk wat troep op te ruimen. Dus terwijl we gezellig bijpraten, bukken en strekken we regelmatig richting het zand. Om met een voldaan gevoel weer huiswaarts te keren. Morgen neem ik een tas mee. Van gerecycled materiaal.

Beïnvloeden

Manlief had vorig jaar het initiatief genomen. Binnen een kleine groep liefhebbers muziek met elkaar delen. Zonder restricties en met als doel om anderen te inspireren, animeren en enthousiasmeren. Soms kwam er iemand bij, die gelijk weer een nieuwe wind deed waaien. Een liedje uit de een z’n jeugd, waar de ander nog jaren en jaren moest wachten om verwekt te worden. Of een bijdrage die een bijzondere herinnering opriep: het verhaal achter de lyrics. En bovenal nieuwsgierigheid opwekkend naar de volgende inbreng. Vandaag ben ik aan de beurt. Ik heb al opgemerkt dat de lijst een wat serieus karakter krijgt. En dat het voor mij dus verleidelijk wordt om een carnavalskraker aan te dragen! Het was bedoeld als een grapje, maar mijn zwager daagt me gelijk uit. Ik ben inmiddels allang geen carnavalsvierder meer, maar vroeger, heel vroeger vond ik het wel geweldig leuk. In mijn geheugen vind ik ineens een kraker van toen ik een jaar of tien was. Op mijn smeekbedes had mijn moeder een bijpassende outfit gemaakt. Ik kon nauwelijks ophouden met giechelen om de ‘spannende’ woorden in de tekst en de uitsmijter in de laatste zin. En scoorde vervolgens bijzonder hoog op het schoolplein. Zonder aarzelen zend ik de titel naar de groep. Mijn zwager vindt ‘m hilarisch, terwijl Manlief zijn ogen vertwijfeld naar boven richt en zich afvraagt waar hij dit aan heeft verdiend. Maar ik ruim wederom giechelend de keuken op, terwijl ik zachtjes zing: “Want …. ik …. heb …..!”

Gedeeld

“Het is er zo licht, dat had ze prettig gevonden.” Ik kijk naar de hoge ramen van het crematorium en beaam in stilte de keuze. Op de voorste rij zit mijn collega met zijn gezin en familie. Zijn moeder heeft de strijd met meneer Alzheimer achter zich gelaten en is een ster met een prachtige glimlach geworden. De muziek tussen de ontroerende bijdragen varieert. Ik verbaas me opnieuw en alweer over de impact ervan. Van een ogenrollende grijns bij de vertaling van Blue Bayou door Benny Neyman tot de stille tranen bij Claudia’s ‘Mag ik dan bij jou?’ De voorgangster zegt tegen de vijfjarige kleindochter dat tranen helemaal niet erg zijn. Die zitten in je lichaam en die moeten gewoon af en toe naar buiten. We berusten en laten het toe. Dan nemen we afscheid van de kist met het heel erg vermoeide lichaam van een geliefde vrouw, (schoon)moeder en oma. Zoeken en bieden steun aan elkaar terwijl we wachten op de familie om hen kracht te geven op deze verdrietige dag. Het is een rotziekte! Herinneringen worden niet langer gedeeld. Maar ze zullen nooit verdwijnen zolang iemand ze koestert.

Lesje geleerd

img_7064“Kijk, hier lag ik dus.” Ik wijs Manlief de plaats delict aan waar ik een paar weken geleden ben gevallen. In gedachten zie ik de witte lijnen die mijn lichaam (en dat van de twee honden) aangeeft. Manlief wijst op een omhoogstekende stoeptegel. “Dan zal dat waarschijnlijk dé boosdoener zijn van je gekneusde ribben.” Het gaat sinds een paar dagen eindelijk wat beter met me. Ik heb nog steeds een korset nodig voor  ondersteuning, hard lachen is niet fijn en ik ben onveranderd naar een goede (slaap)houding op zoek. Maar verbetering dus en daar gaat het om. Ook de impact van de gebeurtenis neemt af. Het feit dat zo’n stom voorvalletje zoveel consequenties kan hebben. Dat hulp vragen ‘even doorzetten’ en daarna de moeite echt waard is. En de heftige constatering dat ook ik vooroordeel: het meisje dat als eerste naast me neerknielde, was ‘gothic all over’. Het zou haar vast niks boeien als er iets gebeurt. Toch? Het tegendeel was waar, tot aan een bemoedigend kneepje in mijn hand aan toe. Dus naast bijzonder onverkwikkelijk heeft deze situatie ook iets goeds opgeleverd. Ik ben het me bewust en heb mijn lesje geleerd: voortaan uitkijken waar ik loop, niet denken dat ik onkwetsbaar ben en nooit meer in hokjes denken.

Adventskalender 2.0

“Weet u wat een adventskalender is?”, vraag ik haar. Ze knikt: “Dat is iets voor kinderen!” Ik lach zachtjes om mijn gekneusde ribben te ontzien en zeg dan: “Het is een dagelijks gekkigheidje met een aardigheidje, boodschap of opdracht. Ik heb er veertien voor u gemaakt. Elke dag één envelop.” Ze ligt op dezelfde kamer in het ziekenhuis als mijn moeder, en heeft vandaag verschrikkelijk nieuws te horen gekregen. Als in ‘over en uit’. Gelukkig heeft ze een euthanasieverklaring, en kan ze zelf het moment bepalen. Enigszins, want zo eenvoudig en snel gaat het allemaal ook weer niet. Over twee weken blaast ze haar kaarsje definitief uit. En om haar een dagelijks lichtpuntje te geven, heb ik een kalender gemaakt. Met vragen om terug te denken aan een favoriet restaurant, een mooie vakantie, het grootste geldbedrag ooit gevonden op straat. Ze pakt mijn handen stevig vast, in haar ogen staan tranen. We kennen elkaar nauwelijks, maar eindigheid geeft vertrouwelijkheid en maakt contact leggen gemakkelijker. Ze heeft niemand meer, op een paar verre neven en wat kennissen na. “Denk erom, hoor, één envelop per dag!”, hef ik glimlachend mijn vinger. En knuffel dan mijn moeder nog een keer stevig voordat ik weer naar huis ga. De volgende dag zit ze rechtop in bed, en zwaait al vanuit de verte. “Die van gisteren was zo leuk, er zat confetti in!” vertelt ze stralend. Ik maak even een praatje en richt me dan weer tot mijn moeder, die gelukkig langzaam maar zeker herstelt van een fikse darmontsteking. Als ik afscheid neem van de dames, zie ik dat ze zich verheugt op de volgende envelop. Ik word er zelf blij van, al weet ik dat het aftellen ook zwaarbeladen is. Iemand zou niet alleen dood moeten mogen gaan. Nooit.