Traditioneel

Floppy loopt zenuwachtig heen en weer tussen het oude en het nieuwe gedeelte van ons huis. Hij snapt er helemaal niets van. Normaalgesproken weet hij precies waar hij aan toe is. Hij heeft twee baasjes. De een zorgt voor de opvoeding. De ander is van het spel. Met de een kun je knuffelen. Met de ander kun je stoeien. De een laat hem uit, de ander zorgt dat de bak gevuld staat te wachten bij thuiskomst. Kortom, geen verrassingen maar orde en regelmaat, net zoals hij het graag heeft. En nu weet hij het niet meer. Want als hij naar het nieuwe huis gaat, staat De Vrouw daar te schuren, te schilderen en te klussen. En als hij door het oude huis naar de keuken loopt, staat De Baas daar te koken! Het moet echt niet gekker worden!

Superstar

Ons personeelsblad heeft een rubriek, genaamd ‘Mijn ding’. Een paar weken geleden belde een collega of ik interesse had om me hiervoor te laten interviewen. Of beter gezegd: of Flóppy hier interesse in had. Want hoewel hij natuurlijk geen ‘ding’ is, is zijn reputatie op mijn werk dusdanig, dat hij hiervoor in aanmerking kwam. Iedereen kent hem van mijn foto’s en verhalen. Nu worden er 175 woorden aan hem gewijd en wordt hij zelfs vereeuwigd door een officiële fotograaf. Een hele eer voor een bijna 15-jarig hondje. Maar toen ik vandaag thuis kwam, wachtte me een onaangename verrassing. Floppy was kennelijk op verkenningstocht in het nieuwe gedeelte van onze woning geweest. Het is daar redelijk stoffig. Ik kon zijn spoor zo over de vloerbedekking volgen. Floppy deelt dus geen handtekeningen uit. Wel pootafdrukken. Hij is in elk geval al druk aan het oefenen.

Afvoeden

Vandaag hadden we een teamdag. Zo’n dag is zowel inspannend als ontspannend. ’s Ochtends wordt er hard gewerkt aan inhoud, ’s middags nemen we tijd voor iets leuks in het kader van teambuilding. Ditmaal werden we onder leiding van een afvoeder geconfronteerd met een paar ingeslopen schoonheidsfoutjes. Niks geen ‘bezint eer ge begint’, maar gelijk vól erin. Met behulp van rollenspellen werd het verschil tussen ‘ja, maar …’ en ‘ja, en …’ pijnlijk duidelijk. We hielden een touwtrekwedstrijd met een denkbeeldig touw en leerden het voordeel van bewust winnen én bewust verliezen. Faalangst werd letterlijk faalplezier. Gewapend met een officieel certificaat, maar vooral pijn in de buik van het lachen, keerden we aan het eind van de dag kantoorwaarts. Met het geleerde ga ik beslist iets doen. Heb jij een aantal collega’s die hard aan een stukje afvoeding toe zijn? Neem dan vooral een kijkje op de site.

Asiel

De tranen staan in haar ogen: ‘Ik heb zo met haar te doen! Twee kleine kindjes. En dan zegt hij gewoon dat het eigenlijk al heel lang over is!’ Ik kijk haar meelevend aan. Scheiden doet lijden, niet alleen bij betrokkenen zelf. Ook familie en vrienden krijgen een tik mee. Maar dan zegt ze iets, dat bij mij aankomt: ‘Ze woont nu bij een vriendin op een flatje. En het kan gewoon écht niet. Ze zoekt een nieuw thuis voor haar hond.’ Vreemd is dat toch. Ik leef oprecht met deze voor mij onbekende vrouw mee. Maar het hoort helaas bij het leven: je blijft bij elkaar of je start opnieuw. Ook voor kinderen is het ‘gelukkig’ geen uitzondering meer om ‘van gescheiden ouders’ te zijn. Driekwart van hun klas zit in hetzelfde schuitje. Natuurlijk, het blijft intens verdrietig. Maar een hond hecht aan een vast ritme, een vaste omgeving. Hoe leg je hem uit dat het ‘allang over’ is? Mijn hart knijpt samen. Zelfs het asiel kent tegenwoordig een wachtlijst. En hoe erg ook, ik kan het Floppy niet aandoen om naast Sidney nóg een nieuw huisgenootje te nemen. Toch?

Niet storen a.u.b.

En zoetjesaan vordert de verbouwing. Over spierpijn heb ik het niet meer; teveel spieren die afwisselend luidkeels met elkaar communiceren. Maar ze geven niet op: het resultaat is duidelijk. De houten vloeren zijn geschuurd en wachten nu geduldig op de beloofde laklaag. De honden hebben de nieuwe ruimte én de overgang uitgebreid getest op speelbaarheid. De muren zijn schoon en de verf staat klaar. Het bereik van de trap is gecontroleerd: we kunnen er de plafonds gemakkelijk mee aanraken. En mijn gerafelde, met spatten uit eerdere verfactiviteiten getooide spijkerbroek kan nauwelijks wachten om aan de slag te gaan. Morgen deel 5 van ons vervolgverhaal ‘Hoe verbouw ik mijn appartementen?’ Maar vanavond hebben we vrij. Een korte pauze. Genieten van het resultaat tot nu toe. Want dat hebben we wel verdiend. Dus even niet storen a.u.b. We gaan morgen weer aan de slag.

Advies

Het goede advies van lezer en vriend André kon ik uiteraard niet in de wind slaan. Dus toog ik samen met manlief naar de bouwmarkt om verf te halen voor muren en plafond. We willen de kleuren van de twee appartementen zoveel mogelijk op elkaar afstemmen, zodat het zichtbaar een eenheid wordt. De verf op de muren van ons huis zit er echter al een jaar of vijf op. Ik heb geen idee meer van naam of kleurnummer. Maar daar zouden ze op de verfafdeling vast wel raad mee weten. Dus toen een verkoper naar hem toekwam, legde ik hem het probleem uit. ‘Het is net geen wit, het neigt naar geel.’ Hij keek me een beetje nietszeggend aan, dus ik vervolgde: ‘Het heeft nog het meest weg van deze tint.’ En wees naar een poster. Hij haalde zijn schouders op en zei: ‘U moet iets specifieker zijn, anders kan ik u niet helpen. Ik ben namelijk kleurenblind!’ Die rug van mij, dat komt wel weer goed. ’t Is maar spierpijn. Maar kleurenblind in een verfwinkel? Ik zou een andere job zoeken!

(On)mogelijkheden

Wel:

– De tafel dekken.

– Manlief gedag kussen.

– Klagen.

– Aandacht vragen.

Nog net:

– Autorijden.

– Op een stoel zitten.

– Opgewekt blijven.

– Werken.

Niet:

– Floppy optillen.

– Sokken aantrekken.

– Schoenen uit de onderste la halen.

– Een gevallen pinpas oprapen.

Oftewel: de mogelijkheden en onmogelijkheden van een klusvrouw met spierpijn in de onderrug.