Na gedane arbeid

IMG_4315-0

De training voor de Vierdaagse begint nu serieuze vormen aan te nemen. Elk weekeind staat er een stevig programma op de agenda. We hebben ook de eerste tweedaagse van elk 30 km met goed gevolg doorlopen, mede dankzij een uitstekende verzorging tijdens de pauze op de tweede dag. Darwin doet nog steeds fanatiek mee. Zodra een van ons de rugzak pakt, zit hij bovenaan de trap. Hij weet dat de route gedeeltelijk door bewoond gebied gaat, waar hij aan de lijn moet blijven. Des te meer geniet hij van de kilometers langs weilanden en door bossen. Soms holt hij een eindje zo hard mogelijk door het hoge gras: even de energie weer op peil brengen. Want ook al halen we gemiddeld 6 km per uur op zo’n tocht: hij kan natuurlijk veel harder. Als we vandaag na alweer een prachtige wandeling thuiskomen en opgefrist zijn, meld ik dat ik even een schoonheidsslaapje ga doen. Omdat het kan. En of ze me over een half uurtje willen wekken. Ik ben binnen vijf minuten vertrokken. Tot mijn grote verrassing word ik pas twee uur later wakker. Links van me ligt Manlief. Rechts zie ik Darwin. Beiden in diepe slaap verzonken. Ach ja. Na gedane arbeid is het goed rusten. En het kan.

Ik spoor (niet)

meisje

De trein rijdt van station naar station door een zonovergoten Nederland. Ik heb een plekje tegen de achterwand op de bovenste verdieping van de intercity en zit mailtjes te beantwoorden die tijdens mijn afwezigheid zijn binnengekomen. Sommige vragen serieus aandacht, andere zijn sociaal van aard. Er zit zelfs een plagerijtje tussen. Naast me zit een mevrouw, maar ik heb het scherm van mijn laptop wat naar het raam gedraaid, zodat ze niet (onbedoeld) mee kan lezen met hetgeen ik schrijf. Dan stoot ze me zachtjes aan: ‘Je hebt het niet in de gaten, maar ik zit al een tijdje van je non-verbale reacties te genieten. Jouw glimlach en enthousiaste getyp. Volgens mij heb je een hartstikke leuke baan!’ Ik kijk haar aan: een aardige blonde vrouw van mijn leeftijd met duidelijk goede bedoelingen. Dus ik lach naar haar en bevestig dat ik aan het werk ben. We praten even zonder echt op de inhoud in te gaan. Dan rijdt de trein het station in en staat ze op. Ze pakt haar spullen en wenst me nog veel plezier. Ik wens haar een fijne avond toe en kijk dan weer naar de laptop. Blij dat ik trein!

Popcorn

popcorn

‘Je krijgt wel veel op je bord de laatste tijd, he!’ We spreken elkaar regelmatig en zijn ook bevriend via Facebook. Dus hij heeft het een en ander meegekregen van de afgelopen periode. Maar zoals altijd wuif ik het weg. ‘Alles onder controle, je kent me toch!’ En ik geloof het zelf nog ook. Drukke baan, drukke 4-daagse training, drukke zorg rondom moeders, druk druk druk druk druk. Precies zoals ik het graag wil. Toch? Want ineens is het alsof er een bakje popcorn in een pannetje op het vuur staat. Door eigenlijk niets barst de ene na de andere maiskorrel met geweld open. Heel even is het eind zoek. Vliegt het me aan: machteloosheid om traag en pijnlijk herstel, verdriet om een definitief afscheid, lichamelijke en geestelijke vermoeidheid. Heel even maar. Want dan zie ik allerlei handen te hulp schieten. Een goed gesprek, een luisterend oor, een bruikbaar advies. Ik ben er stil van. Soms is het goed om flink te zijn. Soms is het beter om even pas op de plaats te maken. Even de tijd te nemen en ruimte in je hoofd te maken. En er dan weer vol energie en dankbaarheid voor al die mensen om me heen die willen helpen tegenaan. Kwestie van kalm blijven. En popcorn eten.

Tijdens regen komt zonneschijn!

4daagse

Het regent en het regent maar. We zijn bijna op de helft van de voor vandaag geplande 40 kilometer training 4daagse. Mijn haren druipen, mijn ondergoed is doorweekt en druppels vallen gestaag van Darwin z’n oren op de grond. Gelukkig is het niet koud en mijn knaloranje WeHelpen-jas valt goed op als we stukken langs de kant van de weg lopen. Bovendien houdt hij mijn bovenlichaam warm en droog. We zeggen niet veel, maar de stemming is prima: ook straks in juli kan het een dag minder fraai weer zijn. Het is alleen niet zo aanlokkelijk om te pauzeren op een drijfnatte bank. Dus lopen we maar verder en verder. We komen een man tegen, zuiderlijk uiterlijk met een grote gele Jumbotas. We zeggen gedag als we elkaar passeren. Dan horen we achter ons iemand iets zeggen. Als we ons omdraaien, komt hij teruggelopen. Hij biedt ons een mini-snickers aan: ‘for you and the lady, have a nice day!’ Ik weet niet of we er echt zo aandoenlijk uitzien als we ons voelen, of dat hij gewoon medelijden had met twee wandelaars in de regen. Maar het enthousiasme spat van onze gezichten als we hem uitbundig bedanken. En met frisse moed en energie weer verder lopen. De zon zit soms net achter de wolken. In een onverwachts uitgestoken hand. Of in een mini-snickersreep.

Sympathy pain

ben jerry

Tot mijn verbazing staan er al drommen mensen bij de locatie waar het afscheid plaatsvindt. Ik ben aan de vroege kant. Maar mijn oud-collega was al ruim een jaar ziek en twee jaar daarvoor boventallig verklaard. Realiteit is dat de kring om je heen dan vaak wat kleiner wordt. Ik ben erg blij dat het tegendeel waar is in zijn geval, en terecht! Een kleine 600 man is naar zijn afscheid gekomen. Dat doet de nabestaanden zeker goed. Tussen al die mensen vind ik gelukkig een bevriende andere oud-collega. Samen halen we herinneringen op en lachen zelfs, al voelt dat raar. Dan gaan we in de rij staan: het condoleren is voorafgaand aan de bijeenkomst. Ik geef zijn kinderen een hand en stel me voor aan zijn vrouw. We hebben elkaar niet eerder ontmoet, maar haar gezicht vertrekt even: ‘Ach Dorine, hij had het laatst nog over je!’ Dan sta ik voor de kist. Onwerkelijk, nog steeds. We lopen terug naar de achterkant van de zaal en zoeken een plaatsje. De eerste spreker neemt het woord, gevolgd door talloze anderen. Een lach om een typische opmerking van hem, een traan om een brekende stem. Een van de sprekers verwoordt de gevoelens van velen: ‘Je laat een prachtige leegte achter.’ Na dik twee uur leg ik mijn hand nog een laatste keer op de kist. ‘Dag Wil, bedankt voor alles!’ Op de automatische piloot rijd ik naar huis, zorg voor het eten, laat de honden uit. Als Manlief thuiskomt, rollen de tranen alweer over mijn wangen. Ik krijg een glas wijn, ook al is het maandag. ‘Even lief zijn voor jezelf’, zegt Manlief. Dan bedenk ik dat er nog een bak Ben & Jerry’s in de vriezer staat. En als iets goed is tegen verdriet, is het een grote kom met ijs. Terwijl ik een paar bolletjes in een bakje doe, zegt Manlief dat hij met me meeleeft. Zoveel, dat er voor hem ook wel een bolletje af mag! Glimlachend kijk ik naar de grond. Daar kijken twee ogen me aan. Overlopend van sympathy pain. En trek in ijs! Ik schiet in de lach. We moeten doorgaan. En we gaan door. Het komt wel goed. Een kwestie van tijd en van ijs.

Telkens opnieuw weer afscheid moeten nemen

Wil de Kock

‘De dood houdt jou zo bezig, dat valt me op’, zei mijn zwager ooit. Tja, dat klopt. Of het nu om een vogeltje gaat, om een bekende Nederlander of iemand in de grote of kleine kring. Het raakt me, soms harder dan ik hebben kan. Ik was natuurlijk nog jong toen mijn vader stierf en hij was de derde binnen een half jaar. Tot dat moment was de dood iets uit mijn sprookjesboek van Grimm: griezelig en intrigerend. Later, toen ik al een tijdje samenwoonde met Manlief, merkte hij op dat er wel heel regelmatig een afscheid binnen mijn werkkring te betreuren was. Opvallend vaak als hij het met zijn eigen bedrijf vergeleek. Maar ja, ik kende ook zoveel mensen. Ik wist op welke dag ze jarig waren, wanneer ze trouwden en genoot van de sociale contacten. Dan is het soms moeilijk om afscheid te nemen. Vandaag kreeg ik een smsje van een oud-collega: ‘Triest nieuws. En omdat ik wist dat jullie het laatste jaar bij Interpolis nauw hebben samengewerkt en je hem erg graag mocht …’ Tranen lopen over mijn wangen, terwijl ik mijn agenda vrijmaak voor het afscheidsmoment. Wat hebben we een lol gehad met het project en elkaar. Ik leerde van hem en hij van mij. We plaagden elkaar, maar konden ook bloedserieus van mening verschillen. Tijdens moeilijke (en gemakkelijke) momenten wisten we elkaar te vinden. En altijd eindigden we met een lach. Een paar weken geleden ben ik hem nog tegengekomen, midden in de stad, onderweg naar een afspraak. We hebben even staan praten: hij was erg ziek, maar er was hoop. Zelf achtte hij zijn kans op 50/50. Ik heb hem even heel stevig geknuffeld en hem laten beloven snel een afspraak te maken. Ik bedoelde alleen een kop koffie waarbij hij zelf aanwezig was. Dag Wil, rust zacht. Ik zal je zo missen! Van leven ga je dood. Telkens opnieuw moet je weer afscheid nemen. Maar het went nooit.