Slooppand

Een paar jaar geleden is ons bedrijf verhuisd naar een nieuw kantoorpand. We waren letterlijk uit het figuurlijke jasje gegroeid. Het pand is een tijdje onderverhuurd, maar moest uiteindelijk plaats maken voor appartementen. En sinds een paar weken is de daadwerkelijke sloop een feit. Ik rijd er bijna dagelijks langs op weg naar het werk. En kijk met enige weemoed naar de vorderingen. Daar keek ik onder de indruk naar die grote hoeveelheid gangen, mensen, afdelingen en trappen. Daar kon je die heerlijke zuurkoolsalade eten in de restauratie. Daar voelde ik me veilig en beschermd als benjamin van het secretariaat. Daar stierf een goede collega en vervolgens mijn baas na een ongelijke strijd. Dag gebouw! Ik neem de herinneringen aan je mee. Iemand heeft vast wel eens een mooie songtekst over een dergelijk afscheid geschreven!

Najib

Ergens vorig jaar zag ik ‘m voor het eerst op televisie. Zomaar, tijdens het zappen. En in notime was ik verkocht: Najib Amhali. Een Marokkaan die sinds zijn vroege jeugd in Amsterdam woont. Ik ben ‘m een beetje gaan volgen. Nog steeds op televisie, want op het moment dat een theater aankondigt hem in huis te halen, zijn alle kaarten verkocht. Maar dit jaar hadden we hem in het abonnement. Nog mooie plaatsen ook. Zo konden we de lichtjes in zijn ogen vast zien. Verwachtingsvol gingen we zitten. Om na bijna twee uur nog naar adem happend van het lachen de zaal weer te verlaten. Wij gaan regelmatig naar het theater. Zijn eigenlijk best verwend. Maar ik heb echt gehuild van het lachen. Toen we naar huis reden, sprak ik mijn verwondering uit over zijn accentloze Nederlands (en Belgisch!). Mijn vriend wees me terecht. ‘Zo zijn er veel, veel meer. Zo’n 80% van alle Marokkanen. Het is die 20% die het verpest.’ Hij had zoals altijd gelijk. Hier past dus maar een conclusie. Niks niet integratiemodel of multiculturele avonden. Ga naar Najib kijken!!!

Paaseieren

Eerste Paasdag. We zijn uitgenodigd bij mijn moeder voor een brunch. Heerlijk gegeten van al het lekkers dat ze voor ons heeft geregeld. Na het eten zoeken we traditioneel paaseieren in de tuin. Dat het een beetje regent, mag de pret niet drukken. We nemen hartelijk afscheid en reizen af naar de moeder van mijn aanstaande. Daar staat overheerlijk gebak voor ons klaar. Terwijl ik verzaligd mijn ogen sluit, zie ik nog net een paaseitje op een schilderij liggen! ‘Ssssst, we gaan straks paaseieren zoeken’, zegt mijn zwager. ‘Da’s traditie!’ Vandaag bel ik een vriendin. Ze vertelt dat ze voor haar vierjarig zoontje paaseieren heeft verstopt in de tuin. ‘Maar dit keer heb ik ze tegen de traditie in genummerd! Want toen ik afgelopen zomer in de zon lag, rook ik smeltende chocola. Een vergeten paasei!’

Definitief

De neef en nicht van mijn vriendin hebben tijdelijk gebroken met hun ouders. Problemen binnen het gezin liepen zo hoog op, dat de situatie onhoudbaar was. Ze waren nog wel ‘on speaking terms’ met hun moeder, maar hun vader wilde hen geen enkele ruimte geven aan de onderhandelingstafel. Dus was het beter elkaar een tijd niet te zien. En vannacht kreeg hij een hartstilstand. Dood. Geen mogelijkheid meer om toch tot elkaar te komen. Ik heb familieleden, die mij niets zeggen. Met wie het contact bestaat uit een ‘hallo’ en ‘dag’ tijdens familiebijeenkomsten. Breken is niet nodig, je negeert elkaar gewoon zo’n beetje. De dood van de zwager van mijn vriendin heeft me behoorlijk geraakt. Niet omdat ik hem graag mocht. Maar vooral omdat de dood zo definitief is. De kinderen hebben nog een heel leven voor zich, ineens zonder vader. De slopende ruzie is plotseling beeindigd. Definitief.

Zorgverlener

Woensdag kwam mijn vriend ziek thuis. Hij voelde zich helemaal niet lekker. Om 9 uur ’s avonds begon hij over te geven en had hij zware diarree. Ik zal jullie de details besparen, maar hij is tot 7 uur ’s ochtends bezig geweest. Ik heb vijfmaal het toilet en eenmaal het bed verschoond en schoongemaakt. Wat was hij beroerd! Het enige dat ik kon doen was af en toe een nat washandje over zijn gezicht halen. En lief voor hem zijn. Gisteren was het nog niet veel, maar gelukkig ging het vandaag wat beter. Toen belde mijn moeder. Ze was gevallen en had erg veel pijn aan haar knie. Een half uur later zaten we bij de Eerste Hulp. Recht houden ging nog wel, maar als ze hem boog, zat ze meteen op de tweede verdieping. Door het plafond heen wel te verstaan! Ze bleek een zware kneuzing te hebben en met een drukverband mocht ze weer naar huis. ‘Wel goed rusten en voor u laten zorgen!’, waarschuwde de dokter. En dus heeft zuster Dorine nu twee verpleegadressen. Tja, dat krijg je als je graag voor anderen zorgt!

Kennis van voetbal

Binnenkort organiseren we een congres voor onze klanten. Gastspreker is niemand minder dan Hans van Breukelen. Vandaag was de voorbespreking. Toch wel een beetje spannend. Maar ik had nadrukkelijk mijn professionele jasje aangetrokken en gaf dus geen krimp. Hij vertaalde ons werkgebied naar een voetbalelftal. Elke betrokkene kreeg een plekje op het veld. Toen hij Marketing & Communicatie aan de zijkant plaatste, protesteerde ik. Liever wilde ik een spits zijn! Hans legde uit dat een vleugelspeler veel belangrijker was. Deze hield het middenveld in de gaten, maar kon waar nodig toch naar voren om ofwel te ondersteunen ofwel te scoren. ‘Net als Philip Cocu dus’, vatte ik samen. ‘Aha’, zei Hans, ‘je hebt kennis van voetbal?’ ‘Nee hoor’, antwoordde ik, ‘maar wel van Philip Cocu!

Glazenwasser

Onze glazenwasser houdt het voor gezien. Hij heeft er genoeg van. Ziet het niet meer zitten en stopt er dus mee. Wij zien onszelf wel zitten door die vuile ruiten. Naar buiten kijken is ineens een kunst geworden. Dus ik ben aan het telefoneren geslagen naar bedrijven hier in de buurt. Het gaat om drie appartementen in een keer, een welkome klus lijkt mij. Maar ik krijg telkens weer ‘nee, bedankt’ te horen. Zelfs de belofte van een extra kopje koffie is niet voldoende om hen over te halen. De laatste adviseerde me de ramen zelf te wassen met zo’n magneetwisser. Iedereen kent ze: onwerkbaar! Je raakt vooral bedreven in het naar beneden lopen, sponsje oppakken en wisser weer optrekken. Er zit niets anders op, ik moet binnenkort op de ladder gaan balanceren. Als jullie een tijdje niets horen, dan weet je dus waar ik lig. Naast dat sponsje.