Afscheid van een fenomeen

Midden in een zin val ik stil. Stoot Manlief aan. En wijs. Recht voor me in de Bijenkorf staat Sinterklaas. Incognito natuurlijk. Samen met een aardige mevrouw snuffelt hij tussen de rekken. ‘Hij is het echt!’, fluister ik zachtjes. Manlief lacht. Hij weet dat ik nog heel erg moet wennen aan het feit dat de goedheiligman met pensioen is gegaan. Dat een heel kundige en aardige meneer zijn rol gaat overnemen in november. Maar dat het toch anders zal zijn. ‘Vooruit dan, zeg hem even gedag!’ Ik sputter tegen: ‘Hij zit vast niet te wachten op opdringerige fans in zijn vrije tijd.’ Maar Manlief is onverbiddellijk: ‘Echt, je krijgt er anders zeker weten spijt van!’ Ik haal diep adem. En spreek hem aan: ‘Goedemiddag! Ik wil alleen maar even zeggen dat ik het besluit wel begrijp. Maar dat ik het ook heel erg vind!’ Even kijkt hij niet begrijpend. Dan zie ik zijn zo bekende uitdrukking verschijnen. Met zijn prachtige donkere stem zegt hij: ‘Dat snap ik best, mevrouw. Maar aan alles komt een einde! Ik vind het fijn dat ik u al die jaren zo blij heb mogen maken!’ De dame naast hem glimlacht begrijpend. Ze snapt precies wat ik bedoel. Even legt hij zijn hand op mijn schouder. ‘Het ga u goed!’ Dan lopen ze verder. Richting de sokkenafdeling. Waar hij een paar knalrode kniekousen uit het rek haalt. Dat dan weer wel.

Advertenties

Social Media

Zaterdag. Ik heb zin in cupcakes. Heel veel zin. Maar zoals altijd draaf ik door. Maak ik er veel te veel. En vertel dit ook nog ‘ns op Facebook en Twitter. Collega’s melden zich spontaan. Als ze horen dat het overschot inmiddels is verdeeld onder buren en familie, wordt er fel geprotesteerd. Dus ik beloof speciaal voor hen te bakken. Zondag. Wat is dat toch met vrouwen en getallen? Ik pak een ander formaat cupcakes. En meet het beslag verkeerd. Zit ik ineens met 100 heerlijk geurende exemplaren! Ook dit meld ik voor de volledigheid maar even via de social media. Maandag. Ik word met gejuich onthaald op kantoor. In mijn mailbox een paar berichten: ‘Even op mij wachten, ik ben er bijna!’ Ik glimlach. En deel royaal uit onder bekende en onbekende collega’s. Overal blije reacties. Dan zie ik de lege werkplek waar een van mijn favoriete collega’s eerder zat te werken. Waarschijnlijk even naar een overleg? Ik leg een cupcake op zijn bureau. Met een marsepeinen hartje. Dat kan hij vast wel waarderen! Dinsdag. ‘Waar was je nou gisteren?’, vraag ik hem. ‘Ik was maar heel even op kantoor, moest daarna extern. Hoezo?’ Onthutst kijk ik hem aan. ‘Heb je mijn verrassing nog gevonden?’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Ik was al vroeg weg’. Dan schiet ik in de lach. Hij heeft zijn werkplek opgeruimd. En een andere collega is er gaan zitten zonder dat ik het heb gezien. En nu snap ik ineens die vette knipoog die ik vanochtend van een andere collega kreeg! Een waarschuwing aan alle lezers: wees voorzichtig wat je zegt op social media. En met wat je doet!

Lifter

Terwijl ik de oprit naar de snelweg opdraai, zie ik ‘m vanuit mijn ooghoeken staan. We zijn onderweg naar het ziekenhuis, mijn moeder en ik. Controle van haar schouderoperatie. Hij moet volgens zijn kartonnen bordje in een stad vlakbij ons einddoel zijn. ‘Zullen we ‘m meenemen?’, vraag ik mijn moeder? Ze knikt en ik schiet de berm in. De jongen holt naar ons toe met een rugzak en skateboard. Als we op de snelweg rijden, zeg ik: ‘Je ziet niet veel lifters meer tegenwoordig’. Hij knikt bevestigend. En zegt: ‘Terwijl iedereen die ik ken zo’n beetje lift’. ‘Misschien omdat je van die nare verhalen leest?’, opper ik. Hij kijkt verrast. ‘Zoals?’ ‘Nou’, vervolg ik, ‘moord, verkrachting, diefstal …’ Hij kijkt zo mogelijk nog verbaasder. Maar ja, dat zou ik ook doen als ik zoiets van plan was natuurlijk! Hij stelt zich voor: ‘Ik heet Rens en ik ben een heel aardige jongen die onderweg is naar vrienden in Amsterdam!’ Het half uurtje dat hij ons vergezelt, vliegt voorbij met gezellige verhalen. Als we hem bij een benzinestation achterlaten, wenst hij ons nog een fijne dag en zwaait. ‘Nou, dat viel mee’, zeg ik tegen mijn moeder. We vervolgen onze tocht en gesprek zonder noemenswaardige bijzonderheden. Als ik ’s avonds tegen Manlief vertel over mijn dag, kijkt hij even verschrikt. ‘Jullie met z’n tweetjes? En je neemt een vreemde vent mee? Je durft wel!’ Ach, we maken er geen gewoonte van natuurlijk. Maar dit was een leuke lifter. En je moet ook niet alles geloven wat ze in de krant schrijven natuurlijk.

Oogst

Vorig jaar kon ik mijn ogen er nauwelijks vanaf houden. Onze eigen kersenboom. De verkoper wees trots op twee bloemetjes die met een beetje geluk echte kersen moesten worden. Ik zocht een mooie plek uit op ons dakterras. En kocht een prachtige grote pot. In de winter kreeg hij bubbels rond zijn voeten, zodat hij het niet te koud zou krijgen. En al die verzorging had resultaat. In de lente was de boom wit van de bloesem. Een heerlijke geur hing op ons balkon. Met argusogen hield ik de groei in de gaten. En ook daarin werd ik niet teleurgesteld. De boom hing barstensvol. Vandaag is het plukdag. Stuk voor stuk haal ik dikke zwartrode kersen van de takken. Ze zijn nog niet allemaal rijp, een paar mogen nog een paar dagen blijven hangen. Met een stralende lach toon ik ze aan Manlief. Nadat hij er een heeft geproefd, zegt hij: “Goed gedaan! En je zult zien: volgend jaar bellen we mijn familie om te helpen plukken van onze oogst!’

Babypop

‘Ze wil graag een babypop van haar favoriete tante!’ Mijn nichtje werd gisteren twee jaar oud. En hoewel ze een vracht aan speelgoed heeft, is er nog geen pop te bekennen. Een pop is eigenlijk ook geen speelgoed. Een pop is emotie. Je vergeet als meisje nooit je eerste pop! Dus zei ik tegen Manlief: ‘We gaan niet alleen sightseeing in Luxemburg. We gaan ook op zoek naar een pop.’ Dat bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. De meeste speelgoedwinkels hadden alleen poppen van pluche of gebreide exemplaren. En toen we eindelijk een winkel vonden met echte poppen, viel het nog niet mee om een exemplaar met een blank gezichtje te vinden. 40% Van de Luxemburgers is namelijk van buitenlandse origine. Dus er waren negerpoppen, Indische poppen, Chinese poppen en poppen met een lichte tint. Ik viel uiteindelijk voor een babypop met een knalrood hansopje die ook in bad kon. Hij was eigenlijk iets te klein, maar hij stal gelijk mijn hart. Manlief had al die tijd geduldig buiten gewacht. Toen ik hem mijn keuze liet zien, keek hij twijfelend. ‘Ja, maar deze kan in bad!’, probeerde ik hem te overtuigen. ‘Da’s leuk, maar niet wat ze wil’, luidde zijn commentaar. En na een blik op het assortiment: ‘Die vind ik leuker!’ Ik keek naar mijn badpop. En ik keek naar zijn keuze. En zette diep zuchtend mijn favoriet terug. Maar een dag later was het leed snel vergeten bij het zien van de reactie van mijn nichtje. Ze was er zo blij mee. Babypop kreeg eten en drinken. Ze mocht mee naar het nieuwe speelhuisje dat ze van papa en mama had gehad. En ze was een van de eersten die de glijbaan van oma uitprobeerde. Als ze huilde, werd ze gelijk getroost: ‘Ach toch!’ Kortom, waar mijn nichtje ging, zag je de pop. Tevreden gingen we naar huis. Taak volbracht. En als ze later groot is, zal ik haar vertellen dat haar oom haar eerste pop heeft uitgekozen.

Luxemburg

Op 10 juni zijn we alweer zes jaar getrouwd. Geen speciaal getal, maar wel een bijzondere dag. En daarom besluiten we een paar dagen naar Luxemburg te gaan. Ik was een jaar of vijf toen ik er op een camping stond met mijn ouders en broertje. Kan me er niet veel meer van herinneren. Ik zoek en vind een mooi hotel aan de rand van het centrum. We worden hartelijk verwelkomd in het Frans, Duits en Engels. Onze oorspronkelijke kamer is nog niet klaar, maar als ze hoort dat we onze trouwdag vieren, krijgen we de bruidssuite. Zodra het koffertje op de kamer staat, lopen we de stad in. We zien het groothertogelijk paleis en de kathedraal. Het oorlogsmonument en de bruggen over het ravijn. Met de hop-on-hop-off-bus rijden we heen en weer tussen het oude en het nieuwe deel van de stad. En we genieten! ’s Avonds brengt een taxi ons naar het restaurant en haalt ons weer op. Op de kamer staan bloemen, champagne en een pretpakket! Gierend van het lachen kijken we naar de inhoud. Dan kruip ik dicht tegen Manlief aan en sluit mijn ogen. Het was een heerlijke dag. Met twee gouden ringen!

Dubbele betekenis

Een licht geïrriteerde frons verschijnt tussen mijn wenkbrauwen, terwijl ik het toetsenbord afspeur. Ik ben bezig met een tekst voor het intranet. Maar de formulering ‘130 miljoen euro’ is wat aan de lange kant. Als ik nou het woord ‘euro’ vervang door een symbool, past het net. Maar waar ik ook kijk, ik zie het teken niet. Achter me hoor ik iemand kuchen: een IT-er met wie ik goed bevriend ben. ‘Weet jij hoe ik een euro krijg?’ Hij schiet in de lach. En collegiaal als hij is, antwoordt hij eerst: ‘Als je control, alt en de 5 gelijktijdig indrukt, krijg je het euro-teken.’ Ik kijk en constateer: gevonden! Vrolijk ga ik verder met mijn tekst. Dan klinkt er achter me: ‘Maar nee, sorry, aan het muntje kan ik je niet helpen. Ik heb alleen een briefje van 5!’