Onze favoriet

‘Nog een keertje, tante Rine?’ Mijn nichtje hoeft niet lang aan te dringen. Gehoorzaam begin ik weer te zingen: ‘Einmal hupfen, einmal drehen, dann die Hande in der Schnee.’ ‘En het andere ook!’, dwingt ze af. Waarop ik zing: ‘Wie is de liefste pinguin in het land? Bobo, pinguin Bobo!’ Ze klapt verrukt in haar handjes. Ze wil niets meer weten van Elmo of Nijntje. Ze wil Bobo, net als ik, al jaren! We weten dat een skileraar in het Bobopak is gehesen, waarschijnlijk onvrijwillig. Maar het maakt ons niets uit. Wij houden van Bobo. Als we een paar uur later in de winkel staan, laat Manlief een cd met Bobo-liedjes zien. ‘Leuk voor je nichtje?’ Ik schiet in de lach en schud mijn hoofd. De terugweg in de auto is lang genoeg, vooral voor de ouders!

Advertenties

Sneeuwpret?

‘Kijk, en dat is Marcus’, zeg ik tegen mijn nichtje en zwaai naar de sleepliftjongen die we hier ook al twintig jaar begroeten. Eigenlijk allang sleepliftman dus. Hij zwaait vrolijk terug. ‘Dankzij al die sneeuw hebben wij hier volop werk en dus inkomen’, zegt hij. Mijn nichtje is minder enthousiast. Ondanks de overduidelijke genen van beide kanten moet ze niet veel hebben van al die kou. Dan zie ik haar vader op me af komen. Te laat merk ik dat hij een enorme pluk sneeuw in zijn hand heeft die even later in mijn haren zit. Ik gil en probeer weg te komen, maar ik heb geen schijn van kans. Het traditionele sneeuwgevecht (redelijk eenzijdig) is gestart. Dan horen we een kind huilen. Heel hard. Ze is volledig van streek, ervan overtuigd dat haar vader haar favoriete tante probeert te vermoorden. We staken ons gevecht onmiddellijk en proberen haar te troosten. ‘Het was maar een grapje van papa!’ Tevergeefs. Als mama haar uiteindelijk overneemt, krijgen we allebei op ons kop. ‘Zo vindt ze de wintersport nooit leuk.’ Bedremmeld druipen we af. Maar niet voordat ik het laatste woord uitspreek: ‘Hij begon!’ Heb ik toch nog gewonnen.

Een vrije dag in de sneeuw

Het sneeuwt, het sneeuwt’, jubel ik enthousiast tegen Manlief. Die grinnikt! Sinds we gisteren aankwamen, wordt er vooral gemopperd over de hoeveelheid sneeuw. Het hotel ligt in 1.70 meter sneeuw en bovenop de berg ligt twee tot drie meter! Da’s best veel als je zelf 1.68 meter bent! En het laatste wat ze hier nodig hebben, is nog meer sneeuw. Maar ik hang over het balkon en geniet!! De lucht is fris, de omgeving vertrouwd, heerlijk. Als ik naar Vriend loop, heeft hij zijn gewone kleding aan. Op mijn verbaasde blik reageert hij: ‘Dit is geen fijn weer om te skieen. Dus ik heb vandaag een vrije dag!’ Hij heeft nog gelijk ook. We zijn hier nog acht dagen. Tijd genoeg. En zo zitten we een uurtje later in het naburige stadje van Kaffee mit Kuche te genieten. Vakantie. Ik kan het iedereen van harte aanbevelen. Sneeuw of geen sneeuw.

Jubileum

Dit jaar wordt het jaar van de jubilea. Want ik werk 25 jaar bij mijn bedrijf. Manlief en ik kennen elkaar eind april tien jaar. En ook dit blog bestaat al bijna tien jaar. Na twee jaar is het helaas gecrasht. En ben ik opnieuw begonnen. Maar toen ik zojuist in een kast op zoek was naar fotopapier, vond ik een mapje. Ooit heb ik ‘voor het geval dat’ alle teksten in een Word-documentje geplaatst. En een print gemaakt. Die natuurlijk kwijt was op het moment dat het ertoe deed. Maar nu heb ik ‘m weer. Lachend en af en toe met een kneepje in mijn maag lees ik wat mij toen zoal bezig hield. De streken die Floppy uithaalde. De vrienden en collega’s die er nog waren. Tien jaar. Als ik Manlief informeer, zegt hij dat hij bezig is met een nieuw blog. In een systeem dat gemakkelijker bij te houden is, minder gevoelig ook dan Pivot. En we kunnen dan mooi de oude stukjes gelijk weer terugzetten. Ik ben onmiddellijk enthousiast. We hebben nog eventjes. Maar over een paar maanden is het hier feest! Komen jullie kijken? Zorg ik voor ‘iets lekkers’ erbij om het te vieren.

In afwachting van

Ik hoor het gelijk aan haar stem. De fokster is niet blij. De bevalling is goed gegaan. Maar het nestje is klein. Heel klein. Een tweeling! Dat heeft ze in heel haar carriere nog niet meegemaakt. Maar er zit dus geen reutje voor ons bij. Ze durft het bijna niet te zeggen. Maar ik lach geruststellend. Er zijn veel ergere dingen. En een van de andere honden is immers ook al in verwachting? Ze bevestigt dit: over drie weken komt het volgende nestje. Dat krijg je als je zoveel honden onder je hoede hebt. Dus als we nog héél even geduld hebben? Natuurlijk is dit geen probleem. En zelfs als Darwin ook niet in de buik van Ruby blijkt te zitten, wachten we gewoon af. Het is een hondje. Hij is welkom. Maar ons leven draait niet om zijn komst. Gelukkig maar. En hoe langer de voorpret, hoe leuker het bericht straks!

Nog even volhouden!

‘Kom je nog even naar de dikke buik van aanstaande moeder Merel kijken?’, vroeg de fokster. En natuurlijk wilden we dat. Dit keer gaat mijn moeder mee. Zij zal net als bij Floppy een aantal dagen per week de dagopvang voor haar rekening nemen. We worden begroet door drie enthousiaste beagles. Als we met een kopje koffie zitten en de boel weer wat is bedaard, vraagt de fokster of we klaar zijn voor de rest van de groep. En een paar tellen later worden we weer overspoeld door een tsunami van honden. Wat zijn het toch leuke beesten. Merel kijkt licht tegen mijn been aanleunend toe. Ze is ‘een beetje moe’ van een buik vol puppies. Wat haar betreft mogen ze komen. Maar zover is het nog niet. Nog even volhouden. Eind volgende week, dan verwachten we een telefoontje. Na een uurtje vertrekken we weer. ‘Goh’, verzucht mijn moeder in de auto. ‘Ik zou er zo zelf ook een nemen!’ Ik lach. Voorlopig zullen wij en zij onze handen vol hebben aan Sydney en een peuterend, kleuterend en vervolgens puberend hondje. Maar we kunnen inderdaad nauwelijks wachten tot Darwin (nog steeds werknaam) er is! Nog even volhouden!

Goede voornemens

De schor- en heesheid waar ik sinds kerstavond al last van heb, wordt steeds erger. Mijn nieuwjaarswensen op kantoor zijn nauwelijks verstaanbaar. Als ik de dokterassistente aan de lijn heb, lijkt het haar toch beter even langs te komen. En daar zit ik dan, in een overvolle wachtkamer. Een blonde vrouw die met twee kleuters binnenkomt, moppert hardop dat ze eigenlijk voorgelaten zou moeten worden met een ziek kind. Die rennen echter door de wachtruimte alsof het een speelplaats is. Ze gooien brochures op de grond en knallen met de deur van de wachtkamer. Er wordt dan ook niet gereageerd, je zit daar zelf ook niet voor je lol. Er zijn drie artsen aanwezig, maar ze hebben niet veel haast. Als ik na vijf kwartier bijna aan de beurt ben, zegt de man naast me: ‘Heb jij goede voornemens gemaakt?’ Ik glimlach en schud mijn hoofd (bij gebrek aan een verstaanbare stem). Hij lacht ook. ‘Ik wel. Ik wil dit jaar meer geduld opbrengen. Jammer dat het me maar anderhalve dag is gelukt!’