Raadsels

Er stopt een auto voor de deur. Eentje met zwartgetinte glazen. Op de zijkant staat ‘Justitie’ en naam van onze woonplaats. Een man stapt uit. Hij heeft een politie-uniform aan. Op zijn gezicht een bezorgde blik. Nieuwsgierig kijk ik vanuit het raam waar hij naartoe loopt. Hij gaat bij een van de winkels in onze straat naar binnen. Een winkel die sloten en sleutels verkoopt. Even later komt hij weer naar buiten. In zijn handen een zakje met inhoud. Hij kijkt niet langer bezorgd. Die blik heeft plaatsgemaakt voor duidelijke haast. Volgens mij ligt hier een geweldig mooi verhaal aan ten grondslag. Maar of we daar ooit achter komen?

Oud

Bij ons op de afdeling zit een aardig jongen. Niet zomaar een jongen, want die zitten er wel meer. Maar eentje die uitbundig van het leven geniet. En daar alles en iedereen van laat meegenieten. Hij houdt van mannen. Daar heb ik beslist niets tegen. Al schud ik af en toe mijn hoofd als hij weer eens tot in detail vertelt over de wilde nacht die hij achter de rug heeft. Het is vooral vermakelijk bedoelt en zoals ik al zei: het is een aardige jongen. We plagen elkaar regelmatig. En we kunnen wel tegen een stootje. Vanmiddag nodigde hij me uit om mee te gaan naar een bruiloft. Voor de grap, bovendien ken ik degene die trouwt helemaal niet. Maar ik plaagde hem en zei dat ik dan toch minimaal als iets ‘eigens’ wilde worden voorgesteld. ‘Zoals je aanstaande misschien’, opperde ik. Hij heeft tijdens het Open Huis mijn man leren kennen. ‘Ik weet iets beters’, antwoordde hij. ‘Ik stel je voor als mijn BOM-moeder!’ Schaterend liep hij weg. Mij verbluft achterlatend. Zijn móeder?! Tja. Je wordt ouder, mama, geef het maar toe!

Knuffels

Van kinds af aan verzamel ik knuffelbeesten. Toen ik op mezelf ging wonen, werd een kamer zelfs omgedoopt tot Knuffelkamer! Groot en klein, nieuw en oud vonden daar een plekje. Tot manlief kwam. We konden de ruimte goed gebruiken en dus verhuisde het grootste deel van de verzameling in een doos naar de berging. Tot nu. Want na de verbouwing zijn er weer mogelijkheden. Dus haalde ik alles weer naar boven en maakte drie stapels van de inhoud: ‘Mag blijven’, ‘twijfelachtig’ en ‘hondenspeelgoed’. Want Floppy en Sidney zijn net zo dol op pluche als ik. Sidney volgde de uitsplitsing dan ook op de voet. De derde stapel negeerde ze, dat kwam later wel. Haar aandacht gold met name de eerste stapel. En dan vooral dat ene beestje: een zwarte zijdezachte mol met een schattige uitstraling. Ik kon me niet afwenden of ze holde er snel mee tussenuit. Ik heb ‘m keer op keer afgepakt en teruggelegd. Maar ik ben benieuwd hoe lang ik het volhoud om de schattige vragende blik van dat zwarte zijdezachte hondje te negeren.

Brak

Vandaag hebben we in een zeer rustig tempo doorgebracht. Lang uitgeslapen, op het gemak ontbeten (lees: lunch) en daarna samen het huis weer in de pre-Open-Huis-situatie teruggebracht. Lege flessen en zakken chips verwijderd en een megagrote afwas weggewerkt. Zoals gezegd: zonder haast. Want je voelt het wel, zo’n feestje waarbij we de tel na de zestigste welkome gast niet meer bijhielden. Zelfs Floppy gaf het blaffen als aankondiging van een nieuwkomer op een bepaald moment op en trok zich terug in de logeerkamer. Dus wat schetst onze verbazing als deze nestor zich de meest fitte toont vandaag. Hij eet met smaak (dat is wel eens anders), hij loopt voorop tijdens het uitlaten en komt vanavond na de koffie, als wij brak op de bank zakken, met een speelgoedbeestje aanzetten. Of er interesse is in een stoeipartijtje? Sinds een paar weken krijgt hij ander, vetarm voedsel. Zou het dan toch iets uitmaken? Hoe dan ook, we zijn er blij mee. Want het is echt de bedoeling dat onze vijftienjarige nog een aantal jaren bij ons blijft!

Open huis

Vandaag zijn we op een geweldig lieve en warme manier bedolven onder bloemen, planten, champagne, cadeautjes en lofuitingen over het huis. De openingstijd van het Open Huis was vastgesteld tussen 11 en 18 uur, maar de eersten trokken al om half 11 aan de bel, terwijl de laatsten ver na half 7 de deur achter zich dichttrokken. Pinksterplannen, reisafstan-den en thuiskomst na vakantie bleken voor onze gasten ondergeschikt aan onze housewarming. Op een bepaald moment telde ik naast zo’n twintig volwassenen een twaalftal kinderen en vier honden. En alles en iedereen had het grootste plezier. We hebben genoten! Afspraken voor een oppepper van ons sociale leven zijn of worden binnenkort gemaakt. En net voor ik ga slapen, hoor ik Guus Meeuwis in mijn hoofd zingen: ‘Ik heb tranen gelachen, onnozel gedaan en tenslotte tevreden het licht uitgedaan.’ Ik kan niet anders dan het roerend met hem eens zijn.

Logica

Gisteren stond in het teken van ‘korter’ of ‘sneller’. Mijn achterband liep langzaam leeg, dus ik moest naar de garage. Helaas was het te druk om op de reparatie te wachten, dus hun klantentaxi bracht me ‘even’ terug naar kantoor. Via de korte route. Die helaas door allerlei wegopbrekingen helemaal niet sneller bleek. Mijn leidinggevende had een formulier nodig. De korte, formele route bleek veel langer te duren dan de snellere weg via een collega. Ik had een bijeenkomst, die tot 18 uur zou duren. Het leek dus het handigste en snel om manlief niet in onze woonplaats van de trein op te halen, maar bij het station vlakbij kantoor. We konden dan samen naar huis rijden. Helaas had de trein meer dan een half uur vertraging! Het blijft iets onvoorspelbaars: logica.

PS: Het is op dit moment erg druk, dus vandaar dat jullie minder nieuwe teksten aantreffen dan dat je gewend bent. Na het Open Huis morgen, het huwelijk van mijn broer volgende week vrijdag, het feest voor 1500 klanten dat ik mede organiseer op 22 juni én de reorganisatie op kantoor eind volgende maand is de frequentie in elk geval weer als vanouds. Logisch toch?!

Mijn Ding

Ons personeelsblad kent een vaste rubriek: Mijn Ding. Collega’s worden gevraagd het verhaal achter een voorwerp uit hun persoonlijke omgeving toe te lichten. En daar wordt dan een foto door een professionele fotograaf bij geplaatst. Een paar weken geleden werd ik gebeld of ik in dat kader iets over Floppy wilde vertellen. ‘Maar Floppy is toch geen ding’, sputterde ik voor de vorm even tegen. Maar daarna liet ik me natuurlijk snel overhalen. Ik werd geïnterviewd en had zoveel verhalen, dat het een uitdaging werd deze samen te vatten in een stukje tekst van zo’n 150 woorden. De fotograaf meldde zich. Hij had zelf twee honden en wist dus al gauw de aandacht van Floppy te vangen. Afgelopen weekeinde viel het blad in de brievenbus. Vandaag werd ik overspoeld met complimentjes. ‘Wat heb jij een leuke hond!’ en ‘Ach, wat een dot, zeg!’ waren niet van de lucht. Ik glom van trots! Ons fotogenieke talent lag intussen thuis languit op de bank te slapen. Ach ja, ieder gaat op zijn of haar eigen manier met complimentjes om!