Carnaval

Woon je in het zuiden, dan ben je nu niet meer aanspreekbaar. Er komt alleen nog, naast een niet te negeren bierlucht, een hoop gewauwel uit je mond. Tenminste, dat denken de Nederlanders van Boven de rivieren. Een van hen heeft er zelfs een liedje over geschreven: “Vermoord eens een Brabander”. Uiteraard vind ik dat te ver gaan, ik ben het leven nog niet moe. Maar Carnaval wel. Dus ik haast me straks tussen alle wintersportgangers naar huis en sluit deuren en ramen. We wilden vanavond uit eten gaan, omdat we iets speciaals te vieren hebben. Maar dat kan volgende week ook nog wel. Vrienden, die op bezoek wilden komen om uitgebreid onder te duiken in het Carnavalsgeraas, hebben we doorverwezen. Voor ons geen confetti en polonaise. Nog 5 nachtjes slapen en het is gelukkig weer voorbij!

Advertenties

Heb ik dat?

Het was weer tijd voor de jaarlijkse hondenprik. Dus toog ik samen met mijn moeder, bijbehorende hond Bicka en Floppy naar de dierenarts. Dat is overigens sneller geschreven dan gedaan. Floppy heeft ooit een aanrijding gehad en is toen geopereerd. Zijn rechterknie was verbrijzeld. Hij heeft er niet veel last meer van gelukkig. Maar de reden dat hij was ontsnapt, waren zijn aanwezige hormonen. In overleg met de dierenarts hebben we hem dus laten ‘helpen’. Oftewel: weer onder het mes! Sindsdien beeft hij als een juffershondje zodra we de wijk inrijden. Ditmaal vond de dierenarts, gezien de leeftijd van beide honden (10 en 13 jaar) het een goed idee om een urinetest te doen. Of ik dat dus even wilde verzamelen bij beide honden. Gewapend met een soeplepel en een hond toog ik naar buiten, mijn moeder hartelijk zwaaiend in de wachtkamer achterlatend. Vlakbij de praktijk is een grasveldje. Naast een stoplicht. Het was spitsuur. En terwijl Bicka ging zitten, schoof ik de lepel in een flits onder de bron, tot groot vermaak van wachtende automobilisten. Enigszins gegeneerd liep ik terug, met hond en gevulde soeplepel, om vervolgens de hele actie te herhalen bij hond 2. Diepe zucht. Maar goed, ik heb een groot aantal stadsgenoten een leuk verhaal bij het eten bezorgd.

40 jaar!

Vandaag is mijn vriendin 40 jaar geworden. Hieperdepiep hoera hoera hoera! Aangezien dit moment nog twee jaar en 11 nachtjes slapen van mij verwijderd is, voeg ik haar naar haar ervaringen. Ze had om 5 voor 12 haar adem ingehouden om deze ervaring te vermijden, maar gelukkig greep haar lichaam in en snakte ze net voor het moment supreme naar adem. Buiten dat moment viel het haar eigenlijk verder wel mee. Veel lieve aandacht en geen zichtbare veranderingen. Niet ineens een hoofd met parelgrijs haar of lebberarmen of zo. Ikzelf heb nooit zo met leeftijden gezeten. Niet toen ik 20 werd en ook niet toen ik 30 werd. Ik gedraag me er toch al zelden naar en ik ben van nature nieuwsgierig genoeg om te willen weten wat een nieuw jaar brengt. Bovendien schijnt je leven het leukste te zijn tussen de 30 en 45 jaar. Gelukkig maar, dan heb ik nog 6 hele leuke jaren voor de boeg! Maar jullie persoonlijke ervaringen, zowel positieve als negatieve, zijn uiteraard weer van harte welkom.

100e item

Wie had dat gedacht! Toen ik op 10 november mijn eerste item plaatste (en vervolgens minstens elk kwartier een keer keek of ik al bezoekers en/of reacties had), wist ik nog niet of ik het lek zou blijven vinden om jullie deelgenoot te maken van mijn ditjes en datjes. Of dat jullie het leuk zouden vinden om deelgenoot te worden gemaakt. Maar op een uitzondering in de vakanties zonder internetcafe na heb ik braaf elke dag een stukje geplaatst. Over sommige items was ik zelf erg tevreden. Maar kreeg ik nauwelijks reactie. Over andere had ik zelf een so-so-gevoel en werd er onverwachts veel gereageerd. En ik verbaas me nog steeds over de impact van het bloggen. Toen Lijn schreef dat haar vader was overleden, ben ik een paar dagen van streek geweest. Terwijl ik Lijn dus eigenlijk niet eens ken! En met een aantal vast lezers en lezeressen heb ik een leuk contact opgebouwd via hun en mijn log. Ik heb me vantevoren niet gerealiseerd dat dit tot de mogelijkheden behoorde. Soms vergeet ik zelfs dat ook mensen die mij wel persoonlijk kennen de stukjes lezen. Zoals collega-vriendin Marjan die mij een dag later verschrikt aansprak nadat ze op D’s Days had gelezen dat ik een snertdag op kantoor had gehad. Ze had er niets van gemerkt. En als er een ‘nieuwe onbekende’ reageert, ben ik altijd benieuwd hoe ze op D’s Days gekomen zijn. Via Pivot ku je een helemboel managementinformatie achterhalen, maar ik blijf het toch merkwaardig vinden dat mensen in mijn zieleroerselen zijn geinteresseerd. Anyway, ik vind het na 100 items nog steeds hartstikke leuk om te doen en voorlopig zal ik jullie dus gaarne overlast blijven leveren. Met jullie nadrukkelijke goedkeuring natuurlijk.

Paul

Vandaag is het een jaar geleden dat ik midden in een sneeuwgevecht werd gebeld door M. Mijn collega Paul was overleden, na een jaar met een hersentumor te hebben geworsteld. Veel te jong. We kenden elkaar veertien jaar, hij en ik. Hadden nooit echt rechtstreeks samengewerkt, maar kletsen zo af en toe even bij in de wandelgang. Toen zijn leidinggevende mij belde, lag ikzelf thuis met een zware hersenschudding. Maar zijn toekomstverwachting was te somber om mij pas na mijn herstel in te lichten. We hebben erg veel contact gehad dat jaar, zeker in vergelijking met de jaren ervoor. Hij leefde met mijn weer op de been krabbelen mee en ik met zijn hoop en wanhoop. Net voor ik op wintersport ging, beloofde hij me te wachten op mijn terugkeer. Maar we wisten het allebei. Ik ben niet teruggekomen voor zijn begrafenis. Het was goed zo, en ik wilde mijn reisgenoten hun vakantie niet ontnemen. Maar ik miste hem meer dan ik had verwacht. We hielden zoveel mogelijk contact niet ontnemen. Maar ik miste hem meer dan ik had verwacht. We hielden zoveel mogelijk contact met zijn vrouw en kindjes. En namen wat afstand op het moment dat ze daar behoefte aan leek te hebben. Om dan toch weer een kaartje te sturen: “Sterkte! We denken aan je”. En afgelopen vakantie, tijdens een sneeuwgevecht met mijn broer, moest ik aan hem denken. Dag Paul, ik mis je nog steeds, joh!

Prijsvraag

Als je niet gelukkig bent in de liefde, ben je gelukkig in het spel. Dat is een bekende uitspraak. Jarenlang had ik het ene noch het andere geluk, maar ik had een prettig leven. Tot dus vorig jaar, toen ik mijn Vriend leerde kennen. Ze mogen van mij sindsdien alle prijzen aan andere geven! Maar gisteren, toen ik thuiskwam, lag er een pakje. Ik had niets besteld en mijn Vriend ook niet. Toen ik het opende, bleek dat ik de tweede prijs had gewonnen in een Tolkien-prijsvraag. Een cassette met drie gebonden boeken, geillustreerd door Alan Lee, ter waarde van 140 euro! Ech helemaal gigantisch geweldig! Maar volgens mij zit er wel ergens op een wolk een engeltje dat zegt: “Je hebt nu een vriend, je hebt een echte prijs gewonnen, en nou voorlopig je mond dicht!”