Beagles, beagles, beagles

‘Zijn jullie er klaar voor?’ Manlief en ik kijken elkaar aan. We zijn bij de fokker van het nieuwe hondje. Hebben de laatste (al verkochte) pup uit het meest recente nestje gezien. En de mama. Een pup is altijd vertederend, maar bij de moeder moest ik even heel erg slikken. Ik zat op mijn hurken toen ze ineens op haar achterpoten ging staan en haar voorpootjes op mijn schouders legde. Ze keek me met haar grote bruine ogen heel indringend en begripvol aan. En duwde toen haar snoet in mijn hals. Warm, zacht, zo herkenbaar. Maar de pup was naar bed en de moeder had ook een plekje gezocht. Dus klaar waarvoor? Dan opent de eigenaresse een deur en buitelen negen beagles naar buiten. In een oogwenk zijn we omgeven voor pootjes, staarten, ogen en oren. Ik schater het uit. We zien allerlei tinten bruin, wit, zwart en beige. Timide, afwachtende honden. En brutale exemplaren die hun neus in mijn jaszak steken op zoek naar iets lekkers. Manlief merkt op dat als hij zeker weet dat hij geen alcohol heeft gedronken. Maar dat hij nu toch ernstig twijfelt of hij niet vijfdubbel ziet! Als iedereen voldoende gesnuffeld en gestoeid heeft (we zijn inmiddels een half uur verder), krijgen we koffie en een ‘sollicitatiegesprek’. Ze is zuinig op haar honden, en terecht. Ze wil er zeker van zijn dat we weten waar we aan beginnen. Dat een hond geen meubelstuk is. Dat hij aandacht, liefde en geborgenheid nodig heeft. Maar dat weten we zelf ook wel. Als ik haar een exemplaar van Flopperietjes laat zien, is ze overtuigd. We nemen hartelijk afscheid. Ze zal het laten weten als er een nestje is. En of er een reutje voor ons bij zit. Het kan even duren. Maar over een tijdje zal ons huis weer gevuld zijn met trippelende pootjes en wapperende oren!

Lieveheersbeestje

‘Lieveheersbeestjes zijn in tegenstelling tot wat iedereen denkt géén insecten!’ Ik ben een collega aan het inwerken, maar krijg een foutmelding van het systeem. En zoals bij elke storing van welke aard dan ook, heb ik een noodkreet geuit naar de collega die zich het beste leent tot het organiseren van een oplossing. Maar die is daar uiteraard zelf lang niet altijd ‘blij’ mee. En dat uit hij ditmaal op ludieke wijze. Hij oreert over de link naar de symbolische weergave van het diertje bij zinloos geweld. En ik volg hem in zijn gedachtengang op de voet. De collega die ik aan het inwerken ben, werkt onverstoorbaar door. Pas drie weken bij ons, maar allang gewend aan het verbale kabaal tussen ons tweeën. Als we uitgeraasd zijn, kijkt hij naar de melding. En belooft het gelijk door te zetten naar de meldkamer Ernstige Verstoringen. Lees: hij gaat ermee aan de slag. Nog nalachend loopt hij terug naar zijn werkplek, terwijl wij ook weer aan de gang gaan. Eén ding vind ik wel een beetje jammer. Nu weet ik nog steeds niet wat lieveheersbeestjes dan wél zijn!

Nachtrust

Het is een eindje na middernacht en ik zit rechtop in bed. Op straat klinkt gegil: “Staan blijven! Staan blijven!” Als ik naar het raam ben gerend om te kijken wat er aan de hand is, zie ik aan de overkant ook gezichten. Bij de shoarmatent staan ze zelfs buiten. De straat staat vol politieauto’s en is beurtelings zichtbaar in blauw licht en grauwgrijze tinten. “Ik zei: Staan blijven!” De persoon in kwestie piekert er niet over! Hij rent voor zijn hachje. Tevergeefs: met een snoekduik werkt de politieagent hem tegen de grond. Even later staat de arrestant geboeid voorover tegen de arrestatiewagen geleund. Er wordt vakkundig gecontroleerd of hij wapens bij zich heeft. Hij straalt ongeïnteresseerdheid uit, maar dat kan een houding zijn. Dan komt een motoragent aangereden. Ik schater het bijna uit. Nooit geweten dat zijn helm als zwaailicht fungeert! Het ziet er écht niet uit. De zaken worden afgewikkeld en het portier wordt dichtgegooid. Iedereen vertrekt: naar het politiebureau, naar binnen of naar bed. Maar het duurt even voordat ik weer rustig genoeg ben om in slaap te vallen. Zoveel kabaal, is dat nou echt nodig ’s nachts? Ik ben benieuwd of er morgen een briefje in de brievenbus ligt: “Sorry voor de overlast! Maar we hebben ‘m!”

Cafeine

Ik zit met een half oog naar het journaal te kijken. En met de rest lees ik een boek. Ineens landt er een vogel op de rand van mijn koffiekopje. Nu is het een bekende vogel, maar toch is het een vreemde gewaarwording! Hij maakt het zich gemakkelijk en kijkt dan geinteresseerd naar de inhoud van zijn zitplaats. Voorzichtig steekt hij zijn kopje over de rand en likt wat schuim weg. Geen goed idee! Met een ruk schiet hij weer overeind en schudt zijn veren. Je ziet hem bijna een vies gezicht trekken! Maar dan wint de nieuwsgierigheid het weer. Dit keer buigt hij dieper voorover en slikt een druppeltje door. De smaak bevalt bij nader inzien blijkbaar toch, want hij drinkt nog een slokje. Dan jaag ik hem weg. Omdat ik er a) er niet van houdt als iemand anders uit mijn mok drinkt. En b) niemand in dit huishouden zit te wachten op een nog hyperderactieve dwergpapegaai!

Nieuwe hond

De eerste signalen zijn al weer eventjes geleden. We missen Floppy nog elke dag. Maar het heeft een plekje. En het verdriet om zijn afwezigheid wordt steeds nadrukkelijker overstemd door het besef dat 18 jaar heel lang was. Dat hij heel oud was. En dat het genoeg was. We hebben de tijd genomen om het te verwerken. En nu. Nu kijken we elkaar steeds vaker aan: ‘Zou wel leuk zijn, he. Een nieuw hondje.’ Met daaraan gekoppeld de onvermijdelijke vraag: ‘Maar wat voor een?’ Ik wil het liefst een kopietje. Zijn vader zou een keeshond kunnen zijn geweest. Maar Manlief ziet vooral de bezwaren van het onderhoud daarvan. Hij is verantwoordelijk voor het stofzuigen. En zelfs met een speciale borstel werd Floppy regelmatig even boos aangekeken: ‘Wil jij je jas alsjeblieft net als wij beneden uittrekken? Daar liggen tegels in plaats van vloerbedekking!’ En dan, ineens, zien we het antwoord. We kijken naar de Ivo Niehe Show met Farah Diba. Ivo maakt een opmerking over de hond, die hem duidelijk niet mag en vanuit haar ooghoeken voortdurend in de gaten houdt. We lachen. En kijken ieder voor zich stiekum even op internet naar de kwalificaties van een beagle. Lief, ondeugende, eigen wil. Maar ook familiehond, vrolijk, leergierig. Een dag later zijn diverse emails verstuurd naar een aantal fokkers waar een nestje wordt verwacht. Het duurt nog even voordat we hier getrippel horen. We gaan ook nog op vakantie vantevoren. Maar het begin is er. Nu de naam nog!

Kleffe watjes

‘Nou, zo’n pretje is het voor mij ook niet, hoor!’, verzucht Manlief als ik voor de zoveelste keer zeg dat ik het helemaal niet leuk vind. Hij moet op zakenreis. Helemaal naar Hamburg. Het gebeurt incidenteel. Lees: nooit. Maar soms komt hij er dus niet onderuit, zoals dit keer. En sinds ik weet hoe leuk het met z’n tweeën is, vind het niet fijn om alleen thuis te zijn. Waar we overdag ook zijn, ’s avonds zijn we samen thuis. De laatste keer dat ik me kan herinneren een nacht alleen te zijn geweest, was tijdens zijn vrijgezellenavond! Alweer ruim zes jaar geleden. En toen hield Floppy me tenminste nog gezelschap. Sommige vrienden noemen ons ‘kleffe watjes’. Het zij zo. Ik slaap gewoon lekkerder als ik hem ergens in huis of in ons bed weet. Maar goed, de klant woont in Hamburg en wil hem zien. En dus trekt hij zijn nette pak aan en vertrekt. ‘Geniet er maar lekker van’, zei een collega die het gewend is. ‘Gewoon doen waar je zin in hebt.’ Dus ik trakteer mezelf op Babi Pangang, wat hij niet lekker vindt. Met een wijntje, omdat ik zo zielig ben. Ik spijbel een keer hardlopen. En werk nog een paar uur thuis door, wat normaalgesproken ook uit den boze is sinds ik op kantoor lange dagen maak. Daarna kijk ik naar een echte ‘tearjerker’ met tissues en chocola naast me op de bank. Kortom, ik profiteer van de situatie. Gelukkig is hij morgenavond weer thuis. Mijn eigen meneer Cottonball!

Low

Als ik op de weegstaal ga staan, zie ik de letters ‘L’ en ‘O’ verschijnen in plaats van het gehoopte gewichtsverlies ten opzichte van een week geleden. Ik stap af en ga nogmaals op het apparaat staan. Met hetzelfde resultaat: hij houdt de spanning erin. Na een derde poging zie ik dan eindelijk het licht teleurstellende aantal kilo’s dat ik schoon aan de haak nog weeg. Als ik in de gebruiksaanwijzing op zoek ga naar de oorzaak van de melding, zie ik dat de batterijen aan vervanging toe zijn. We hebben ‘m nu ongeveer een jaar, dus het kan goed kloppen. Zeker na het intensieve gebruik van de afgelopen periode! ’s Avonds vertel ik tegen Manlief dat ik de batterijen heb vervangen. Als hij vraagt naar de reden, zeg ik dat ik het woord ‘lo’ in het scherm zag staan. ‘Oh’, antwoordt hij, ‘Maar dat gaat niet over de batterijen. Dat is mijn gewicht! Het is hartstikke low!’ En met een tevreden blik op zijn gezicht neemt hij de eerste hap van zijn avondmaal, mijn geschater volledig negerend.