Sociaal

Zweden was echt fantastisch, begrijp me niet verkeerd. De ruimte, de natuur, de herfstkleuren. De rust en de stilte waren aangenaam na de enorme hectiek op kantoor bij ons allebei. Maar ik vind het prettig om mensen om me heen te hebben. Ik hoef niet gelijk hele levens-geschiedenissen te horen, maar een praatje over het weer of de hond is wel gezellig. In Zweden wonen niet zoveel mensen op de vierkante kilometer. En ze zijn dus ook erg op zichzelf aangewezen. Dat merk je gelijk in de (weinige) sociale contacten. Ach, zoals gezegd, het was een heerlijke vakantie. En als je niet zo extravert bent net als ik, heb je het er beslist naar je zin. Of zoals een introverte collega met een vakantiehuisje in Noord-Zweden zei: ‘Ga je naar het zuiden? Mij niet gezien! Veel te druk!’

Donker

De dichtstbijzijnde buurman zat vier kilometer verderop. Het meer had meerdere vakantiehuisjes, maar aangezien het seizoen voorbij was, hadden we het helemaal voor onszelf. Ook in de supermarkt heb ik nooit iemand anders gezien dan de kassajuffrouw. Kortom: ze zijn behoorlijk op zichzelf, die Zweden. Prima overdag, als het licht was. Maar ’s avonds had ik er meer moeite mee. Donker in Zweden is echt donker. Een prachtige sterrenhemel maar je zag werkelijk geen hand voor ogen. Of een eland. Of een seriemoordenaar. En niemand in de buurt om te hulp te schieten. Manlief had nergens last van, maar ik voelde me dus niet zo heel veilig. Na een paar nagenoeg slapeloze nachten ben ik wat rond gaan snuffelen. En vond de oplossing. Een bijl! Oorspronkelijk bedoeld om hout mee te hakken. Maar ook handig in bedreigende situaties. Perfect! Mijn aanvalsplan had slechts een minpuntje. Manlief voelde zich niet langer ontspannen. Je weet maar nooit wat een zenuwachtige vrouw per ongeluk met een bijl afhakt.

Souvenirs

Zweden was prachtig! Wat een rust, stilte en natuur! ‘Wat heb je voor mij meegebracht?’ Zes dagen was eigenlijk te kort om echt een beeld te krijgen, het land is bijna tien keer zo groot als Nederland. ‘Wat heb je voor mij meegebracht?’ Maar mensen hebben we nauwelijks gezien. Ze zijn ook niet ingesteld op toeristen. Elke stad heeft een supermarkt en daar moet je het mee doen. ‘Wat heb je voor mij meegebracht?’ Ook shoppen of gezellig uit eten kennen ze niet of nauwelijks. Omdat er zo weinig mensen wonen (in totaal 9 miljoen en de meesten in Stockholm), zijn ze letterlijk op zichzelf aangewezen. ‘Wat heb je voor mij meegebracht?’ Nooit geweten dat ik dus stiekum echt bang ben voor het donker. Want het was me daar ’s avonds donker! Hoewel, de sterrenhemel is gewoon niet vergelijkbaar met onze eigen verlichte landje. ‘Wat heb je voor mij meegebracht?’ Maar zoals ik al zei, Sidney, je kon daar nauwelijks iets leuks kopen. Gelukkig had het laatste benzinestation in Zweden een knuffel-eland. En aan je reactie te zien ben je er dolblij mee! Fijn om weer thuis te zijn!

Autowasstraat

Morgen vertrekken we naar Zweden. Alles staat klaar in de gang. We hebben Deense en Zweedse kronen gehaald (da’s wennen, een land dat niet meedoet met de Euro!). En ook Floppy’s koffertje is gepakt. Nu alleen nog even de auto door de wasstraat. Ik zet de auto netjes op de juiste plaats en loop naar het bedieningsapparaat. Als ik het eerste cijfer van de code intoets, hoor ik ineens een damesstem ‘Wacht’ over de intercom zeggen. Ik bevries in mijn handeling. Mijn vertrouwen in autowasstraten is toch al niet groot: ons autootje lijkt zo klein en kwetsbaar tussen die woeste zwiepers. Afwachtend kijk ik om me heen, maar er gebeurt niets. Als ik de knop nogmaals indruk, klinkt er weer ‘Wacht!’ En wederom zonder welke vervolgactie dan ook. Dan valt het kwartje. Het eerste cijfer is een acht. En voor slechtzienden wordt er blijkbaar een stem geactiveerd. Ik w-acht niet langer en stel de wasstraat in werking. Als de pompbediende via de beveiligingscamera’s heeft meegekeken, dan heeft hij vast gelachen. Net als ik!

Dromen

Drie uur ’s nachts. De dierenarts van Floppy moet invallen bij een indoor Europees tenniskampioenschap. Hij blijkt een natuurtalent en wint wedstrijd na wedstrijd. Het publiek wordt wild en ik voel een merkwaardig soort trots: mooi wel de dierenarts van Floppy. Als hij wint, juich ik het hardst van allemaal. Negen uur ’s ochtends. Samen met Floppy sta ik in de praktijkruimte. Hij krijgt een bepaald tabletje om zaterdag Zweden in te mogen. De dierenarts moet het hem toedienen. En vervolgens in zijn paspoort aantekenen. Ik kijk toe en glimlach. Zal ik hem vertellen over mijn droom? Het is een aardige man en we kennen elkaar al bijna 16 en een half jaar. Ik besluit toch maar te zwijgen. Wat zal hij niet denken!? Als Floppy het tabletje eindelijk na veel gemor en tegengesputter heeft ingeslikt, wenst hij me een fijne vakantie. ‘Dag dokter, veel succes …. met de rest van uw werkdag!’

Shampoo

Floppy was hard toe aan een goede knipbeurt. De laatste jaren heb ik dat zelf opgepakt. Hij kon niet overweg met de hondentrimster. En ik wilde hem op zijn leeftijd niet meer aan teveel stress onderwerpen. Dus nam ik zelf de schaar op. Niet dat dit minder spanning veroorzaakte bij Floppy. Maar het was iets. Hoewel. Op een gegeven moment vroeg zelfs de dierenarts wat ik toch met hem had uitgespookt. Happen hier en flossen daar. Daarom besloten we een afspraak te maken bij de kapster van Sidney. Ze maakte een plaatje van hem dat niet ‘bewogen en scheef’ was. Hij zag er echt schitterend uit. Eenmaal thuis bewonderde manlief onze hond. Toen hij uitgejubeld was, had hij nog een uitsmijter. ‘Toch heb ik ook een tip voor je, Floppy’, zei hij. ‘Je moet stoppen met Sidney’s shampoo te gebruiken. Je ruikt als een meisje!’

(On)verstaanbaar

Hij is oud geworden. Heel oud. De vroegere nachtportier van ons hotel. Maar met zijn geheugen is niets mis. Hij herkent ons gelijk: ‘Meine traue Stamgaste!’. Zijn wereldje is klein geworden. Een paar weken geleden is zijn tweelingbroer overleden. Zijn vroegere werkgevers houden gelukkig een oogje in het zeil. En halen hem af en toe even terug naar zijn vroegere werkplek. Hij mag graag dan wat bekende gezichten tegenkomen. Ditmaal die van ons. Zijn Oostenrijkse dialect is nagenoeg onverstaanbaar. Maar zijn ogen glinsteren van genoegen. Bij het afscheid grijpt hij mijn beide handen: ‘Brav bleiben!’ Ik beloof het hem met een knipoog. We verstaan elkaar zonder woorden nog beter. Dag Stefan. Bis nachstes Mal!