Vlechten en fröbelen

Bijna zonder nadenken, zeg ik: “Kan ik helpen?” De eigenaar van Darwin’s dagopvang antwoordt: “Nou ….” En zo rijd ik op zondagochtend om half negen richting Haaren. De nieuwe overdekte trainingsruimte is een extra feestelijke reden voor de Open Dag. Er zijn standjes met hondenvoer en kluiven. De wei naast de receptie is opengesteld voor extra parkeerruimte. Er is koffie met koek voor de vele bezoekers. En er zijn allerlei vrijwilligers om te helpen er een geweldige dag van te maken. Ik word samen met een aardige vrouw ingedeeld voor de knutselwerkjes en kleurplaten. We zorgen dat alles op tijd klaar staat en dan roept iemand: “De eerste gasten zijn er!” Vanaf dat moment is het aanpakken. Kinderen en volwassenen, hondenliefhebbers of kattenfans: iedereen wil iets leuks maken voor hun huisdier. We vlechten en fröbelen, knippen en kleuren, helpen bij keuzestress en geven octopussen en spookjes een vriendelijke of juist vreselijke uitdossing. Af en toe reikt een vriendelijk gezicht een broodje of appel aan, terwijl ik alweer aan mijn mouw wordt getrokken: “Heb je die ook in het paars, mevrouw?” Als het uiteindelijk wat rustiger om ons heen wordt, zie ik dat het al na vier uur is. En voel ik mijn voeten! We ruimen de boel weer op en dan zoek ik de eigenaar. “Volgens mij hebben we zo’n vierhonderd mensen blij gemaakt vandaag!” Hij lacht ook: heel moe maar ook heel tevreden. “En als ik volgende keer weer mag helpen, ben ik er zeker bij.”

Braaf

uitgangTijdens de loop van het project heb ik hem meermalen tegengehouden. “Ja, dat heeft ze en plein public gezegd, maar dat wil niet zeggen dat je dit “zomaar” op social media mag zetten met naam en toenaam.’ En ‘ik heb die e-mailadressen inderdaad in ons adressenbestand, maar ik mag ze niet zonder toestemming met jou delen.’ Hij rolde dan met zijn ogen en verzuchtte dat ik ‘zo ontzettend braaf was’. Wat ik vervolgens volmondig beaamde. Vandaag verlaten we gezamenlijk een overleg en eindigen bij een deur met een briefje: ‘Alleen in nood gebruiken. Voorzien van alarm.’ Hij kijkt mij aan, schudt berustend zijn hoofd en keert met mij terug op onze schreden. Een verdieping hoger staat een bordje: ‘Uitgang: linksaf.’ We slaan de hoek om en lopen tegen een rood-wit afzetlint aan. Er is geen alternatief en er is ook niemand die ons de weg kan wijzen. Weer kijkt hij me aan: ‘Denk je dat je het aandurft?’ Ik schiet in de lach en duik achter hem aan onder het lint door. Er zijn verbouwingswerkzaamheden op deze verdieping, maar er is op dit moment niemand te bekennen. Voorzichtig lopen we door, tot het volgende afzetlint. Onverschrokken als we op dit moment zijn, springen we ook daar overheen. Dan zien we bekend terrein: de deur naar buiten. Elkaar porrend lopen we door de poortjes. Buiten nemen we afscheid: hij terug naar het noorden, ik naar het zuiden. Eenmaal thuis krijg ik het toch een beetje benauwd. We staan ongetwijfeld op camera. Herkenbaar in beeld! Wat als er vanavond wordt aangebeld? Hangt ons gevangenisstraf boven het hoofd? Wordt er morgen een uitzending van “Opsporing verzocht” aan ons gewijd? Braaf zijn is één. Maar voor avonturier ben ik duidelijk niet in de wieg gelegd.

Gewoon even opletten

paprika

Elke zaterdag doe ik de wekelijkse boodschappen voor mijn moeder en voor onszelf. Dat doe ik al jaren en ik ben het gewend: haar boodschappen in de tassen vóóraan in het karretje. En die van ons in de tassen áchterin. Onze supermarkt werkt met scanners, wat het nog gemakkelijker maakt. Het is gewoon een kwestie van even opletten dat de juiste artikelen via de bijbehorende scanner in de goede tas verdwijnen. Soms krijg ik een opmerking: “Is het niet ingewikkeld zo?”. Maar de meeste medewerkers kennen me en weten wat de reden is. En het gaat sneller dan tweemaal lopen. Dit keer valt mijn mond echter open als ik het bedrag van onze boodschappen op het scherm zie verschijnen: “Dit kan niet kloppen!” Toevallig staat de teamleider in de buurt en hoort mijn verbazing. Op het scherm van de kassa staat 320 euro. Ik heb wat voorraad ingeslagen. En we krijgen morgenavond gasten op het eten. Maar twee volle boodschappentassen kunnen niet dit resultaat hebben. Heb ik dan per ongeluk toch met één scanner gewerkt? Maar nee, de boodschappen van mijn moeder zijn al betaald. Verward kijk ik hem aan. Hij onderbreekt de betaling en draait de kassabon uit. Dan schiet hij in de lach. “Ik zie het al”, zegt hij, terwijl hij me een knipoog geeft. Op onze bon staan paprika’s. Tweehonderdtweeëntwintig paprika’s! In plaats van de twee die ik in de tas heb gedaan. Heb ik toch even niet goed opgelet! Hij corrigeert het aantal en dan kan ik een normaal bedrag afrekenen. “Fijn weekeinde”, wuift hij mijn excuses weg. “Ik ga even de voorraad paprika’s aanvullen vóórdat andere klanten ernaast grijpen!”

Indrukwekkend

koffie“Stel jezelf niet zo aan!” Ik spreek mezelf ferm toe. Na een nacht met nauwelijks slaap zit ik om half acht al op kantoor achter mijn laptop. Gespannen. Vanmiddag hebben we een gesprek met de Minister over het project van afgelopen jaar. En daar ben ik toch wat zenuwachtig voor. Niet over het resultaat: dat is indrukwekkend! Maar op bezoek bij iemand die toch mede verantwoordelijk is voor de toekomst van Nederland: pffff. Broer herhaalt mijn initiërende woorden en vult ze relativerend aan: “Zijn resultaat na een toiletbezoek ruikt hetzelfde als dat van jou!” Ik grinnik en ga aan het werk. Samen met mijn collega rijd ik een paar uur later naar Den Haag. Als we zijn kantoor betreden, stelt hij zich voor met zijn voornaam. En komt vervolgens direct tot de kern: “Wat vinden jullie zelf dat het project heeft opgeleverd?” We beantwoorden zijn vraag uitvoerig. Op een gegeven moment kijkt hij mij aan. Niet over me heen of terloops, maar recht in mijn ogen: “Je bent erg stil: wat vind jij dat ik op dit moment nog niet heb gehoord en wel moet weten?” Ik vertel het hem, bevlogen en professioneel. Als ik hem bij het afscheid de hand schud, ben ik nog meer onder de indruk van zijn persoonlijkheid dan aan het begin. Hij is charmant, direct, weet wat hij wil en zoekt naar mogelijkheden om daar te komen. Wow! We lopen naar buiten en duiken met het projectteam nog even een café in om samen terug te blikken op het overleg. Als we weer in de auto zitten, vraagt mijn collega waarom ik zachtjes zit te lachen. Ik kijk hem even bedachtzaam aan, weeg de consequenties van een antwoord tegen elkaar af en zeg dan berustend: “Toen ik daarnet afrekende, kon ik me met de beste wil van de wereld zelfs mijn pincode niet herinneren! Van de spanning!” Nu schateren we allebei, en rijden dan de parkeergarage uit. Zeer tevreden terugkijkend op deze indrukwekkende middag.

Wat was dit løk!

De laatste dag van dit bezoek. We besluiten ons wat meer te verdiepen in de historie van Zweden. En waar beter dan in het Statelijk Historisch Museum. Buiten is het ijzig koud: een paar graden onder nul. Maar wel met de zon in een strakblauwe lucht. We wandelen wat af deze dagen. De tentoonstelling begint bij de prehistorie en eindigt zo’n beetje bij het nu. Er zijn een aantal interactieve onderdelen waar zowel jong als oud zich vermaakt. Als we uitgekeken zijn, lopen we terug naar het hotel. Onderweg kopen we een broodje bij een Zweedse bakker. Het is druk. Een oudere heer hoort ons praten en wenst ons in het Duits een fijne dag toe. Terug in het hotel gespen we onze koffers om: de juiste afmetingen voor handbagage met zowel wieltjes als rugbanden. De bus brengt ons naar het vliegveld waar we onze laatste Kronen besteden, terwijl we wachten op het boarden. De vlucht is volgeboekt en het is een behoorlijk gepuzzel met de handbagage. Als iedereen zit, vertelt de captain dat we door het slechte weer in Nederland nog niet mogen vertrekken. En als we eindelijk vliegen, mogen we niet landen! Het cabinepersoneel maakt het er beste van. Een van hen heeft veel interesse in mijn nieuwe boek: “Met KLM de wereld rond”. Als we eindelijk op Nederlandse bodem staan, blijkt Schiphol een chaos: heel veel vertraagde en geannuleerde vluchten. Het duurt nog een uur voordat we in de auto zitten. Nog steeds blij. Want wat was dit løk!

Lang zal ze leven

Zodra mijn ogen een beetje open zijn, pak ik mijn telefoon, terwijl ik zachtjes ‘Lang zal ze leven’ voor mezelf zing. Naast me hoor ik een slaperig gemompelde echo. De eerste verjaardagswensen staan al op social media en diverse apps. Løk, zo løk! We ontbijten met allerlei heerlijkheden en dan mag ik de meegegeven cadeautjes en kaarten uitpakken. Nog løker! Op de hotelkamer bel ik beide moeders om me van harte te laten feliciteren. We trekken onze jassen aan: al shoppend lopen we naar het Vasa-museum. Ik krijg een prachtige Zweeds wollen trui van Manlief en dan stappen we het museum binnen. Meteen valt mijn mond open: het schip is gigantisch! Je krijgt een heel ander beeld als je er bijna letterlijk bovenop staat. We kijken onze ogen uit. Dan is het tijd om de gids op te zoeken voor een wandeling in het oude stadscentrum. Een aardige jongen die uit Duitsland komt, in Londen heeft gestudeerd en nu een Zweedse vriendin heeft. Heel interessant om de geschiedenis van Zweden uit zijn mond te horen. Aan het eind van de tour zingt de hele groep ‘Happy Birthday’: geweldig! We lopen naar een English Bookstore die helaas net gesloten blijkt te zijn. En keren dan te voet terug naar het hotel: de training voor de Vierdaagse is ook gelijk in the pocket. Het Hard Rock Café ligt op 400 meter afstand. Minder groot dan we gewend zijn, maar we laten het ons smaken. Het toetje wordt door vier zingende medewerkers gebracht: ‘Lang zal ze leven’ in het Zweeds is een primeur! Ik krijg een stevige knuffel van de manager en ik glunder. Als we in de hotelbar nog een laatste drankje pakken, kijk ik Manlief blij aan: “Wat was dit een geweldige verjaardag. Dank je wel!”

Välkommen till Stockholm

“Wiens idee was dit?!?” vraag ik me af als om half vijf ’s ochtends de wekker gaat. “Mijn idee en het is gewoonweg briljant!” denk ik als we een paar uur later Stockholm binnen rijden. En die gedachte herhaalt zich vandaag een aantal keer. Mijn traditioneel over een aantal dagen uitgesmeerde verjaardag vier ik dit jaar samen met Manlief in deze prachtige stad. En we genieten volop. Het hotel heeft een upgrade geregeld naar een fantastische junior-suite, het kraanwater is (op dat van IJsland na) spectaculair lekker, de stadsbibliotheek is overweldigend indrukwekkend en het ABBA-museum hilarisch leuk. En dat is een impressie van pas het eerste gedeelte! Het weer is redelijk: bewolkt, beetje miezerig af en toe en een paar graden boven nul. Prima te doen dus. We hebben voor het avondeten afgesproken met mijn neef en zijn vrouw. Het door hem geadviseerde restaurant is een topper: 120 soorten bier, 80 soorten whiskey en uiteraard naast allerlei andere heerlijkheden de alom befaamde Zweedse gehaktballetjes. We kletsen jaren bij in afwisselend Engels, Nederlands en voor ons onverstaanbaar Zweeds. En als we na veel te snel omgevlogen uren naar buiten lopen, kan ik een vreugdekreet niet onderdrukken: het sneeuwt!!! Mijn neef biedt galant een lift aan naar het hotel, maar daar is geen denken aan! We gaan lopen! Een half uur later schiet de (toevallig Nederlands sprekende) receptioniste in de lach bij het zien van onze enthousiaste entree. We proosten met een afsluitend kopje koffie in de hotelbar en storten dan zeer tevreden in ons hemelbed. Dromend van nog twee dagen.