Coördinatorendag

Ik heb een veelomvattende functie. Het grootste deel bestaat uit coördineren. Van de gang van zaken op de afdeling. De komst en het vertrek van medewerkers. De nieuwsbrief naar onze klanten en de communicatie via het intranet. Maar ook de agenda van mijn leidinggevende en die van haar collega vallen onder mijn beheer. Ik houd een oogje op haar mailbox en verwerk de facturen van onze afdeling. En daarnaast nog een heleboel meer. Toen het een paar weken geleden secretaressedag was, ontstond er dus even een situatie. Want ik ben geen secretaresse. Maar verricht wel een aantal ondersteunende taken. En wat doet een secretaresse nou eigenlijk meer of anders dan mijn takenpakket? Begrijp me niet verkeerd: ik heb niets tegen het vak. Ik kan het weten, ik heb 15 jaar ervaring als directiesecretaresse. En toch: ik was erg blij dat er geen bloemetje op mijn bureau stond. Wel zat er een berichtje van mijn leidinggevende en haar collega in mijn emailbox. Met de uitnodiging voor een lekkere lunch. Gewoon. Omdat ze blij met mij zijn. En dus zaten we vanmiddag achter een heerlijke sandwich met een glaasje witte wijn. Een ontspannen sfeer met een goed gesprek. Echt gezellig. En echt leuk. Ik ben blij dat ik geen secretaresse ben.

Advertenties

Apen

Het is enorm druk op kantoor. Zo druk, dat ik af en toe echt even de draad kwijt ben. Iemand vraagt of ik een rapport heb opgevraagd. Als ik de bestelling uitzet, blijkt dat ik dit vorige week al heb geregeld. Staat me niks van bij (Peer, hoe lang mag je verwijzen naar een jetlag?). De ene na de andere ‘aap’ landt luid kwetterend op mijn schouder. ‘Ik heb een nieuwe mobiele telefoon. Kun jij er de belangrijkste nummers in zetten?’ ‘Er moet een belangrijke terugkerend overleg worden gepland met vijf genodigden (lees: zeer drukbezette personen). Kun jij me daarbij helpen?’ Klussen die de ene keer wel, de andere keer helemaal niet op mijn functiebordje thuishoren. Maar die ik meestal uit collegialiteit toch oppak. Ik help graag. En ik weet immers hoe je snel iets kunt regelen. Hoe belangrijk een goede band en een leuk gevoel voor humor zijn bij het overwinnen van agendatechnische hindernissen. Maar het is enorm druk. Zo druk, dat ik af en toe echt even geen verschil meer zie tussen een chimpansee en een baviaan. Dan belt een collega: ‘Je weet dat jij mijn rots in de branding bent, he!?’ Ik schiet in de lach. Op haar vraag waarom ik zo’n plezier heb, zeg ik: ‘Je hebt helemaal gelijk. Ik lijk wel een apenrots!’

Genept?

‘May I see your hands, please?’ Ik hoor het hem nog zeggen. We liepen in een outlet in Las Vegas en een leuke verkoper vroeg mijn aandacht. Manlief glimlachte: hij voelde ‘m al aankomen. Ik kreeg wat zout in mijn handen en werd gevraagd ze te wassen. Het resultaat was verbluffend: superzacht. Toen ik zijn verkooppraatje beaamde, werd het vervolg ingezet: ‘There’s more …!’ Sure there was more. I wasn’t born yesterday! Nog een smeerseltje werd gedemonstreerd, met wederom een zichtbaar resultaat. Toen ik naar de prijs vroeg, viel die eigenlijk nog niet eens tegen. Ook manlief knikte: vooruit dan maar, het was vakantie. Maar hij was nog niet uitverkocht. Natuurlijk niet. Weer een andere flesje met alweer amazing results. Ook de prijs was amazing: fors duurder. Maar, dan kreeg ik al het andere gratis. Omdat we Nederlanders waren. Hij was er ook wel eens geweest: ‘Feejenort’. Wat fluks werd veranderd in ‘Eejex’ na een blik op manlief. Niettemin vond ik de prijs te hoog. En uiteraard: hij had een oplossing. Maar dan wel met een tegenprestatie: hij gaf zijn emailadres en ik zou een foto ‘voor’ en een foto ‘na’ mailen, inclusief een wervende tekst in het Nederlands. Die hij kostenloos mocht gebruiken voor verkoopdoeleinden. Ik ging overstag. En ben nog steeds erg tevreden over het grootste deel van de potjes en flesjes. Maar heb nog steeds geen antwoord op mijn email hoe groot die foto’s eigenlijk moeten zijn. Genept? Waarschijnlijk. Bedrogen? Wie weet. Maar het kan me eigenlijk niks schelen. Het was vakantie.

Het moet niet gekker worden

En weer is het nacht. En weer liggen we half in slaap als we buiten lawaai horen. Iemand die zo hard mogelijk een volledig onverstaanbaar liedje zingt. Ik zucht. Zondagavond is niet eens de avond om qua alcohol uit je dak te gaan. Als je het al zover moet laten komen op welke avond dan ook. Ik draai me net om als ik iets hoor vallen of breken. Verdorie. De afspraak bij het schadeherstelbedrijf is gemaakt, maar de auto ziet er nog steeds ‘aanlokkelijk’ uit om je eens goed op uit te leven. Voor alle zekerheid ga ik toch maar even kijken. De straat is leeg. Op de stoep aan de overkant ligt een hoopje fiets. Weer zucht, houdt het dan nooit op met die vernielingen?! Twee fietsers rijden voorbij. Ineens gaan ze in de remmen en snellen terug. Bij het hoopje fiets knielen ze neer. Zonder lenzen zie ik niet scherp: wat is er toch aan de hand? Dan blijkt dat er ‘tussen’ de fiets in een jongen ligt. Geschrokken proberen ze hem bij bewustzijn te krijgen. Een taxi stopt, en nog een auto. Net als ik mijn badjas aan wil schieten, kruipt de jongen moeizaam omhoog. Om luid lallend verder te gaan met zijn lied. Stomdronken. De taxichauffeur biedt hem een rit naar huis aan, maar hij wuift alle hulp weg. ‘Niks aan de hand!’, roept hij over zijn schouder, terwijl hij weg waggelt, de fiets stuiterend aan zijn hand. Never a dull moment in our street these days. Toch eens nadenken over een Fries boerderijtje ergens ver van de bewoonde wereld.

Eigenbelang

‘Waarom nemen jullie eigenlijk zoveel souvenirs mee voor Jan en alleman?’ vroeg mijn schoonzusje. Ze zag dat mijn moeder en ik bij elk visitorcenter en giftshop stonden te discussiëren wat leuk was voor wie. En dat de lijst met begunstigden steeds groter werd. Een spel kaarten met alle (nou ja, bijna alle) National Monuments en State Parks voor mijn leidinggevende, die volgend jaar een rondreis door Amerika gaat maken. Een aardigheidje voor onze kapster, die van haar reis naar Australie iets leuks voor/van Sidney meenam. Een zak M&M’s met peanutbutter voor onze overbuurman; voor hem brengen we altijd iets bijzonders mee. Vandaag hadden we met onze vrienden en mijn petekinderen afgesproken. Ze waren alle vier hartstikke blij met hun cadeautjes: golfballetjes en een sweater met San Francisco, een t-shirt van Marilyn Monroe uit Hollywood en een echt Rock-t-shirt uit Alcatraz. Mijn petekind doet binnenkort auditie voor het conservatorium en dit werd gelijk bestempeld als een gepast geluksshirt. Ik vond het hartstikke fijn hen zo enthousiast te zien. Dus het antwoord was en is eenvoudig: ‘Omdat wij zelf zoveel plezier besteden aan zowel het uitkiezen als aan het uitdelen!’ Eigenlijk is het dus puur eigenbelang.

Stoelgang

De dag na ons ‘schoolreisje’ is Floppy niet lekker. Eerst denken we nog dat hij stiekem iets heeft gehad of ‘gevonden’ dat niet bij zijn dieet hoort. Die gedachte versterkt als hij aan de diarree gaat. Hij krijgt gelijk het geijkte recept in voorkomende gevallen: gekookte kip. En natuurlijk vindt hij dat lekkerder dan zijn speciale brokken. Maar de dagen verstrijken. Als hij in de gang bij mijn moeder een enorm plakkaat neerlegt, is de maat vol. De dierenarts schrijft hem antibiotica voor: ‘Het heerst’. Een paar dagen gaat het goed. Dan houdt hij ineens helemaal op met de stoelgang. We lopen uren met hem heen en weer, zonder resultaat. Als ik uiteindelijk de dierenarts terugbel, stelt hij me gerust. ‘Het is een bijwerking die weinig voorkomt. Maar Flop zou Flop niet zijn als hij daar geen gebruik van maakt. Het komt wel goed.’ We zitten aan de zaterdagavondborrel. Floppy kijkt ons glimlachend aan. Volgens de dierenarts is een van zijn voorouders een kat. Hij heeft zeker negen levens. Ik lach terug. Ik word vast niet zo oud als ik zou moeten worden. Hij kost mij negen levens! Maar als hij naar me knipoogt, vergeef ik hem alles. Dekselse hond.

En dan houd ik er echt over op …

Eerder schreef ik hier al dat het enorm meeviel met de jetlag. Ik had nergens last van. Met de nadruk op had. Want jetlag is toch een raar iets. Het lijkt op de sluimerknop van je wekker. Je bent wakker en alles lijkt normaal te functioneren. Maar intussen slaapt je lichaam en geest stug door. Zo zat ik in het normale wekelijkse overleg op woensdagochtend, waar ik de aantekeningen bijhoudt. Ik vertelde kort over de vakantie en deed mee met de discussies. Tot ik er na een kwartier achterkwam dat ik dus de notulen verzorgde! Ik schrok echt wakker en had nog geen woord op papier gezet. Volgens een collega duurt elk uur tijdsverschil een dag om te wennen. Dus hadden wij negen dagen nodig. Dat moment zit er inmiddels gelukkig op. En het gaat weer prima. Ach, iedereen reageert weer anders op tijdverschillen. De reis was het in elk geval meer dan waard. Dus sta je voor de beslissing: gewoon doen. Je zult er geen spijt van hebben.