Olympische euforie

IMG_8850

Het filmpje van Darwin bleek een écht piekmoment: ik mocht mee naar de huldiging van onze Olympische sporters! Als VIP nog wel! We zijn vroeg aanwezig, erg vroeg. Het podium staat klaar maar het duurt nog even voordat het programma begint. Ik ben nog nooit eerder in Assen geweest, dus samen met mijn collega’s eten we een broodje en lopen we een beetje door het centrum. Veel in oranje uitgedoste mensen lopen voorbij. Overal staan dranghekken maar de sfeer is gezellig. Als het tegen 3 uur loopt, gaan we naar de verzamellocatie. Ik krijg een polsbandje en word als prijswinnares heerlijk in de watjes gelegd met hapjes en drankjes. ‘Kijk’, wijst een collega: ‘Charly Luske!’ Hij loopt ons op een paar meter afstand voorbij, druk in gesprek. Een andere collega die een grote fotocamera bij zich heeft, kijkt niet begrijpend. ‘Levert punten op’, leg ik hem uit. ‘Als je een bekende Nederlander spot, krijg je één punt. Als hij jou (her)kent, krijg je twee punten. En als het “familie van” is een half bonuspunt.’ Hij snapt er nog minder van, maar ziet de grijns op mijn gezicht. Even later staan we in het VIP-vak, vlakbij het podium. Niels en Rick, sidekicks van Edwin Evers, weten de stemming er goed in te krijgen. Het vliegtuig van de sporters is vertraagd, maar via schermen en een liveverbinding worden we op de hoogte gehouden. Ook Niels Geusenbroek treedt op, Miss Montreal en Berget Lewis. De zon schijnt, de sfeer is top! We hebben de grootst mogelijke lol met elkaar en proberen via #welkomthuis onze tweets op het scherm te krijgen en gelijktijdig sluikreclame te maken. Het lukt een paar keer: ‘Glashelder feestje hier in Assen!’ Dan komen Sven, Jorien, de broers Mulder en alle anderen naar voren. Oranje confetti maakt het zicht wazig, maar ik geniet! Na wat korte diepte-interviews is het afgelopen. We wachten geduldig tot de familie in het vak voor ons is herenigd met hun bekende zoon, zus, tante en kleinkind. En lopen dan terug naar de verzamellocatie. Dan komt eigenlijk de grootste verrassing: het is tevens hún parkeerplek! Op twee meter afstand lopen ze allemaal voorbij. Een collega mag op de foto met haar held Bob de Jong en de bronzen medaille even vasthouden. Gerard Kemkes zegt ‘hoi’ en kijkt me aan. Koen Verweij glimlacht even, terwijl hij z’n handbagage over zijn schouder hangt. Ireen Wüst heeft haar handen letterlijk vol met medailles, gewoonweg te zwaar wegend voor haar nek. Pas als iedereen op Sven Kramer na (?) is gespot en vastgelegd, lopen we naar onze auto. Bij het wegrijden uit de parkeergarage worden ook wij toegejuicht (voor het geval we ‘iemand’ zijn). We laten alle fans hun illusie en zwaaien enthousiast terug. Tegen middernacht ben ik thuis en een paar uur later gaat de wekker: een nieuwe werkdag is aangebroken. Maar wat heb ik tot in de toppen van mijn tenen genoten van deze dag!

Chagrijnig

loesje

Er is een hoop aan de hand. Onrust over de komende reorganisatie, drukte omdat de werkzaamheden gewoon doorgaan, hectiek bij spannende projecten en onduidelijkheid over de inhoud van mijn functie wisselen elkaar af. Tel daar gestoorde nachten bij op met een echtgenoot die zo verkouden is dat hij nauwelijks slaapt. Met het feit dat de verbouwing nog niet helemaal is afgerond, zodat zowel agenda als uitzicht een zootje zijn: compleet plaatje. Ik ben chagrijnig. Uitgerekend op maandag ook nog eens. Bij mij uit zich dat in wat stil gemopper en verdacht rustig gedrag. En natuurlijk wordt het emmertje alleen maar voller zodra ik op kantoor ben. Toezeggingen waar je voor de zoveelste keer achteraan moet, techniek die het af laat weten en toevalligheden met een naar smaakje. Als ik er een opmerking over maak tegen een collega, slaat ze even haar arm om me heen. ‘Komt wel goed!’, zegt ze vol vertrouwen. Alleen al door dat gebaar voel ik me wat prettiger. Ik plaats een opmerking op Facebook en ga vol goede moed verder met mijn werk. Mijn tante reageert als eerste: ‘Jij chagrijnig? Daar kan ik me echt niets bij voorstellen!’ Het lijkt alsof de zon buiten bijna door het dichte wolkendek heen breekt. Een andere collega brengt een kopje koffie: ‘Ik zag je post op FB en dacht dat je hier vast wel zin in had.’ Een glimlach verspreidt zich op mijn gezicht. Net voor ik naar huis ga, kom ik weer een andere collega tegen. Die schiet in de lach en verklaart: ‘Zo grappig, als ik jou zie, denk ik altijd aan die heerlijke chocoladetaart van je. Daar word ik dan gelijk blij van.’ Fluitend loop ik naar de auto. Wat een heerlijke dag vandaag. ’t Is maar net hoe je het bekijkt.

Beagles

aan de koffie

Terwijl wij in Oostenrijk van onze vakantie genoten, waren Sydney en Darwin bij hun o zo geliefde dagopvang in Haaren. Ze hadden het er enorm naar hun zin. En dat ook het team van In ’t Veld de verjaardag van Darwin niet was vergeten, bleek uit een post op Facebook. Foto’s van Darwin met slingers om zijn nek (die blijkbaar minder kriebelden dan zijn kersttrui) aan de koffie en assisterend op kantoor. En nog leuker: ze leerden hem een nieuw truukje. Als een van de medewerksters nieste, haalde Darwin een zakdoek uit haar broekzak en reikte deze aan. Geweldig! We konden nauwelijks wachten tot we weer thuis waren om het ook uit te proberen! Maar. Darwin is een Beagle. Hij bepaalt zelf wat, waar, hoe en wanneer. Dus hoe we ook niesten, hij zat ons maar een beetje appelig aan te kijken, keek ‘ns om zich heen, krabde achter z’n oor en oogde duidelijk verveeld. Maar. Wij zijn mensen. Wij geven ons niet zo snel gewonnen. Dus we hielden vol. Vandaag waag ik een nieuwe poging. Ik zet ik ‘m op ‘wacht’, hang de zakdoek een stukje uit mijn broekzak en nies. Hij stormt naar me toe, pakt de zakdoek, laat ‘m vallen, gaat liggen, rolt om, gaat weer staan, draait om me heen en gaat keurig aan mijn voeten zitten. Waarna hij me aankijkt met een blik ‘Nou je zin dan?!’ Beagles. Weet waar je aan begint. Of begin er niet aan. Wat een hond!

Serieus

dsdays

Het is niks nieuws. Als ik me concentreer, frons ik mijn wenkbrauwen. Nadrukkelijk. Ik ben dan heel serieus met iets bezig. Afhankelijk van het onderwerp en de aanwezigen lijkt het alsof ik boos ben en me druk zit te maken. Maar die twee emoties staan bij mij op het non-verbale vlak volledig los van elkaar. Een van mijn vorige leidinggevenden heeft nog een poging gedaan om er een gedragsafspraak van te maken: ‘blij kijken’. Maar er was gewoon geen beginnen aan. De meeste mensen om mij heen weten dit. En negeren het gewoon. Ik kan meerdere dingen tegelijkertijd. Maar ik vind het gewoon niet zo heel belangrijk. Vandaag hebben we een overleg waarbij een aantal nieuwe collega’s zijn aangeschoven. Als we naderhand teruglopen, praat een van hen verder over een agendapunt dat wat gevoelig ligt. In het vuur van mijn antwoord onderbreekt hij me geschrokken: ‘Niet zo boos naar mij kijken, hoor!’ Ik schiet in de lach. En licht het toe. Ik zie dat hij het niet helemaal gelooft, maar in elk geval gerustgesteld is dat mijn reactie niet persoonlijk is bedoeld. Terug op mijn werkplek herinner ik een bericht van mijn broer op Facebook. Mijn nichtje heeft een protocol op school gekregen: binnenkomen met een lach op het gezicht. Misschien moet ik daar ook maar eens toe overgaan. Serieus waar.

Ik heb mijn wagen volgeladen

20140209-144337.jpg

‘Wanneer gaan jullie de honden ophalen? Misschien zien we elkaar nog!’ Vrienden van ons en tevens eigenaar van Darwin’s halfbroer en een verre tante gaan ook een paar dagen weg. En hun honden zitten dus tegelijkertijd met die van ons bij de opvang. Zij blijken echter pas laat in de middag weer thuis te zijn, terwijl wij Darwin en Sydney zo vroeg mogelijk willen ophalen. Spontaan bied ik aan ze alle vier mee te nemen. ‘Dan kunnen jullie het wat rustiger aan doen, hoef je niet helemaal om via Haaren. En eet je gelijk lekker een hapje bij ons mee!’ Er wordt beleefd even tegen gesputterd. Maar al snel zijn ze overtuigd. Ik ben wel benieuwd. Drie Beagles in plaats van eentje in huis. Plus een labradoodle die ook nog even tussendoor in bad moet. Maar het gaat prima. Boven verwachting goed. Het is druk maar gezellig. Als ze uiteindelijk allemaal uitgeteld voor de kachel in slaap zijn gevallen, zeg ik tegen Manlief: ‘Je weet dat Bandit twee weken geleden papa is geworden van zes reutjes, he ….?’ Maar hij trapt er niet in. Ik krijg een stevige knuffel met een vastberaden ‘Geen denken aan!’ Honden. Als in meervoud. Voor ons zijn het net kinderen. Als in ‘hartstikke leuk als ze er zijn. En heerlijk als ze weer naar huis gaan!’

Penguin Bobo

20140207-211432.jpg

Al zolang ik me kan herinneren is Bobo de mascotte van het skigebied hier. Ik was (en ben) weg van deze pinguïn en spaarde van alles: knuffelbeesten, sleutelhangers, een wekker en natuurlijk een ingelijste foto van Bobo en mij. Het spreekt vanzelf dat mijn nichtje geen keuze had: zodra ze zich bewust was van de buitenwereld werd ze aan hem voorgesteld. Haar eerste knuffel van mij was een Bobo. En samen zongen we het liedje: ‘Wer ist der beste skifahrer hier? Bobo, penguin Bobo!’ Vandaag is de laatste dag van onze vakantie. En natuurlijk moeten we ook afscheid nemen van Bobo. We zingen alle liedjes mee, lopen in de Bobo-polonaise en houden onze handen in de (helaas denkbeeldige) sneeuw. Als we hand in hand terug naar het hotel huppelen, zegt mijn nichtje: ‘Het was een fijne vakantie, he tante Dorine!’ Ik beaam het en vraag wat ze het allerleukste heeft gevonden. Ze denkt even na en antwoordt: Alles!’ En ik ben het roerend met haar eens! Of om met Bobo’s woorden af te sluiten: ‘Spitze!!!’

Party animal

20140206-214251.jpg

Precies twee jaar geleden zag hij voor het eerst zijn moeder, broers en zusjes. En een paar weken later ons. Darwin is jarig vandaag. En omdat zijn geboortedatum vlak na die van oma valt, zijn wij in Oostenrijk en niet bij hem. Maar we hebben hem in de vertrouwde handen van zijn dagopvang achtergelaten die plechtig beloofd hebben voor hem te zingen. En Bandit en de beide Sydney’s zijn als verjaardagsgasten geregeld. Als we de berichten uit Nederland moeten geloven, is het een dolle boel daar. Op Facebook stromen de felicitaties binnen. Zojuist kwam de eigenaresse van het hotel naar ons toe. Zij kent hem ook: hij is hier al tweemaal in de zomer geweest. ‘Alsjeblieft’, zegt ze terwijl ze me een pakje overhandigt. ‘Omdat Darwin vandaag jarig is!’ Er zit een fleecedeken in met de afbeelding van een Beagle. Ik knuffel haar stevig: wat een leuke verrassing. Ook al zijn we dan 900 km van elkaar verwijderd, me dunkt dat er voldoende aandacht aan hem wordt besteed. Al denkt het feestbeest daar zelf waarschijnlijk heel anders over!