Mannen?!?

We zijn druk bezig met de campagne voor studenten. Het is leuk: ze zijn spontaan, direct en onomwonden in hun mening. Vandaag staan we op de laatste locatie dit jaar: Amsterdam. Het team is goed op elkaar ingespeeld en ik mag de chef d’equipe zijn! Lekker dan, want we zijn nog niet geïnstalleerd (letterlijk niet) of er is al een meningsverschil met de buren over de juiste afmetingen van de toegewezen plek. Gelukkig brengt de organisatie uitkomst: ze zijn verkeerd gelopen. Hun stand staat een eindje verderop. En Manuel van de Feuten staat vandaag weer bij ons als publiekstrekker. Giechelende dames gaan met hem op de foto. Maar het is wel warm. En er is veel te beleven op een studentenbeurs voor een jongen van 25! Dus regelmatig wijs ik ‘m ‘even’op het feit dat hij ‘aan het werk’ is en dus wordt geacht niet te ver af te dwalen van onze stand. Hij is aardig, van goede wil en prettig in de omgang. Maar ook snel afgeleid. Als ik ‘m voor de zoveelste keer kwijt ben en ook aan mijn collega’s merk dat het begint te irriteren (iedereen is hard aan het werk), neem ik ‘m even apart. Leg hem duidelijk uit wat ik van hem verwacht. En dat ik er vanaf nu vanuit ga dat hij binnen mijn gezichtsveld blijft of zich afmeldt. Respectvol, zonder dreigementen, maar wel heel klare taal! Vanaf dan gaat het beter. Het reclamebureau dat hem voor ons heeft ingehuurd komt aan het eind van de middag ook nog even langs. Onze contactpersoon vertelt enthousiast, dat Manuel mij zo leuk vindt!? Terwijl ik hem toch niet echt veel gelegenheid heb gegeven om mij leuk te vinden. Maar het klopt: bij het afscheid krijg ik drie dikke, gemeende zoenen en een warme knuffel van hem. Mannen. Je geeft ze de ruimte, maar dat willen ze helemaal niet! Gewoon directe duidelijkheid. Gemakkelijker kan het niet. En begrijpen zal ik ze nooit!

Plaatsvervanger

Met een doffe bons en een pijnlijke kreet valt de mevrouw naast me op de grond. Geschrokken helpen we haar overeind. Ze had alle aandacht voor de hond en niet voor het paaltje naast het trainingsveld. Behalve een pijnlijke enkel is ze ook draaiierig. ‘Zal ik even verder gaan met de training?’, bied ik zonder nadenken aan. ‘Dan kunt u even rustig bijkomen.’ Ze aarzelt even maar accepteert dan mijn aanbod. Ik neem de riem over en volg de instructies van de trainster. Aan de andere kant van het veld kijken Manlief en Darwin verbaasd toe. In een paar woorden leg ik uit wat er is gebeurd. Dan volgen we ieder onze weg. Darwin is het er duidelijk niet mee eens: telkens als we hem passeren, werpt hij jaloerse blikken. De hond aan de andere kant van mijn riem weet niet zo goed wat hij ervan moet vinden. Maar heeft al snel door dat ik een serieuze vervangster ben. Gedwee doet hij de oefeningen. Dan moeten we de honden laten liggen en op een afstandje naar ons toe laten komen. Alle honden hollen als een dolle op de baas af. Behalve één. Die van mij. De trainster komt naar me toe en vraagt wat het probleem is. ‘Ik denk dat hij het wel kan, hoor!’, licht ik toe. ‘Maar ik weet niet hoe hij heet!’

Studenten

We zijn op locatie in Leiden waar studenten allerlei informatie kunnen verkrijgen. Het is heerlijk weer en de stemming zit er prima in. Helemaal omdat we naast een kraampje met gratis ijs staan! Wij proberen voorbijgangers te lokken naar een tentoonstelling van onvervangbare zaken. Bezittingen waar je je niet tegen kunt verzekeren, die je gewoon goed moet beschermen. De cassetterecorder waarmee Jort Kelder zijn eerste interviews opnam. Het vestje van Marc Meeuwis (broer van) tijdens de hoogtijdagen van Vagant. En natuurlijk de hardboard-uitsnedes van de Feuten. Sommige jongeren lachen, maar bedanken. De meeste vrouwen willen wel met Manuel of Tim op de foto, in allerlei poses. Dan zegt een jongen: “Nee, sorry, maar ik mag die lui niet!” Ik glimlach en wens hem en zijn vrienden een fijne dag toe. “Maar ik wil wel heel graag met jou op de foto”, zegt hij dan. Nu schater ik: ‘Vast!”, maar ga uiteraard vervolgens netjes naast hem staan. Hij krijgt een kaartje van de fotograaf met de site waar hij zijn foto later kan downloaden. We nemen afscheid en ik ga weer verder met het uitdelen van flyers en fietslampjes. Als we aan het eind van de dag opruimen, loopt hij weer langs. “Ik ga de foto boven mijn bed hangen!” Ik zwaai! Ben sinds een half jaar betrokken bij deze doelgroep. En heb er zeker na vandaag nog geen moment spijt van gehad.

Barbecue

We hadden een goede afspraak gemaakt. Ik had het voor de zekerheid nog een keer herhaald. En hem gevraagd of hij aan mij kon vertellen wat hij dacht dat ik met hem had afgesproken. Tot zover ging alles goed. Ik had er ook bij gezegd dat áls hij twijfelde hij het gerust even mocht laten zien. Gewoon, handig. Twee weten meer dan één. Maar ja. Het was best druk. Er liep een klein meisje vrolijk om aandacht te vragen. Het was warm. Een van de barbecues was onverwachts kapot, zodat ik ineens weinig tijd voor overleg had. Maar toch: is het zo vreemd om uit te gaan van wat eigen verantwoordelijkheid? Ja dus. Want vannacht werd ik wakker van braakgeluiden. Als ik het licht aan doe, zie ik iemand die zich overduidelijk erg naar voelt. Tja. Berouw komt na de zonde. Ook als je een jong hondje bent!

Vleeseters

Vanaf het moment dat we elkaar leerden kennen, een jaar of dertig geleden, was onze Vriend (toen nog mijn Vriendje) gek van vleesetende planten. Ik weet nog dat een van mijn eerste cadeautjes aan hem een Venusvliegenval was. Een plantje met blaadjes die dichtklapten als je ze aanraakte. Later werd de hobby uitgebreid met in mijn ogen lelijke en soms zelfs angstaanjagende planten. Lange holle stengels waar insecten met een zoete geur naar binnen werden gelokt. Dus als hij me vraagt of ik tijdens zijn komende vakantie net die plant wil verzprgen, trek ik gelijk een vies gezicht. Maar goed, voor je vrienden heb je iets over. Dus doe ik een dag later de deur wijd open voor mijn logé. Ik krijg instructies wat wel en wat niet te doen. En dan vertrekt hij weer. Bij de trap draait hij zich nog even om. ‘Oh ja, voor ik het vergeet’, zegt hij. ‘Hij is wat eenkennig. Dus pas op je vingers als je ‘m water geeft!’

Zicht

‘Kijk maar naar boven, en naar beneden. En naar rechts, en nu naar links. Knipper maar een paar keer.’ Het meisje draait aan een lampje en bestudeert mijn ogen vakkundig. Ik doe braaf wat ze vraagt. Mijn contactlenzen zien er na vier jaar nog steeds prima uit, complimenteert ze me. Maar ik krijg wat moeite met lezen. Dat hoort nu eenmaal ook bij deze leeftijd. Ik heb totaal geen moeite met zo’n hip leesbrilletje. Het liefst zo eentje net als in CSI New York, waarbij de glazen met een magneetje tegen elkaar klikken. Maar dat lost het probleem met werken achter de pc niet op. In feite heb ik voor drie afstanden een andere sterkte nodig. Dus ben ik naar de opticien gestapt. Ik krijg multifocale lenzen aangemeten. Het meisje opent een envelop en reikt een paar paslenzen aan. Weer knipper ik, maar dit keer van bewondering. Wat is de wereld mooi! Zeker als je alles en iedereen scherp ziet!