Bloedfeestje

Heb net als heel veel anderen letterlijk een bloedhekel aan injectienaalden en bloed geven en zo. Maar vind eigenlijk ook dat ik me daar niet door moet laten weerhouden om ‘iets goeds’ te doen voor mijn medemens. Ik ben toch geen watje? Dus ben ik een paar jaar geleden bloeddonor geworden. Een vrouw mag drie keer per jaar bloed geven. En eerlijk is eerlijk: het is iedere keer weer een overwinning. Het went nooit echt dat ze een gigantische naald in je arm steken en je leeg laten lopen. Maar ik zet door en bijt op mijn tanden. En heb zelfs mijn schoonzusje enthousiast gekregen om zich ook op te geven. Gisteren hoorde ik dat ze mij voor de tiende keer mochten verwelkomen. En kreeg bijbehorend jubileumspeldje als dank. Namens degenen die mijn bloed echt nodig hadden. Ben stiekum dus toch best een beetje trots op mezelf!

Even er tussenuit

Ons Opel Agilaatje stond trots tussen een Testarossa en een Porsche in te stralen. Iemand liep in een joggingpak voorbij. Een joggingpak met echt gouden stiksels. De jacuzzi in onze badkamer had het formaat van een klein zwembad. Je kon er gerust met z’n vijven in (als je behoefte had om de hotelkamer met die anderen te delen) (dat kon overigens gemakkelijk, hij was er groot genoeg voor). De homecinemaset met acht speakers was in een handbeweging tot aan het voeteneind van het bed te plaatsen. Alsof je in een bioscoop zat. Of liever gezegd: lag. De hapjes bij de koffie …. nee, daar zeg ik iets over. Te pijnlijk (lees: smakelijk) om aan terug te denken. Ach ja. Soms wil je er gewoon even samen tussenuit.

Oude bekenden

Terwijl ik met een half oog naar het journaal kijk, hoor ik ineens een bekende stem. ‘He’, roep ik spontaan, ‘Dat is Jan!’ Manlief kijkt verbaasd op. ‘Jan wie?’ Een van mijn vroegere leidinggevenden is in beeld en vertelt over een nieuw plan om scheidsrechters op te leiden. Het is al lang, heel lang geleden dat ik zijn agenda op orde hield. Maar hij is nog niet veel veranderd sinds ik hem voor het laatst zag, toch ook alweer een groot aantal jaren geleden. ‘Dat is dan dertig punten’, zeg ik. ‘Want als je hem nu zou bellen, dan kent hij mij ook nog!’ Ik doel op een spel dat we sinds een tijdje spelen. Contacten met Bekende Mensen leveren punten op. Als ze zich jou nog zouden moeten kunnen herinneren, levert dat zelfs dubbele punten op. Manlief protesteert. Hij stond nipt voor toen laatst iemand op televisie kwam waarmee hij nog in de klas had gezeten. Maar ik ben onverbiddellijk. ‘Volgens mij kent hij zelfs Floppy nog! Dat telt driedubbel!’ Manlief zucht en geeft toe. Bedankt, Jan! Ik sta weer voor!

Storm

Oke, handig is anders. Als je tegen de wind in loopt, zie je niks omdat er zand in je oren en je ogen komt. Als je met de wind meeloopt, zie je niks omdat je oren in je ogen flapperen! En als je dan een plas doet, zijn je voorpoten ineens kleddernat! Je vacht is niet langer zwart, maar beige. Je rent je helemaal kwijt achter vlokken zeeschuim. En net als je het denkt te hebben, is het verdwenen. Kortom: het was echt leuk, hoor. Maar toch eigenlijk ook wel een beetje afzien. Zomaar, een dagje aan het strand bij windkracht 7.

Vriendinnen

Een ding is zeker, vriendinnen zullen we nooit worden. We komen uit een heel andere omgeving. Onze opvoeding was anders. En ook de aandachtspunten verschillen van elkaar. Haar werk lijkt niet op het mijne. Kortom, weinig aanknopingspunten. Ik heb dan ook geen enkele behoefte aan persoonlijk contact met haar. Dat is volstrekt wederzijds. Sterker nog, ze zou me waarschijnlijk niet eens groeten als ze me op straat zou tegenkomen. En toch, sinds een maand of vier, heeft ze een nadrukkelijke impact op mijn leven. En op dat van mijn moeder. Zelfs manlief is er of hij wil of niet bij betrokken. En weet je, ik ben er blij mee. Heel blij. Want het heeft me eigenlijk nauwelijks moeite gekost. ’t Was meer een kwestie van opletten en alert blijven. Maar ik ben wel mooi tien kilo kwijt! En pas weer perfect in maatje 38! Bedankt, Sonja!

This is a men’s world!

Een van mijn collega’s staat bij het koffieapparaat een eindje verderop. Hij vangt mijn blik en gebaart uitnodigend: ‘Wil je wat drinken?’ Ik kijk blij terug, schudt ‘ja’ en mime ‘water’. Vervolgens kruip ik bibberend in elkaar. Hij schiet in de lach. Even later staat er een bekertje warm water op mijn bureau, om zelf een kopje thee van te maken. Verbaasd kijk ik hem aan. Ik drink inderdaad graag mijn eigen sterkte thee. Maar …. Hij kijkt minstens zo verwonderd terug. ‘Iets niet goed?’, informeert hij? ‘Euh, nou …. Ik bedoelde koud water, eigenlijk!’ Waarop mijn gewaardeerde maar dus overduidelijk mannelijke collega zegt: ‘Ik dacht: ze heeft het koud. Dus ze wil warm water. Glashelder!’ Echt waar, soms is het mij volstrekt onduidelijk waarom het menselijk ras niet allang uitgestorven is.

Wachten op de wegenwacht

Met enige moeite lukt het me om zonder brokken te maken bij de auto te komen. Balancerend met twee honden) en een bord ‘tafeltje-dekje’-eten. Meneer en mevrouw op de achterbank, eten op de passagiersstoel. Ik schuif achter het stuur en start de motor. Of althans, dat is de bedoeling. Niks, noppes, nada. Dan zie ik het. Gisteren deed het waarschuwings-signaal van de lichten het niet meer. Vandaag vergeet ik ze uit te zetten. Accu leeg. Verdorie! Met hulp van mijn moeder en haar auto lukt het me om eten en hond af te leveren en manlief met resterende hond op te halen. Thuis bellen we de Wegenwacht. Met al die elektronica tegenwoordig heb ik geen goed gevoel over aanduwen of startkabels (die ik niet heb). Maar ik durf hen niet onder ogen te komen. Stel je voor dat het Gijsbert Pronk, die leuke columnist van de Kampioen is! Prachtig voer voor een mooi stukje tekst! Manlief glimlacht, schudt zijn hoofd en neemt het over. Hij is binnen de kortste keren terug. Met een complimentje: we hebben er goed aan gedaan om hen te bellen. En meneer Wegenwacht matst ons ook nog met de kosten, hoewel we geen woonplaatsservice hebben. Omdat we al zolang lid zijn. Zeker weten, ons zien ze niet bij Route Mobiel! En de lichten vergeet ik ook nooit meer.