Noten op mijn zang

muziekIk geef het maar gelijk toe: ik kan niet zingen. ’t Is niet echt vals, het geluid dat ik produceer, maar ik doe over het algemeen de toehoorders geen genoegen met mijn gekweel. Probleem is alleen: ik houd van muziek! Met name de klanken of teksten die je bijna fysiek voelt, doen mijn hart sneller slaan. Laat me de eerste tonen van ‘Barcelona’ horen, en ik neem de rol van Montserrat Caballe zonder nadenken over. The eighties hebben geen geheimen voor mij. Ook de tweede stem bij menig nummer van Simon & Garfunkel, the Carpenters of John Denver is a piece of cake. Althans, dat is dus mijn persoonlijke mening. Maar, ik ben zelf dus mijn grootste en tevens enige fan. Vandaar dat ik bij voorkeur los ga in de auto. Blik op de weg, voet losjes op het gaspedaal en volumeknop op ‘te hard’. Eind goed, al goed, iedereen blij. Tot vanmiddag dus. Want midden in ‘If you leave me now’ hoor ik gepiep achter me. Of liever gezegd: gejank. Ik ben op de terugweg van de dierenopvang naar huis. Darwin en z’n vriendin Luzz kunnen het niet langer aanhoren en geven luidkeels commentaar. Ik probeer nog even hen te overtuigen, maar tevergeefs: ze zijn onverbiddellijk. Ofwel ogenblikkelijk ophouden, of ze lopen de rest wel. Dus de volumeknop gaat terug naar ‘voor watjes’. En terwijl ik zachtjes mee-neurie, verheug ik me op volgende week. Veel externe afspraken en uren in de auto. The winner takes it all!

Advertenties

Loslaten is zo lastig

Toen we afscheid moesten nemen van Floppy, onze vorige hond, was de impact groot. Heel groot. Ik ben maanden volledig van slag geweest en uiteindelijk met hulp van een coach weer overeind gekrabbeld. Nooit meer zo’n verdriet, dat wist ik zeker. Maar naast de pijn, waren ook de mooie momenten verdwenen. Het samen op avontuur door heel Europa, het thuiskomen na een werkdag, zelfs het ochtendhumeur waar Floppy bekend om stond miste ik. En zo kwam er uiteindelijk toch weer een puppy, met twee hele goede vrienden als bonus. Ik was dol op Darwin vanaf die eerste blik uit die prachtige bruine ogen. En toch hield ik bewust emotioneel afstand. Ook deze hond moeten we ooit loslaten. Ik heb die houding nog best lang volgehouden eigenlijk. Maar dat was natuurlijk een kansloos project vanaf het begin. Darwin is een compleet andere hond. Ik schreef verhaaltjes over Floppy: Flopperietjes. Darwin heeft z’n eigen Facebook-pagina! Floppy lag aan mijn voeten, Darwin nestelt zich in mijn armen. En waar mijn handen zich tot in detail de vorm van Floppy’s hoofd herinneren, duwt een ander koppie die gedachte ruw opzij met het ‘verzoek’ nu eindelijk eens een kluifje voor hem te pakken. Hoe hecht de band tussen Darwin en mij is, merkte ik gisterenavond. Hij rolde ineens uit z’n mand, zijn hele lijfje in een kramp. Toen hij eindelijk stond, schommelde hij ‘dronken’ in een rondje, de pootjes ongecontroleerd. Hij keek ons wel helder en rustig aan, maar er was duidelijk iets mis. Manlief schoot z’n schoenen aan, terwijl ik een filmpje maakte voor de dierenarts. Maar net voordat ik het noodnummer wilde bellen, leek het alweer beter te gaan. En besloten we het nog even aan te kijken. Ook de avondwandeling ging redelijk. Vals alarm. Toch? Ik heb niet veel geslapen. Hij moet nog zes jaar worden. Sterker nog, hij moet nog zestien worden! Ik kan hem nog niet missen! Maar weet dat dit over zestien jaar niet anders zal zijn. Het hoort erbij. Ik moet leren loslaten. Nog steeds en alweer. Maar nu nog even niet.

Reünie klas 1981-1983

OLV.JPGSocial media is toch ook een handig informatiesysteem voor andere zaken dan het wel en wee van je familie en vrienden. Zo zag ik een paar weken geleden dat mijn oude school binnenkort 95 jaar bestaat. En dat ze dit vieren met een reünie. Ik volgde er met veel plezier de lessen en heb mooie herinneringen aan die tijd. Bovendien woon ik nog steeds in de buurt en rijd er dagelijks langs. Ik zie zelfs regelmatig leraren die me ooit probeerden op het goede spoor te krijgen. Maar een reünie? Vooral mensen die ik niet (her)ken. Ik vink het vakje ‘geïnteresseerd’ aan en laat het daar even bij. Maar vandaag verschijnt er een online krantenartikel over het jubileum. Ik zie een aantal foto’s van toen. Herken een leraar waarvan ik jaren geleden de uitvaart bijwoonde. Het begint weer te kriebelen. Toch maar gaan? Ik maak het entreegeld over en zet het evenement in de agenda. Ik tag een aantal oud-leerlingen met wie ik via Facebook contact heb. Gaan jullie mee? For old times sake! Al is het maar om te laten zien dat we nog steeds niets veranderd zijn.

Python met satésaus

pythonHet stond op alle lokale, nationale en zelfs internationale nieuwssites: de originele Python gaat de Efteling verlaten. De achtbaan wordt volledig van nieuwe onderdelen voorzien. Bezoekers kregen de gelegenheid om ‘afscheid’ te nemen en nog een laatste ritje te maken in het oude beest. Het bericht was net zo wereldschokkend als de introductie in 1981. Diverse blogs riepen op hun volgers op om herinneringen te delen. Mijn gedachten gaan terug. Ver terug. Ik was een tiener en aangezien we niet zo heel ver van Kaatsheuvel wonen, kwamen we met enige regelmaat in het pretpark. We vermaakten ons in het sprookjesbos, reden rondjes in de carrousel, genoten van de rust in de Gondoletta, en als ik dapper genoeg was hield ik mijn ogen open in het Spookslot. Eventjes. En toen kwam de Python dus. Onze buurman Harry daagde me uit voor een weddenschap: “Als jij daar een ritje in maakt, trakteer ik je op een frietje met satésaus.” Voor zover ik weet, had ik niets met ‘friet met satésaus’. Maar wel (en nog steeds) met uitdagingen! Dus ik haalde diep adem en stapte met bibberende knieën in het treintje. Ik heb gegild! Maar dat hoorde zo. En ik overleefde het. Kreeg het beloofde bakje friet met satésaus. Het was leuk en ik denk er met veel plezier aan terug. Straks kun je onderdelen van de Python kopen in de giftshops van de Efteling. Als herinnering. Voor mijn herinnering heb ik geen symbool nodig. Die blijft oneindig houdbaar.

Halfvol

Met een half oor luister ik naar de discussie op de radio. Mijn beide ogen en het resterende anderhalve oor heb ik nodig voor het verkeer op deze eerste echte werkdag voor velen in het nieuwe jaar. Dus ik mis de aanleiding voor het gesprek. Maar de mening van de gesprekspartners is unaniem: januari is geen leuke maand. Ik hoor diverse redenen: goede voornemens die stranden, eenzaamheid na weken van al dan niet bewust georganiseerd gezelschap, voelbare werkdruk na het kerstreces, eindeloze donkere uren. Of je er gevoelig voor bent of niet: depressie ligt op de loer. Een aantal mogelijke oplossingen komen voorbij, maar worden ook net zo snel weer van tafel geveegd. Het onderwerp wordt uiteindelijk in mineur afgesloten. Ik schud mijn hoofd in het licht van de koplampen achter me. Ik heb de waarheid niet in pacht, en pretendeer dat ook geenszins. Ook ik uit wel eens al dan niet hoorbaar een krachtterm. Maar er is geen licht zonder duisternis, geen lach zonder traan, geen succes zonder inspanning. Januari wordt gevolgd door februari, en over een tijdje door mei. Heus waar. “Accepteer wat je niet kunt veranderen en verander wat je niet kunt accepteren”, sprak een wijs iemand ooit. En een nog wijzer iemand schreef het vervolgens op. Zoek dus de lichtpuntjes, of beter nog: veroorzaak ze. Dan zul je zien, het komt allemaal goed. Tot de volgende jaarwisseling.