Afzwemmen

“Zeg gerust ‘nee’, hoor. Maar ik heb hem beloofd dat ik het je zou vragen!” Een appje van mijn schoonzusje. Zondagochtend, we zijn net wakker. Ik had eigenlijk andere plannen voor vandaag. Maar ja, als je aanwezigheid zo wordt gewaardeerd … En zo zit ik een uurtje later naast mijn nichtje, twee oma’s en een opa te kijken hoe mijn neefje opgaat voor zijn zwemdiploma A. Het is snikheet op de tribune en een paar meter lager lonkt het water uitnodigend naar ons. Aan de rand van het bad staan 30 kinderen te wachten op het signaal van de badmeester. Mijn broer en schoonzus zitten op de bank tegenover ons. Ik zwaai uitbundig. Eerst doet mijn broer alsof hij me niet ziet, maar, wetende dat ik echt niet ophoud voordat hij terug zwaait, steekt hij uiteindelijk even zijn hand op. Tevreden richt ik mijn aandacht weer op mijn neefje. Eindelijk gaan ze van start. Ze springen, duiken, trappelen en zwemmen keurig de afgesproken oefeningen. Soms is het lastig om tussen al die natte hoofdjes het juiste te ontdekken. Maar gelukkig weet mijn nichtje haar broertje feilloos te traceren: “Daar in het midden. Die scheef zwemt. Hij zwemt altijd scheef namelijk.” Dan klinkt het laatste fluitsignaal en klimmen ze op de kant. De badjuffrouw roept om dat alle kinderen geslaagd zijn! En iedereen applaudisseert. Even later klemt een heerlijk koel jochie zijn armen om mijn nek: “Ik zag je, hoor, tante Dorine! Ik wist wel dat je zou komen kijken!” En weg holt hij, naar een als dolfijn aangeklede badmeester. We kunnen naar huis voor een duik in ons eigen zwembad. Met diploma!

Advertenties

Welpotjandoosjenogereensaantoe!

knieDat zei mijn oma altijd, zich bewust van haar voorbeeldrol inclusief toegestane krachttermen. Ik gebruik op dit moment heel andere woorden. Het gaat wat beter met mijn knieblessure. En daar is alles mee gezegd. ’s Ochtends begint de pijn met 2 à 3 (van 10) om net voor het slapen te eindigen in een 8 en soms 9 (van diezelfde 10). Als mijn collega’s me tijdens een teambijeenkomst naar het koffieapparaat zien ‘lopen’, adviseren ook zij nadrukkelijk om niet te ‘wachten tot het slijt’. Dus ik maak een afspraak bij de huisarts. Ik vertel wat er is gebeurd, wat de fysiotherapeut heeft verbeterd en wat de situatie nu is. “Laat me even één kleine test doen”, antwoordt ze. Waarna ik de plinten van het plafond ineens van heel dichtbij zie. “Ik verwijs je door naar een orthopeed, het lijkt toch een gescheurde meniscus”, is haar diagnose. “En gelukkig kun je daar deze week al terecht.” Thuis google ik op de voor mij onbekende aandoening. De kans op een operatie is blijkbaar groot. Naast een zeer nadrukkelijke ervaring met mijn navelbreuk toen ik 9 was, heb ik zelf geen weet van dit soort ingrepen. “Ga je met me mee?” vraag ik dus met een klein stemmetje aan Manlief. Die knikt. Ik weerhoud me om nog meer informatie te zoeken: de bewuste orthopeed scoort een 8,5 op het gebied van kennis, kunde en vriendelijkheid. Meer hoef ik nu niet te weten, het komt vast goed. Nog twee nachtjes (niet) slapen.

Feestelijk

Al zolang ik me kan herinneren, krijg ik appels en peren van mijn tante. Ze heeft een eigen boomgaard en maakt de heerlijkste appelmoes van Nederland. Ik ben er telkens weer blij mee en geniet van de speciale smaak. En nu wordt ze 80 jaar. Ze viert het met een groot feest. “Heb je al iemand voor de taart? Ik wil graag een keer iets terug doen!”, vraag ik mijn nichtje. Op haar vraag voor hoeveel personen, antwoord ik “allemaal natuurlijk!” Er komen zo’n 70 man, dus vijf a zes taarten. Ik wik en weeg over de combinatie aan smaken en neem dan een besluit. Timo’s taart (sinaasappelcharlotte), citroenkwark, appelnotentaart met vijg, stroopwafelcake en natuurlijk de inmiddels befaamde chocolade-sprokkeltaart. Op de afgesproken dag rijd ik met de auto vol taartschalen, -scheppen, -messen en natuurlijk taart naar de feestlocatie en stal ik alles uit op een prachtige tafel. Een plaatje! En dat blijft niet onopgemerkt. De gasten komen twee en soms drie keer terug. Als ik afscheid neem, krijg ik stevige knuffels: “Dank je wel!” Heel graag gedaan. Het genoegen was geheel mijnerzijds!

Kinderfeestje

IMG_8421“Fijn als je mee wilt en kunt!” Mijn schoonzusje aan de lijn. Nichtje viert haar tiende verjaardag en ze hebben nog één begeleider nodig. En ik zeg ‘ja’, zonder te weten waartegen. Nichtje is fanatiek klimmer. Ik heb wel eens foto’s gezien van haar verrichtingen. Maar als ik onderaan de wand van 19 meter hoog sta, valt mijn mond open. Ze is zo klein en tenger. De instructeur vertelt ons wat we moeten doen. Alsof het niks voorstelt. Deze hand hier en die hand daar. En niet loslaten. Ik doe het na, maar het voelt niet natuurlijk. “Je kunt het niet fout doen!”, stelt hij ons nog gerust. Het eerste vriendinnetje vindt het na een meter of vier wel genoeg (en ik ook). Ze geeft de code en ik antwoord in een andere code. Dan pak ik met beide handen het touw stevig vast. Gelijk staat de instructeur naast me: “Néé! Niet zo!!” Hij doet het nog een keer voor. De meisjes kijken me onbevangen en vol vertrouwen aan: ik ben ‘oud’ dus ik ‘weet’ wat ik moet doen. Maar het is bloedspannend, zoveel verantwoordelijkheid. Het zweet rolt in straaltjes over mijn rug. “Niet vergeten ook een beetje plezier te hebben”, knipoogt de instructeur. En inderdaad, het gaat steeds beter als je je blijft concentreren. Na een uur is het afgelopen, en begint het volgende onderdeel: een soort doolhof. Wij mogen even bijkomen met een kopje thee. Als ook het derde onderdeel (boulderen, kunnen ze zelfstandig) is afgelopen, neem ik afscheid. Mijn nichtje knelt haar armen om me heen: “Dank je wel dat je er was, tante Dorine!” Ik knuffel haar stevig terug. “Ik vond het hartstikke leuk!”, antwoord ik. En ik meen het nog ook.

Bijzonderheden

“Kom nou kijken, maar zachtjes!” Met handgebaren maak ik Manlief, die met Darwin aan komt lopen, duidelijk dat het dringend is. Ik wijs naar de waterkant en specifiek naar een boomstronk. Op het uiteinde warmt een schildpad zich in het zonnetje! Ik woon nagenoeg mijn hele leven in deze buurt, ging naar het voortgezet onderwijs in het gebouw een eindje verderop aan dezelfde gemeentelijke vijver. Het is een grote waterplas, met een klein eiland in het midden waar watervogels nestelen. Er wordt regelmatig gevist en gevangen. Maar nog niet eerder zag ik een schildpad! We maken wat foto’s en lopen dan verder. Als ik het later tegen mijn moeder vertel, reageert ze opgetogen. Ze woont in dezelfde wijk. Maar hoewel zij en de buurvrouw bij het uitlaten van de honden regelmatig naar deze bijzondere buurtgenoot uitkijken, hebben ze minder geluk. Vandaag maak ik weer een wandeling rond de vijver. Ineens zie ik hem, op een tak half in het water. Ik app een foto: “Kijk, daar zit hij.” En tot mijn verbazing zie ik er verderop nog drie! Met een glimlach loop ik terug naar huis. Er is zoveel bijzonders te zien om je heen. Je hoeft er alleen maar alert op te zijn.

Aangeschoten

9C5BF6D1-7329-4704-9124-19321F7048DC‘De beagle is een jachthond met als taak met de neus te jagen op aangeschoten wild in een groep (een meute). Hij is alert (maar niet waakzaam). Beagles hebben een erg eigenwijs karakter. Door sommige mensen wordt deze eigenwijsheid nog weleens verward met een gebrek aan intelligentie, maar dit is zeer zeker niet het geval. Beagles zijn juist uitermate intelligent. De honden zijn in het algemeen vriendelijk en niet agressief of verlegen. Ze houden van menselijk gezelschap.’ Tot zover geciteerd uit Wikipedia. Dat overigens een totaal ander verhaal over Darwin vermeldt, maar dat bewaren we voor een volgende keer. Onze Darwin houdt inderdaad van gezelschap: vooral dat van ons. Hij is intelligent, leergierig en kent vele kunstjes. Met name omdat hij zeer content met en dus gefixeerd is op de bijbehorende beloning! En wat hij het allerallerleukste vindt, is verstoppertje spelen. Het moment waarop hij zijn ras, zijn kenmerken en zichzelf mag vergeten. Hij wacht geduldig in een onoverzichtelijke hoek van het huis tot hij een seintje krijgt: meestal het roepen van zijn naam. Dan stormt hij in zo’n kort mogelijke tijd door de kamers. Hij negeert alle zintuigen op één na: ‘gotcha!’ Ik zie zijn pootjes talloze malen voorbij komen als ik onder de bank door kijk, zijn staart als ik rechtop achter Manlief z’n leunstoel sta en zelfs zijn flapperende oren, als ik tegen de achterste muur op het logeerbed lig. Hij kijkt niet omhoog, hij is alweer in de keuken. Pas na een aantal hints weet hij me te vinden en krijgt hij het welverdiende kluifje.  Waarna we weer van voren af aan beginnen. Dus intelligent? Hangt van het thema af. Alert? Zeker, op gepaste tijden. Met de neus jagen? Mwah. Wie weet, als ik ooit aangeschoten verstoppertje met hem speel.

Brand

“Het is hier tegenover!” Ik worstel me door mijn slaperige onderbewustzijn naar de realiteit. Het bed naast me is leeg. En ik hoor loeiende sirenes op straat. Een ogenblik later kijk ik samen met Manlief verbijsterd naar de supermarkt aan de andere kant van de straat. Dikke rookwolken ontsnappen uit het pand. De brandweer probeert binnen te komen, maar dat valt niet mee. Ook de deur van het appartement erboven wordt met geweld geopend, waarna brandweermannen naar boven rennen, op zoek naar de bewoners. Dan slaat de schrik me om het hart. Buurvriend woont er schuin naast. Ik probeer hem te bellen, maar krijg keer op keer de voicemail. Manlief wijst: “Daar staat hij!” Op straat, in zijn badjas en op blote voeten, samen met de andere overburen die al zijn geëvacueerd. Ze worden door de politie op veilige afstand gehouden en regelmatig op de hoogte gehouden over de status. De wind staat de andere kant op, dus wij mogen binnen blijven en hebben eersterangs plaatsen. We zien hoe zo’n twintig brandweermannen de brand bedwingen en de omliggende panden en bewoners veilig stellen. Na anderhalf uur is de brand meester. Er wordt overlegd, gecontroleerd en overduidelijk via bekende procedures gehandeld en samengewerkt. Indrukwekkend om zo’n korte afstand te zien hoe gedegen en geruststellend ze te werk gaan bij een heftige gebeurtenis. Diep respect en bewondering! Dan worden de bewoners begeleid naar hun woning: sommigen moeten voor nu alternatief onderdak zoeken, anderen hebben geluk en kunnen terug naar hun eigen bed. Buurvriend komt een kop koffie halen voor de schrik. Terwijl hij een sigaret opsteekt, zegt hij. “Het viel gelukkig mee bij mij. De enige rookschade die ze constateerden, was van mijzelf!”