Tevreden

20140329-225351.jpg

Erik van Muiswinkel had beloofd iets te schrijven in mijn Boek van Sinterklaas. En omdat het voor mij grote emotionele waarde heeft (de handtekening van de echte Sint staat er namelijk in), spraken we af elkaar na een van zijn optredens te ontmoeten. Zodat ik het persoonlijk kon aanreiken. Heel even had ik nog getwijfeld: na een bizar hectische en stressvolle periode lonkte een avond rustig op de bank. Maar nu zitten we dan toch in de zaal. Het licht gaat uit. De show begint. De vaart zit erin en de opmerkingen zijn goed raak! Er wordt geïmproviseerd, zodat zijn muzikanten het regelmatig niet meer houden van het lachen. Als het slotapplaus heeft geklonken, kijken we elkaar aan. Ik herinner me dat mijn schoonzus ons hier ooit heeft meegenomen naar het artiestencafe. Eindeloze gangen door de catacomben van het theater. Dat vinden we nooit! Als ik een van de zaalwachters aanspreek, adviseert hij me voor de zaal te wachten. ‘Erik komt dan zometeen wel!’ Na een twintig minuten zonder Erik loopt een van de toneelondersteuners langs. ‘Is hij er nog steeds niet?’, informeert hij. Als ik ‘nee’ schud, duikt hij de zaal weer in. Om er tien minuten later uit te komen, met Erik! Hij geeft ons een hand en we praten even over wat actualiteiten. Dan pakt hij het boek en een pen. Manlief maakt nog een foto, waarna we afscheid nemen. Blij verlaten we het theater. Mijn oma zei altijd: ‘Een tevreden mens is een gelukkig mens’. Je wilt niet weten hoe bijzonder tevreden ik me de laatste tijd voel!

Advertenties

Niet schrikken …

wehelpen

Ik heb een nieuwe baan! Niet een nieuwe functie, andere rol of bijzondere uitdaging. Ik krijg een nieuwe werkgever. Na ruim 26 jaar ga ik het vertrouwde nest verlaten. Ik ben er zelf nog helemaal confuus van. Eerder schreef ik hier al over WeHelpen, de digitale marktplaats voor hulpvraag en aanbod. Ik vind het zo’n mooi initiatief, mede opgericht door mijn huidige werkgever én het bedrijf waar ik veel werkzaamheden voor verricht. Ik heb ook al meerdere contacten met hen gehad: ideeën en tips uitgewisseld. Een paar weken geleden stond er ineens een vacature op hun site: Marketing & Communicatie manager. Eigenlijk dacht ik dat ik niet zoveel kans maakte: ik blink niet uit in strategische visie. En ben wel goed, maar niet goedkoop! Maar, zo dacht ik, praten kan altijd. En het klikte! Ik kreeg een uitnodiging voor een tweede gesprek en ook daar werd ik alleen maar meer door gesterkt dat er een goede match was. Keihard werken heeft me nog nooit tegengehouden, zeker niet als je passie voor je werk hebt. Ook de mensen die ik het voorzichtig begon te vertellen, reageerden unaniem enthousiast (nadat ze van de schrik waren bekomen): ‘Dit past zo perfect bij jou!’ En voordat ik het wist, zei ik ‘ja’. Welbewust ‘ja’. Terwijl mijn keel dichtgeknepen werd: ‘Wat heb ik gedaan!?’ Maar net als toen ik Manlief leerde kennen: hoofd, hart en buik zeggen dat het goed is. Dat ik kan springen. Dat het badwater warm en welkom is. Gisteren heb ik het op kantoor verteld. Ook daar kunnen ze het nauwelijks geloven. En reageren vervolgens hetzelfde: ‘Dit is zo jij!’ De hoofddirecteur wil even koffie met me drinken: ‘Van alle mensen van wie ik verwacht dat ze ooit het licht uitdoen bij dit bedrijf, sta jij in de top drie! En nu zeg je dat je weggaat?’ De laatste dag is vastgesteld. Ik heb nog drie weken om te wennen. Om een beetje (heel klein beetje maar) afscheid te nemen. Om heel veel ‘tot ziens’ uit te spreken. En dat ben ik ook vast van plan! Want ik sta op het punt om mijn uiterste best te gaan doen de wereld nog een beetje mooier te maken! Samen met iedereen die me daarbij wil helpen.

Kilometers maken

smurf

We zijn druk aan het trainen voor de Vierdaagse. Hoewel we pas begin april horen of we daadwerkelijk (allebei) mee mogen doen, is het belangrijk om kilometers in je voeten te krijgen. En dus staat er elk weekeinde een afspraak in onze agenda’s. De af te leggen kilometers lopen gestaag op. De ene week verhoging met vijf kilometer, de week erop iets minder dan de laatst gelopen afstand. Met een app zoekt Manlief een leuke route uit met het juiste aantal kilometers. De tocht van deze week gaat deels door de binnenstad, deels door het bos en langs de omliggende dorpen. We nemen Darwin en Sydney mee: het is ook goed voor hun conditie. ‘Kijk’, zeg ik, ‘Hier ging ik vroeger turnen op donderdagavond. Alleen in de zomer. Want ik mocht niet op de fiets als het donker was.’ En even later ‘Hier woonde de jongen waar ik op de middelbare school stapelverliefd op was!’ Even verderop: ‘Dat was het huis van de ouders van een vriendinnetje van Broer. ‘ Manlief schudt zijn hoofd over zoveel opgeslagen historische informatie. We lopen en we lopen en we lopen. Als we een bladblazer horen en de veroorzaker ontdekken, blijkt het Vader Abraham in hoogsteigen persoon te zijn. We zwaaien, hij smurft terug. Na 18 kilometer kom ik een klein mannetje met een hamer tegen. Figuurlijk. Gelukkig is hij een kop kleiner dan ik en weet ik ‘m te overtuigen dat ik écht verder wil, verder moet. We noteren in gedachten de leerpunten van deze training: voldoende water mee, wat fruit of een broodje, een drinkbakje voor de honden. ‘We hebben nu 25 kilometer gelopen’, zegt Manlief dan. ‘En we hoefden er eigenlijk maar 20!’ De route gaat nog een paar kilometer verder naar rechts. Maar we slaan linksaf, het laatste kleine stukje naar huis. Bij de voordeur kijken we op de teller: 27,9 kilometer. Trots op onszelf zakken we op de bank neer. Dan hoor ik een piepje. Darwin zit voor me. Een bal in zijn bek. Of ik zin heb om te spelen?! Hondjes met een hamer bestaan blijkbaar niet.

Op stap met de Zonnebloem

zonnebloem

Mijn oma was vroeger voorzitster van de regionale afdeling Zonnebloem. Ik herinner me een boot en heel veel opa’s en oma’s die zich zichtbaar verheugden op het uitje. Het schiet door mijn hoofd als ik naar mijn moeder en Schoonmama kijk, die in het zonnetje gezellig kletsend zitten te wachten op de trein. We gaan samen een dagje naar het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden, naar een tentoonstelling over Petra. Eigenlijk wilden ze allebei naar het origineel. Maar hoewel het in dat deel van Jordanië relatief rustig is, is het dat in de omringende landen zeker niet. Tel daar een stevige reis vanaf het dichtstbijzijnde vliegveld bij op en je krijgt een nadrukkelijk negatief eindadvies. Gelukkig gaven ze daar, zij het aarzelend, gehoor aan. Ik zou geen rustig moment kennen tijdens hun trip! Zelf meegaan was ook geen optie: ik vind het best interessant, maar wat mij betreft weegt het niet op tegen onze ervaringen met Caïro, de pyramides en het graf van Toetanchamon. Ik besteed het geld dan liever aan iets anders. Maar hen vergezellen naar Leiden, dat is zeker geen opoffering. Als we het laatste stukje naar het museum lopen, informeert Schoonmama of we al weten wat we gaan stemmen tijdens de komende Gemeenteraadsverkiezingen. En of we wel eens van OPA hebben gehoord, de partij die zich vooral buigt over zaken die ouderen raken. ‘Nee, op hen ga ik zeker niet stemmen’, antwoordt mijn moeder resoluut. Op de vraag naar het ‘waarom’, licht ze toe: ‘Ik hoor daar helemaal niet bij! Daar ben ik nog veels te jong voor!’ Schoonmama schatert het uit! Ze is met haar 74 jaren precies 2,5 jaar ouder dan mijn moeder. Lachend lopen ze naar de draaideur van het pand. En ik? Ik vernietig de gedachte aan ‘dagje op stap met de Zonnebloem’. Zolang je jong van geest bent, is het ‘later’ nog tijd genoeg om je oud te voelen! Chapeau!

Zonlicht

wolk

‘Waar zie je jezelf over vijf jaar?’ Hij vraagt het oprecht geïnteresseerd. Ik glimlach. En leg uit dat ik niet zo bezig ben met mijn ‘verre’ toekomst. Nooit geweest ook. Als ik iets heb geleerd van het vroegtijdig overlijden van mijn vader, dan is het wel om geen plannen op de al te lange termijn te maken. Hij zou werken tot z’n 55ste en daarna gaan reizen, van het leven genieten. Niet wetende dat zijn verblijf hier gelimiteerd was. Natuurlijk is dat iets anders dan investeren in je persoonlijke ontwikkeling en je ambitie om ergens te komen. Maar bij mij staat plezier in mijn werk standaard bovenaan het lijstje. Net boven ‘er toe doen’. En dat kun je voor een groot deel zelf beïnvloeden. Je werk is nooit alleen maar geweldig. In je omgeving loopt altijd wel iemand rond met wie je het minder goed kunt vinden. Niet elke klus loopt van een leien dakje. Maar de euforie die je voelt als iets uiteindelijk toch lukt, of als je een manier weet te vinden waarin je wel professioneel met elkaar kunt samenwerken, daar ga ik voor! Hoeveel ik ook onderweg heb gemopperd en op punt gestaan om het op te geven. Mijn enthousiasme is blijkbaar aanstekelijker, want ik heb zijn volle aandacht. Hij staat op het punt om iets dappers te doen, een stap met behoorlijk wat risico te nemen. En hoewel we het niet op alle punten met elkaar eens zijn, begrijpt hij mijn gedachtegang. ‘Je klinkt tevreden en gelukkig’, constateert hij. Ik beaam het. We gaan op korte termijn een onzekere periode in. Eentje die hoe dan ook verdriet, pijn en uitdaging met zich meebrengt. Maar ik heb vertrouwen in mezelf. Op de basis die ik heb gelegd. Op het feit dat ik met mijn enthousiasme mensen mee kan krijgen. Het komt wel goed. Hoe donker de wolk ook is: een kant is gericht op de zon. En die schijnt op mijn gezicht.