APK-keuring

We zitten met z’n drieën bij de dierenarts: Manlief, Floppy en ik. Het is tijd voor de jaarlijkse keuring. Floppy bibbert als een juffershondje en schaamt zich daar absoluut niet voor. Hij vindt het doodeng bij de dierenarts. Eerlijk is eerlijk, in al zijn 14 jaar en 7 maanden is hij hier nog nooit voor het lolletje geweest. En hij is de enige niet die er zo over denkt. Ik zie een minimuisje, een Bassetpup, een Bulldog, twee Jack Russels, een Rottweiler, een Ara en bijbehorende baasjes. De Bassetpup begroet iedereen vriendelijk en struikelt daarbij voortdurend over zijn oortjes. Hij kijkt telkens verbaasd op: ‘Hè, zag je dat?! Ik stond op mijn eigen oor!’ Dan krast de Ara. Niet eens zo heel hard, maar de Rottweiler schrikt zich rot en springt in de lucht. Om daarmee de Ara minstens zo’n hoge luchtsprong van schrik te bezorgen. Manlief en ik grappen over het minimuisje: ‘Dokter, zijn voorhoofdholte zit verstopt’. Dokter pakt het diertje voorzichtig tussen duim en wijsvinger, blaast heel hard op zijn neusje en zegt: ‘Over’. Uiteraard maskeren we met deze ‘humor’ onze eigen spanning: komt Floppy door de APK? Ineens horen we zijn naam, hij is aan de beurt. Zijn laatste poging om zich onder de stoel te verstoppen negerend, volgen we de dierenarts naar de spreekkamer. Na tien minuten staan we weer buiten. Goedgekeurd. En als er niks geks gebeurd, kan hij nog gerust een aantal jaren mee!

Advertenties

En dat is één!

En net als je denkt dat het allemaal minder voorspoedig gaat dan je wilt, zit er ineens schot in de zaak. Manlief kijkt al maanden uit naar een andere job. De reisafstand (op gunstige dagen 2 uur en een kwartier voor een enkele reis) begint ‘m op te spelen. En ook de functie-inhoud is niet meer wat het is geweest. Kortom, tijd om uit te kijken naar een andere baan. Maar het wilde niet echt lukken. Tot vorige week. Hij had een gesprek bij een bedrijf, dat zich specialiseert in boeken en kantoorartikelen. Ze willen Engelse literatuur nadrukkelijker op de Nederlandse markt brengen. Toevallig leest manlief graag boeken in die taal. Het gesprek verliep prettig. Zeker toen ze vertelden dat ze zich wat Engelse literatuur betreft vaak David met twéé Goliaths voelden. Mijn man had dè oplossing: ‘Pak jij de linker, neem ik de rechter voor mijn rekening! Hij zou binnen twee dagen iets horen. Twee úúr later belden ze al: hij was degene die ze zochten! Vandaag bespraken ze de arbeidsvoorwaarden. Eindresultaat: mijn man heeft een nieuwe baan!

Een intrigerend vraagstuk

Tijdens het strijken op maandagavond wil ik nog wel eens met een schuin oor en oog naar Spoorloos kijken. Verhalen van geadopteerde kinderen die ineens nog maar één allesoverheersende wens hebben: weten waar ze vandaan komen. Ik kan me er weinig bij voorstellen, maar zomaar ineens zit ik midden tussen de adoptie-meningen. Een collega en vrienden van ons zijn bezig met het adopteren van een kind uit een ver land. Madonna zet de hele wereld op z’n kop door een jongetje te adopteren zonder die weg te hebben bewandeld. En bij kennissen van ons is het gespreksonderwerp: vertellen we het straks wel of niet dat zoonlief via IVF met een spermadonor is geboren? De meningen vóór zijn net zo hardnekkig als ‘tegen’: ‘hij heeft er recht op’ versus ‘waarom zou je als hij in mama’s buik heeft gezeten’? Tja. Zou jij het willen weten als je een keuze had? Ik ben een kind van mijn ouders en herken veel van zowel mijn vader als van mijn moeder in mijzelf. Maar als dat nou niet zo is? Karaktereigenschappen, achtergronden, talenten … Het verandert je liefde voor je adoptieouders (denk ik) niet, maar de wetenschap alleen al kan vragen beantwoorden die voor jou belangrijk zijn. En stel nou dat je inderdaad toch een prinsesje bent? Zoals ik al zei: een intrigerend vraagstuk!

Kinderwijsheid

Mijn moeder en ik genieten van een lunch met haar vriendin en met mijn vriendin. De laatste heeft haar zoontje van vijf meegenomen, een gezellig en ietwat vroegwijs jochie. Hij toont trots zijn gameboy en demonstreert diverse spelletjes. Terwijl we ons buigen over de keuzemogelijkheden op de kaart, kijkt hij verlekkerd naar de vitrine met gebak. Als we de bestelling doorgeven, knijpt hij me enthousiast in mijn hand: ‘Wij nemen straks appelgebak, he!’ Ik beloof het hem graag: Dudok-gebak is niet te versmaden! Maar de lunch is zalig en overvloedig, dus als de laatste kruimels in mijn maag zitten, kijk ik toch wel ietwat bedenkelijk naar de megagrote stukken appeltaart. We besluiten samen één punt te nemen en likken na elke hap onze lippen af. Zalig! Als de helft van het gebak verdwenen is, duwt hij het bordje van zich af. ‘Neem jij de rest maar, hoor!’, zegt hij. En voegt er vertrouwelijk aan toe: ‘Ik ben eigenlijk aan de lijn en jij kan het hebben!’

In de bonen

We eten ze maar heel af en toe, terwijl ik er eigenlijk dol op ben: witte boontjes in tomatensaus. ’s Ochtends als Engels ontbijt of ’s avonds als groente bij de maaltijd. Het komt er gewoon niet van, temeer dat verse groentes net even iets gezonder zijn. Maar toen ik afgelopen zaterdag zag dat ze in de aanbieding waren, nam ik gelijk een potje mee. Eenmaal thuis twijfelde ik: hield manlief er nu wel of niet van? Hij heeft zijn naam niet mee wat dit onderwerp betreft: ‘Bartje bidt niet voor (bruine) bonen!’ Gelukkig bleek het loos alarm. En prijkten ze gisterenavond op het menu. Zalig, ik genoot van elke hap. Vanmorgen werd ik met wat buikpijn wakker. Ik dacht er niet bij na, totdat ik nog nèt kantoor haalde en met een noodgang naar het toilet holde. Dat ging de hele ochtend door, pas tegen de middag verminderde de aandrang. Gammel zat ik achter mijn bureau, met een kop thee als lunch. Had ik soms iets verkeerds gegeten? Toen viel het kwartje bij mij. Bonen hebben namelijk als onhebbelijkheid dat ze laxerend werken. En dit keer was het dus prijs. Een leer voor de volgende keer: ook 3ne bidt niet meer voor bonen!

Inspiratie

‘Hé ben je soms gestopt’, vroeg een van mijn trouwe lezers. ‘Dat stukje over die uitverkoop ken ik nu wel, hoor!!’ Tja. Normaalgesproken probeer ik dagelijks te schrijven. Maar dan moet je wel iets te vertellen hebben. Een van de eerste dingen die ik tijdens de opleiding Communicatie leerde was namelijk dat je nooit moet schrijven om te schrijven. Ik ga er even voor zitten en bedenk wat er de afgelopen dagen is gebeurd. Mijn man heeft gesolliciteerd naar een nieuwe job en uiteraard leefde ik heel hard met hem mee. Het ziet er bijzonder goed uit. Ook zijn we met een aantal vrienden naar The Holiday geweest. De meningen zijn verdeeld, maar komen er grofweg op neer dat het verhaal gemakkelijk in een half uur had kunnen worden verteld. Afgerond naar boven! We hebben bloed gegeven en geleerd dat dit ook een manier om af te slanken is: het levert je een ogenblikkelijk verlies van ruim een pond op. Om dat te compenseren hebben we bij (schoon)moeder van haar heerlijke spagetti naar geheim recept genoten. Het sneeuwde waar het niet moest sneeuwen (hier in Nederland), maar gelukkig is er afgelopen nacht eindelijk ook iets naast het hotel gevallen, waar we over drie weken de wintersport doorbrengen. Er is nog hoop op een ski- in plaats van een wandelvakantie. En ik heb kennis gemaakt met mijn toekomstige leidinggevende. Hij is niet gewend om secretariële ondersteuning te krijgen, dus dat biedt een mooi perspectief: ‘Oh nee, hoor, dat moet je echt zelf doen, dat doet een secretaresse niet!’ Hé, eigenlijk heb ik dus hartstikke veel onderwerpen om over te schrijven! Wie had dat gedacht!

Alles moet weg

Voor het 65ste verjaardagsfeest van mijn moeder wil ik uiteraard een leuke nieuwe outfit. Maar dat valt op dit moment niet mee. Heel veel kledingstukken zijn terecht afgeprijsd: daar wil je niet dood in gevonden worden! Als ik tussen de nieuwe collectie snuffel, vind ik een trendy rok met jasje. Eigenlijk een beetje te trendy naar mijn zin, maar ja, het is natuurlijk wel voor het feest. Zodra ik uit de paskamer kom om het resultaat voor de grote spiegel te bekijken, hoor ik ineens achter me: “Goh, mevrouw, dat staat móói!’ Een verkoopster is de paskamers binnengekomen. Ze lijkt oprecht enthousiast, maar ik twijfel. Kijk nog eens en nog eens, maar kan niet besluiten. Ze plukt wat hier en daar en wijst op de fraaie getailleerde lijnen. De kleding is niet goedkoop en aangezien ze geen geld teruggeven, besluit ik versterking te halen. De verkoopster hangt het setje gedienstig weg en haalt het een half uur later met een brede lach weer tevoorschijn. Mijn moeder hoeft er echter maar één blik op te werpen en zegt dan resoluut: ‘Lieverd, het staat je ab-so-luut niet! Je lijkt minstens 20 kilo zwaarder!’ De verkoopster is opeens druk bezig met een andere klant en laat het aan een collega over om de outfit weer in ontvangst te nemen. Ze kijkt me schichtig aan als ik langs haar loop en vriendelijk bedank voor het weghangen van de kleding. Zo schichtig, dat ik vermoed dat ze het eigenlijk roerend met mijn moeder eens is. Blijkbaar is niet alleen in liefde en oorlog, maar ook tijdens de uitverkoop alles geoorloofd.