De allerlaatste keer (?)

20140131-165402.jpg

Mijn vader was ruim een jaar eerder overleden. We waren er nog steeds alledrie dagelijks mee bezig, probeerden ons leven weer op de rit te krijgen. Mijn moeder stelde voor om met z’n drietjes op vakantie te gaan. Niet naar een plek vol herinneringen maar iets nieuws. En dan daar haar verjaardag vieren. Het werd wintersport. Ze boekte een hotel waar ze zelf ooit eerder was geweest, recht aan de piste. Het werd onvergetelijk. De mensen waren aardig, de sneeuw was wit, de zon scheen. Toen we weer naar huis gingen, wisten we het al: dit houden we erin. En dat deden we. Onze beste vriend werd toegevoegd aan het vaste gezelschap. En ook onze partners hadden eigenlijk geen keuze: dit hoort erbij. Het eerste kind maakte vanuit haar moeders buik al kennis met de sneeuw. De jaren vlogen voorbij. En nu zijn we op weg naar de allerlaatste keer. 23 jaar later is mijn nichtje nog net niet leerplichtig en mag ze buiten de schoolvakantie weg. Vanaf volgend jaar gaan we op zoek naar een alternatief. De periode aanpassen is geen optie: onderweg en in het skigebied is het druk, duur en demotiverend. Dat willen we niet. Maar dit keer gaan we dus nog intenser genieten dan anders. Omdat het de laatste keer is. Waarschijnlijk.

Advertenties

Pyjamaparty

pink duck pj

Een paar jaren geleden had ik, vond ik zelf, een prachtig kerstcadeau voor mijn schoonzusje en haar dochter: matching pyjamas van een leuk merk uit de VS. Een print van een moose (eland) op een roze shirt. En een broek met roze en witte afbeeldingen. Het was een heel gedoe om ze hier in Nederland te krijgen. Maar het was het meer dan waard. Ze waren er zeker net zo blij mee als ik zelf was. Alleen mijn broer voelde zich een beetje buitengesloten (daar heb ik ook wat ‘ludieks’ op gevonden, maar dat is een ander verhaal). Vanochtend moest ik even iets afgeven. Mijn schoonzusje doet open, tot mijn verrassing in die pyjama. Ze bedankt me voor het langsrijden en sluit de deur weer. Als ik bijna bij de auto ben, hoor ik haar roepen. Mijn nichtje is ook naar beneden gekomen en wil nog even zwaaien naar haar tante. Ze heeft dezelfde pyjama aan. Ik uit mijn blijdschap hierover, waarop mijn schoonzusje met een dikke knipoog antwoordt: ‘Ze zijn eigenlijk allebei ver versleten. En Caitlynn is er sowieso bijna uitgegroeid. Maar je moest eens weten hoeveel weekeindes wij ze toch maar weer aandoen voor het geval jij langskomt!’

Hondsberoerd

20140124-123629.jpg

Eerst dacht ik dat ik teveel stof had ingeademd tijdens de verbouwing. Hoesten, keelpijn en schorre stem. Toen dat Manlief me had aangestoken: loopneus, oorpijn en benauwd. Toch zette ik door, ‘uiteraard’. Het is druk op kantoor en de vakantie komt eraan. Maar toen mijn leidinggevende even kwam kijken ‘of ik nog niet was omgevallen, want ik zag er niet uit namelijk!!’ begreep ik de hint. Die nog eens werd versterkt door een handtekeningenactie op Facebook van collega’s en vrienden. Naar bed en rap een beetje. Na een paar dagen bel ik toch maar even met de huisarts. Ik leg hem uit wat er aan de hand is. Hij lacht. ‘Je hoeft niet langs te komen, ik hoor het zo al. Dit is geen verkoudheid of griep, je hebt een astma aanval!’ Daar ben ik even stil van. Ik heb astma, maar ik neem keurig mijn medicijnen. Eet en beweeg gezond. De laatste aanval is zeker acht jaar geleden. ‘En blijkbaar is hij hardnekkig’, vervolgt de dokter. ‘Dus ik geef je een stootkuur met Prednison. Dan voel je je snel een stuk beter.’ Daar weet ik helemaal niets op te zeggen. Mijn vader kreeg Prednison ter ondersteuning van chemotherapie! Maar nog voordat ik mijn zorgen kan uiten, zegt hij: ‘Niet schrikken. Je hebt een astma aanval. Niks meer of minder. En dit middel heeft bewezen op meer terreinen positief te ondersteunen. Vertrouw mij maar.’ Met die woorden en de belofte dat ik hem na de kuur nog even laat weten hoe het gaat, nemen we afscheid. En natuurlijk krijgt hij gelijk. Na een paar dagen gaat het al veel beter, al ben ik nog erg moe. ‘Rustig aan doen’ werd niet voor niets toegevoegd aan het advies. Maar het komt weer goed. En daar ben ik blij om. Want hondsberoerd in bed, da’s niks!

Schadeherstellend

kijkend

Het is een goed bekend staand Nederlands bedrijf. Gevestigd hier bij ons in de buurt. De man die de schade rondom de nieuwe kozijnen kwam opnemen, begrepen we prima. Maar de mannen die ‘m komen herstellen, kennen twee Nederlandse woordjes. Hooguit drie. En dan moet je nog heel goed opletten. Gelukkig spreken hun handen een duidelijkere taal. Manlief, Hondlief en ik trekken ons weer terug in de bibliotheek. En hopen er het beste van. Als we af en toe voorbij lopen, zie je de vorderingen. Koffie drinken ze staand, als deze voldoende is afgekoeld voor een hele korte pauze. Ik vraag of ze er een worstenbroodje bij willen. En maak een etend gebaar. Er wordt enigszins aarzelend geknikt. Als ik het bordje met de broodjes en een paar servetjes op tafel zet, trekken ze allebei een vies gezicht. Waarschijnlijk hadden ze iets anders voor ogen. De zelfgebakken appeltaart die ik als alternatief laat zien, wordt gelukkig wel in dank aanvaard. Manlief offert zich op om de worstenbroodjes weg te werken. Darwin die eenzelfde gebaar wil maken, wordt genegeerd. En de uren vliegen voorbij. Halverwege de middag vraagt de jongste om een doek. De nieuwe kozijnen worden keurig afgepoetst. Dan vertrekken ze. Voorzichtig betreden we de kamer. Het verkeerslawaai is hoorbaar verminderd. En de kachel kan nu al een standje lager. Als de muren helemaal droog zijn, moet er nog wel een nieuwe laag verf worden aangebracht. Maar dat kan ik zelf. En voor je het weet kunnen wij heel trots naar buiten kijken. Verheug me er nu al op!

Honden

floppy_tekening

Ik loop met Floppy naast me door de straten van onze nieuwe wijk. We zijn verhuisd. Ik weet het adres, maar ik kan het niet vinden. Dan bedenk ik dat ik mijn iPhone bij me heb, met een TomTom-app. Ik toets het in, maar het bereik is slecht: ik krijg geen aanwijzingen hoe ik moet lopen. Floppy heeft geen riem om en wil er vandoor. Ik grijp ‘m nog net in zijn nekvel. Humeurig kijkt hij me aan, hij is het zichtbaar meer dan zat. Dan word ik wakker. Darwin zit me verstoord aan te kijken. Ik neem aan dat er geen link is met het nog steeds zo geliefde onderwerp van mijn droom. Dat hij gewoon honger heeft, en al een tijdje. En dat geduld ook niet zíjn grootste talent is! Ik kijk naar de tekening van Floppy aan de muur. Hij lacht me toe, zoals altijd. Het is alweer bijna vier jaar geleden dat we hem moesten laten inslapen. En twee jaar geleden dat we zaten te wachten op een Beagle-puppy. Waar ik nooit nooit nooit meer een hond wilde, omdat ik nooit nooit nooit meer de pijn van zo’n afscheid wilde ervaren, genieten we nu toch dagelijks van de malle streken van Darwin. En we praten regelmatig over hoe gezellig het was met Floppy. Tot groot ongenoegen overigens van eerstgenoemde: al die jubelverhalen en opmerkingen à la ‘Had jij maar wat meer van Floppy!’ hangen hem mijlenver de keel uit! Ik loop naar de keuken en geef Darwin (eindelijk!) te eten. Het is goed zo. Ook van Darwin moeten we een keer afscheid nemen. Maar hopelijk duurt dat nog een hele tijd. En hebben we dan net zo veel leuke herinneringen aan hem om te koesteren!

Charmeoffensief

verbouwing

‘Mevrouw, de kozijnen in de voorgevel hangen met verf aan elkaar. Ze zijn echt aan vernieuwing toe.’ Hij zegt het aarzelend, maar onze glazenwasser bevestigt waar ik zelf ook al zorgen om had. Ons huis is meer dan honderd jaar oud. Anderhalf jaar geleden hebben we in de achtergevel nieuwe kozijnen laten zetten. En daar hebben we geen moment spijt van gehad! Het scheelt ook enorm in geluid én warmte. Maar het is een behoorlijke kostenpost waar we echt voor moeten sparen. Niettemin is de keuze niet moeilijk: de volgende reis naar Amerika wordt een jaar uitgesteld. En afspraken met hetzelfde bedrijf zijn zo gemaakt. We dekken alles af en onder. Zorgen voor koffie en worstebroodjes. En installeren ons in de bibliotheek. Vol goede moed. Tot we vanuit de woonkamer een geluid horen dat ons niet aanstaat: ‘tik tik tik BAM!’ Een groot stuk muur is naar beneden gekomen. En ook de andere kamers blijven helaas niet buiten schot. Waar de achtermuur voor positieve verrassingen zorgde, is de muur aan de voorkant poreus. Er komt veel (zwaar) verkeer door de straat en het trillen eist zijn tol. De kozijnen worden geplaatst. Maar daarmee hebben we het nog niet gehad. Overal moeten grote en kleinere herstelwerkzaamheden worden geregeld. Gelukkig is er een stucadoor op korte termijn beschikbaar. ‘Dat heb je met deze oude huizen, mevrouw. Charmant. Maar wel met een prijskaartje voor onderhoud.’ Tja. Het is nog even een kwestie van doorademen dus. Met stofkapje.