Italië

We hadden een heerlijk huisje gevonden in de buurt van San Remo. De reis was lang maar voorspoedig. En wat wil je nou nog meer dan in de zon ontbijten op je dakterras met man en hond en uitzicht op de Middellandse Zee? We hebben genoten! Tot woensdagavond. Ineens zag Floppy reden om zijn eten eruit te spugen. En ons de hele nacht wakker te houden: er was iets goed fout. Met mijn paar woordjes Italiaans kreeg ik van de buren een routebeschrijving naar de dierenarts. Gelukkig sprak hij ook Engels. Er was iets mis met Floppy’s ingewanden. Hij werd platgespoten, kreeg medicijnen en het advies hem even te laten bijkomen voor de terugreis. Toen we weer bij het huisje waren aangekomen, bleek het hele dorp op de hoogte. Iedereen leefde mee. Ook de dag erna bleef het adviezen en beterschapswensen regenen, van wijkagente tot dorpsoudste. Toen bleek dat Floppy langzaam wat opknapte, werd de dierenarts naar Italiaans gebruik gelijk voorgedragen als potentieel heilige. Morgen horen we wat onze dierenarts ervan vindt, maar het gevaar lijkt gelukkig geweken. En Floppy heeft er zeker weten een Italiaanse fanclub bij.

Vertrek

Gisteren was mijn laatste werkdag bij het bedrijfsonderdeel waar ik tien jaar heb gewerkt. De hele dag regende het gewoon allerlei afscheidsberichtjes, -cadeautjes en -knuffels. Het viel dan ook af en toe helemaal niet mee om het droog te houden. Aan het eind van de middag nam mijn leidinggevende nog een keer het woord. Maar niet voordat hij de tafel helemaal volgegooid had met Kitkat. Een erfenis van een vorige manager die me daarmee symbolisch leerde te relativeren: ‘Have a break’. Hij had de hele snoepautomaat leeggetrokken! Over een paar weken is het officiële feestje, maar ze wilden me toch nu niet ongemerkt laten vertrekken. Weer flink slikken dus. Toen ik eindelijk de deur achter me dicht trok, lag er een warme glimlach op mijn gezicht. Toch fijn als mensen laten blijken hoe blij ze met je waren. Terwijl ik naar de auto liep, kwam ik de directeur van het nieuwe bedrijfsonderdeel tegen. We hebben een paar jaar geleden al met elkaar samengewerkt, dus ik groette hem en zei me te verheugen op de volgende samenwerking: ‘Nog een weekje Italie, dan kom ik bij jou werken!’ Hij schoot in de lach, wenste me een fijne vakantie en zei: ‘Vrees dat het weer als vanouds wordt. Ik in naam de leiding, jij in de praktijk!’ Mijn zakelijke toekomst ziet er rooskleurig uit met een manager die het snapt!

Klein maar fijn

Broerlief rijdt in een auto van de zaak. En niet zo’n heel kleintje ook! Dus toen hij mijn moeder samen met Sidney wegbracht, mocht alles mee. Wat ze maar wilde, geen probleem. Wij hebben een eigen auto. Of liever gezegd: autootje. Een Opel Agilla. Een van de weinige auto’s met een hoge instap, zodat manlief met z’n ooit gebroken stuitje toch lange stukken autoweg tot zich kan nemen. En wij haalden mijn moeder op. Samen met schoonmoeder en onze hond. Oftewel: datzelfde autootje kreeg de uitdaging om op de terugweg vier volwassenen, twee honden en alle bagage mee te nemen. Er werden dus strikte gedragsregels opgesteld: een koffer(tje) en twee losse tasjes met inhoud. Toen ik gisterenochtend alles bij de auto zag staan, moest ik even slikken. Het vergde wel wat technisch inzicht. Hier een bal van Sidney. Daar kan nog een zakje Mozartkugeln tussen. En zowaar, het lukte! Iedereen kon gewoon zitten en alles kon mee. Manlief wilde er ter plekke een promotiecampagne op loslaten. Maar daar hebben we toch maar vanaf gezien. Want zolang kon Sidney haar adem niet inhouden onder de bestuurdersstoel!

Koud

Sinds een paar jaar heeft ons hotel een heuse vijver. Niet eentje om alleen naar te kijken. Je kunt er ook in te zwemmen. Tussen waterlelies, vissen en onder de waterval door. Het was voor mij een heuse uitdaging om er een keer in te duiken, maar ’s winters is me dat toch echt iets te gortig. En hoewel hier een week geleden nog sneeuw lag, is het nu al een paar dagen prachtig weer. ’s Avonds en ’s ochtends heerlijk koel en overdag een warme zon. Dus toen we enigszins bezweet van een lange wandeling terugkwamen, was het besluit snel genomen: badkleding aan en naar buiten. Maar het was koud! Kouder dan koud! Alsof je in het dompelbad van een sauna zakte. De vissen schoten alle kanten uit van mijn gespetter. Manlief gedroeg zich een stuk stoerder en ook mijn moeder toonde zich een huzaar. Ik heb het even uitgehouden voor het bewijsmateriaal en hield het verder voor gezien. Toen we ons afdroogden en de spullen weer bij elkaar raapten, miste manlief zijn zonnebril. Alles werd afgezocht maar helaas. Totdat hij even in het water keek. Daar lag hij, midden in het diepste gedeelte van de vijver! Even keek hij hoopvol naar mijn moeder en mij. Maar wij keken zeer nadrukkelijk naar die prachtige blauwe lucht. Dus hij hij kon hoog of laag springen, maar in elk geval in het water. Eenmaal weer op het droge in een warme handdoek kon hij nog net uitbrengen: ‘ Hhhhhij is in elk geval weer mmmmmooi schoon!’

Geluksgevoel

Het begint al met het wakker worden ruim voor de veel te vroeg afgestelde wekker. Die speciale kriebel: vakantie! De reis: lang, maar je krijgt er wel een prachtige zonsopgang voor cadeau. Zelfs afstand is hier anders: 65 km naar Utrecht is lang. 222 km naar Munchen ‘valt mee’. Dan, eindelijk: de echte bergen, die de grens van Duitsland-Oostenrijk onweerlegbaar symboliseren. Bijna thuis. Zelfs een hardnekkige file bijna recht voor de deur is anders dan in Nederland: het maakt niet (zoveel) uit. Mijn schoonmoeder is hier voor het eerst. Ze krijgt een uitgebreide rondleiding: elk gebouw, elke zijweg, elke steen heeft een verhaal, een herinnering, een emotie. ‘Hier skieen we in de winter’. ‘Daar halen we voor de halve stad en hele vriendenkring Mozartkugeln’. ‘Daarboven ging een koe achter Floppy aan.’ De aankomst is warm en onvergetelijk: onze favoriete bedrijfsleider die je met koude rose en een warme knuffel staat op te wachten. Onze eigen kamer (oke, eigenlijk die van mijn broer), die we de rest van het jaar onderverhuren. Het uitzicht dat we blind kunnen uittekenen. Koeienbellen op de achtergrond in plaats van verkeersgeruis. Geluksgevoel? Hier is het tastbaar!

Naderend afscheid

Ik heb een lunchafspraak met mijn leidinggevende. Even op het gemak bijpraten over zakelijke en persoonlijke zaken onder het genot van een broodje. Als ik mijn portemonnaie wil pakken, grijp ik mis. Verdorie! Maar na even goed en rustig nadenken, meen ik me te herinneren dat hij nog in de tas met mijn zwemspullen zit. Gisterenavond vergeten eruit te halen. Dom! Ik bel mijn leidinggevende en vraag of hij mij wil tracteren! Hij lacht, zegt toe en hangt op. Een minuut later belt hij zelf: ‘Euh, ik heb mijn portefeuille dus ook thuis laten liggen!’ Samen drijven we een collega in een hoek en belagen hem net zo lang tot hij ons zijn chippas geeft. Met een vette knipoog uiteraard! Zou het erbij horen dat je die laatste dagen voor je de deur van je functie achter je dicht trekt ineens beseft dat het eigenlijk best gezellig was?

Discrimineren

Een van onze vrienden vindt vrouwen geweldig! Maar mannen eigenlijk toch nog net even iets leuker. ‘Niks mis mee’, zul je denken. Nou, dat vind ik ook! Maar met enig schaamrood op de wangen moet ik bekennen dat Floppy daar heel anders over denkt. Hij móet ‘m gewoon niet! Als Vriend op bezoek komt, gaat Floppy zo ver mogelijk bij hem uit de buurt zitten. Bij het eten likt hij (Floppy dus) met plezier ons vlakommetje uit. Die van hem keurt hij geen blik waardig. Het zou eens besmettelijk zijn! Maar nu is mijn moeder op vakantie. En werken wij allebei een eindje van huis. Floppy is dus de hele dag alleen thuis. En omdat hij toch in de buurt was, bood Vriend aan om Floppy even uit te laten tussen de middag. Het is zo’n lieverd! Ik was dus erg blij met zijn aanbod, scheelt mij een keer heen en weer rijden. Net belt hij. Floppy wil niet mee. Hij weigert om op te staan. Werpt hem vuile blikken toe en laat zijn tanden zien. Je hoort hem denken: ‘Jaja, en dan zeker hondjes knijpen in het donker! Aan mijn lijf geen polonaise!’ Ik heb mijn welgemeende excuses aangeboden. Met gepaste nederigheid. En Floppy zal het moeten ophouden totdat ik weer thuis ben. Dat zal ‘m leren te discrimineren!