Parkeerpolitie

‘Mevrouw!’ Een grote stoere politieagent vraagt mijn aandacht met een lichte toon van verwijt in zijn stem. Ik had wel gezien dat de parkeerwachters net aan kwamen rijden. Maar normaalgesproken duurt het een minuut of vijf voor ze hun politieauto hebben geparkeerd, onderling taken verdeeld, uitgestapt zijn en de auto hebben afgesloten. Die tijd had ik helemaal niet nodig, ik hoefde alleen maar heel even heel snel de winkel in en weer uit. Maar hij steekt de straat al over, alsof hij op die manier mijn eventuele vluchtpoging wil verijdelen. Zijn hand reikt automatisch naar het parkeerbonnenboekje. ‘U mag daar helemaal niet staan’, zegt hij, terwijl hij berispend naar het bord ‘laden en lossen’ wijst. Ik leg het betaalbewijs, dat ik toch maar even uit de parkeermeter heb gepakt, achter de voorruit. En antwoord: ‘Niet van maandag tot en met vrijdag, daar heeft u gelijk in.’ Verbluft staart hij me aan. Kijkt nogmaals naar het bord en ziet dat ik gelijk heb. Er hangt een tweede bordje onder met de tekst ‘ma t/m vrij 7-12 uur.’ ‘Wel verhip, u heeft nog gelijk ook. Nou, vooruit dan maar.’ En in een poging toch als gezaghebbend over te komen: ‘Als u maar wel een parkeerticket haalt!’ Ik wijs op het bonnetje en glimlach. Hij kijkt wat onzeker terug en druipt af. Ook een parkeerwachter is maar een mens. Net als ik. Maar dit keer wist ik het toch echt beter.

Advertenties

Ontwenningsverschijnselen

Sinds ik met de trein naar mijn werk ga, rijd ik minder auto. Eigenlijk mis ik het nauwelijks. Ik heb bijvoorbeeld nooit geweten hoe rustig het is om even een krantje te kunnen lezen. Of naar de iPod te luisteren, terwijl je naar huis wordt gebracht. En ook de tien minuutjes die ik nog moet lopen, vind ik prettig. Ik merk dat ik nu ook gemakkelijker de fiets pak voor de kleine stukjes. De auto is gewoon niet meer het meest voor de hand liggende vervoersmiddel voor mij. Zo fietste ik vanmiddag even naar het centrum voor een boodschap. Ineens stapt een oudere dame voor me op haar fiets. Ze kijkt niet op of om, maar duikt zo met een slinger de rijbaan op. Ik rem uit alle macht en zoek verwoed naar mijn fietsbel. Die hangt op een onmogelijke plek: aan de middenstang van het stuur. Het is of bellen of ontwijken en ik kies voor het laatste. Terwijl ik haar voorbij fiets, kijk ik haar boos aan. Ze merkt het niet eens, zo geconcentreerd is ze op het zichzelf in balans houden. Terwijl ik mijn weg vervolg, valt ineens mijn mond open. Dat had ik dus eerder kunnen doen. Mijn mond open doen. En een waarschuwing laten klinken. In plaats van er blijkbaar onbewust vanuit gaan dat je in een geïsoleerde ruimte zit. Ontwenningsverschijnselen kunnen soms behoorlijk hard aankomen. Net zo hard als een oudere dame op een fiets.

Beroepsdeformatie

Terwijl ik terug loop naar mijn werkplek, zie ik op een van de televisieschermen ‘vliegtuigongeluk Schiphol’. Ik bevries halverwege een stap: dat komt toch wel heel dichtbij. Het nieuws is met nadruk nieuw: er zijn nog geen details bekend. Weer achter mijn eigen pc klik ik snel op http://www.nu.nl. Het is inderdaad ‘breaking news’. Langzaam druppelen de berichten binnen. Van ‘nog geen verdere details’ tot vluchtnummer en de eerste wazige foto. Na een kwartiertje wordt gemeld dat er mogelijk gewonden zijn. Althans, dat meldt de tekst. Boven de alinea is een typefoutje gemaakt: ‘mogelijk gevonden’. In gedachten zie ik de hectiek die nu op menig nieuwsredactie heerst. Zou het hen zelf opvallen? En de tekst wordt toch voortdurend geactualiseerd? Stukje beroepsdeformatie van mijn kant. Niettemin besluit ik er toch een mailtje aan te wagen. Geen onnodige info, gewoon: ‘typefoutje in artikel vliegtuigcrash’. Ik ga verder met mijn werk voor vandaag. Een aantal collega’s volgt inmiddels ook de berichten, we houden elkaar op de hoogte. Dan ineens verschijnt er een email op mijn scherm. Een bedankje van de NU-redactie. De typefout is aangepast. Nu is http://www.nu.nl beslist een van mijn favorieten. Het laatste nieuws lees je er het eerst. Maar dat ze ook de tijd nemen om hun lezers te bedanken voor oplettendheid, dat is pas echt klasse.

Carnaval

Ik hoefde alleen maar eventjes naar het postkantoor. Morgen is mijn jongste nichtje jarig. En mijn oudste nichtje, haar zusje, had vanuit Oostenrijk cadeautjes voor haar meegegeven. Maar manlief ligt al de hele week op bed. Dus verjaardagsvisite zit er eventjes niet in. En daar hoef je bij een bijna tweejarige natuurlijk niet mee aan te komen! Dus heb ik de presentjes goed ingepakt. Het adres erop geschreven. En in de lunchpauze mijn neus even buiten de deur gestoken. Het postkantoor ligt op loopafstand. Maar het leek wel of ik op de set van Star Wars terecht was gekomen. Darth Vader liep naast Scooby Doo. Twee fluoriserende meisjes met vlechten giegelden voorbij. En een of ander onbestemd iets mompelde dat ík er niet uit zag! Aan allen die het aangaat: vooral veel leut toegewenst! Maar voor de rest mag Carnaval met alle plezier aan mij voorbij gaan! Alaaf!

Wachtwoorden

Ik word oud. Heel oud. Of zo voelt het in elk geval als ik voor de zoveelste keer deze week een popupscherm ‘gebruikerswachtwoord en/of wachtwoord onjuist’ zie verschijnen. Het wachtwoord is niet onjuist! Ik had het dit keer namelijk tegen alle waarschuwingen in opgeschreven. Maar het systeem denkt er anders over. Van internetbankieren tot wekelijkse boodschappenlijstjes: je hebt een profiel nodig. En dat mag natuurlijk niet lijken op een voorgaand, want je moet er niet aan denken dat een of ander ongeleid projectiel ineens bij je blog-gegevens kan, omdat hij je toegangscode voor de bewaakte fietsenstalling heeft afgekeken. Ik foeter en tier (dat kan ik heel goed). Manlief sust (daar is hij dan weer heel goed in): er bestaat een internet-tooltje waar je al deze gegevens in kunt opslaan Het wordt vervolgens verhaspelt en dan kan niemand behalve jijzelf er nog wijs uit. Mits je die ene code onthoudt natuurlijk: voor dat tooltje. Ik wil geen tooltje. Ik wil een oplossing van overheidswege! Een geïmplanteerde chip boven mijn rechterelleboog zodat ik voor altijd verlost ben van deze frustraties! Diep zuchtend vraag ik een nieuw wachtwoord aan, dat even later in mijn mailbox verschijnt. Bah. Zul je zien dat ik nog heel oud word ook. Zodat ik jaren- en jarenlang kan genieten van gebruikersnamen en/of wachtwoorden.

Pannekoeken

‘WEEKSL?’, msn-de ik naar een collega. ‘Ja, gezellig!’, reageerde hij terug. We zien elkaar regelmatig, al werkt hij in de buiten- en ik in de binnendienst. Maar soms is het ook prettig om eens wat verder te praten dan de wisselvalligheden van het weer. We prikten een datum en een tijd. Ineens had ik een idee: ‘Hou je van pannekoeken?’, msn-de ik er achteraan. ‘Want hier in de binnenstad schijnt de lekkerste pannekoekenbakker van het hele land te zitten!’ Gelukkig wilde hij de gelegenheid die aan een grondige test te onderwerpen niet aan zich voorbij laten gaan. En zo zaten we vanmiddag in een traditioneel aandoend pannekoekhuisje op loopafstand van kantoor. Veel Anton Pieck aan de muur. En maar liefst 230 soorten op de kaart. ‘Maar’, zo verklapte de eigenaar: ‘ga ze niet natellen, hoor. Sommige staan er dubbel op! De pannekoek met spek en kaas staat bijvoorbeeld zowel onder de kolom ‘spek’ als onder de kolom ‘kaas’!’ Met een knipoog verdween hij in de keuken. Ondanks de vele heerlijkheden was onze keuze snel gemaakt. Het was even slikken toen de gevulde borden verschenen: de toevoeging ‘als wagenwielen’ had niet misstaan. Maar er bleef geen kruimeltje van over: ze smaakten heerlijk. Mijn collega had nog een verrassing in petto: hij tracteerde! Met een brede glimlach wensten we elkaar een fijn weekeinde toe. En met één van de lekkerste pannenkoeken van het hele land in mijn buik gaat dat zeker lukken!

Net als in de film

Mijn collega vroeg tijdens de lunchpauze of we de nieuwste trailer van een of andere film al hadden gezien. ‘Niet? En die dan? Of die?’ Ik vertelde dat we gisteren de trailer van Iceage 3 hadden gedownload. Hilarisch! Een andere collega noemde Kill Bill en lag vervolgens onder tafel van het lachen. Tja, ik mag daar van manlief nu eenmaal niet naar kijken. Hij doet vervolgens namelijk geen oog dicht omdat ik mijn ogen niet dicht durf te doen na die meters bloed. ‘Echt niet? Maar je ziet toch dat het allemaal ketchup is? Nee, dan Mephisto, dat is pas een bloedspannende film!’ Eerstgenoemde collega beaamde dit grif. ‘Maar’, zo vervolgde hij, ‘mijn vrouw vond er niets aan. Ze vond het niet geloofwaardig! Alsof we naar Lord of the Rings zaten te kijken!’ Nu schoot ik in de lach. Ik heb de films meerdere malen gezien en geniet telkens opnieuw. Maar ook manlief heeft zo zijn bedenkingen. Een tovenaar die zichzelf niet kan bevrijden vanaf een hoge toren?! We besloten de discussie met de conclusie dat films hoe dan ook fictief zijn. Dat het boek spreekwoordelijk altijd beter is. Wat je tijdens het lezen ‘ziet’ in je hoofd, daar kan geen film tegenop. En die meters bloed, daar lees ik gewoon overheen.