‘Oma’

Mijn moeder belt: ‘Oma is overleden!’. Ach, oma! Oma was geen ‘echte’ oma, maar de grootmoeder van mijn neven en nichtje. Door de vele contacten zijn we min of meer samen opgegroeid. En deelden we dus ook ‘oma’. Oma was klein, bol en lief. Altijd een sigaret in haar hand en een bulderende lach. Ze lachte veel. Oma is oud geworden. Erg oud! En ze wilde al een hele tijd niet meer. Vroeg weduwe geworden heeft ze met haar sigarenzaakje toch maar mooi vijf kinderen in haar eentje opgevoed. Geen nieuwe partner, maar een druk sociaal leven. Het huis was altijd vol mensen. En standaard een hond als gezelschap. Ach, oma. Herinneringen te over. Met haar dood sluiten we een periode af. ’t Is goed zo, maar ik zal haar beslist missen. Dag oma!

Maandag

Om mijn naaste collega’s wat beter te leren kennen, spraken we af om vandaag samen ergens in de binnenstad te lunchen. Meestal eten we gewoon op kantoor in een hele groep en dan kom je niet zo gemakkelijk tot gesprekken. Maar vandaag zaten de drie dames dus heerlijk in de zon te praten over allerhande zaken en intussen een lekker broodje weg te smikkelen. Toen we wilden afrekenen, zei de ober: ‘Jullie hoeven deze lunch niet te betalen. Jullie directeur tracteert!’ Onze monden vielen open van verbazing. De directeur bleek binnen een lunchbespreking te hebben en wilde ons verrassen. En dat is dus gelukt! We hebben hem hartelijk bedankt en de rest van de dag opgewekt en vrolijk gewerkt. Dat is nog eens bijdragen aan een goede medewerkerstevredenheid!

Ongelijk

Mijn man liet Floppy uit toen hij werd ingehaald door een fietser. Hij schrok behoorlijk en gaf een ruk aan de riem. Saillant detail: hij liep namelijk gewoon op de stoep. In een opwelling riep hij de man achterna: ‘U mag hier niet fietsen, dit is een voetpad!’ De man in kwestie remde en stapte af. Het bleek een grote neger te zijn. Hij zei: ‘Meneer, u heeft helemaal gelijk. Ik woon hier en dacht: ‘ach, zo op een zondag.’ Maar stel dat we dat allemaal deden. Ik loop het laatste eindje, hoor, geen probleem.’ Een x-aantal jaren geleden was dit een doodgewone situatie geweest. Tegenwoordig weet je het zo net maar niet. Maar ik ben blij dat het nog kan, in deze hedendaagse wereld. Gewoon je ongelijk toegeven en navenant handelen. Dat zouden meer mensen moeten doen.

Bruiloftsvergelijking

Een van de leuke dingen van getrouwd zijn is dat je andere bruiloften met nog meer interesse volgt. Zo zat ik vandaag dus ook aan de televisie gekluisterd voor het huwelijk van Pieter-Christiaan en zijn Anita. Niet om mee te genieten met hun festiviteiten maar om zoveel mogelijk vergelijkingen te trekken met onze bruiloft! Mijn jurk was veel mooier. Haar rok was te lang, ze struikelde er bijna over. En die bruidsdames hadden met hun handen van haar sleep af moeten blijven. Onze bruidsmeisjes hadden leukere kleren aan en mijn sleep was ervoor gemaakt om door hen gedragen te worden. Onze muziek was toepasselijker en mooier vertolkt (oke, met uitzondering van Katie Melua). Onze pastoor sprak veel persoonlijker. En om met de woorden van mijn man te spreken: mijn bruidegom was knapper! Ik heb gewoon zitten genieten en 10 juni nogmaals in gedachten beleefd. Uiteraard bedoel ik er niets kwaads mee. Ik hoop van harte dat Pieter-Christiaan en Anita een fantastische dag hebben gehad. Net als die van ons!

Floppy (vervolg)

In mijn verdriet gisteren had ik eigenlijk niet eens in de gaten dat mijn log ook gelezen wordt. Niet alleen door mensen die mij via D’s Days kennen, maar ook vrienden en famillie. En dus werd ik vandaag overstelpt met telefoontjes en emails: geschrokken, verdrietig en meelevend. Het deed me zo’n goed!! Er was maar een persoontje die het allemaal zwaar overdreven vond: Floppy zelf. Die heeft de hele ochtend enigszins nijdig het tegenovergestelde beeld getoond. Bijna al het speelgoed werd tevoorschijn gehaald en met enige kracht door de kamer gegooid. Hij rende trappen op en af alsof het niets was. Een en al energie en gezonde conditie. Ik werd al moe als ik alleen maar naar hem keek! Ik kan eigenlijk maar een ding concluderen: Floppy is een oude maar gezonde hond die zich niet naar zijn leeftijd gedraagt en een kwaardaardig gezwelletje op zijn dij heeft waarvan onbekend is wat de consequenties zijn op korte en langere termijn. Laten we het daar maar op houden en zoals Roelof zei: ‘Geniet van elke dag’. Beloofd!

Floppy

Floppy heeft een zeer pootje. Waarschijnlijk heeft hij ergens ingetrapt. Hij likt er voortdurend aan en dat doet de zaak geen goed. Na een paar dagen zalvend gedrag zonder resultaat togen we vanochtend dus naar de dierenarts. Deze bekeek de ontsteking peinzend: ‘We proberen het met antibiotica. Maar anders wordt het opereren!’ Geen sinecure voor een hond van ’13-en-een-kwart’! Maar het komt goed. En omdat ik er toch was, wees ik hem ook op twee bultjes. ‘Hij heeft er meer op zijn lijfje, dus ik ga er vanuit dat dit ook veltbultjes zijn?’ Eentje was inderdaad een vetbultje. Maar de andere niet!! De dierenarts zag mijn reactie: ‘Hij is qua leeftijd ‘ver over de helft’. Hou er dus rekening mee dat je een keer afscheid moet nemen. Aan dit gezwel gaat hij niet dood. Maar het is wel het begin van het eind. Hoe lang dat duurt? Geen idee. Hou het maar mee in de gaten. En als hij toch moet worden geopereerd, dan haal ik het meteen weg. Wat er verder nog in zijn lichaam verstopt zit, zullen we moeten afwachten.’ Thuis heb ik ‘m stevig geknuffeld, terwijl de tranen over mijn wangen liepen. Ik weet dat ik een keer afscheid moet nemen. Maar nu nog niet. Het is nog te vroeg. Veel te vroeg.

Ommekeer

Mijn broer tikte op het autoraam, net voordat ik wilde wegrijden. ‘De snelweg is afgezet, je kunt er niet langs’. Het begin van een dag met aardig wat tegenslagen. Het bleek nagenoeg onmogelijk om kantoor te bereiken. Aldaar schoten dingen maar niet op, of gebeurden juist ineens oncontroleerbaar snel (en anders dan gevraagd). Een afspraak waar ik toch al tegenop zag, werd ook nog eens uitgesteld. Iemand behandelde me hooghartig (oei, wat kan ik daar slecht tegen). En net toen het laatste druppeltje in zicht kwam en mijn humeur de onderkant van de spiraal dreigde te raken, dacht ik ineens aan een spreuk die ik afgelopen weekeinde las. “Jij en jij alleen laat een ander je dag bederven. Of niet.” Ik had er zelfs nog een opmerking over gemaakt: ‘Dat is nou echt een goeie voor mij.’ En het werkte, want ineens zag ik dat de zon scheen. Dat ik van mijn moeder onderweg was naar mijn man, van wie ik allebei erg veel houd. Onze hond tevreden naast me. Een werkdag om op terug te kijken, in plaats van een zoektocht naar een dienstverband. ’t Is niet altijd gemakkelijk, maar inderdaad: de ommekeer zit in jezelf.