Geen Steil Punt Oostenrijk

Alsof je door een deurtje gaat en alles achter je laat. Zo voelt het hier. Geen verdriet, geen pijn, geen stress. Alleen plezier en, zoals ze het op de radio zeiden: eine ganze Woche traumhaftes wunderwinterwetter! We genieten tot in de toppen van onze tenen. Als we in de stoeltjeslift zitten op weg naar de top, rijst het idee om onze ervaringen te vereeuwigen op een website. Een naam is snel gevonden: ‘Geen Steil punt Oostenrijk’. Gedurende de dagen die volgen wordt er steeds een nieuwe rubriek toegevoegd. Lekkerste menutips. Kluns van de piste. Fashionmisser van de week. Je moet erbij zijn, maar we lachen wat af. Als het tegen lunchtijd loopt, besluiten we de kortste weg naar het hotel te nemen. Die piste is vaak als eerste afgesloten, omdat hij niet ideaal ligt. Maar alle omstandigheden zijn nu super! Het valt helaas vies tegen. Degene die dit heeft geprepareerd, mag zich met succes ‘Misser van het jaar’ noemen! Een ijzig glad traject met een richel in het midden. Ik eindig vloekend in de tiefschnee. Als ik achter me kijk, ligt Manlief elegant over de sneeuw gedrapeerd, zijn uitrusting overal om hem heen verspreid. Ik probeer naar hem toe te klauteren, maar het is te glad. Als hij kreunend en mopperend weer omhoog gekrabbeld is en naar me toe gegleden, bekijken we de weg voor ons. Een en al ijs. Onmogelijk! Manlief loopt dus een stukje langs de kant naar beneden, terwijl ik met gevaar voor eigen leven en in grote slagen de piste afzak met zijn ski’s in mijn armen. Als het wat verbetert, klimt hij weer op de latten. Broer en Vriend kijken een heel stuk lager toe: zij skiën nu eenmaal veel minder risicovermijdend dan wij. Als we eindelijk weer verzameld zijn, boor ik elk commentaar gelijk de grond in: ‘Dit was even een test voor het youtube-filmpje op Geen Steil Punt Oostenrijk!’ Lachend vervolgen we onze weg naar de lunch. Als je maar plezier hebt. En dat hebben we.

Advertenties

Bergen en dalen

‘Je schrijft niet meer zo vaak.’ Ze zegt het zonder waardeoordeel, constateert het gewoon. Ik knik. Het heeft natuurlijk te maken met het feit dat een van de belangrijkste en meest geliefde onderwerpen er niet meer is. Maar er blijft nog meer dan voldoende over. VanVelzen pubert volop. Ik heb gisteren heel omzichtig een lift losgepeuterd van een collega in verband met een ‘vrouwenprobleem’. Hilarische taferelen die jullie maar wat graag willen lezen. Maar telkens, net als ik wil gaan schrijven, gebeurt er ‘weer iets naars’. Ik weet het, ik focus teveel op de minder leuke en te weinig op de mooie dingen om me heen. En dat heeft dus effect op mijn schrijven. Ik laat het maar even gebeuren. Als het maar genoeg borrelt, gaat het straks weer vanzelf. En terwijl ik dat zit te bedenken, krijg ik een email van een collega. Hij gaat de Alpe d’Huez beklimmen in juni. Vreemd, want hij is niet de eerste die in mijn hoofd opkomt als ik aan sportieve collega’s denk. Ik lees zijn bericht. Een vriend is ongeneeslijk ziek. Staat midden in het leven, net papa geworden. Nog zoveel plannen. Mijn collega leeft mee. Wil niet machteloos toekijken maar er iets aan doen. En gaat dus fietsen voor een goed doel. Bergop! Niet één keer, maar hopelijk drie keer! Ik zet mijn petje er respectvol voor af. En maak gelijk een donatie over. Iedereen kent iemand in zijn of haar omgeving die ditzelfde doormaakt. Soms met kans op genezing, soms tegen beter weten in. Maar altijd vechtend voor nog een stukje toekomst. Het geld is zo hard nodig. Elke euro is welkom. Voor hem een reden om de fiets te pakken (die hij overigens niet eens heeft!) Voor mij een stimulans om weer een stukje te schrijven. Wil jij ook bijdragen? Super! Klik dan hier.

Angry bird

Manlief en ik zijn fervent spelers van Angry Birds. Met allerlei vogeltjes uiterst vervelende varkentjes aanvallen en punten scoren. Het spel is zo populair, dat er inmiddels ook Halloween- en Christmas-edities zijn. Het enige nadeel is dat het schermpje van de iPhone zo klein is. Maar ook daar hebben de bedenkers iets op gevonden. Het spel is sinds kort op de iPad en computer te downloaden. Dat maakt het nog indrukwekkender. Als Manlief ergens in level 14 zit, komt VanVelzen op het geluid van kwetterende vogeltjes en gniffelende varkentjes af. Hij kijkt verbaasd naar het kleurengeweld. Een paar minuten later is hij alles om zich heen vergeten. Zijn aandacht wordt volledig door het spel opgeslokt. Manlief lacht en laat hem even begaan. Maar dan sluit hij af. Hij wil weer verder met zijn muziek. VanVelzen is het daar helemaal niet mee eens. Hij laat luidkeels zijn verontwaardiging merken. Manlief heeft geen schijn van kans: het spel wordt weer aangezet. Berustend kijken we elkaar aan. We zijn een Angry Bird rijker.

De derde dag

Vroeger was het altijd prijs. We gingen op wintersport. Genoten van de reis, de eerste blik op de besneeuwde bergen, de week die voor ons lag. We konden niet wachten om op de ski’s te staan. Maar de derde dag was een minder leuke dag. Elk jaar opnieuw. Je had spierpijn en het wilde maar niet lukken om die latten onder controle te krijgen. Zonder uitzondering stond er iemand ergens op de dag bovenop een berg te huilen. Spanning, ontlading, de ijle lucht. Dus toen mijn (toekomstige) schoonzusje voor het eerst meeging en in de sleeplift stond met tranen op haar wangen, begrepen wij het wel. We waren inmiddels ‘ervaren skiërs’ (en wisten het beter te verbergen). Jaren later werd ze nog geplaagd: ‘Zeg, ’t is vandaag dinsdag, hoor!’ Woest werd ze erom. Vandaag trof ik mijn moeder snikkend aan. Het gaat sinds een kleine week wat beter. De pijn is niet langer hels en ze kan zich wat soepeler bewegen. Ze is niet meer totaal afhankelijk van haar omgeving. We hebben zelfs al een rondje om het park gewandeld. Maar dat maakt het niet gemakkelijker. ‘Wat beter’ gaat nog steeds tergend langzaam. ‘Ach mammie’, zeg ik troostend: ‘Nu lijk je net op je schoondochter. ’t Is gewoon “de derde dag”. Het gaat wel weer voorbij!’ Een klein glimlachje kwam door de tranen heen. Mijn poging was geslaagd. Nu maar hopen dat mijn schoonzusje het te druk heeft om dit log te lezen!

Tentje

‘Heb je wel eens aan een coach gedacht?’ Geschrokken keek ik mijn leidinggevende aan. Het was september of zo, en ik zat volkomen vast in mezelf. Het verdriet om Floppy, de nieuwe werkomgeving, de andere rol, mijn eigen onzekerheid. ‘Praten kan helpen’, voegde ze eraan toe. Maar ik schudde mijn hoofd. Ik zag een sofa voor me. En geitenwollen sokken. Bekende Nederlanders hebben een coach. Mensen die de weg kwijt zijn. Ik toch niet?! Maar ik had het moeilijk. En wende langzaam aan het idee. Samen met mijn collega’s volgde ik een opleiding en met die trainer had ik wel een klik. Na de eerstvolgende sessie bleef ik even hangen. Legde hem het idee voor. En nog voordat ik er erg in had, was er een afspraak gemaakt. Ik lag er wakker van! Oefende legio scenario’s hoe zo’n sessie zou verlopen. Wat ik wel en vooral niet wilde vertellen. Maar eerlijk is eerlijk, er werd wel veel duidelijk tijdens dat eerste gesprek. Er volgden er meer. Ik leerde dat ‘mijn tentje’ een beetje gammel stond na alle emotionele gebeurtenissen. Dat ik met een beetje hulp de tentstokken recht moest zetten. De scheerlijnen aantrekken. En telkens een stukje verder lopen. Het werkte. Sterkte nog: het werkte super! Ik voelde mijn zelfvertrouwen groeien. Zag waarom ik op een bepaalde manier reageerde en kon dan zelf ingrijpen. De zon scheen weer! Maar toen. Toen overleed Olaf. In tranen belde ik Manlief. ‘Mijn tentje stort in!’, huilde ik. ‘Nee joh’, antwoordde hij. ‘Weet je niet meer? We hebben nieuwe tentstokken gekocht. Van die hele stevige. En ik kom logeren. Ik neem wijn mee. En iets lekkers. Maak je maar geen zorgen!’ Toen ik het mijn coach vertelde, viel zijn mond open. ‘Wat heb jij een gouwe vent!’ Ik ging naar de begrafenis. Krabbelde op. Pakte weer aan. En beloofde Manlief op 1 januari om 00.01 uur: ‘We gaan er een vrolijk jaar van maken!’ Tot mijn ontzetting bewoog de aarde op 3 januari opnieuw. En moesten we afscheid nemen van Miranda. Die lieve fijne collega die nog zoveel dromen had. Vandaag was haar uitvaart. Zoveel mooie woorden, zoveel prachtige gebaren. Heel veel collega’s brachten haar een laatste groet. We huilden in elkaars armen. En wensten elkaar veel sterkte. Een paar uur later. Buiten is het donker. Ik lig onder de stretcher. Of mijn tentje veel heeft geleden van deze storm, weet ik niet. Ik durf nog niet goed te kijken. Maar ik voel een warme hand in de mijne. Want Manlief ligt naast me. Het zal even duren. Maar het komt wel goed.

Alweer!

Als ik bij de lift sta, zie ik een bevriend collega met een ernstig gezicht telefoneren. Ik vang een naam op van een andere collega waar ik regelmatig mee samenwerk en ‘overleden’. Ze heeft al wat oudere ouders en ik miste haar bij het ‘gelukkig nieuwjaar-wensen’ vanochtend. Och jeetje toch, de arme meid. Ik wacht tot hij ophangt en vraag of het haar moeder of haar vader betreft. Het antwoord brult oorverdovend in mijn oren. De wereld staat weer stil, net als krap vier weken geleden. Kerngezond, 39 jaar oud, donderdag nog gekheid mee gemaakt. Onwel geworden onder de douche, even gaan zitten, overleden. De kraan stond nog aan. Ik wil gillen, schreeuwen, tieren vanuit mijn tenen. De boodschap was door het plotseling overlijden van Olaf al duidelijk. Juist met haar heb ik na de uitvaart staan praten: we stellen niet langer uit tot morgen. We gaan net als een paar jaar geleden weer samen een kookworkshop voor collega’s organiseren bij ons thuis. We gaan genieten van het nu. Maar hoe kun je het leven vieren als je afscheid moet nemen? Miranda, het is niet eerlijk! Olaf heeft zijn hele leven nog in het hem gegeven aantal jaren weten te proppen. Jij was veel rustiger, veel bescheidener. Wat meer op de achtergrond, maar juist daardoor zo enorm gewaardeerd door de mensen om je heen. Jij moest nog heel veel doen. We zullen je zo missen! Het verdriet is zo groot.

Goede voornemens

Onze goede vriend en overbuurman is kunstenaar. Dat betekent onregelmatig eten (meestal), afwijkende werkuren (veel) en een andere levensstijl dan de meeste van zijn vrienden en familieleden. Hij heeft er geen last van en wij zijn eraan gewend. Maar 2011 zou helemaal anders worden. Hij nam zich voor om vanaf nu een normaal mens te worden. Klokslag 12 uur proostte hij met een glas champagne en een oliebol op de nieuwe toekomst. Hij had aangeboden op het zenuwachtige hondje van de buurvrouw te passen. En wijdde al zijn aandacht aan het geruststellen van het beestje terwijl buiten de ene knal de andere klap opvolgde. Toen het lawaai afnam, keek hij op straat met wie hij een gezellig praatje kon maken. Immers, elke buur is een goede vriend tijdens de jaarwisseling. Maar bij ons was het licht net uit. De andere mensen in de straat waar hij regelmatig contact mee heeft, waren nog niet thuis. Hij pakte de telefoon om een vriendin gelukkig nieuwjaar te wensen. Maar kreeg voortdurend de in-gesprek-toon. Een sms naar zijn vrienden leverde geen antwoord op. En de televisie toonde Gerard Joling in concert. Om half 3 gaf hij er de brui aan. Hij vond er niks aan zo. Hij hield het gewoon bij het oude, alle goede voornemens ten spijt. Als hij dit op nieuwjaarsdag enigszins teleurgesteld tegen ons vertelt, schiet ik in de lach. Verongelijkt vraagt hij wat er zo lollig is. ‘Het is je toch gelukt’, hik ik nog na. ‘Een normaal mens geeft namelijk zijn goede voornemens ook gelijk weer op! Gefeliciteerd, je hebt de eerste hindernis overwonnen!’