Braaf

uitgangTijdens de loop van het project heb ik hem meermalen tegengehouden. “Ja, dat heeft ze en plein public gezegd, maar dat wil niet zeggen dat je dit “zomaar” op social media mag zetten met naam en toenaam.’ En ‘ik heb die e-mailadressen inderdaad in ons adressenbestand, maar ik mag ze niet zonder toestemming met jou delen.’ Hij rolde dan met zijn ogen en verzuchtte dat ik ‘zo ontzettend braaf was’. Wat ik vervolgens volmondig beaamde. Vandaag verlaten we gezamenlijk een overleg en eindigen bij een deur met een briefje: ‘Alleen in nood gebruiken. Voorzien van alarm.’ Hij kijkt mij aan, schudt berustend zijn hoofd en keert met mij terug op onze schreden. Een verdieping hoger staat een bordje: ‘Uitgang: linksaf.’ We slaan de hoek om en lopen tegen een rood-wit afzetlint aan. Er is geen alternatief en er is ook niemand die ons de weg kan wijzen. Weer kijkt hij me aan: ‘Denk je dat je het aandurft?’ Ik schiet in de lach en duik achter hem aan onder het lint door. Er zijn verbouwingswerkzaamheden op deze verdieping, maar er is op dit moment niemand te bekennen. Voorzichtig lopen we door, tot het volgende afzetlint. Onverschrokken als we op dit moment zijn, springen we ook daar overheen. Dan zien we bekend terrein: de deur naar buiten. Elkaar porrend lopen we door de poortjes. Buiten nemen we afscheid: hij terug naar het noorden, ik naar het zuiden. Eenmaal thuis krijg ik het toch een beetje benauwd. We staan ongetwijfeld op camera. Herkenbaar in beeld! Wat als er vanavond wordt aangebeld? Hangt ons gevangenisstraf boven het hoofd? Wordt er morgen een uitzending van “Opsporing verzocht” aan ons gewijd? Braaf zijn is één. Maar voor avonturier ben ik duidelijk niet in de wieg gelegd.