Weerzien

20140614-213345-77625434.jpg

Het is weken geleden dat we elkaar zagen. Toen nog als bevriend collega’s. Maar dat laatste is sinds vorige maand gewijzigd in “oud-collega’s”. Ik merk pas hoezeer ik hen echt heb gemist als we elkaar begroeten: ik duik in de verwelkomende open armen. Natuurlijk staan in eerste instantie mijn werkzaamheden centraal in het gesprek: ze willen alles weten en ik stel ze niet teleur. Dan komen de verhalen over mijn vorige werkgever. Voor nu lopen hun functies nog geen gevaar, maar garanties worden niet gegeven. We hopen er het beste van. De honden dollen tijdens de wandeling om ons heen en genieten volop van zon, zand en boslucht. We kunnen het goed vinden met z’n zessen en de tweetallen op het bospad wisselen regelmatig. Ook de serieuzere punten komen aan bod. Lange dagen, verre afstanden en stevig uitdagende opdrachten worden genoemd naast tomeloze energie, hartverwarmende collegialiteit en ongebreidelde gedrevenheid. Als we na een lekkere lunch afscheid nemen, krijg ik een extra stevige knuffel. ‘Ik had je willen waarschuwen. Je gaat zo hard! Maar nu ik je zo zie stralen, maak ik me geen zorgen meer. Keep in touch!’ En dat beloof ik plechtig.

Wees jezelf

20140611-181818-65898179.jpg

Vandaag gaat om tien over vijf de wekker. En ruim een uur later zit ik in de trein naar Assen. Openbaar vervoer heeft dit keer de voorkeur: ik loop door de werkdruk en een vrije dag een beetje achter de feiten aan. In de trein kan ik werken en de locatie ligt vlakbij het station. Als ik een plekje heb gevonden, betrekt mijn gezicht: geen wifi! Maar ik laat me niet gek maken: op de grotere stations zijn hotspots. Zo kan ik telkens snel wat mailtjes versturen en binnenhalen voor de trein weer verder rijdt. Ik heb zelf plezier in mijn creativiteit en dat krijg ik ook zichtbaar terug in de antwoorden op mijn berichten. De presentatie verloopt prima al weet ik niet alle antwoorden op hun vragen. Ik kom er gewoon voor uit en beloof het uit te zoeken en na te sturen. En weer word ik uitgezwaaid door enthousiaste toehoorders. Gelukkig heeft de trein terug wel een bereikbaar netwerk en kan ik nog meer zaken afwikkelen. Op Rotterdam stap ik uit. Ik heb telefonisch overleg met twee collega’s en mijn externe steun en toeverlaat. Ik loop naar het achterste perron en bij gebrek aan een bankje ga ik letterlijk met mijn rug tegen de muur aan de grond zitten. Al gauw zijn we diep in gesprek verwikkeld. Dan zie ik een hand die een muntje aanreikt. Als ik opkijk, zie ik een brede glimlach en een knipoog. Een paar zakenmannen maken een dolletje: waarom er geen bakje of petje voor me staat?! Maar als ik lief lach, krijg ik het muntje, beloven ze. Ik knipoog terug zonder het gesprek te onderbreken en tover mijn allercharmantste lach op mijn gezicht. Een staande ovatie is mijn beloning. En het muntje. Grijnzend vervolgen ze hun weg. Ik beëindig de vergadering en loop naar Starbucks. Vandaag heb ik een frappuccino verdiend. Een grote. Gewoon door mezelf te zijn. Wat een baan!

Kleintjes

20140609-104409-38649719.jpg

Ik schrik op tijdens de presentatie aan TSN Thuiszorg van een harde knal en een lichtflits. Een fractie van een seconde later springt er een bibberend Beagletje op ons bed. Die presentatie is pas over een paar dagen. Ik droomde er blijkbaar over. En ben nu wakker geworden van het onweer. Een nogal stevige variant zelfs, het bliksemt nagenoeg onafgebroken. Darwin duwt zijn snuit onder mijn arm en kruipt heel dicht tegen me aan. Veilig tussen Manlief en mij in, voor het geval dat. Ik knuffel hem geruststellend. Buiten gaat het tekeer. Ik ben blij dat ik voor alle zekerheid de boel heb opgeruimd. ’t Zou niet voor het eerst zijn dat ik in mijn pyjamaatje tussen de donderslagen door naast terrasstoelen grijp. Darwin slaakt een diepe zucht en nestelt zich nog wat steviger in mijn armen. Manlief mompelt iets onverstaanbaars. Die slaapt overal doorheen. Als het kabaal buiten is afgenomen, til ik een warm en zwaar beestje terug in zijn bench. Ook hij bromt iets en zakt dan weg in zijn kussen en de vervangende armen van Morpheus. Ik glimlach in het donker. Darwin is een hond, geen kind. Maar soms zijn de verschillen heel klein. En soms kan me dat ook helemaal niets schelen.

Pinkpop

20140608-110428-39868614.jpg

‘Er is vast nog wel aan een paar kaarten te komen. Je gaat gewoon mee!’ Een beetje benauwd kijk ik mijn collega aan. Nog voordat ik bij m’n nieuwe werkgever begon, hadden de collega’s kaarten voor Pinkpop gekocht. The Stones komen! En het was gelukt: iedereen kon en ging mee. Maar ik houd niet zo van mensenmassa’s. En hoewel ik bewondering heb voor de energie die ze op hun leeftijd weten op te brengen, is hun muziek ook niet helemaal mijn ding. Daarnaast is mijn collega bijna twee meter lang. Die kijkt overal overheen. Ik zie waarschijnlijk alleen de rug van degene voor mij. Dus spijtig schud ik mijn hoofd: ‘Ga lekker genieten met z’n allen. Ik zal naar jullie zwaaien.’ Op de dag zelf knallen de berichten op Facebook en Twitter voorbij. Ze hebben samen veel plezier. Vanaf de zijlijn kijk ik mee: ik was echt graag bij hen geweest, maar ben blij dat ik niet tussen al die mensen sta. Manlief heeft de televisie aangezet. Hij heeft The Stones in 1982 in de Kuip gezien. Brings back memories. Telkens als het publiek in beeld is, proberen we hen te ontdekken. Zeven bekende gezichten tussen 70000 aanwezigen. Het management heeft geen toestemming gegeven voor registratie van het concert, dus na een tijdje sluiten we af en duik ik mijn bed in. You can’t always get what you want. En genieten van het plezier van een ander is ook leuk!

Forenzen

20140605-185222-67942193.jpg

Tijdens mijn studententijd reed ik met de trein van mijn woonplaats naar de stad waar ik studeerde. Mijn ouders vonden het niet zo’n goed idee dat ik op kamers ging. En het was ook maar 30 km verderop. Ik vond het best. Zodra ik mijn diploma op zak had, ging ik werken. En kocht ik mijn eerste autootje. Jaren gingen voorbij zonder dat ik een trein van binnen zag. Toen leerde ik Manlief kennen. En na een paar weken vroeg hij of ik hem met de trein kwam ophalen ergens in midden Nederland. Ik bestudeerde het treinschema en leerde het traject van buiten. Net toen ik op het station aankwam, belde hij. Of het een uurtje later kon. Ik was compleet in paniek. Hoe dan?! Uiteindelijk ben ik gewoon gegaan en heb daar een uur gewacht. De jaren verstreken. Ik reisde iets vaker met het openbaar vervoer. Leerde zelfs de werking van een OV-kaart! Maar echt een held in overstappen en afwijkende perrons, nee. Tot een paar weken geleden. Ik reis door het hele land om te helpen. De auto is soms gemakkelijker en sneller. Maar in de trein kan ik werken en vaart maken. Ik heb de app op mijn iPhone en weet in no-time welke trein ik moet nemen. Vandaag stond Maastricht op de planning, samen met een van onze leden. En hoewel goed afgesproken, bleken we in verschillende treinen te zitten. ‘Geen punt’, zei ik. ‘Ik stap uit in Sittard en wacht daar op jouw trein. We hebben twee minuten om over te stappen maar de perrons liggen naast elkaar. Komt goed!’ Ik glimlach als ik mezelf hoor. Want het komt inderdaad goed. Keurig op tijd arriveren we op de afgesproken locatie. Oefening baart kunst. Ook om van A naar B te komen met de trein.

Discussies

We zitten in de auto, op de terugweg na een paar gezamenlijke afspraken. Ik gebruik die tijd naast gezellig bijkletsen ook voor werkoverleg. Wil nog steeds meer en meer weten. De doelgroep is anders dan die van mijn vorige bedrijf. De manieren om deze te benaderen ook. Er zijn zulke prachtige mogelijkheden en uitdagingen. De dag heeft te weinig uren, de week te weinig dagen. Ik voel me steeds meer thuis, ervaar een solide basis onder mijn voeten. En ik geniet volop. Dan snijd ik een lastige activiteit aan en de naar mijn idee beste insteek. Mijn collega ziet het anders en licht zijn standpunt toe. Ik onderbouw het mijne. Over een ding zijn we het eens: dat we het niet eens zijn met elkaar. En dat is nieuw in onze werkrelatie. De wil om naar elkaar te luisteren is er zeker. Maar onze meningen verschillen nadrukkelijk. Zijn uitleg is duidelijk, maar niet voldoende om mij te overtuigen. Uiteindelijk geef ik toe, zij het niet van harte. Er zijn belangrijkere zaken. We nemen afscheid en wensen elkaar gemeend een fijne avond toe. En toch zit het me dwars. Het eerste akkefietje in mijn nieuwe baan, al is dat eigenlijk al een te groot woord. Een dag later. De telefoon rinkelt: mijn andere collega. Hij vraagt hoe mijn dag verloopt. En vertelt vervolgens enthousiast over een in zijn ogen goed idee. Maar wel een waar ik wederom nadrukkelijk anders over denk! Als hij me om mijn mening vraagt, deel ik die respectvol maar ook heel duidelijk met hem. Hij is er even stil van. ‘Goh’, zegt hij. ‘Wat ik eigenlijk nog het leukste vind, is dat je na zo’n korte tijd al zo strijdlustig bent over dit bedrijf. Het lijkt bijna alsof ze aan je man of hond komen! Maar ik snap je punt en ben het met je eens.’ We kletsen nog even over de afgelopen dagen. Ik vertel hem over de discussie gisteren. Hij lacht: is er minder van onder de indruk dan ik. ‘Die dingen gebeuren’, reageert hij laconiek. ‘Zolang je maar respectvol naar elkaar blijft, komen we er wel uit samen. Easy does it.’ Nu ben ik even stil. ‘Volgens mij zijn we in de volgende fase aanbeland’, zeg ik dan bedachtzaam. ‘De vriendelijke beleefdheid is voorbij. We durven elkaar wat directer te benaderen. Met een optimaal eindresultaat als gezamenlijk doel. Een dat is inderdaad een goed teken.’ Om vervolgens toch het laatste woord te claimen: ‘En ik vind het nog steeds top!’ Discussies gesloten.

Meedelen

20140602-213342-77622550.jpg

Koningsdag, hockey, voetbal: het is allemaal rood, wit, blauw en oranje wat de klok slaat. En aangezien Darwin graag hip en trendy is, heeft hij scoubidou’s in passende kleuren. Om zelf mee te spelen of om uit te delen. Aan Sydney, aan Bandit, aan Charlie, Casper en Badou. En die actie is besmettelijk. Dus zo kan het gebeuren dat ik naar kantoor ga met een tasje vol repen fleecedeken. Voor de dochter van mijn collega. Ze wil graag zelf aan de slag en ik heb materiaal genoeg om het eerst een keer uit te proberen. Mijn collega bedankt me en belooft het tasje thuis gelijk af te geven. Een paar uur later gaat de telefoon. Ik neem op in de veronderstelling een enthousiast meisje aan de lijn te krijgen. Het is inderdaad een meisje: zijn vrouw. Maar zeker niet enthousiast, al klinkt er een lach door in haar stem. ‘Heb je gezien in wat voor tasje je de repen hebt gestopt?’, vraagt ze niet onvriendelijk. Als ik ontken, vervolgt ze: ‘Dat dacht ik al. De naam van een juwelier stond op de zijkant. Dus toen mijn man daarmee thuis kwam, dacht ik …’ We schieten allebei in de lach. En ik beloof vervolgens plechtig voortaan goed op te letten als ik iets meegeef. Of anders in elk geval wat handige tips te delen! Bij dezen, collega!

Met mijn ogen dicht

20140601-201651-73011052.jpg

ik word wakker van een nadrukkelijk poot op mijn wang. Darwin. Hij is wakker en wil plassen, poepen en eten in willekeurige (nou ja, niet helemaal eigenlijk) volgorde. Ik probeer ‘m nog te paaien: het is zondag en half zeven. Maar zelfs met mijn ogen dicht zie ik zijn vorsende blik. Ik zucht en zet mijn voeten naast het bed. Een half uurtje later weifel ik. Normaal gaan we nu hardlopen. Maar zo vroeg voel ik me niet helemaal prettig in het bos, in ons eentje. Ik besluit heel eventjes terug te kruipen, naast Manlief die door alles heen heeft geslapen. Ook Darwin legt zich letterlijk neer bij deze beslissing. Het is halverwege de ochtend als ik mijn ogen weer open. Meer richting middag. Maar ik heb heerlijk uitgeslapen, voor het eerst sinds een paar maanden. En na het ‘ontbijt’ gaan we alsnog hardlopen. Minstens tien kilometer. Want na al dat rusten kunnen we er weer tegen.