Counting my blessings

Mijn all time favorite kerstfilm is “White Christmas” met Danny Kaye, Frank Sinatra en de tante van George Clooney. De laatste twee zingen een lied dat regelmatig door mijn hoofd speelt, los van het jaargetijde. “When I’m worried and cannot sleep, I count my blessings instead of sheep. And I fall asleep, counting my blessings.” Het afgelopen jaar was niet zo vriendelijk voor Manlief en mij, zowel zakelijk als persoonlijk. Blessures, onzekerheid, stress en uitval: telkens als we het een achter de rug hadden, was er een nieuwe teleurstelling. Maar we hadden elkaar. Mooie momenten in de zon. Fijne en soms onverwachte gesprekken met familie, vrienden, collega’s. Een (letterlijk) adembenemende knuffel van mijn neefje. Mijn nichtje van eind twintig die me ‘tante’ blijft noemen, ‘omdat ik het leuk vind’. We lachten om de capriolen van Darwin, genoten van verse croissantjes op zondagmorgen. Het sneeuwde op mijn verjaardag en op onze tweede ‘zomervakantiedag’. En over een paar weken gaat een van mijn allergrootste wensen in vervulling: kerstshoppen met Manlief en mijn moeder in New York. Schaatsen bij de kerstboom van Rockefeller Center. We kijken er waanzinnig naar uit. Vandaag is het Thanksgiving. Ik tel mijn zegeningen. En val met een glimlach in slaap.

Naar de haaien

Sneeuw, zon, bewolkt … En vandaag voor het eerst regen. Het maakt ons niet zoveel uit. Het vakantiehuisje is van alle gemakken (behalve stabiel internet of WiFi) voorzien. En naar buiten moeten we hoe dan ook: onze viervoeter kan het lastig vierentwintig uur ophouden. We zitten aan het begin van een meer met mooie wandelpaden. En los van het weer is het dus geen straf om een blokje om te gaan. Het water staat een meter of vier lager dan normaal. Volgens de eigenaar is dat voorbereiding op de winterperiode en met name de verwachte hoeveelheid wateroverlast. Daardoor kunnen we hier en daar ‘over de bodem’ lopen. Er liggen vooral veel bladeren, hier en daar een plastic emmer of wegwerpaansteker. En een haai! Een opblaasbaar exemplaar dat nog steeds fier zijn rugvin omhoog steekt. Het pad voert vervolgens over een bruggetje en langs een vijver met ganzen tot aan onze voordeur. Darwin aarzelt even op de drempel en kijkt om naar het meer. Ik stel hem gerust: “Eerst een warme chocolademelk met veel slagroom. En lekker op de bank bij de open haard met een boek. Dan gaan we straks weer naar de haaien, beloofd!”

It’s beginning to look like

Op een speculaasje en wat marsepein van de bakker op de hoek na gaat Sinterklaas volledig aan ons Belgische vakantiehuis voorbij. We hebben twee Nederlandse zenders op televisie (naast een paar Franse en BBC1) dus ook de actualiteiten thuis zijn nauwelijks te volgen. Kerst daarentegen gloort hier volop. De overbuurman heeft een kerstbomenkwekerij in de achtertuin, zo lijkt het. Elke ochtend ligt de voortuin vol en wordt de zoveelste aanhanger voorzien van groene lading. Ook in de supermarkt struikel je over de kerstaccessoires. Een knuffel-eland met een rode sjaal, een sneeuwpop in een arrenslee en een eerste voorzichtig proeverijtje van kerstwijn. De foute kersttruien lijken hier een ‘must have’ en waar ik in Nederland al maanden op zoek ben naar een verguisd attribuut voor onze traditionele kerstkaart met Darwin, is het hier bij de buren een waar walhalla voor viervoeters (tot zichtbare ontzetting van voornoemde hoofdrolspeler). Komend weekeind bereiden we ons bij het oversteken van de grens voor op een cultuurschok, een letterlijk teruggaan in de tijd van een paar weken. Zullen we alle aankopen keurig wegbergen tot na 8 december, als we samen met de schoonfamilie de Goedheiligman uitzwaaien. Maar daarna … ik kan nauwelijks wachten op de most beautiful time of the year. It really is beginning to look a lot like Christmas!

Zielepootje

Vandaag is de laatste echt mooie dag volgens de weersverwachting. Vanaf morgen regent het de rest van de vakantieweek. Dat is ook de mening van de huiseigenaar en die kan het weten. Dus gaan we na de koffie op stap: de 16 km-route, deels over al bekend terrein, met een leuke culinaire pauze net over de helft. Het is al druk: velen hadden hetzelfde idee. Het tot nu toe verlaten parkeerterrein bij de stuwdam staat afgeladen vol met auto’s. We lopen naar het begin van de route en vanaf dat moment lopen zowel tien meter voor als achter ons andere wandelaars. Darwin sprint weer voor ons uit: die heeft het geweldig naar zijn zin tot nu toe. Met nadruk op dat laatste, want na ruim drie kilometer zie ik dat hij mank loopt. Als ik hem bij me roep, laat hij mismoedig zijn rechter voorpootje zien. Ik voel voorzichtig maar kan het euvel niet ontdekken. Even verderop is een beekje: hij gaat op mijn advies keurig in het koude water staan. Maar het helpt niet echt. We houden familieraad en besluiten toch maar de kortere route terug te nemen voor alle zekerheid. Hij lijkt er niet veel pijn aan te hebben, maar blijft wel nadrukkelijk meer bij ons in de buurt dan de afgelopen dagen. Terug in het huisje onderzoek ik hem nauwkeuriger, zonder resultaat. Hij laat het zich aanleunen, al vindt hij wel dat er extra kluifjes tegenover het duwen en porren moeten staan. Dan rolt hij zich op en zucht eens diep. De dierenarts woont aan de andere kant van het dorp maar vooralsnog kijken we het nog een dagje aan. Vanaf de bank. Met een boek. En warme chocomelk. Met heel veel slagroom. “Het kan minder”, zou mijn Groningse collega zeggen. En dat ben ik roerend met hem eens!

Bewegwijzering

“Die van 5,5 ging prima. Zullen we nu de 8 km-route pakken?” Als Manlief bevestigend knikt, voeg ik eraan toe: “Deze gaat voornamelijk over verharde wegen en vlonders. En heeft een blauw balkje met narcissen als bewegwijzering.” Al gauw zien we het eerste plaatje. Ook deze wandeling is prachtig. Langs de rand van het stuwmeer, dat de regio vooruitlopend op sneeuwval en dooi bewust alvast voor een deel heeft laten leeglopen. Op een kruising wijs ik vooruit. We hebben al een tijdje geen plaatjes meer gezien, maar volgens de kaart moeten we ook een heel stuk rechtdoor, over een vroegere spoorlijn. Darwin springt voor ons langs. Hij geniet mateloos van de tocht. En wij ook, al is er van die verharde wegen niet veel te merken. Dan zegt Manlief: “Hier waren we net ook!” Verbluft volg ik zijn hand en inderdaad: we zijn in een kringetje gelopen. Hoe kan dat nou? We kijken nog eens op de kaart. En dan zie ik het. We hebben een afslag gemist. Pas een heel stuk verder hebben we onbewust de route weer opgepakt. Maar tegen de klok in. We laten het voor wat het is en nemen de kortste weg terug. In plaats van 8 hebben we 14 kilometer gelopen. “Maar ik heb geen last van mijn knie!” zeg ik. “En de wandeling was het meer dan waard!” vult Manlief aan. Volgende keer dus nog beter opletten. We stoppen bij de Patisserie op de hoek van onze straat voor iets lekkers. Want dat hebben we na alle inspanning wel verdiend.

Plezierwandelingen

We hebben een heerlijk vakantiehuisje en genieten van de rust (geen WiFi en nauwelijks bereik), de ontspanning (twee boeken in drie dagen) en elkaar. Maar Darwin moet ook af en toe even hollen en we zitten in een prachtige omgeving met bos en een meer. Ik heb een boek met 25 plezierwandelingen gevonden, en drie starten hier recht voor de deur. Vrijwel gelijk zitten we midden in de natuur en mag de riem los. Smalle paadjes langs hellingen en het kasteel Reinhardstein in de diepte. Hoge bomen vol mos en een snelstromend beek met kristalhelder water. We genieten alle drie. Het is rond het vriespunt en de sneeuw van de afgelopen dagen geeft idyllische plaatjes. Als we uiteindelijk door en door koud maar ook zeer tevreden weer thuis zijn, is het drie uur later. De open haard gaat aan, buiten begint het te schemeren. We kijken elkaar over de rand van een glas wijn aan: “Proost! Dat er nog vele van dit soort dagen mogen volgen.”

Kermisgeld

Het is weer kermistijd. Waar de meeste steden in de zomer genieten van oliebollengeur, knetterende muziek en misselijkmakende draaibewegingen, is bij ons het kermisgevoel verbonden aan koude wangen en felle lichten die afsteken tegen de donkere avondlucht. Mijn vriendin en ik maken traditiegetrouw een rondje, verbazen ons over de halsbrekende machines waarvoor je vrijwillig geld betaalt en gaan dan de strijd aan met kamelen. De jongen van de kermiskraam herkent ons zelfs inmiddels. Tradities moet je in ere houden. En dus steek ik vanmiddag mijn hand uit naar mijn nichtje en neefje: “Mag ik mijn kermisgeld alsjeblieft?” Verbaasd kijken ze me aan. “Het is kermis, ik ben jullie favoriete tante en dus krijg ik kermisgeld van jullie”, leg ik uit. “Dat eerste deel klopt”, zegt mijn nichtje. “Maar je krijgt echt geen geld van mij.” Mijn neefje zegt niets. Hij loopt naar het bureau en haalt er een portemonnee uit. Even rommelt hij en steekt me dan een muntje toe: “Van mij krijg je een euro, hoor, tante Dorine.” Ik bedank hem uitbundig. “Maar dan moet je wel iets voor mij winnen!” Ik beloof het plechtig en steek zeer on-tantevriendelijk mijn tong uit naar mijn nichtje. Die volgt keurig opgevoed mijn voorbeeld. ’s Avonds win ik bij het kamelenracen een speelgoedvrachtauto. Van het kermisgeld dat ik van mijn neefje kreeg.

“Aan de studie?”

wehelpenHij ploft op de stoel naast me in de trein: “Aan de studie of aan het werk. Wel vroeg, he!” Een leuke knul, blond haar, blauwe ogen. Ik vertel hem dat ik onderweg ben van het zuiden naar het noorden. En in de tussentijd werk. “Leuk, wat doe je?” en vervolgens “Laat jullie website eens zien dan.” Hij studeert bijna af, en laat dat merken door gelijk een aantal tips te geven. “Op dit moment hebben jullie niks aan mij. Heb al genoeg moeite met focus op mijn studie te houden. Klinkt wel interessant. Doen er nou veel mensen mee met zoiets? Wat is jullie verdienmodel? Heb je al een businessplan voor opschalen?” De vragen vliegen om mijn oren. Als mijn collega belt, houdt hij even zijn mond. Dan gaat hij weer verder: “Ik heb wel een tip voor je. Je kunt daar een open uitnodiging plaatsen. Vinden mensen leuk. En werk je met persona’s voor jullie doelgroepen? Ik persoonlijk zou eerder ‘aan’ gaan op een andere headerfoto, maar dat ben ik.” En zo volgen er nog veel meer adviezen. Als we ons eindstation bereiken, krijg ik een vriendelijke por tegen mijn schouder. “Ik ga kijken, hoor, of je mijn tip doorvoert.” Om met een knipoog te vervolgen “Heb je met al die feedback van mij toch stiekem zitten studeren in plaats van werken.” Hij zwaait en verdwijnt tussen de andere forenzen, mij met een hoofd vol ideeën achterlatend.

Heel Holland Stresst

“Ik red het niet, dit moet af. Als jij nou rijdt, kan ik nog even doorwerken.” Manlief stuurt een duimpje omhoog en ik haal opgelucht adem. Schoonmama viert haar tachtigste verjaardag. Afgelopen weekeind hebben we er voltallig en veel aandacht aan besteed. En vandaag is er een surpriseparty bij de oudste zoon. Een uurtje rijden en dat kan ik goed gebruiken voor mijn deadline. Als we een kwartiertje onderweg zijn, gaat de telefoon: “Hi, met mij. Vergis ik me nou of zou jij die sheets nog maken?” Ik onderdruk een krachtterm en beloof binnen het uur de toegezegde presentatie te sturen. Damn! Ik zet mijn hotspot aan: gelukkig had ik al een voorzet in potlood gemaakt. Dan klinkt de rustige stem van Manlief: “Bakkers, jullie hebben nog vijftig minuten.” Ik schiet in de lach en zet mijn typsnelheid nog een tandje hoger. Ik knip en plak en bedenk en suggereer me kwijt. “Bakkers, nog een kwartier.” Ik zoek en vind en voeg toe en review. “Bakkers, u heeft nog vijf minuten.” Ik sla op en dubbelcheck. Als we de straat inrijden, zegt Manlief met een glimlach: “De tijd is om, laptop dicht.” Met een zucht sluit ik af. Gelukt! Nu maar hopen dat mijn resultaat de goedkeuring van de jury kan wegdragen.

Herontdekt

Tachtig is prachtig. En Schoonmama mag het (bijna) claimen. Dat vieren we dit weekeind met z’n allen in een groot vakantiehuis op Texel, waar ze als kind een paar keer is geweest. En waar ik zelf bijna kind aan huis ben, al is het wel weer een paar jaar geleden dat ik er was. We verdelen de taken, organiseren animatie en genieten van de gezelligheid. Er is een quiz, en nog een. Een moordspel en een sjoelwedstrijd. Het huis ligt naast het vliegveld en regelmatig cirkelen parachutisten als kleurige verjaardagsconfetti naar beneden. We hebben heel veel te eten en te drinken en te lachen. Maar er is ook ruimte voor rust. Ik ben Hoofd Ontbijt en combineer het bezoek aan de bakker met een vroege strandwandeling. Darwin en ik hebben de zee voor ons alleen. Ik geniet van de wind in mijn haar en het zout in mijn gezicht. Nog meer taart en even zoveel kopjes koffie later begroet ik Rob, onze adoptiezeehond sinds een jaar of twintig. Ik speur naar een blijk van herkenning. Kansloos natuurlijk, maar ik merk dat ik bij Ecomare standaard met een blije grijns rondloop. Ik maak foto na foto en praat met een medewerker over de tijd dat onze honden nog mee naar binnen mochten. Het blijkt een goed moment voor gezinsuitbreiding: ook Rianne wordt geadopteerd. Als Manlief op de boot terug naar Texel zijn arm om me heen slaat en vraagt of ik een leuk weekeinde heb gehad, beaam ik dat volmondig. Een geweldig leuk weekeind.