Parels en zwijnen

‘Kijk dan, kijk dan, een KONIJN!’ Ik zou graag hier en nu ontkennen dat deze hysterische uitspraak uit het verleden van mij is. Maar helaas. Als stadsmens word ik hyper van wild in het wild, van welke soort dan ook. Ik heb meermalen Manlief de schrik van zijn leven bezorgd als we langs een weiland reden en ik een levende beweging bespeurde. Dus je kunt je voorstellen hoe ik reageerde toen ik een paar dagen geleden een wild zwijn zag tegenover ons vakantiehuis. Met open mond zag ik drie gestreepte biggetjes in haar kielzog lopen. Meer dan ‘Kijk dan, kijk!!!!’ kon ik niet uitbrengen. Oké, er staan twee hekken en een fietspad tussen hen en ons, maar toch komt de natuur wel heel dichtbij zo. Een dag later stapte ik voorzichtig over het wildrooster en waagde me met kloppend hart voorzichtig aan die kant van het pad. Nog geen twintig passen verderop zag ik er al een, een meter of vijftig links van me in het bos. Ik wist niet hoe snel ik terug achter het hek moest komen. Zelfs Darwin laat z’n hele goede opvoeding schieten als hij er een ruikt: hij joelt alles aan elkaar en wil maar één ding. Deze vakantie is er dus geen sprake van een loslopende Beagle: we houden hem stevig aangelijnd om te voorkomen dat we heel in de verte een staartje zien verdwijnen. Maar het spreekwoord klopt: alles went. We zijn nu vijf dagen hier en hebben al talloze zwijnen gezien. Een paar keer oogcontact gemaakt zelfs. ‘Heb je er weer een’, klinkt het nu. ‘Ik pak de volgende wel, ben even bezig’, luidt het antwoord. Het wachten is op dat konijn. Want die heb ik hier nog niet eentje gezien. Spannend!