Daar kom je tot rust

Normaalgesproken ben je per definitie aan je vakantie toe als het bijna zover is. Maar dit keer was het voor ons nog een extra tandje doorbijten. We hebben ‘bijzondere’ maanden achter de rug. Boventalligheid, zoektocht naar een baan, prachtige nieuwe werkkring en daarnaast de mantelzorg voor en het verdriet over onze ongeneeslijk zieke Buurman/BFF. Ook bij Manlief stapelden de uitdagingen zich op. De batterijtjes moesten echt even aan de oplader. Met wat puzzelen, googelen op leuke vakantiehuisjes en vrije dagen berekenen kwamen we uit op de eerste twee weken van oktober. Met een klein ‘maartje’: we hadden al beloofd om dan een lang weekeinde op de logeerbeagles te passen. ‘Gewoon meenemen’, zei de huiseigenaar. En zo ploften we met z’n allen neer in een uiterst comfortabel huisje midden in een bos. De tuin is omheind, dus de honden liepen in en uit naar eigen believen. Heerlijk. Of toch, nog een klein maartje. Want Willow is zeven maanden oud en de dag kan niet vroeg genoeg beginnen voor haar. En dat doet ze met verve. Ach, het is zo’n vrolijk beestje, en die paar dagen konden er ook nog wel bij. Gisterenmiddag werden ze opgehaald. En was het ineens ‘toch wel erg stil’. ‘Dus morgen slapen we uit’, namen we ons plechtig voor. En dat deden we. Tot vijf over acht. Een enorm lawaai recht naast onze slaapkamer. Ik schuif de gordijnen opzij en zie het lachende gezicht van een jonge knul in een blauwe overall achter het hek. Hij zwaait en roept iets. Naast hem staat een enorm gevaarte. Kennelijk staan er achter het huis een paar bomen in de weg. Met een zucht stap ik onder de douche. De dag begint in elk geval met de heerlijke geur van versgezaagd hout. ‘Trek de natuur in, daar kom je tot rust.’ Morgen nog maar eens proberen.