Hartzeer

Dat is nog wel het meest verdrietige. Die herhaalde confrontatie. ’s Ochtends wakker worden en je pas na enkele minuten realiseren dat er iets ergs is gebeurd. Onbewust zoeken naar twéé halsbanden. Zonder nadenken haar favoriete kluifjes in het winkelwagentje leggen. Naar een Bonovo-aapje kijken en dezelfde ronde zwarte kijkers zien die iets te dicht tegen elkaar aan staan. En weer knijpt keer op keer je hart samen. Sydney is niet meer. Naar nu blijkt, is ze op dezelfde dag naar de regenboogbrug vertrokken als de rechterhond van Cesar Millan, Junior, ook vijftien jaar oud. Hij plaatst een filmpje op social media waarin hij zijn tranen met moeite in bedwang houdt. Zijn stem breekt als hij vertelt over het versleten lichaam dat achterblijft, en de troostende spirit die hij om zich heen voelt. Ze zijn niet helemaal weg en dat merk je als je je ervoor open stelt. Maar toch schrik ik als er een donkere jas op de grond in de garderobe ligt. Langs haar favoriete losloopveld rijd met afgewend gezicht. “Hoe gaat het met je moeder?” vraagt een vriendin. Die voelt zich geamputeerd. Weet dat het leven verder gaat, verder moet. Maar hoe? Allerlei herinneringen aan de rouwperiode om Floppy poppen ongevraagd op in mijn hoofd en hart. Ik dacht toen dat er geen leukere hond bestond. En kreeg ongelijk. Maar voordat ik daarvan overtuigd was, duurde een tijdje. Die periode nemen we nu ook. We halen herinneringen op, laten tranen vallen en ademen door. Er komt een nieuw hondje, dat is zeker. Maar nu nog even niet. Nu denken we aan Sydney en glimlachen.

Mister Big, Cupcake en Junior

Vanuit het verre Italië word ik gecorrigeerd: Uno, Due en Tre heten in het echt Mister Big, Cupcake en Junior. En als ik hen van hun dagelijkse ontbijt voorzie, kijken ze me enigszins verontwaardigd aan. Ik check de belangrijkste onderdelen: licht uit, pomp aan, water helder. Alles lijkt in orde. Wel valt het me op dat er niet veel over is van het groene plantje. Cupcake knikt bevestigend: dat is dus het dilemma. En of er een binnenhuisarchitect kan worden ingezet. Ik zucht: het heeft nogal wat vinnen in water voordat dit drietal tevreden is. Maar goed, na enig gegoogle meld ik me bij de dierenwinkel in het centrum. “Heeft u van dat groen voor in een aquarium?” Hij glimlacht: “In vakterminologie heet dat een zuurstofplantje.” Ik bedank hem vriendelijk voor de opgedane kennis maar licht toe dat ik slecht tijdelijk oppasser ben. En dat mijn grootste zorg is dat er eentje gaat hemelen. Nu lacht hij hardop: “Ik begrijp wat u bedoelt. U moet eens weten hoeveel mensen ik hier in de zaak krijg die ‘met spoed een vis nodig hebben’.” Maar ik schud mijn hoofd: “Daar kom ik niet mee weg. Deze hebben namen! En het zou me niet verbazen als ze nog naar hun eigen naam luisteren ook! Dus laten we hopen dat het niet zover komt: ik doe er in elk geval mijn uiterste best voor.” Als ik het zuurstofplantje even later in het aquarium laat zakken, zwemmen Mister Big, Cupcake en Junior nieuwsgierig naar de aanwinst toe. Gespannen kijk ik naar hun gezichtsuitdrukking. En gelukkig: Junior knipoogt naar me, Cupcake draait enthousiast een rondje en Mister Big? Die zwemt naar het wateroppervlak en opent zijn bekje. Of we dit kunnen vieren met iets lekkers? Maar daar trek ik de grens. Voor vandaag zijn ze genoeg verwend.