Hartendiefje

Ze zucht eens diep. Kijkt naar de twee honden die zich achterin zo klein mogelijk maken en angstvallig buiten haar bereik blijven, hopend dat de rit snel voorbij is. We zijn onderweg naar de dagopvang, waar ze sinds kort ook naartoe gaat. Dat is fijn voor Sydney, de oudere hond van de baas, die zo een dagje rust heeft. En voor de baas zelf, die een pup erbij als alleenstaand ouder toch meer ‘een dingetje’ vindt dan vooraf gedacht. Daarom poolt ze nu mee met de andere twee. Ze heeft een eigen gordel, die aan de voorstoel vast zit. Met de bank plat kan er onderling voldoende afstand worden gecreëerd en zit iedereen veilig. Maar dat vindt ze dus niks. Zodra ik haar uit de auto til, holt ze verwachtingsvol naar het hek. Pas twee keer geweest, maar ze kent de weg al en vindt het een feestje. Mij ziet ze niet meer hangen, en de andere honden tot hun grote opluchting ook niet. Als ik hen aan het eind van de middag weer ophaal, vraag ik gewoontegetrouw of iedereen zich heeft gedragen. ‘Nou, dat kleintje niet de hele dag’, antwoordt de eigenaar met een grijns. ‘Dus ik denk dat ons team wel iets lekkers heeft verdiend de volgende keer dat ze komt!’ Ik beloof plechtig het in overweging te nemen en zet iedereen weer op de juiste plek in de auto terug. ‘Nog twintig minuutjes volhouden, jongens’, zeg ik bemoedigend. ‘Dan zetten we haar uit de auto.’ Ik meen opluchting te bespeuren in hun ogen. Maar geniet stiekem nog even van dat heerlijke koppie. Want ondeugend of niet: ze heeft mijn hart beslist gestolen.

Keuzestress

Langzaam maar zeker wordt er steeds meer mogelijk. Shoppen met een mandje mag weer in de supermarkt. Je kunt koffie met appelgebak bestellen op het terras. En uitjes plannen om naar uit te kijken. “Er is op 29 mei een theatervoorstelling van je broer en schoonzus in Utrecht”, zeg ik tegen Manlief. “Buiten vóór hun repetitieruimte. We hebben het al gezien, maar het was meer dan leuk genoeg voor een herhaling. Doen?” Manlief knikt. Ik reserveer snel, nu al zin in om te gaan. Maar een paar dagen vóór de voorstelling, hoor ik dat ook de onderburen iets bijzonders hebben. De aftrap van de Boekenweek door Adriaan van Dis. De winkel is groot genoeg om een groepje klanten op veilige afstand naar hem te laten luisteren. “Wat nu? Dit is uniek en ik luister zo graag naar hem!” Na hartgrondig wikken en wegen, kiezen we voor Adriaan. Ik laat mijn zwager weten waarom we afhaken, en loop vervolgens bij de boekwinkel binnen. “Je boft, het zijn de laatste kaartjes! Mondkapje verplicht, behalve bij het signeren. Hij staat dan in de deuropening, dus goede ventilatie!” Ik bedank de eigenaar uitbundig en laat Moeder en Manlief weten dat het is gelukt. Zo fijn om ons weer te verheugen op een verzetje. Hopelijk krijgen we de komende periode nog heel veel met dit soort keuzestress te maken!