Uitnodiging voor de eerste stap

“Er is post naar u onderweg.” Het berichtje op mijn horloge trekt gelijk aandacht. Ik ben een betrokken persoon (lees: bovengemiddeld nieuwsgierig) en standaard op zoek naar nieuwtjes. Als ik de app van PostNL open, zie ik dat zowel Manlief als ik een uitnodiging ontvangen voor de vaccinatie tegen corona. Op medische indicatie. Manlief heeft 15 jaar geleden een hartinfarct gehad, is volledig genezen verklaard, maar blijkbaar is dat toch voldoende reden om eerder aan de beurt te zijn dan onze leeftijdsgenoten. Ik heb inspanningsastma met eenzelfde verloop: meer dan 20 jaar geleden de laatste aanval, en mede dankzij het feit dat ik drie keer per week 5 kilometer hardloop volledig onder controle. Het patiëntendossier is echter geduldig. En dit keer ben ik er blij mee: ik kan niet wachten! Voor mezelf ben ik al die tijd niet zo bang geweest dat ik besmet zou raken. En ook Manlief volgde tot op de letter nauwkeurig de maatregelen van het RIVM. Maar ik ga zoals een collega laatst zei ‘aan’ op contact met mensen. Al dat beeldbellen is prima, maar ik mis het oogcontact. Nog los van de knuffel van mensen die me lief zijn. De vaccinatie opent de deur naar een groter gevoel van veiligheid. Het zal nog lang duren voordat we weer ‘zo goed als normaal’ leven. En het wordt waarschijnlijk nooit meer zoals ‘vroegah’. Maar de eerste stap is gezet. Kom maar door met die prik.

Straf

“Heb je even een momentje? Het gaat over Luzz…” Verrast kijk ik de medewerkster van de hondendagopvang aan. En stap nieuwsgierig opzij totdat ze de andere klant heeft geholpen. Luzz is de teckel van onze buurvrouw en een van de verloofdes van Darwin. Ze rijdt eenmaal per week mee om te genieten van het losloopveld, het omheinde bos, de glijbaan en een goed gesprek met haar aldaar aanwezige vriendinnen. En normaalgesproken gedraagt ze zich voorbeeldig. “Het zit zo”, vertelt de medewerkster. “De honden krijgen elk in een apart hokje hun eten, zodat we in de gaten houden wie wat eet, hoeveel en eventueel medicijnen kunnen toevoegen.” Ik knik, ken het systeem. “Feitelijk is daar geen pootje tussen te krijgen”, vervolgt ze. “Luzz had haar portie zoals altijd snel op. Dus ik opende de deur naar de speelweide vast voor haar. Voordat ik er erg in had, schoot ze echter het voederhok van een andere hond in, duwde die opzij en at ook die bak leeg! Gelukkig waren het exact dezelfde brokken. Maar ze heeft dus een dubbele maaltijd achter haar kiezen.” Verontschuldigend kijkt ze me aan. Ik schiet in de lach. Darwin en Luzz zijn allebei veelvraten en laten een kans niet liggen. “En wat heb je toen gedaan?”, vraag ik. Ze kijkt Luzz uitdagend aan. “Nou? Vertel het zelf maar?” Met een beetje fantasie (een heel klein beetje) kijkt Luzz schuldbewust voor zich uit. “Precies, je hebt een kwartier in de hoek gezeten. Om over je actie na te denken!” Nu schater ik. “Goed gedaan, dat zal haar leren!” Ik bedank haar voor de informatie, wens haar een fijne avond en loop terug naar de auto. Luzz huppelt naast me, het euvel allang vergeten. Een hond leeft in het nu, niet in het verleden. En in het nu geniet ze volop van een bolle buik.

Overal puppies

“Ik mis Bandit zo, hij kan nooit worden vervangen, maar ik heb toch een nieuwe pup uitgekozen.” Het bericht komt bijna gelijktijdig met een appje van mijn zwager en schoonzus: “We krijgen gezinsuitbreiding! Een puppy! Kom je dan op kraamvisite?” De afgelopen weken hebben we enorm meegeleefd en afgeteld. Foto’s en filmpjes ge-oh-t en ge-ah-t. En nu is het eindelijk zover. Darwin gaat uiteraard mee. Willow is een achternichtje van hem, een kleindochter van zijn zusje. Onze vriend kijkt ons bij aankomst enigszins vermoeid aan. “Het is een schatje, ik ben dol op haar. Maar ze is wel twee handen vol!” Hij is ‘alleenstaand ouder’ en dan vallen gebroken nachten zwaar. Sydney heeft een verwijtende blik in haar ogen: het was duidelijk niet haar idee. Hadden wij als ‘pleegouders’ niet kunnen ingrijpen dan?! We eten beschuit-met-muisjes en starten gelijk met de basisbeginselen van een goede opvoeding. Die Willow uiteraard schaterend omdenkt en vervolgens naast zich neerlegt. Ze is acht weken, ‘en dan mag je alles’, is haar levensmotto. Als ze na drie kwartier eindelijk moegespeeld is, gunnen we de direct betrokkenen hun broodnodige rust en vertrekken naar de volgende kraamvisite. Het is alsof we een flashback hebben, alleen heet deze Cerberus en dendert hij al tien weken op de aardbol rond. Hij vindt Darwin ‘vet cool’, want er zijn allerlei ‘uitsteeksels’ om aan of in te hangen. En dat doet hij dan ook met verve. Darwin ziet maar één uitweg en dat is omhoog, waar de pup niet bij kan. Ook hier genieten we van alles wat er zoal in het leven van een pup gebeurt, en kunnen we nauwelijks bijpraten met de familie. “Dat komt wel weer, als hij een jaar of drie is. Of zo!” Op de terugweg naar huis horen Manlief en ik een diepe zucht op de achterbank. Darwin ligt helemaal gestrekt, uitgeteld. En kijkt ons zeer veelbetekenend aan: hij is BEH* en dat wil hij graag zo houden! Ik aai ‘m over zijn kop en adviseer hem goed uit te rusten. Want over een kleine twee weken komt Willow logeren. Drie hele dagen. Dan zal hij al zijn energie nodig hebben. En daar kun je maar beter goed op voorbereid zijn. Heel goed.

*BEH = Bewust Enig Hond

Schoonmoederdag

“Wij doen eigenlijk niets aan Moederdag.” Ik hoor het Manlief nog zeggen. “Nou, wij wel!” antwoordde ik. Mijn moeder vertelt tegen iedereen die het horen wil, dat het voor haar elke dag Moederdag is. Ze wordt regelmatig in diverse soorten en hoeveelheden watjes gelegd. Wat dat betreft heeft ze dus zeker een punt. En feitelijk is er nauwelijks waarneembaar onderscheid tussen moeders en schoonmoeders. Dus als we dan toevallig toch een afspraak in de buurt hebben de dag vóór Moederdag, besluit ik om de route uit te breiden met een extra locatie. Zo staan we spontaan bij Schoonmama op de stoep. Na een kopje thee en een speculaasje zwaait ze ons uit: “Dank voor de heerlijke verrassing!” Maar ik ben in het rijke bezit van twéé schoonmoeders. Dus verlengen we de terugreis met een extra stukje. Ook zij reageert verrast: “Wat leuk om jullie te zien!” “Wist je dat niet? Vandaag is het Schoonmoederdag”, antwoord ik ad rem. En overhandig haar een kleurrijke bos bloemen. In de auto merkt Manlief op dat we dan eigenlijk vandaag ook langs zíjn schoonmoeder moeten om het rijtje compleet te maken. “Heb ik al aan gedacht. Ze eet vanavond met ons mee. Dus jij mag het bord straks bij haar afgeven!”

Leeftijd speelt (g)een rol

Het grootste deel van mijn leven woon ik in deze winkelstraat. Eerst aan de ene kant, toen aan de andere kant. Met een aantal van de huidige winkeliers zat ik vroeger in de klas. Mijn beste vriend woont schuin tegenover ons. Een van de verloofdes van Darwin woont drie deuren verderop. Kortom, ons kent ons. Als ik bij de dierenwinkel binnen hol voor wat hondenkluifjes, maakt de eigenaar een praatje. Hij is wat ouder dan ik en heeft mijn vader nog als buurman gehad. Leuk om herinneringen op te halen samen. Ik reken af en ga naar huis. Als ik even later de aankopen wil opruimen, kan ik ze echter nergens vinden. Wat raar?! Ik loop nog een keer langs mogelijke plekken en ga dan terug naar de winkel. “Piet, heb ik de spullen bij jou laten liggen?” Hij schatert het uit: “Dat is de leeftijd, schatje! Ik wilde je nog achterna lopen, maar er kwam een andere klant binnen.” Ik lach mee, bedank hem en neem de producten nu wel mee naar huis. Niks leeftijd. Gewoon afgeleid door het gesprek. Kwestie van prioriteren. En vertrouwen. Einde verhaal. Maar even later bij de bakker let ik toch net wat beter op bij het verlaten van de winkel. Gewoon voor het geval dat.

Lang is lekker

Vanuit mijn ooghoek zie ik beweging aan de overkant van de straat. Mijn thuiswerkplek is naast het raam, en aangezien we in een drukke winkelstraat wonen, is er altijd wel wat te zien. Normaalgesproken focus ik me op mijn werk, maar nu wordt mijn aandacht nadrukkelijk getrokken door de supermarkt hier tegenover. Of beter gezegd: twee medewerkers van het betreffende filiaal. Ze draaien besluiteloos om een groot pakket op een trolley heen. Om onnavolgbare reden heeft de vervoerder een stevige doos om het geheel, inclusief trolley geplaatst. Er is met geen mogelijkheid bij de inhoud te komen, anders dan de doos in zijn geheel naar boven te schuiven. En daarvoor komen ze allebei wat lengte tekort. Ook iemand die aan komt lopen, is aan de te kleine kant. Dan loopt een van hen resoluut naar binnen en komt vervolgens naar buiten met een lachende collega. Een lange collega! Met een hupje lukt het haar wel om de verpakking hoog genoeg te krijgen en van het pakket te halen. Nog nalachend gaan ze naar binnen. Soms is het lekker om lang te zijn, helemaal als je daar iemand mee kunt helpen.