Op de oppas oppassen

Darwin wil zich niet laten kennen. Maar eigenlijk vindt hij het helemaal niks als hij een uurtje alleen moet zijn. Ook niet als we het duidelijk aangeven: “Even boodschappen doen.” Of iets lekkers achterlaten. Alleen is maar alleen. En dus zet hij een keel op zodra de deur achter ons dichtvalt. En dat gedrag wordt vaak beloond als we de deur gelijk weer open doen om hem op z’n kop te geven. Dat we boos zijn, maakt hem niet uit: we zijn er weer. Vanavond gaan we uit eten. Een paar uur. “Jij bent de oudste dus goed op Sammie passen!”, dragen we hem op. En sluiten dan de deur, terwijl we onze oren spitsen en ons hart vasthouden. Als we wegrijden, kijken we door het raam, maar er is niets te zien. Na een heerlijk diner rijden we verwachtingsvol terug. Voor het raam zitten Sammie en Darwin. Ze kijken naar buiten. Darwin gaapt verveeld. Niks aan de hand. Volgende keer dat we boodschappen moeten doen, gaan we Sammie halen om op te passen, dan komt het allemaal goed.