Smak

En Manlief zei het nog toen we vanochtend afscheid namen: “Pas goed op jezelf vandaag.” Iets wat hij regelmatig zegt en waar ik altijd braaf bevestigend op antwoord. En me er meestal ook naar gedraag. Twee honden, een lunchwandeling en een losse stoeptegel later, lig ik ineens op straat. Naast me hurkt een meisje neer, die de riemen even overneemt. De mannen die een eindje voor me liepen, hollen terug en helpen me overeind. “Wat aardig, we letten dus wel op elkaar.”, denk ik nog. En zak dan terug op de stoep. Pijn! Ik ben op een van mijn handen gevallen, met daarin het harde handvat van Darwin zijn riem, en ademen is erg naar. Een automobilist, die ook is gestopt, grijpt naar zijn telefoon: “Ik bel een ambulance.” Maar dat staat mijn gekrenkte ego niet toe, dus ik wapper: “Heel eventjes wachten, het gaat vast zo wel weer.” En inderdaad zakt de pijn na een paar minuten. Het meisje maakt intussen met een doekje mijn handen en knieën schoon: het bloed valt gelukkig mee. Dan krabbel ik opnieuw overeind en bedank iedereen. Ik loop een stuk voorzichtiger via de kortste route terug naar huis. Met een paar paracetamols en een kopje thee ga ik weer achter mijn laptop zitten. En app ik Manlief: “Missie mislukt! Morgen weer een dag.”