Minimuis

Aan zijn stem hoor ik dat het ernstig is: “Kun je even een doosje of bakje brengen?” Als ik de huiskamer binnen kom met het gevraagde, zie ik Manlief en Darwin strak naar een hoek kijken. En daar zit een muisje. Een mini-exemplaar. Het voelt zich overduidelijk niet zo jofel. Over z’n flankje zit een flinke jaap, en hij bloedt. Gegrepen door een kat? Of net te laat ontsnapt uit de dierenwinkel met terrarium hiernaast? Als we ‘m behoedzaam in het bakje hebben gezet, kijken we elkaar aan. De oogjes staan dof. Hij ademt nog wel, maar heeft duidelijk veel pijn. Wat nu? We wegen de mogelijkheden tegen elkaar af. Iets zwaars op ‘m laten vallen? Voet erop zetten? Ik ben een stadskind en kan dat echt niet. Maar niks doen is ook geen optie. Het beestje verslechterd waar we bij staan. Ik kijk ‘m nog een keer aan en gooi ‘m dan door het open raam hoog in de lucht. We wonen op de eerste etage, dus hij valt vanaf een meter of vijf op de stoep. Als ik naar buiten loop, zie ik dat het is gelukt: hij is dood. Voorzichtig vouw ik hem in een papieren zakdoekje. En leg hem in het perk tussen de planten. Dag mini-muis, vandaag was niet jouw dag.