Monsterlijk

Tegen de verwachting in liggen de pistes er superstrak bij. Het is overdag tegen tien graden boven nul en de meeste sneeuw houdt daar helemaal niet van. Maar ’s nachts daalt de temperatuur tot ver onder het vriespunt. Met als resultaat een knisperend geluid onder je skies. Ik glijd vanaf de lager gelegen piste recht de stoeltjeslift naar de top in. En besluit om de langste route te nemen: rechts naar halverwege de berg, dan terug naar de top, een stuk naar links en rechtsaf richting het dal, weer naar boven en de familieroute terug naar het hotel. Maar bovenaan het tweede deel van mijn voornemen betrekt mijn gezicht. Dit is de lastigste piste van het hele gebied, vind ik. We komen al 25 jaar hier. Kennen elk stukje onder elke weersomstandigheid. Nu schijnt de zon uitbundig en het bovenste deel van de helling is stijl, smal en ligt in een bocht. Als je te laat bent, moet je van papperige hoop naar zompige bobbel manoeuvreren. En ik ben te laat. Barst. Het is niet eens fatsoenlijk zwart zodat je er thuis over kunt opscheppen. Ik verfoei ‘m dus met verve. Het zij zo. Ik adem diep in en zet af. Probeer tijdig te draaien maar zit natuurlijk al vast in de rand. Voorspelbaar. Dan maar ‘in ploeg’ de punten van mijn skies keren. In gedachten hoor ik de coachende stem van mijn broer. Hij zou in een rechte lijn nauwelijks welke belemmering dan ook tegenkomen op dit monster. Maar ja, hij is dan ook een natuurtalent. Ik foeter en tier, draai en struikel de berg af. Vanuit het dal kijk ik naar het spoor dat ik achterliet. Weer overleefd, net als de talloze keren hiervoor. De rest van de route maak ik het mezelf gemakkelijk en geniet ik met volle teugen. Als ik na nog een paar afdalingen mijn skies opberg voor vandaag, neem ik me stellig voor om morgen eerder de berg op te gaan. Een hele week om die verdraaide piste te bedwingen en te overwinnen! Het zal me lukken. Net als elk jaar.