Van huis naar thuis

“Laten we voor de zekerheid om half vijf vertrekken. Vroeg is het toch!” Normaal rijden we op vrijdag naar de sneeuw. Maar dat lukte dit jaar agendatechnisch niet. En op zaterdag verwacht ik toch meer drukte op de snelweg rond de grote steden. Dus laden we luid gapend en met de ogen nog half dicht de bagage in. En rijden in het aardedonker de stad uit. Tot aan Frankfurt gaat het van een leien dakje. Rond half negen zien we de vliegtuigen boven de luchthaven in file aankomen. Maar dan is het ook gedaan met ons geluk. Keer op keer worden we van de snelweg afgeleid wegens ernstige filevorming na een ongeluk. De langste rij auto’s veroorzaakt net geen twee uur extra reistijd! Maar de bergen roepen en we rijden door en door. Om half vier rijden we dan eindelijk het parkeerterrein van het hotel op. Er ligt nog meer dan voldoende sneeuw, al is de kwaliteit voor verbetering vatbaar. Na een warme omhelzing van de eigenaar en z’n vrouw halen we de koffers uit de auto. En kijk ik vanaf ons balkon naar het binnenhalen van de gondels. Ik adem diep in en uit. Een hele week om mijn hoofd leeg en mijn longen vol zuurstof te krijgen. Samen met Manlief en mijn mams. Wat een gelukzaligheid. Daar toasten we graag op.